Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Perspectieven van de buiten- en binnenwacht: de institutionele opgave van de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden internal and external reputation of the courts, value identity of the judiciary, governance of the judiciary
Auteurs Suzan Verberk, Paul Frissen, Paul ´t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It is important for the Dutch judiciary to monitor how society, professional partners and litigants perceive the administration of justice. Different polls and studies provide this information. However, up until 2012 little was known about the way top-level (public and private) decision makers and opinion leaders view the functioning of the courts. This prompted the Council for the Judiciary to commission a study on the external reputation of the administration of justice. The results of this study show that there is neither reason for serious concern nor reason for complacency. Criticism was voiced with regard to the operational capacity of the courts, most notably the case processing time and the lack of technical innovation. Also, it was concluded that the judiciary should take a more proactive stance concerning external communication.A couple of months after the study on the external reputation of the courts was completed, some justices of the Court of Appeal Leeuwarden conceived the so-called ‘Manifest’. Among other things, they criticized the caseload, which in their view threatens the independence of judges. Approximately 700 judges supported the Manifest. So lack of internal support rather than lack of external support seemed to pose a problem for the judiciary. What should the judiciary’s course of action be? Whereas the reputation study points to increasing the operational capacity of the courts, the supporters of the Manifest warn that too strong a focus on output would endanger the quality of justice. These contradictory factors demand reflection on the value identity of the judiciary. In our view this requires the Council for the Judiciary to focus less on management and more on governance. For judges this requires that they, through the development of professional standards, define and refine their view on ‘good administration of justice’.


Suzan Verberk
Suzan Verberk is als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak en aldaar verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma. Het onderzoeksprogramma staat ten dienste van de vorming en de uitvoering van de strategie van de Raad en beoogt bij te dragen aan vernieuwing van de rechtspraak. Voorheen was zij werkzaam in zowel de beleidsgeoriënteerde als de wetenschappelijke onderzoekspraktijk. Van haar hand verscheen in 2011 Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak (Sdu Uitgevers).

Paul Frissen
Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Recente publicaties van zijn hand: Van goede bedoelingen, de dingen die nooit voorbijgaan (Van Gennep 2012, tweede druk 2013) en De fatale staat. Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek (Van Gennep 2013, derde druk 2013).

Paul ´t Hart
Paul ’t Hart is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Hij schrijft de laatste tien jaar veel over leiderschap in politiek, bestuur en publieke organisaties. Daarnaast verricht hij veel onderzoek naar politiek-bestuurlijk crisismanagement en politiek-ambtelijke verhoudingen. Actuele publicaties zijn Understanding Prime-Ministerial Performance: Comparative Perspectives (Oxford University Press 2013) en The Oxford Handbook of Political Leadership (Oxford University Press 2014).

Stijn Sieckelinck
Stijn Sieckelinck is als sociaal- en wijsgerig-pedagogisch onderzoeker en als docent verbonden aan de vakgroep Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Van zijn hand zijn de onderzoeksrapportages Onbevoegd Gezag. Hoe burgers zelf de gezagscrisis aanpakken en Idealen op drift. Laatstgenoemd boek is een pedagogische kijk op radicalisering van jongeren, waarvan een internationale versie op dit moment wordt ontwikkeld in samenwerking met Deense en Britse onderzoekspartijen.
Redactioneel

Burgerschap en recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden editorial
Auteurs Mirjan Oude Vrielink
SamenvattingAuteursinformatie

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Mirjan Oude Vrielink
Mirjan Oude Vrielink is senior onderzoeker aan de Universiteit Twente. Zij doet onderzoek naar de inrichting en werking van sturingsarrangementen in het publieke domein. Zij publiceerde over vraagstukken van zelfregulering, goed bestuur, toezicht en verantwoording, regeldruk en burgerparticipatie. Momenteel verricht zij een tweejarig onderzoek naar nieuwe, meer integrale sturingsarrangementen, gericht op gezinnen met complexe of meervoudige problematiek.
Artikel

Transnational Divorce in Dutch-Moroccan Families

The Semi-Autonomous Social Field of Legal Aid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2011
Auteurs Iris Sportel
SamenvattingAuteursinformatie

    In transnational Dutch-Moroccan divorce cases, spouses can come into contact with two different legal systems. Many different kinds of organisations are involved, offering social and legal advice and aid in these transnational divorces: advising and referring clients, educating spouses and professionals, and influencing policy. In this article these organisations are analysed as participants in a transnational field of legal aid, using Moore’s concept of the semi-autonomous social field. It becomes clear that these organisations share norms on transnational divorce: they frame transnational divorce as a women’s problem, and one of complex, interacting rules and regulations. These norms form the source of rules on how to handle law in transnational Dutch-Moroccan divorce cases.


Iris Sportel
Iris Sportel is a PhD candidate at the Radboud University Nijmegen. She has a BSc in Cultural Anthropology and a BA and MA in Arabic Language and Culture. Since 2008 she has been working on her PhD project ‘Transnational Divorce: between Dutch, Egyptian and Moroccan Law’. She has also done research on a pilot project on tailor-made conflict resolution at the court of Den Bosch and on Islamic saint veneration in Egypt.
Praktijk

Meervoudige en enkelvoudige rechtspraak: eender of anders?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden adjudication, single judge, collegial court, judicial decision making
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Adjudication by single judge or by a panel of judges: what difference does it make? Until the eighties, panels consisting of three judges predominantly presided on judicial cases in the Netherlands . As a result of arrears in settling cases, it was decided that one judge should administer justice should in first instance and in principle. However, little is known about the substantial differences between adjudication by single judge courts and panels, particularly when it comes to the quality of decision making. In his PhD research, Reyer Baas examines the substantial differences and similarities between these types of adjudication. The main method applied in this research is paired comparison between judgements in civil cases that are very similar in terms of content. Some of the examined cases are handled by one judge, other cases are considered by a panel of judges. Judges are surveyed and interviewed about their experiences with and opinions on adjudication in chambers consisting of one or three judges; (single judge and panels) court sessions and hearings in chambers are observed; and figures are gathered that show the extent to which judgements given by one judge and by three judges are reversed on appeal.


Reyer Baas
Reyer Baas is als promovendus verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn promotieonderzoek gaat over verschillen en overeenkomsten in de afdoening van zaken door een enkelvoudige en meervoudige kamer. In het verleden heeft hij gepubliceerd over jeugdrecht. Hij studeerde internationaal en Europees recht en politicologie in Nijmegen en Parijs.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.