Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 40 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.
Artikel

Access_open De gelegenheid te baat nemen?

Criminaliteit in tijden van corona en sociale onthouding

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona, Crime, Lockdown, Opportunity theory, COVID-19
Auteurs Dr. Edwin Kruisbergen, Marco Haas MA, Drs. Joanieke Snijders e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    To control the COVID-19 outbreak Dutch government opted for a so-called intelligent lockdown. The virus as well as the lockdown caused significant personal and societal damage. It also created, however, a unique natural experiment. How did the forced stay in affect the crime levels? This article presents empirical data on crime trends during the lockdown. Initially, the general crime level decreased sharply. However, the general crime level quickly returned to pre-lockdown levels. Different types of crime displayed divergent trends, e.g. property crimes decreased sharply whereas online crime rates increased considerably. These trends fit rather well with an opportunity theoretical approach regarding crime.


Dr. Edwin Kruisbergen
Edwin Kruisbergen is onderzoeker Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en Kenniscoördinator DG Politie en Veiligheidsregio’s, Ministerie van Justitie en Veiligheid. Als onderzoeker vooral actief op de terreinen georganiseerde criminaliteit en opsporing.

Marco Haas MA
Marco Haas is teamleider van het Informatie-analyseteam (IAT) van DG Politie en Veiligheidsregio’s (Ministerie van JenV) en de politie. Het IAT is een gecombineerd team van politie, JenV en het CBS dat op basis van data-analyse politiethema’s onderzoekt ten behoeve van beleids- en besluitvorming.

Drs. Joanieke Snijders
Joanieke Snijders is informatieanalist bij het Informatie-analyseteam (IAT) van DG Politie en Veiligheidsregio’s (Ministerie van JenV) en de politie. Projectcoördinator van de ontwikkeling van een datagedreven monitor die maatschappelijke ontwikkelingen volgt en de mogelijke invloed daarvan in kaart brengt.

Ron Maas MMO
Ron Maas is teamleider Informatie-analyseteam (IAT) en Hoofd Nationale Briefing, Politie.
Artikel

Participatie in circulaire gebiedsontwikkeling

Over het creëren van alternatieve ruimtes door professionele stadmakers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Circular City, Sustainable Development, City Makers, Co-creation, The Netherlands
Auteurs Linda van de Kamp PhD, Michaela Hordijk PhD, John Grin PhD e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    We analyze two citizen collectives of ‘professional city makers’ who have shaped participation in circular area development in anticipation of the Dutch Environment and Planning Act. The activities of professional city-makers form an interesting new phenomenon that requires attention as well as the implications: it is precisely through the professionalism of the city-makers’ efforts that there is a regular tension in the participation process between their role as citizen and professional in their contact with the government. We therefore discuss how the participation of professional city-makers in area development exposes different paradoxes that must be taken into account in the further implementation of the Environment and Planning Act. In short, we argue that participation in the Act is presented in a traditional way and does not fit the new role of citizens in area development in the 21st century.


Linda van de Kamp PhD
Linda van de Kamp is cultureel antropoloog en universitair docent aan de afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam.

Michaela Hordijk PhD
Michaela Hordijk is Universitair Hoofddocent aan de afdeling Sociale Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies van de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Kennisactieprogramma Water.

John Grin PhD
John Grin is Hoogleraar beleidswetenschap en systeeminnovaties aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam.

(dr.ig.) Gert-Joost Peek PhD
Gert-Joost Peek is lector Gebiedsontwikkeling en Transitiemanagement aan de Hogeschool Rotterdam. Daarnaast is hij eigenaar van SPOTON Consulting en is hij als fellow Ruimtelijke procesorganisatie verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE). Hij is bestuurslid van I’M BINCK.

Frank Alsema MA
Frank Alsema is kwartiermaker Stadslab Buiksloterham, regisseur, producer en entrepeneur.

Saskia Müller MA
Saskia Müller is ondernemer en kwartiermaker Stadslab Buiksloterham.
Artikel

Access_open Burgerparticipatie onder de Omgevingswet: niet omdat het moet, maar omdat het kan?!

De juridische waarborging van burgerparticipatie in de Omgevingswet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Burgerparticipatie, Omgevingswet, Rechtsbescherming, Inspraak, maatschappelijk draagvlak, Kerninstrumenten, snellere en betere aanpak
Auteurs Mr. dr. Marlon Boeve en Mr. dr. Frank Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    Public participation is an important issue in the forthcoming Dutch Environment and Planning Act (2021). The importance of participation is emphasized in numerous places in the parliamentary documents to the Act. This contribution discusses how the new Act gives legal substance to the objectives that the government is pursuing regarding participation and whether the involvement of citizens is indeed better imbedded by this act. It addresses the important subject of the ‘right moment of participation’ in the fragmented Dutch policy and decision system. Consecutively it deals with the question of potential legal consequences for non-compliance by administrative bodies to the legal participation obligations when drawing up plans and decisions. Can a citizen enforce (substantive) participation in the administrative court after the Environmental and Planning Act comes into force? The possibilities are limited. Findings show that the new Environment and Planning Act does not address the essential problems that arise with participation. The successful creation of local support, better quality and faster decision-making through participation all depend on how the (local) government shapes participation. From a legal perspective, the Environment and Planning Act makes little contribution to this. In the view of the authors this is not surprising, because the role of legislation in safeguarding substantive participation should not be overestimated.


Mr. dr. Marlon Boeve
Marlon Boeve is universitair docent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. dr. Frank Groothuijse
Frank Groothuijse is universitair hoofddocent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.
Discussie

Aanvullingswet grondeigendom: continuïteit ondanks de filosofie van de Omgevingswet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Planning, Netherlands, Land Ownership, Planning Law, Takings
Auteurs Prof. dr. Willem Korthals Altes
Auteursinformatie

Prof. dr. Willem Korthals Altes
Willem Korthals Altes is hoogleraar grondbeleid aan de TU Delft.

Dr. Paulien de Winter
Paulien de Winter is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Detentie van asielzoekers: een kwestie van gevoel?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden street-level bureaucrats, aliens detention, asylum seekers, emotions, intuition
Auteurs Mr. drs. Wouter van der Spek en Dr. Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyses how street-level bureaucrats in the Netherlands decide on detaining asylum seekers. The paper is based on interviews with officers of the national police and the military police who take these decisions as part of their job. The relevant Dutch and European legal rules are not clear and unambiguous and the officers are given wide margins of discretion in making these decisions. Many interviewees said that they ultimately rely on their ‘feelings’. The paper therefore pays special attention to whether and how gut feelings and emotions of the officers influence their decision-making. In addition, the paper examines whether and how the increased use of ICTs and the Europeanisation of migration and asylum law have reduced the officers’ discretion and autonomy.


Mr. drs. Wouter van der Spek
Wouter van der Spek is junior docent bestuursrecht en promovendus aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Anita Böcker
Anita Böcker is universitair hoofddocent rechtssociologie aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Artikel

Verdergaan met de sociale-werkingsbenadering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Effectiveness of law, social working approach, semi-autonomous social fields, smoking bans, impact assessments
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    John Griffiths’ social working approach of legislation tries to estimate the direct effects of laws which prescribe certain behavior. The basic idea of the approach is that rule-guided behavior (direct effect) is influenced by the different groups citizens belong to. Griffiths refers to these groups using the concept coined by Sally Moore (1971) ‘semi-autonomous social fields’. Although Griffiths never formulated hypotheses regarding the relation between SASFs and direct effects, the article explores two of them: If the relevant SASFs accept the new norm, direct effects will occur; and if the relevant SASFs are not ‘though’ (and don’t accept the new norm) direct effects will occur. These two hypotheses are related to the results of smoking bans in bars in the Netherlands. The acceptance of the smoking bans in bars is low. The thoughness of the SASFs in bars and their organization differ in time and so did the compliance with the smoking bans. Because this article is not based on research that depart from the hypotheses, further research based on the hypotheses is needed to draw firm conclusions. The article is rounded up with a plea to use Griffiths approach in impact assessments of legislation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is als lector verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam, bij de Faculteit Maatschappij en Recht.
Discussie

Empirisch-juridisch onderzoek

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Auteurs Dr. LL.M. Daniel Blocq en Prof. dr. mr. Maartje van der Woude
Auteursinformatie

Dr. LL.M. Daniel Blocq
Dr. Daniel Blocq LL.M. is Universitair Docent Rechtssociologie, en promoveerde aan de University of Wisconsin-Madison. Hij is verbonden aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maartje van der Woude
Prof. dr. mr. Maartje van der Woude is Hoogleraar Rechtssociologie. Zij heeft zowel gedurende als na haar promotieonderzoek opleiding genoten bij het Center for the Study of Law & Society van UC Berkeley. Zij is verbonden aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het besluitvormingsproces van civiele rechters in procedures over de gevolgen van een (echt)scheiding met een beschuldiging van seksueel kindermisbruik

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family law, Child sexual abuse, Divorce, Custody and access
Auteurs Anne Smit MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide insight into allegations of child sexual abuse in the context of divorce, and related, proceedings by analyzing the decision-making process of civil judges. To this aim, interviews with 13 judges and 11 lawyers were conducted and a focus group was organized with different specialists. It is concluded that in the eyes of the judges, allegations of child sexual abuse in this context are not rare, and some of the professionals signal an increase of allegations in the last decade. The presence of an allegation poses a dual issue: it points out problems within the family, as well as causes problems for the child. This dual nature makes it even more complex for judges to make decisions, especially concerning contact between father and child. The validity of the allegation becomes less important than its presence when judges consider the children’s best interests. The judges’ aim to create conditions for the family within which the child’s safety is best protected, can as an unwanted consequence delay the process, which in itself can be damaging for the child.


Anne Smit MSc.
Anne Smit is promovenda bij het NSCR waar zij werkt aan haar proefschrift ‘Allegations of Sexual Abuse of Children in Divorce Procedures: Towards Evidence-Based Guidelines’.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen- en familierecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

De civiele rechter als problem solver

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden legal profession, conflict resolution, procedural justice
Auteurs Dr. Wibo van Rossum en Prof. Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    We investigate a recent development in the practice of the civil courts: judges increasingly devote attention to the underlying conflict of parties instead of only to their legal dispute. In administrative law, this development has already been codified and termed ‘de Nieuwe zaaksbehandeling’, but not so in other areas of law.
    Lawyers know that social conflicts are transformed into legally viable disputes so that the court can decide on them. For a long time, the most important task for lawyers was to resolve those legal disputes. Nowadays, that does not seem to be enough: judges should become problem solvers. Civil judges seem to blend in with these new requirements, but the question is whether the new approach really works. Based on our empirical material of 100 observed cases in civil law, we answer the following questions. 1. What do judges actually do in civil cases when they address underlying conflicts and try to steer parties toward a settlement? 2. What effects do these interventions of judges have on the outcome of cases? 3. How are these interventions perceived by the parties in terms of procedural justice?


Dr. Wibo van Rossum
Wibo van Rossum is Universitair Hoofddocent aan het departement Sociology, Theory & Methodology van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

Prof. Rick Verschoof
Rick Verschoof is senior-rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland en bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Naar een regierecht voor de burger in het sociale domein?

Het recht op een familiegroepsplan als legal transplant

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family group conference, Legal transplant, Care professionals, Family life, Big Society
Auteurs Dr. Annie de Roo en Dr. Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of family group conferences (FGCs) originated in New Zealand in 1989 as a tool and statutory right for extended family networks to arrange for the welfare and safety of a child that is neglected or abused by his/her own parents. Through successful FGCs, state intervention can be avoided while the resourcefulness of the larger community is mobilized. The concept has proliferated to many countries and therefore lends itself for analysis as a ‘legal transplant’. This contribution investigates the FGC as a transplant, focussing on how the concept has been adapted and incorporated in the legal systems of England and the Netherlands. In these two countries the ‘Big Society’ and austerity measures in the social domain are high on the policy agenda. How are such policy priorities blended – if at all – with the emancipatory ideal of granting family networks autonomy next to, or even over, publicly funded professionals? It appears that the FGC concept has been compromised in both England and the Netherlands, but in different ways.


Dr. Annie de Roo
Annie de Roo is associate professor aan de Erasmus Law School te Rotterdam.

Dr. Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is senior fellow aan de Erasmus Law School te Rotterdam.
Artikel

Werkdruk en organisatieontwikkeling in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Occupational stress, Dutch judicial organization, Organizational development and change, Judicial autonomy
Auteurs Ivo van Duijneveldt, Peter Wijga en Kirsten van Reisen
SamenvattingAuteursinformatie

    What causes occupational stress in the Dutch judicial organization? And what can be done to moderate the effects? This article addresses these questions from an organizational perspective. The well-known job demand/job control-model (Karasek) and sociotechnical principles for organizational design are used as a theoretical framework. Increasing job demands (workload, complexity) combined with reduced opportunities for individual judicial professionals to control their work are considered root causes for organizational stress. In addition to these factors, the specific characteristics of the judicial organizational culture should also be acknowledged. This culture is based on a strong emphasis on individual professional performance and responsibility, making it a complex task to mitigate occupational stress from an organizational perspective. A short overview of recent developments to manage occupational stress in the Dutch judicial organization concludes the article.


Ivo van Duijneveldt
Ivo van Duijneveldt is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft hij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is verschenen onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Peter Wijga
Peter Wijga is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft hij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Kirsten van Reisen
Kirsten van Reisen is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft zij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Elbert de Jong
Elbert de Jong is postdoc aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL). Zijn expertise richt zich in het bijzonder op het aansprakelijkheidsrecht en (rechterlijke) risicoregulering. Hij heeft veel gepubliceerd op het terrein van gezondheids- en milieurisico’s en het aansprakelijkheidsrecht. In zijn proefschrift ‘Voorzorgverplichtingen’ behandelt hij hoe de civiele rechter de vereiste omgang met onzekere risico’s dient vast te stellen, en hoe verschillende wetenschappelijke onzekerheden over risico’s daarbij dienen mee te wegen. Thans onderzoekt hij hoever de rechter mag gaan in het corrigeren van (vermeend) falend overheidsbeleid bij gezondheids- en milieurisico’s.
Discussie

KEI voorbij met ODR

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden ODR, Courts, court users, dispute resolution, digital court
Auteurs Dory Reiling
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘I felt so sorry for you, such a lovely tool, and then you have no users!’ This was one of the comments after my presentation of the eKantonrechter at ODR 2016, organized by HiiL in The Hague in May 2016. ODR, online dispute resolution, was presented as a tool to solve all problems in the 4th Trend Report by HIIL after the conference. Arno Lodder, in a weblog, commented that ODR had raised hopes in its early promoters, but had not really taken off.
    ODR is a tool to help parties in the dispute resolve their problem. There are various examples of ODR tool: supporting double blind bidding to determine a sum of money, working out divorce settlements, negotiating a solution and taking a case to court.
    Interesting research questions abound in the area of ODR and its users: What paths do people take when trying to resolve a problem? How can people have ownership of their court procedure? How can solutions, ODR and court procedures, best be tailored to the type of problem?
    ODR and its users is a field in which law and society researchers can effectively contribute to improving digital problem solving and dispute resolution procedures in court.


Dory Reiling
Dory Reiling is senior rechter in Amsterdam, en product owner van KEI Civiel. Ze promoveerde op “Technology for Justice, how IT can support judicial reform”. Ze blogt over IT en rechtspraak op mr-online en haar Technology for Justice-blog. Ze twittert op @doryontour, haar publicaties staan op www.doryreiling.com.
Praktijk

Aansprakelijkheidsverzekeringen: preventie door de verzekeraar en het effect op de bescherming van de verzekerde

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Liability insurance, Prevention, Protection of the insured, Knowledge
Auteurs Charlotte Henskens
SamenvattingAuteursinformatie

    Liability insurances shift the financial risk of the loss of a damage from the person who is liable for the damage to the liability insurer. To avoid negligent behavior of the insured, the insurer provides different prevention tools in the insurance policy. The insurer will attach certain sanctions or rewards to certain behavior and certain circumstances in the general conditions of the insurance contract. This research raises the question of the effectiveness of these instruments. The hypothesis is that without knowledge of the insured of these sanctions or rewards, these sanctions and rewards will not form an additional incentive for careful behavior and they will have no preventive effect. Additionally, these prevention tools may undermine the protection of the insured. For this reason the legislature has limited the freedom of contract. This study examines the extent to which the legislature has limited the possibilities of the insurer to provide in prevention tools in de insurance policy. It assesses the extent to which the legislature may or may not succeed in its purpose to protect the insured, and on the other hand, where there are still possibilities for the insurer to fulfill its prevention task.


Charlotte Henskens
Charlotte Henskens behaalde haar diploma van master in de rechten in 2013 aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2013 werkt ze als doctoraatsbursaal aan de Universiteit Antwerpen onder promotorschap van Prof. Britt Weyts en Prof. Bernard Hubeau. Zij bereidt een multidisciplinair proefschrift voor over de preventie door de verzekeraar en de bescherming van de verzekerde in aansprakelijkheidsverzekeringen. Daarnaast is zij auteur van verschillende publicaties zowel in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht als in de rechtssociologie.

John Griffiths
John Griffiths is oud-hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Naast onderzoek naar de totstandkoming van bezoekregelingen na echtscheiding, de verdeling van rechtshulp, het functioneren van de bezwaarschriftenprocedure in het bestuursrecht, de rol van het recht bij de bescherming van het tropisch bos, en de werking van het euthanasie-recht, heeft hij zich vooral toegelegd op enkele theoretische vraagstukken: het ontstaan en de levensloop van geschillen, rechtspluralisme, en de sociale werking van (rechts)regels. Momenteel werkt hij aan een soort theoretisch credo met als titel ‘What is sociology of law?’, waarin onderwerpen zoals wat is een feit?, wat is theorie?, wat is ‘recht’? en wat is sociologie? systematisch worden behandeld.
Toont 1 - 20 van 40 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.