Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1027 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x

    Artikel 15 aanhef en onder c Richtlijn 2011/95/EU (de Kwalificatierichtlijn) bevat de criteria voor het bestaan van ‘ernstige schade’ met het oog op zogenoemde ‘subsidiaire bescherming’. Subsidiaire bescherming is een van de twee vormen van internationale bescherming; vluchtelingschap is de andere vorm. Subsidiaire bescherming wordt verleend indien aannemelijk is dat bij uitzetting van de vreemdeling gegronde redenen bestaan op een reëel risico om te worden onderworpen aan: (a) doodstraf of executie, (b) folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, of (c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. In deze uitspraak bevestigt het Hof van Justitie dat de beoordeling van de vraag of sprake is van een artikel 15c-situatie een algemene beoordeling betreft waarbij de verschillende relevante elementen in samenhang moeten worden beoordeeld. Een beoordeling die alleen ziet op het aantal doden en gewonden wordt in strijd geacht met het Unierecht. Het Hof van Justitie gaat met name in op factoren uit het eerdere arrest Diakité; deze worden in dit arrest nogmaals benadrukt.
    HvJ 10 juni 2021, zaak C-901/19, ECLI:EU:C:2021:472 (CF en DN/Bundesrepublik Deutschland).


M. van Harn LLB
M. (Mayke) van Harn LLB is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. K.M. Zwaan
Mr. dr. K.M. (Karin) Zwaan is universitair hoofddocent migratierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Mededinging

Toegangsweigering in de digitale economie na de Slovak Telekom-uitspraak en onder de voorgestelde Digital Markets Act

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Slovak Telecom, misbruik, leveringsweigering, digitale economie, platform
Auteurs Mr. S.J. The en Mr. W.W. Geursen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de duiding van de Bronner-criteria in het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Slovak Telekom a.s./Commissie. Het artikel onderzoekt of het arrest parallel toegepast kan worden op de digitale economie en of er nog een rol voor de Bronner-criteria is nadat de voorgestelde regulering van de digitale economie van kracht wordt.
    HvJ 25 maart 2021, zaak C-165/19 P, ECLI:EU:C:2021:239 (Slovak Telekom a.s./Commissie).


Mr. S.J. The
Mr. S.J. (Stephanie) The is advocaat-partner bij De Brauw Blackstone Westbroek.

Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. (Wessel) Geursen is senior legal adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en buitenpromovendus aan de Vrije Universiteit.
Rechtsbescherming

Het nieuwe rechtsstaatmechanisme: een panacee voor alle schendingen van EU-recht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden grondrechten, rechtsbescherming, begroting, Conditionaliteitsverordening, rechtsstaat
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste maanden werd de Unie opgeschrikt door wetgeving in Hongarije en Polen die door veel lidstaten werd beschouwd als ernstige schending van de rechtsstaat. Er kwamen reacties dat dergelijke inbreuken op de waarden van de EU niet geaccepteerd konden worden en dat beide landen daarvoor via het nieuwe rechtsstaatmechanisme gekort moesten worden in hun subsidies uit de EU-begroting en met name het herstelinstrument. In deze bijdrage ga ik na wat het rechtsstaatmechanisme precies inhoudt en in hoeverre inbreuken op het EU-recht en met name de waarden die in artikel 2 VEU zijn neergelegd daarmee gesanctioneerd kunnen worden. De auteur komt in de analyse tot de conclusie dat dit niet zo eenvoudig is als sommigen aanvankelijk dachten.
    Verordening (EU) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting (PbEU 2020, L 433/1).


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Milieu

Access_open Meer varkens zonder zienswijzen dan nodig

Rechtsbescherming bij de bestuursrechter na het arrest Varkens in nood

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden rechtsbescherming, Zienswijze, beroep, Verdrag van Aarhus
Auteurs Prof. mr. G.A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het arrest Varkens in Nood van het Hof van Justitie is artikel 6:13 Algemene wet bestuursrecht in strijd met het Verdrag van Aarhus. De beperking op het beroepsrecht door de eis van een eerder ingediende zienswijze verdraagt zich namelijk niet met artikel 6. Vervolgens heeft de Afdeling bestuursrechtspraak consequenties uit het arrest getrokken, onder meer door de eis van voorafgaande zienswijzen te laten vallen en soms het beroepsrecht open te stellen voor eenieder. Het valt te betogen dat de Afdeling artikel 6:13 Awb wel heel ruimhartig heeft toegepast. Een restrictievere lezing van het arrest was ook denkbaar geweest.
    HvJ 14 januari 2021, zaak C-826/18, ECLI:EU:C:2021:7 (Stichting Varkens in Nood).


Prof. mr. G.A. van der Veen
Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat bij AKD.
Mededinging

Gaat (de ACM met) de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen de inkoopmacht van retailers aanpakken?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Richtlijn 2019/633/EU, geschillencommissie, Autoriteit Consument en Markt, agri- en foodsector
Auteurs Mr. D.W.L.A. Schrijvershof en Mr. T. Heystee
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2021 is de nieuwe Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen (Stb. 2021, 178) in werking getreden. De Wet betreft de implementatie van de Europese Richtlijn 2019/633/EU (PbEU 2019, L 111). De auteurs zetten de aanleiding en inhoud van de Wet uiteen en signaleren enkele knelpunten. Zo wordt ingegaan op (1) de effectiviteit van de beoogde alternatieve geschilbeslechting, (2) de zwarte en grijze lijst en de mogelijkheid voor de lidstaten om verdergaande maatregelen te treffen en (3) de handhavingsmogelijkheden bij grensoverschrijdende gevallen. Ook wordt kort aandacht besteed aan potentiële overlap met andere Europese regelgeving. Voorts komt aan bod het mogelijke succes van de Wet, mede in het licht van de cruciale rol die de ACM zal (moeten) spelen bij de handhaving van de Wet.

    Wet van 3 maart 2021, houdende regels strekkende tot implementatie van Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen (PbEU 2019, L 111) (Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen) (Stb. 2021, 178).


Mr. D.W.L.A. Schrijvershof
Mr. D.W.L.A. (Diederik) Schrijvershof is advocaat bij Maverick Advocaten.

Mr. T. Heystee
Mr. T. (Tess) Heystee is paralegal bij Maverick Advocaten.
Vrij verkeer

Access_open Daadwerkelijk en effectief verblijf

Een nieuw criterium voor verblijf in de lidstaat die een EU-burger eerder van zijn grondgebied heeft verwijderd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden Unieburger, verblijfsbeëindiging, andere gronden dan openbare orde, nieuw verblijfsrecht
Auteurs Mr. dr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe lang moet een Unieburger wiens verblijfsrecht door zijn gastlidstaat is beëindigd op grond van artikel 15 lid 1 Verblijfsrichtlijn, buiten het grondgebied van die lidstaat verblijven voordat hij weer een verblijfsrecht aan het Unierecht ontleent? Het Hof van Justitie introduceert in het FS-arrest het begrip ‘daadwerkelijk en effectief beëindigen van het verblijfsrecht’ als voorwaarde om een nieuw verblijfsrecht in de verwijderende lidstaat te verkrijgen en geeft een niet-limitatieve opsomming van omstandigheden om vast te stellen of het verblijfsrecht ‘daadwerkelijk en effectief’ is beëindigd. Zal dit criterium het beoogde evenwicht tussen de belangen van Unieburgers en lidstaten waarborgen?

    HvJ 22 juni 2021, zaak C-719/19, ECLI:EU:C:2021:586 (FS/Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid); Rb. Den Haag (zittingsplaats ’s-Hertogenbosch) 16 augustus 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:4374.


Mr. dr. H. Oosterom-Staples
Mr. dr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan Tilburg University en is vaste medewerker van NtEr.
Volksgezondheid

HERA, de nieuwe EU-autoriteit voor de levering van schaarse medische producten ten tijde van gezondheidscrises

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2021
Trefwoorden COVID-19, Europese Commissie, interne markt, noodrecht, volksgezondheid
Auteurs Mr. L. van Kreij en Prof. mr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk kondigde de Europese Commissie de oprichting van HERA aan, een Health Emergency Preparedness and Response Authority voor de Europese Unie. Het gaat om een autoriteit die zal werken aan de leveringszekerheid van (medische) producten die voorhanden moeten zijn tijdens een gezondheidscrisis op EU-niveau. HERA opereert daarmee op het snijvlak van het Europese noodrecht, het gezondheidsrecht en het internemarktrecht. Welke nieuwe bevoegdheden kent de Uniewetgever aan HERA toe? En wat zijn de implicaties voor private actoren en de Nederlandse overheid?


Mr. L. van Kreij
Mr. L. (Laurens) van Kreij is promovendus aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het onderzoeksprogramma RENFORCE. Zijn promotieonderzoek gaat over de handhaving van Europees beleid inzake medische producten en luchtvaartveiligheid.

Prof. mr. S.A. de Vries
Prof. mr. S.A. (Sybe) de Vries is hoogleraar Economisch Publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het onderzoeksprogramma RENFORCE. Zijn onderzoek richt zich op het Europese internemarktrecht, de bescherming van grondrechten en publieke belangen.
Brexit

Access_open Een gelijk speelveld voor EU-ondernemingen?

De staatssteunregeling in de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden staatssteun, mededinging, externe betrekkingen, Brexit, subsidies
Auteurs Mr. C.T. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK beoogt de EU met afspraken over subsidiecontrole de vervalsing van concurrentie door subsidies aan Britse ondernemingen tegen te gaan. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre de afspraken tussen de EU en het VK inderdaad voorzien in een regime in het VK dat op het gebied van – in EU-termen – staatssteun een gelijk speelveld waarborgt en wat kan worden ondernomen tegen steunverlening die in strijd met de gemaakte afspraken verstrekt wordt. Daarbij zal ook de ‘Subsidy Control Bill’ – het op 30 juni 2021 bij het ‘House of Commons’ ingediende wetsvoorstel voor een ‘Subsidy Control Act’ – in de beschouwing worden meegenomen.
    Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, ondertekend op 24 december 2020 (PbEU 2021, L 149/10).


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. (Cees) Dekker is advocaat en partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.
Mededinging

Artikel 22 Covo: terug van weggeweest?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden artikel 22 Covo, Concentratieverordening, fusies en overnames, Illumina/Grail, verwijzingsverzoek
Auteurs Mr. F.A. Roscam Abbing
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen ten aanzien van artikel 22 Covo en het (nieuwe) beleid van de Europese Commissie betreffende verwijzingen van mededingingszaken onder dat artikel. Ook wordt de zaak Illumina/Grail kort besproken en wordt nader ingegaan op een aantal aandachtspunten voor de praktijk als gevolg van het (nieuwe) beleid van de Europese Commissie.
    Mededeling van de Commissie. Handvatten voor de toepassing van het verwijzingsmechanisme van artikel 22 van de concentratieverordening op bepaalde categorieën zaken (PbEU 2021, C 113/1); zaak M.10188 – Illumina/Grail.


Mr. F.A. Roscam Abbing
Mr. F.A. (Felix) Roscam Abbing is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Externe betrekkingen

De nieuwe Dual use-verordening: een gemiste kans

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden non-proliferatie, ‘dual use’, mensenrechten, nationale veiligheid
Auteurs Mr. N.J. Helder en Mr. C.C. Klaui
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe Europese verordening voor de controle op uitvoer van goederen voor civiel en militair gebruik (dual use) laat huidige uitdagingen, zoals geopolitieke machtsverschuivingen, agressieve uitbreiding van de invloedssfeer door sommige staten en de toenemende aandacht voor (en regulering van) nationale veiligheid door de daardoor geraakte staten, opkomende nieuwe technologieën en geglobaliseerde distributieketens (zoals voor semiconductors), grotendeels ongemoeid. Voorstellen van de Europese Commissie en het Europees Parlement om mensenrechten een centralere plaats in de EU-regelgeving inzake exportcontrole te geven zijn slechts in zeer geringe mate overgenomen. Deze uitdagingen zullen moeten worden geadresseerd op andere (nationale) wetgevingsterreinen. De nieuwe verordening laat EU-lidstaten de vrijheid om zelf op nationaal niveau door middel van aanvullende wetgeving en/of uitvoeringsbeleid mensenrechten te adresseren. Dat leidt naar verwachting tot een lappendeken van aanvullende wetgeving en diversiteit bij de uitvoering van de nieuwe verordening binnen de EU. Voor ondernemingen die in meerdere EU-lidstaten opereren, brengt dat een grotere compliancebelasting met zich mee.
    Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206/1-461).


Mr. N.J. Helder
Mr. N.J. (Jasper) Helder is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.

Mr. C.C. Klaui
Mr. C.C. (Chiara) Klaui is advocaat en partner bij het Londense kantoor van Akin Gump Strauss Hauer & Feld LLP en is gespecialiseerd in onder meer exportcontrole en economische sancties.
Consumenten

De Richtlijn representatieve vorderingen

Game changer voor het Nederlandse afwikkelingssysteem van massaclaims?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden massaclaims, claimorganisatie, Richtlijn representatieve vorderingen (RVV), WAMCA, toezichthouder
Auteurs Mr. dr. B. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 24 november 2020 is de Richtlijn representatieve vorderingen (RVV) door de Europese Commissie aangenomen en gepubliceerd. De RVV verplicht alle lidstaten om een afwikkelingssysteem van massaclaims aangaande consumentenbelangen te ontwikkelen en in wetgeving te verankeren. Het systeem dient te voorzien in een collectieve actie voor het stoppen of herstellen van een inbreuk op consumentenrechten. Ook moet het systeem voorzien in de mogelijkheid om in collectieve vorm schadevergoeding te kunnen vorderen. Nederland kent al een afwikkelingssysteem voor massaclaims. Dit systeem is sinds de jaren negentig zorgvuldig ontwikkeld op inhoudelijk en strategisch front. In deze bijdrage wordt bekeken hoe de Nederlandse wetgever de kracht van het door hem ontwikkelde afwikkelingssysteem voor massaclaims kan waarborgen in het licht van de inhoud van de RVV.
    Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409/1-27).
    Conceptversie van de Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten d.d. 1 mei 2021 inclusief de memorie van toelichting en consultatiereacties.


Mr. dr. B. van Hattum
Mr. dr. B. (Bonne) van Hattum is als preventive law & behavioral risk-expert verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, The Evaluators en de ABN Amro Bank N.V.
Sociaal beleid

Gelijk loon voor gelijk werk: beginsel heeft ook voor gelijkwaardig werk directe werking

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden gelijk loon voor gelijk werk, gelijkheid, EU-verdrag, Hof van Justitie, arbeidsvoorwaarden
Auteurs D. De Meyst
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Tesco Stores sprak het Hof van Justitie zich op 3 juni 2021 uit over de directe werking van artikel 157 VWEU, dat het beginsel van gelijk loon voor gelijke en gelijkwaardige arbeid bevat. In de praktijk is het voor individuen vaak niet gemakkelijk om het beginsel voor de nationale rechter af te dwingen. In het Tesco-arrest kent het Hof van Justitie expliciet directe werking toe aan het beginsel, zowel voor gelijke als gelijkwaardige arbeid. Hoewel de uitspraak slechts een bevestiging is van de bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie, is de uitspraak toch van symbolisch belang. Ze schept nieuwe mogelijkheden om de afdwinging van het beginsel van gelijk loon voor gelijk(waardig) werk te vergemakkelijken.
    HvJ 3 juni 2021, zaak C-624/19, Tesco Stores, ECLI:EU:C:2021:429.


D. De Meyst
Mevr. D. (Dominique) De Meyst is doctoraal onderzoekster sociaal recht aan de UHasselt/KULeuven.
Intellectueel eigendom

Access_open Kunnen (video)deelplatformen de dans ontspringen voor aansprakelijkheid voor illegale downloads?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden e-commerce, Auteursrechtrichtlijn, Richtlijn inzake elektronische handel, (video)deelplatformen, aansprakelijkheid
Auteurs M.P.A. DeKoninck LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak YouTube en Cyando verduidelijkt het Hof van Justitie wanneer er sprake is van het verrichten van een mededeling aan het publiek in de zin van de Auteursrechtrichtlijn door exploitanten van onlinedeelplatformen. Uiteindelijk is dit afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het (individuele) geval. Het Hof van Justitie legt daarbij de nadruk op het handelen van de exploitant, net als bij de toetsing van een beroep op vrijstelling van aansprakelijkheid door die exploitanten op grond van de Richtlijn inzake elektronische handel. Daarbij is tevens van belang dat een balans gezocht wordt tussen enerzijds het beschermen van auteursrechten en anderzijds het waarborgen van het fundamentele recht van de vrijheid van meningsuiting.
    HvJ 22 juni 2021, gevoegde zaken C-682/18 en C-683/18, ECLI:EU:C:2021:503 (YouTube en Cyando).


M.P.A. DeKoninck LLM
M.P.A. (Martine) DeKoninck LLM is wetgevingsadviseur bij de Raad van State.
Sociaal beleid

Coördinatie van sociale zekerheid en ‘forumshopping’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden coördinatie sociale zekerheid, aanwijsregels, detachering, forumshopping, uitzendbureaus
Auteurs Prof. mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in de in deze bijdrage te bespreken arresten is of, en zo ja, onder welke voorwaarden, ondernemingen gebruik kunnen maken van hun recht op verkeer om profijt te trekken uit verschillen in de socialezekerheidsbijdragen die zij voor hun werknemers moeten betalen. De arresten laten zien dat het Hof van Justitie bijzonder huiverig is voor ‘forumshopping’. De in artikel 12 en 13 Verordening (EG) nr. 883/2004 inzake de coördinatie van sociale zekerheid opgenomen aanwijsregels dienen strikt en op een ‘werknemersvriendelijke’ wijze te worden uitgelegd.
    HvJ 3 juni 2021, zaak C-784/19, ECLI:EU:C:2021:427 (Team Power), HvJ 20 mei 2021, zaak C-879/19, ECLI:EU:C:2021:409 (Format II), HvJ 16 juli 2020, zaak C-6101/18, ECLI:EU:C:2020:565 (AFMB).


Prof. mr. A.P. van der Mei
Prof. mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is hoogleraar Europees Sociaal Recht aan de Universiteit Maastricht.
Vrij verkeer

Economisch niet-actieve EU-burgers en de zorgverzekeringseis onder de Burgerschapsrichtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden Richtlijn 2004/38/EG, Verordening (EG) nr. 883/2004, economisch niet-actieve EU-burger, weigering toegang openbaar gezondheidszorgstelsel
Auteurs Dr. L.S.J. Kortese
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2004/38/EG legt de voorwaarden vast waaronder EU-burgers van hun vrij verkeer gebruik kunnen maken in de EU. Voor economisch niet-actieve EU-burgers zijn bijvoorbeeld specifieke voorwaarden verbonden aan hun verblijf. In het bijzonder gaat het om het hebben van voldoende bestaansmiddelen alsmede het hebben van een dekkende zorgverzekering. Waar het Hof van Justitie in de afgelopen jaren enkele belangrijke uitspraken heeft gedaan over de bestaansmiddeleneis, doet het in de zaak A uitspraak over de zorgverzekeringseis. Deze bijdrage analyseert het nieuwste arrest van het Hof van Justitie in het licht van het geldende Europese recht en rechtspraak.
    HvJ 15 juli 2021, zaak C-535/19, ECLI:EU:2021:595 (A/Latvijas Republikas Veselības ministrija).


Dr. L.S.J. Kortese
Dr. L.S.J. (Lavinia) Kortese is onderzoeker bij de Universiteit Maastricht, Institute for Transnational and Euregional cross border cooperation and Mobility/ITEM.
Vrij verkeer

Access_open Regulering van toeristische verhuur: grenzen en mogelijkheden

De gevolgen van het arrest Cali Apartments voor de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Vakantieverhuur, regulering B&B’s, woningtekort, Vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Cali Apartments onderzocht welke ruimte de Europese Dienstenrichtlijn laat om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren. In dit licht wordt tevens de Wet toeristische verhuur besproken.
    HvJ 22 september 2020, gevoegde zaken C-724/18 en C-727/18, ECLI:EU:C:2020:743 (Cali Apartments en HX).


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is senior advocaat bij Pels Rijcken en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Brexit

Brexit en de gevolgen voor het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Brexit, internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging
Auteurs Prof. mr. I. Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 januari 2021 is het EU-recht formeel niet meer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Dit geldt ook op het terrein van het internationaal privaatrecht. In dit artikel wordt een globaal overzicht gegeven van de verschillende instrumenten die in de plaats treden van de EU-vorderingen die niet meer zullen gelden binnen het Verenigd Koninkrijk.


Prof. mr. I. Sumner
Prof. mr. I. (Ian) Sumner is hoogleraar Familierecht en Internationaal Privaatrecht, Tilburg University, rechter-plaatsvervanger (met unus belasting), Team Familie- en Jeugd, Rechtbank Overijssel.
Overheidsaanbestedingen

Een nieuwe impuls aan het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’: een aanbestedingsplicht voor nationale sportbonden?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden aanbestedingsrecht, Hof van Justitie, publiekrechtelijke instelling, nationale sportbond, Richtlijn 2014/24/EU
Auteurs Mr. L. Bozkurt en T. Heystee
SamenvattingAuteursinformatie

    Prejudiciële beslissing over de aanbestedingsrechtelijke kwalificatie van de Italiaanse voetbalbond. Een marktpartij meent dat de Italiaanse voetbalbond kwalificeert als een aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn en daarom opdrachten via een aanbesteding dient te vergeven. Het Hof van Justitie benoemt in zijn beslissing de relevante criteria om te oordelen of sprake is van een publiekrechtelijke instelling, te weten: de instelling (1) is opgericht met het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële en commerciële aard, (2) bezit rechtspersoonlijkheid en (3) vertoont overheidsafhankelijkheid. Het Hof van Justitie geeft de Italiaanse feitenrechter handvatten om te onderzoeken of voldaan is aan het derde vereiste, en meer specifiek of sprake is van overheidstoezicht op het beheer van de voetbalbond.
    HvJ 3 februari 2021, gevoegde zaken C-155/19 en C-156/19, ECLI:EU:C:2021:88 (Federazione Italiana Giuoco Calcio (FIGC)).


Mr. L. Bozkurt
Mr. L. (Leyla) Bozkurt is Counsel aanbestedingsrecht bij Maverick Advocaten.

T. Heystee
T. (Tess) Heystee is juridisch medewerker bij Maverick Advocaten.
Rechtsbescherming

Facebook Ireland: one-stop-shop confirmed

Het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-645/19

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden AVG, één-loketmechanisme, one-stop-shop, privacy, leidende toezichthoudende autoriteit
Auteurs Mr. M.O.G. Temme
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt het arrest van het Hof van Justitie van 15 juni 2021 in de zaak Facebook Ireland. Het Hof van Justitie bepaalt dat hoewel de leidende toezichthoudende autoriteit voor de grensoverschrijdende verwerking van persoonsgegevens in principe als de one-stop-shop in de zin van artikel 56 AVG moet worden aangemerkt, een betrokken toezichthoudende autoriteit in bepaalde omstandigheden gebruik kan maken van haar bevoegdheid als bedoeld in artikel 58 lid 5 AVG en een rechtsvordering kan instellen. De uitzonderingen op het één-loketmechanisme volgen uit de AVG.
    HvJ 15 juni 2021, zaak C-645/19, ECLI:EU:C:2021:483 (Facebook Ireland Ltd, Facebook Inc. en Facebook Belgium BVBA/Gegevensbeschermingsautoriteit (België)).


Mr. M.O.G. Temme
Mr. M.O.G. (Merle) Temme is advocaat bij CMS in Amsterdam/Brussel.
Rechtsbescherming

Access_open Hof van Justitie sluit zich voor het zwijgrecht en het nemo tenetur-beginsel voor natuurlijke personen aan bij het EHRM

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden zwijgrecht, nemo tenetur, medewerkingsplicht, bestraffend bestuursrecht, Handvest
Auteurs Mr. M.A.A. Traousis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest DB/Consob oordeelt de Grote kamer van het Hof van Justitie over de reikwijdte van het zwijgrecht en het nemo tenetur-beginsel voor natuurlijke personen. Eerder is dit al gedaan voor rechtspersonen in het kader van het mededingingsrecht, maar voor natuurlijke personen breidt het Hof van Justitie dit nu uit door aan te sluiten bij de rechtspraak van het EHRM. Dit leidt ertoe dat iemand geen boete mag krijgen omdat hij weigert te antwoorden, wanneer die antwoorden mogelijk tegen hem zouden kunnen worden gebruikt bij een criminal charge.
    HvJ 2 februari 2021, zaak C-481/19, ECLI:EU:C:2021:84 (DB/Commissione Nazionale per le Società e la Borsa (Consob)).


Mr. M.A.A. Traousis
Mr. M.A.A. (Marko) Traousis is stafjurist bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en redacteur van de ABkort.
Toont 1 - 20 van 1027 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.