Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 50 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

De beslispraktijk van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een kwalitatieve studie naar de beoordeling van verzoeken tot tegemoetkoming

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden slachtoffers, geweldscriminaliteit, schade, tegemoetkoming, beslispraktijk
Auteurs Mara Huibers MSc., Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Dr. mr. Sigrid van Wingerden
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims who suffer severe damages due to the act of a violent crime can request state compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). VOCF workers who decide on these requests use their discretionary powers to translate the VOCF’s rules and policy into concrete actions. This study investigated (1) to what extent these VOCF workers match Lipsky’s definition of street-level bureaucrats and (2) what routines and heuristics they use to deal with time and information constraints. On the basis of document analysis and interviews, we found that the decision makers of the VOCF can to a certain extent be seen as street-level bureaucrats. To make decisions timely, some of them use routines such as the ‘downstream orientation’. This means that they award requests for compensation if they think that the applicant would be able to successfully contest a rejecting decision. To deal with a lack of information, they sometimes include a review clause in the text of a rejection decision. The use of heuristics was not found among the lawyers who decide in first instance, but in case of appeal hearings heuristics such as the affect and representativeness heuristic seem to play a role in the decision-making process. Future research should investigate whether these routines and heuristics lead to disparities in outcomes.


Mara Huibers MSc.
Mara Huibers is docent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar criminologie aan Universiteit Leiden.

Dr. mr. Sigrid van Wingerden
Sigrid van Wingerden is universitair hoofddocent criminologie aan Universiteit Leiden.
Redactioneel

Laaghangend fruit (?)

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Auteurs Mr. dr. Elbert de Jong
Auteursinformatie

Mr. dr. Elbert de Jong
Elbert de Jong is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) (www.uu.nl/ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Dr. Ap Zaalberg
Ap Zaalberg is onderzoeker bij het WODC, gespecialiseerd in de neurobiologie van crimineel gedrag in het algemeen en de relatie tussen dieet en crimineel gedrag in het bijzonder.

Shosha Wiznitzer LLM
Shosha Wiznitzer is als promovenda verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL). Zij doet promotieonderzoek naar de invloed van het medisch aansprakelijkheidsrecht op het professionele gedrag van artsen.
Artikel

Access_open Vergelijkende rechtscultuur en aansprakelijkheidsrecht – een verkennend experiment

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Legal culture, Civil law, Justice, Experiment, Empirical Legal Research
Auteurs Prof. dr. Willem van Boom, Dr. Chris Reinders Folmer en Dr. Pieter Desmet
SamenvattingAuteursinformatie

    A common conception in the legal literature holds that in a given country, the law in force is to be understood against the background of shared beliefs about justice in that particular country. If that conception holds true, the applicable civil law in a particular country should reflect the shared views on ‘civil justice’ within that country and, as a result, citizens should reveal a preference for domestic civil law over the civil law of another country for a given case. In this research we empirically investigated to what extent the applicable law in particular cases corresponds to actual beliefs about what is seen as just in those situations. Does Dutch liability law in a particular case correspond with what citizens in the Netherlands consider to be just in that case? And does the applicable English liability law correspond to what English people consider fair in that case?
    In an experiment we compared Dutch and English respondents’ views on the fairness of legal solutions in three different, hypothetical cases where Dutch and English legal solutions to the same case would diverge. We find that at the aggregate level, respondents indeed reveal a preference for the legal solution that is applicable in their own country, regardless of whether the different legal solutions are presented as applicable or not: Dutch respondents prefer Dutch civil solutions and English respondents prefer English civil solutions. However, we also observe differences between cases that make strong conclusions about a structural correspondence premature.


Prof. dr. Willem van Boom
Willem van Boom is hoogleraar civiel recht aan de Leiden Law School.

Dr. Chris Reinders Folmer
Chris Reinders Folmer is postdoc rechtspsychologie aan de Erasmus School of Law, Rotterdam.

Dr. Pieter Desmet
Pieter Desmet is hoofddocent rechtspsychologie aan de Erasmus School of Law, Rotterdam.
Boekbespreking

De deelgeschilprocedure

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Auteurs Mr. dr. Rogier Hartendorp
Auteursinformatie

Mr. dr. Rogier Hartendorp
Rogier Hartendorp is rechter in de Rechtbank Den Haag, team Handel. Hij publiceert en doceert over rechterlijke oordeelsvorming en rechtspleging.
Artikel

Het besluitvormingsproces van civiele rechters in procedures over de gevolgen van een (echt)scheiding met een beschuldiging van seksueel kindermisbruik

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family law, Child sexual abuse, Divorce, Custody and access
Auteurs Anne Smit MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide insight into allegations of child sexual abuse in the context of divorce, and related, proceedings by analyzing the decision-making process of civil judges. To this aim, interviews with 13 judges and 11 lawyers were conducted and a focus group was organized with different specialists. It is concluded that in the eyes of the judges, allegations of child sexual abuse in this context are not rare, and some of the professionals signal an increase of allegations in the last decade. The presence of an allegation poses a dual issue: it points out problems within the family, as well as causes problems for the child. This dual nature makes it even more complex for judges to make decisions, especially concerning contact between father and child. The validity of the allegation becomes less important than its presence when judges consider the children’s best interests. The judges’ aim to create conditions for the family within which the child’s safety is best protected, can as an unwanted consequence delay the process, which in itself can be damaging for the child.


Anne Smit MSc.
Anne Smit is promovenda bij het NSCR waar zij werkt aan haar proefschrift ‘Allegations of Sexual Abuse of Children in Divorce Procedures: Towards Evidence-Based Guidelines’.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen- en familierecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Praktijk

De bezwaarprocedure: Onderzoek naar verbanden tussen de inrichting van de procedure en de inhoudelijke kwaliteit van bezwaarbehandeling

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Dispute resolution procedures, Quality, Administrative law, Objection procedure, Professional users
Auteurs Marc Wever LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    If someone disagrees with an administrative order, he or she has to lodge an objection with the administrative authority responsible for the order. Only after the administrative authority has fully reconsidered the contested order is the interested party allowed to seek redress with the administrative courts. Estimates are that around 2.6 million objections are filled each year, making the administrative objection procedure the most frequently used dispute resolution procedure in the Netherlands. Numerous variations can be found in the way administrative authorities handle objections. Does this affect how professional users evaluate its quality? And if so, how can this be explained?


Marc Wever LLM
Marc Wever is promovendus & docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en doet een promotieonderzoek naar de kwaliteit van bezwaarbehandeling door bestuursorganen.
Diversen

Redeloze voorzorg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Auteurs Dr. Jaap Hanekamp en Prof. em. mr. dr. drs. Lukas Bergkamp
Auteursinformatie

Dr. Jaap Hanekamp
Jaap Hanekamp is zowel gepromoveerd in de chemie en geneeskunde (1992) als in de theologie en filosofie (2015). Hij is Universitair Hoofddocent University College Roosevelt, Middelburg en adjunct-professor, University of Massachusetts, Environmental Health Sciences, Amherst, MA, USA.

Prof. em. mr. dr. drs. Lukas Bergkamp
Prof. em. mr. dr. drs. Lucas Bergkamp, arts en jurist, is partner bij Hunton & Williams, Brussel. Hij was hoogleraar international milieuaansprakelijkheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Aansprakelijkheidsverzekeringen: preventie door de verzekeraar en het effect op de bescherming van de verzekerde

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Liability insurance, Prevention, Protection of the insured, Knowledge
Auteurs Charlotte Henskens
SamenvattingAuteursinformatie

    Liability insurances shift the financial risk of the loss of a damage from the person who is liable for the damage to the liability insurer. To avoid negligent behavior of the insured, the insurer provides different prevention tools in the insurance policy. The insurer will attach certain sanctions or rewards to certain behavior and certain circumstances in the general conditions of the insurance contract. This research raises the question of the effectiveness of these instruments. The hypothesis is that without knowledge of the insured of these sanctions or rewards, these sanctions and rewards will not form an additional incentive for careful behavior and they will have no preventive effect. Additionally, these prevention tools may undermine the protection of the insured. For this reason the legislature has limited the freedom of contract. This study examines the extent to which the legislature has limited the possibilities of the insurer to provide in prevention tools in de insurance policy. It assesses the extent to which the legislature may or may not succeed in its purpose to protect the insured, and on the other hand, where there are still possibilities for the insurer to fulfill its prevention task.


Charlotte Henskens
Charlotte Henskens behaalde haar diploma van master in de rechten in 2013 aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2013 werkt ze als doctoraatsbursaal aan de Universiteit Antwerpen onder promotorschap van Prof. Britt Weyts en Prof. Bernard Hubeau. Zij bereidt een multidisciplinair proefschrift voor over de preventie door de verzekeraar en de bescherming van de verzekerde in aansprakelijkheidsverzekeringen. Daarnaast is zij auteur van verschillende publicaties zowel in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht als in de rechtssociologie.

Willem-Jan Kortleven
Willem-Jan Kortleven is als universitair docent verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschap & Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij publiceert over veiligheidsbeleid. In 2013 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in de rechtssociologie op het proefschrift Voorzorg in Nederland.
Artikel

Tenant vs. owner: deriving access to justice from the right to housing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2015
Trefwoorden tenants’ rights, adequate housing, discrimination, effectiveness of law
Auteurs Nico Moons
SamenvattingAuteursinformatie

    The right to adequate housing has since long been established in international and European human rights law and has been (constitutionally) incorporated into many domestic legal systems. This contribution focuses on the extent to which this fundamental right influences rental law and the horizontal relationship between tenant and landlord and how it contributes to the tenant’s access to justice. The right to housing certainly accounts for tenant’s rights, but since international and European human rights law evidently centres around state obligations, any possible impact on the position of tenants remains indirect. This is of course different on the national plane. In Belgium, the constitutional right to housing has been implemented through regional Housing Codes, complementing private law measures and creating additional protection to tenants. Nonetheless, many challenges still remain in increasing access to justice for tenants, both top-down and bottom-up: lack of knowledge and complexity of law, imbalance in power and dependency, discrimination, etc.


Nico Moons
Nico Moons is a PhD student at the Faculty of Law of the University of Antwerp (research group Government & Law). His research topic involves the effectiveness of the right to adequate housing. Previously, he has worked at the Council for Alien Law Litigation.

Roel Pieterman
Roel Pieterman is als rechtssocioloog verbonden aan de Erasmus School of Law. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar de maatschappelijke omgang met risico’s en potentiële dreigingen. Daarover publiceerde hij recent De voorzorgcultuur (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2008), een themanummer van de Erasmus Law Review over ‘The many facets of precautionary culture’ (2009) en samen met Ira Helsloot en Jaap Hanekamp Risico’s en redelijkheid (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010).
Artikel

Wetgeving: uitdagingen, dilemma’s en vernieuwing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Legislation, quality of legislation, Policy, Offences
Auteurs Piet Hein Donner
SamenvattingAuteursinformatie

    Legislation as we know it is a recent phenomenon, and its quality has been under debate for 40 years. It is not surprising or problematic that the place and function of legislation evolve under the influence of societal changes. It is, however, important to change the mechanistic view of legislation. Instead of viewing it as an instrument of policy, we must search for structures and institutions that create room for diversity without breaking the unity of law. In our dealings with inevitable risks and damage to society, rules too often take the place of ethics or professional judgment. Rules are essential, but they should leave room to dissent from them if justified: rules as a point of departure, not rules that must be respected on pain of sanctions.


Piet Hein Donner
Piet Hein Donner is vicepresident van de Raad van State.

Gijs van Dijck
Gijs van Dijck is een empirisch-juridisch onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg en gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht, faillissementsrecht en onderzoeksmethodologie, waaronder empirisch-juridisch onderzoek. Onderzoeksthema’s zijn andersoortige remedies in het aansprakelijkheidsrecht dan financiële remedies, de rol van excuses, de gevolgen van aansprakelijkheid voor gedrag, massaschade, beloningssystemen in faillissement, ‘tegendenken’ in juridisch onderzoek en hoe empirisch-juridisch onderzoek de juridische onderzoeksmethodologie kan verbeteren.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Boekbespreking

Preventie of paranoia?

Een parodie op het ‘voorzorgsdenken’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Auteurs Jan Popma
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Jan Popma
Jan Popma studeerde sociologie en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam, en is thans senior onderzoeker arbeidsomstandighedenwetgeving aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij coördinerend docent van de minor Arbeid, Risico en Regulering. Onderdeel van de minor is onder meer het vak Nieuwe risico’s en regulering, dat gaat over de vraag wat de betekenis is van het voorzorgsbeginsel in het arbeidsrecht. Popma publiceerde ook onderzoek over de risico’s van onder meer mobiele telefoons (2009), nanomaterialen (2010) en technostress (2012).

Rob Schwitters
Rob Schwitters is Universitair Hoofddocent Rechtssociologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Tevens is hij verbonden aan het Paul Scholten Centre. Hij publiceerde recentelijk vooral over kwesties van civiele aansprakelijkheid en de symbolische dimensie van het recht.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Raphael Lemkin en de misdaad zonder naam

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Genocide Convention, human rights, public international law, United Nations, international tribunals, jurisdiction, campaigning
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Could one imagine that up until the mid-1940s international treaties had been ratified on postal services, copyright protection, and whale hunting, but not on genocide? It was only after the Second World War that the deliberate and systematic destruction of groups was recognised as an international crime. There had not even been a name for this practice, which has existed since the beginning of humanity. The 1948 Genocide Convention, the first human rights treaty adopted by the United Nations, was a milestone in the international protection of human rights, although several tragedies have shown that mere law is not sufficient to relegate genocide to the scrapheap of history. The initiator of the Convention was not a very well-known man. This article is about the struggle of Raphael Lemkin, who had, with unflagging zeal, devoted his life to the elimination of genocide.


Reyer Baas
Reyer Baas is promovendus Rechtspleging aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bereidt een proefschrift voor over rechterlijke besluitvorming. Tevens is hij docent Algemene rechtswetenschap. Hij publiceerde onder andere: R. Baas e.a., Rechtspraak: samen of alleen, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2010.
Toont 1 - 20 van 50 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.