Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 118 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

Participatie in circulaire gebiedsontwikkeling

Over het creëren van alternatieve ruimtes door professionele stadmakers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Circular City, Sustainable Development, City Makers, Co-creation, The Netherlands
Auteurs Linda van de Kamp PhD, Michaela Hordijk PhD, John Grin PhD e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    We analyze two citizen collectives of ‘professional city makers’ who have shaped participation in circular area development in anticipation of the Dutch Environment and Planning Act. The activities of professional city-makers form an interesting new phenomenon that requires attention as well as the implications: it is precisely through the professionalism of the city-makers’ efforts that there is a regular tension in the participation process between their role as citizen and professional in their contact with the government. We therefore discuss how the participation of professional city-makers in area development exposes different paradoxes that must be taken into account in the further implementation of the Environment and Planning Act. In short, we argue that participation in the Act is presented in a traditional way and does not fit the new role of citizens in area development in the 21st century.


Linda van de Kamp PhD
Linda van de Kamp is cultureel antropoloog en universitair docent aan de afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam.

Michaela Hordijk PhD
Michaela Hordijk is Universitair Hoofddocent aan de afdeling Sociale Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies van de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Kennisactieprogramma Water.

John Grin PhD
John Grin is Hoogleraar beleidswetenschap en systeeminnovaties aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam.

(dr.ig.) Gert-Joost Peek PhD
Gert-Joost Peek is lector Gebiedsontwikkeling en Transitiemanagement aan de Hogeschool Rotterdam. Daarnaast is hij eigenaar van SPOTON Consulting en is hij als fellow Ruimtelijke procesorganisatie verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE). Hij is bestuurslid van I’M BINCK.

Frank Alsema MA
Frank Alsema is kwartiermaker Stadslab Buiksloterham, regisseur, producer en entrepeneur.

Saskia Müller MA
Saskia Müller is ondernemer en kwartiermaker Stadslab Buiksloterham.
Discussie

Changing narrative of Dutch urban development regulation in the era of entrepreneurial governance

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Entrepreneurial Governance, Urban Governance Networks, Planning Law, Omgevingswet
Auteurs Prof. dr. Tuna Tasan-Kok
Auteursinformatie

Prof. dr. Tuna Tasan-Kok
Tuna Tasan-Kok is Professor of Urban Governance and Planning at the University of Amsterdam.

Dr. Paulien de Winter
Paulien de Winter is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Recensies en signalementen

Uitbesteed, het recht uitgekleed

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Auteurs Dr. Rob Schwitters
Auteursinformatie

Dr. Rob Schwitters
Rob Schwitters is universitair Hoofddocent Rechtssociologie aan de UvA.
Werk in uitvoering

Law in action in strafzaken

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden perceived procedural justice, fair process effect, perceived everyday discrimination, criminal defendants, empirical-legal research
Auteurs mr. Lisa Ansems
SamenvattingAuteursinformatie

    This PhD project uses a mixed method design to study perceived procedural justice among defendants in Dutch single-judge criminal cases. To find out whether defendants are concerned with perceived procedural justice and to get a better grasp on the concept, the first empirical project reviewed here is an interview study among defendants conducted in 2017. In this study, defendants were interviewed after their court hearings about perceived procedural justice during their court hearings. The second empirical project, which started in January 2019, zooms in on experiences of defendants with a non-western migration background. Using a questionnaire, I examine whether and how perceived everyday discrimination affects defendants’ perceptions of and reactions to procedural justice during their court hearings. I am currently designing a third empirical study, which entails a scenario experiment among people with a non-western migration background. I plan to manipulate the level of perceived procedural justice during a hypothetical court hearing to examine its influence on, for instance, people’s trust in judges, and again assess whether people’s reactions to perceived procedural justice differ depending on their levels of perceived everyday discrimination. At the end of my dissertation, I plan to connect the empirical findings to the legal domain by assessing possible normative implications.


mr. Lisa Ansems
Lisa Ansems is als promovenda verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Voorafgaand aan haar promotietraject studeerde zij rechten (bachelor en Legal Research Master, beide in Utrecht).
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

John Griffiths 1940-2017

Herinneringen – Commentaren – Verwerkingen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Auteurs Albert Klijn, Heleen Weyers, Keebet von Benda-Beckmann e.a.
Auteursinformatie

Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoeksopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.

Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1984 in Nijmegen op een proefschrift over geschillenbeslechting in West Sumatra. Zij doceerde rechtssociologie en rechtsantropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2000 tot 2012 samen met Franz von Benda-Beckmann hoofd van de Projectgroep Rechtspluralisme aan het Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle, Duitsland. Zij is honorair hoogleraar aan de Martin Luther Universiteit Halle/Wittenberg. Zij deed voorts onderzoek naar sociale zekerheid op Ambon, en leidde een onderzoeksproject naar rechten op water in India en Nepal. Haar laatste empirische onderzoek betrof de gevolgen van het Indonesische decentralisatie beleid voor de verhouding tussen statelijk recht, adatrecht, en Islamitisch recht in West Sumatra.

Carolien Jacobs
Carolien Jacobs studeerde International Development aan de Wageningen Universiteit en deed promotieonderzoek in de rechtsantropologie bij Franz en Keebet von Benda-Beckmann aan het Max Planck Institute for Social Anthropology. Haar onderzoek richtte zich op de rol van religie in geschillenbeslechting op lokaal niveau in Mozambique. Sinds 2014 werkt ze als universitair docent aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving. Haar huidige onderzoek richt zich op toegang tot recht voor ontheemden in de Democratische Republiek Congo.
Artikel

Verdergaan met de sociale-werkingsbenadering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Effectiveness of law, social working approach, semi-autonomous social fields, smoking bans, impact assessments
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    John Griffiths’ social working approach of legislation tries to estimate the direct effects of laws which prescribe certain behavior. The basic idea of the approach is that rule-guided behavior (direct effect) is influenced by the different groups citizens belong to. Griffiths refers to these groups using the concept coined by Sally Moore (1971) ‘semi-autonomous social fields’. Although Griffiths never formulated hypotheses regarding the relation between SASFs and direct effects, the article explores two of them: If the relevant SASFs accept the new norm, direct effects will occur; and if the relevant SASFs are not ‘though’ (and don’t accept the new norm) direct effects will occur. These two hypotheses are related to the results of smoking bans in bars in the Netherlands. The acceptance of the smoking bans in bars is low. The thoughness of the SASFs in bars and their organization differ in time and so did the compliance with the smoking bans. Because this article is not based on research that depart from the hypotheses, further research based on the hypotheses is needed to draw firm conclusions. The article is rounded up with a plea to use Griffiths approach in impact assessments of legislation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).

Dr. Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis werkte voorheen als onderzoeker bij het WODC en sinds najaar 2018 bij Bureau Strategische Analyse van de Inspectie der Rijksfinanciën (Ministerie van Financiën).
Recensies en signalementen

Signaleringen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Praktijk

Wat gebeurt er op de gang? Een kwalitatief empirisch onderzoek naar schikkingsonderhandelingen tijdens civielrechtelijke procedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Settlement negotiations, Distributive negotiations, Qualitative empirical research, Biases, Heuristics
Auteurs Mr. Lucas Lieverse
SamenvattingAuteursinformatie

    There is little known on settlement negotiations during civil lawsuits in the Netherlands. Settlement negotiations take place during a (suspension of the) public court hearing. The public hearing takes place in the majority of the civil lawsuits in the Netherlands. The qualitative empirical research I am carrying out, intents to give insight in these settlement negotiations and questions what lawyers actually do during these negotiations. The research intents to contribute to the effectiveness of settlement negotiations in the sense that (i) the number of settlements increases and of compulsory settlements decreases, (ii) the perceived fairness of procedure and outcome in settled cases increases, and (iii) the number of resolved underlying conflicts increases.
    I expect to find that most settlement negotiations can be qualified as distributive negotiations (as opposed to integrative negotiations). Furthermore, based on a literature review on biases and heuristics I hypothesized that settlement could be more effective than they actually are. The paper touches on the methodology and on both hypotheses.


Mr. Lucas Lieverse
Lucas Lieverse is docent en onderzoeker bij Zuyd Hogeschool en voor zijn PhD-onderzoek als buitenpromovendus verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Hij heeft als gewezen advocaat ervaring met en is geïnteresseerd in civiel (proces)recht en (juridische) conflictoplossing, waarbij hij inzichten uit verschillende disciplines verbindt.

Prof. Dr. Heinrich Winter
Heinrich Winter is hoogleraar Bestuurskunde aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen en verantwoordelijk voor de opleiding Juridische Bestuurskunde.
Artikel

Hoger beroep in het bestuursrecht: massaal gebruik, ontevreden gebruikers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Satisfaction, Appeals procedure, Administrative law
Auteurs Professor Bert Marseille, Dr. Barbara Brink en Mr. dr. Martje Boekema
SamenvattingAuteursinformatie

    In administrative law, a substantial number of citizens who are dissatisfied with government decisions go on to appeal their decision at a higher court. This article discusses how satisfied those appellants are about the procedure and the result.
    The data presented demonstrate a substantial difference in appreciation of the procedure between winners and losers. In addition, many appellants experience a very low degree of distributive justice. In part, people show a fundamental distrust in the administration of justice, but for a greater part, people argue that the higher court judge has not assessed their case in an expert or fair way.
    The most intriguing outcomes of the analysis concern the large majority, including both winners and losers, that claim that the verdict did not end the conflict with the counterparty. Additionally, almost everyone argues that they would file an appeal again, if presented with that possibility. The experienced dissatisfaction, skepticism and frustration regarding the procedure seem to have little or no influence on the willingness to return to the administrative higher court in the future.


Professor Bert Marseille
Bert Marseille is hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische bestudering van het bestuursrecht, bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. Barbara Brink
Barbara Brink is docent bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en coördineert de master Juridische bestuurskunde.

Mr. dr. Martje Boekema
Martje Boekema is universitair docent Staats- en Bestuursrecht bij de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op de (bestuurs)rechtspraak en geschilbeslechting.

Prof. mr. Lieke Coenraad
Lieke Coenraad is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder Conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De civiele rechter als problem solver

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden legal profession, conflict resolution, procedural justice
Auteurs Dr. Wibo van Rossum en Prof. Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    We investigate a recent development in the practice of the civil courts: judges increasingly devote attention to the underlying conflict of parties instead of only to their legal dispute. In administrative law, this development has already been codified and termed ‘de Nieuwe zaaksbehandeling’, but not so in other areas of law.
    Lawyers know that social conflicts are transformed into legally viable disputes so that the court can decide on them. For a long time, the most important task for lawyers was to resolve those legal disputes. Nowadays, that does not seem to be enough: judges should become problem solvers. Civil judges seem to blend in with these new requirements, but the question is whether the new approach really works. Based on our empirical material of 100 observed cases in civil law, we answer the following questions. 1. What do judges actually do in civil cases when they address underlying conflicts and try to steer parties toward a settlement? 2. What effects do these interventions of judges have on the outcome of cases? 3. How are these interventions perceived by the parties in terms of procedural justice?


Dr. Wibo van Rossum
Wibo van Rossum is Universitair Hoofddocent aan het departement Sociology, Theory & Methodology van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

Prof. Rick Verschoof
Rick Verschoof is senior-rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland en bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Naar een regierecht voor de burger in het sociale domein?

Het recht op een familiegroepsplan als legal transplant

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family group conference, Legal transplant, Care professionals, Family life, Big Society
Auteurs Dr. Annie de Roo en Dr. Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of family group conferences (FGCs) originated in New Zealand in 1989 as a tool and statutory right for extended family networks to arrange for the welfare and safety of a child that is neglected or abused by his/her own parents. Through successful FGCs, state intervention can be avoided while the resourcefulness of the larger community is mobilized. The concept has proliferated to many countries and therefore lends itself for analysis as a ‘legal transplant’. This contribution investigates the FGC as a transplant, focussing on how the concept has been adapted and incorporated in the legal systems of England and the Netherlands. In these two countries the ‘Big Society’ and austerity measures in the social domain are high on the policy agenda. How are such policy priorities blended – if at all – with the emancipatory ideal of granting family networks autonomy next to, or even over, publicly funded professionals? It appears that the FGC concept has been compromised in both England and the Netherlands, but in different ways.


Dr. Annie de Roo
Annie de Roo is associate professor aan de Erasmus Law School te Rotterdam.

Dr. Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is senior fellow aan de Erasmus Law School te Rotterdam.
Praktijk

De bezwaarprocedure: Onderzoek naar verbanden tussen de inrichting van de procedure en de inhoudelijke kwaliteit van bezwaarbehandeling

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Dispute resolution procedures, Quality, Administrative law, Objection procedure, Professional users
Auteurs Marc Wever LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    If someone disagrees with an administrative order, he or she has to lodge an objection with the administrative authority responsible for the order. Only after the administrative authority has fully reconsidered the contested order is the interested party allowed to seek redress with the administrative courts. Estimates are that around 2.6 million objections are filled each year, making the administrative objection procedure the most frequently used dispute resolution procedure in the Netherlands. Numerous variations can be found in the way administrative authorities handle objections. Does this affect how professional users evaluate its quality? And if so, how can this be explained?


Marc Wever LLM
Marc Wever is promovendus & docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en doet een promotieonderzoek naar de kwaliteit van bezwaarbehandeling door bestuursorganen.
Artikel

Werkdruk en organisatieontwikkeling in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Occupational stress, Dutch judicial organization, Organizational development and change, Judicial autonomy
Auteurs Ivo van Duijneveldt, Peter Wijga en Kirsten van Reisen
SamenvattingAuteursinformatie

    What causes occupational stress in the Dutch judicial organization? And what can be done to moderate the effects? This article addresses these questions from an organizational perspective. The well-known job demand/job control-model (Karasek) and sociotechnical principles for organizational design are used as a theoretical framework. Increasing job demands (workload, complexity) combined with reduced opportunities for individual judicial professionals to control their work are considered root causes for organizational stress. In addition to these factors, the specific characteristics of the judicial organizational culture should also be acknowledged. This culture is based on a strong emphasis on individual professional performance and responsibility, making it a complex task to mitigate occupational stress from an organizational perspective. A short overview of recent developments to manage occupational stress in the Dutch judicial organization concludes the article.


Ivo van Duijneveldt
Ivo van Duijneveldt is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft hij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is verschenen onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Peter Wijga
Peter Wijga is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft hij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Kirsten van Reisen
Kirsten van Reisen is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft zij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.
Diversen

Redeloze voorzorg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Auteurs Dr. Jaap Hanekamp en Prof. em. mr. dr. drs. Lukas Bergkamp
Auteursinformatie

Dr. Jaap Hanekamp
Jaap Hanekamp is zowel gepromoveerd in de chemie en geneeskunde (1992) als in de theologie en filosofie (2015). Hij is Universitair Hoofddocent University College Roosevelt, Middelburg en adjunct-professor, University of Massachusetts, Environmental Health Sciences, Amherst, MA, USA.

Prof. em. mr. dr. drs. Lukas Bergkamp
Prof. em. mr. dr. drs. Lucas Bergkamp, arts en jurist, is partner bij Hunton & Williams, Brussel. Hij was hoogleraar international milieuaansprakelijkheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 118 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.