Zoekresultaat: 39 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2018 x
Institutioneel

Brexit. Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie: een moeizaam partnerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, Terugtrekkingsakkoord, toekomstige betrekkingen, Handelsregeling
Auteurs Prof. dr. J.W. de Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de hoofdzaken betreffende het Brexit-dossier. Stilgestaan wordt bij het referendum van 23 juni 2018 en de gang van zaken sinds de kennisgeving van de Britse uittreding op 29 maart 2017. Daarbij komt de stand van zaken in de terugtrekkingsonderhandelingen aan de orde, de Britse voorstellen zoals vervat in het White Paper van juli 2018 en de perspectieven voor oplossingen van de nog uitstaande problemen. Met name de juridisch-institutionele aspecten van de diverse onderwerpen en problemen worden belicht.


Prof. dr. J.W. de Zwaan
Prof. dr. J.W. (Jaap) de Zwaan is em. hoogleraar Recht van de Europese Unie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Consumenten

Oude wijn in nieuwe zakken? Modernisering van het Europese consumentenrecht (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, Fitness check
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
Auteursinformatie

Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

    In Confédération paysannes oordeelde het Hof dat mutagenesetechnieken ontwikkeld na het vaststellen van de doelbewuste introductie van GGO Richtlijn, waaronder bijvoorbeeld CRISPR/CAS9, binnen de werkingssfeer van de GGO Richtlijn vallen. Tegelijkertijd concludeerde het dat de uitzondering voor GGO’s verkregen door ‘mutagenese’, vervat in Annex I B, niet geldt voor deze nieuwe technieken, en daarom aan een risicobeoordeling moeten worden onderworpen. Deze oudere en zich als veilig bewezen GGO’s mogen volgens het Hof van Justitie echter wel aan nadere nationale regels worden onderworpen (partiële harmonisatie). De resulterende uitbreiding van de reikwijdte van deze kaderrichtlijn naar GGO’s verkregen door gerichte mutagenese heeft repercussies voor alle wetgeving waarin het begrip ‘GGO’ centraal staat.
    HvJ 25 juli 2018, zaak C-528/16, Confédération paysanne, Réseau Semences Paysannes, Les Amis de la Terre Frane, Collectif Vigilance OGM et pesticides 16, Vigilance OG2M, CSFV49, OGM daners, Vigilance OGM 33, Fédération Nature et Progrès/Premier ministre, Ministre de l’Agriculture, de Agroalimentaire et de la Forêt, ECLI:EU:C:2018:538.


Prof. mr. J. Somsen
Prof. mr. J. (Han) Somsen is hoogleraar EU-recht aan de Tilburg Law School.
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Rechtsbescherming

Bescherming van het dierenwelzijn, de volksgezondheid of de godsdienstvrijheid?

Het arrest Liga van Moskeeën over het ritueel slachten van dieren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden godsdienstvrijheid, onverdoofd ritueel slachten van dieren, grondrechtenbelemmering, dierenwelzijn, uniformiteit van het Unierecht
Auteurs Mr. dr. M. Beijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Liga van Moskeeën buigt het Hof van Justitie zich voor het eerst over de Unierechtelijke eisen aan de (onverdoofde) rituele slacht van dieren. Een Belgische rechter had een prejudiciële vraag gesteld over de geldigheid van deze eisen gelet op de bescherming van de godsdienstvrijheid. Het Hof van Justitie concludeert in het arrest dat de godsdienstvrijheid niet wordt beperkt, en laat veel aandacht uitgaan naar de legitieme doelen die door de Unierechtelijke eisen worden nagestreefd, waaronder de bescherming van het dierenwelzijn en de volksgezondheid. Dit artikel bespreekt de bijzonderheden aan deze grondrechtelijke toetsing van het Hof van Justitie.
    HvJ 29 mei 2018, zaak C-426/16, Liga van Moskeeën en Islamitische Organisaties Provincie Antwerpen VZW e.a./Vlaamse Gewest, ECLI:EU:C:2018:335


Mr. dr. M. Beijer
Mr. dr. M. (Malu) Beijer is verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als Research fellow.

    In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over een aantal actuele vraagstukken inzake het vervoer over de weg. In de zaak Vaditrans gaat het om rijtijden en, in dit geval vooral, rusttijden. In de zaak Commissie/Denemarken gaat het om de voorwaarden waaronder cabotage mag worden verricht. In beide gevallen gaat het om verordeningen die nadere uitvoering behoeven. Beide zaken worden hier in samenhang besproken, mede in het licht van het zogenoemde ‘mobiliteitspakket’.
    HvJ 20 december 2017, zaak C-102/16, Vaditrans, ECLI:EU:C:2017:1012; HvJ 12 april 22018, zaak 541/16, Commissie/Denemarken, ECLI:EU:C:2018:251.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga, hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

    Recentelijk heeft het Hof van Justitie in de zaak Pisciotti opnieuw een oordeel gegeven over uitlevering van een EU-onderdaan naar een derde staat.1xHvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222. Het arrest bouwt voort op eerdere revolutionaire rechtspraak en verduidelijkt de ingezette lijn van het Hof van Justitie. Om die reden is de uitspraak bijzonder interessant. In deze bijdrage bespreek ik het oordeel van het Hof van Justitie in Pisciotti. Vervolgens plaats ik het arrest in de context van eerdere Europese jurisprudentie over uitlevering. Ik bekijk ook welke implicaties de rechtspraak van het Hof van Justitie heeft voor de rechtspraktijk hier te lande.
    HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.

Noten

  • 1 HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.


Mr. A.J. de Vries
Mr. A.J. (Aart) de Vries is promovendus aan de Universiteit Utrecht.
Mededinging

Gun jumping en de EU-Concentratieverordening: wanneer is sprake van een valse start?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden concentratiecontrole, gun jumping, voortijdige totstandbrenging, standstill-verplichting
Auteurs Mr. dr. J.C.A. Houdijk en Mr. R.M.T.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag welke criteria gelden om te bepalen of sprake is van een totstandbrengingshandeling in het kader van het EU-concentratiecontroleregime. Het Hof van Justitie geeft hiermee een verdere uitleg van de standstill-verplichting ex artikel 7 lid 1 EU-Concentratieverordening. De uitspraak bevat voorts criteria om de risico’s omtrent gun jumping in de praktijk beter te kunnen inschatten.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet, ECLI:EU:C:2018:371.


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD.
Asiel en migratie

Access_open Hoop voor langdurig rechteloos verblijvende 1F’ers

Noot bij HvJ 2 mei 2018, gevoegde zaken C-331/16, K, en C-366/16, H.F., ECLI:EU:C:2018:296

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden 1 F Vluchtelingenverdrag, Openbare orde, Unieburgers, Proportionaliteit, Respect voor privé en gezinsleven
Auteurs Prof. mr. A.B. Terlouw en Mr. R.J.A. Bruin
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie geeft in deze uitspraak uitleg aan het begrip openbare orde in de artikelen 27 en 28 van Richtlijn 2004/38. Het oordeelt dat maatregelen die het recht van bewegingsvrijheid beperken alleen kunnen worden gerechtvaardigd als zij voldoen aan het beginsel van proportionaliteit. Als een persoon is uitgesloten van vluchtelingrechtelijke bescherming omdat hem in het verleden artikel 1 F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, betekent dit niet automatisch dat zijn enkele aanwezigheid op het grondgebied van de gaststaat een werkelijke, actuele en voldoende serieuze bedreiging oplevert. De uitspraak van het Hof kan bredere betekenis hebben dan alleen voor Unieburgers en hun gezinsleden.
    HvJ 2 mei 2018, gevoegde zaken C-331/16, K, en C-366/16, H.F., ECLI:EU:C:2018:296.


Prof. mr. A.B. Terlouw
Prof. dr. A.B. (Ashley) Terlouw, hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit.

Mr. R.J.A. Bruin
Mr. R.J.A. (René) Bruin, oud beleidsmedewerker vluchtelingen Amnesty International Nederland en gepensioneerd hoofd van het Nederlandse bureau van UNHCR.

Mr. S. Bakker
Vrij verkeer

Bescherming van wezenlijke nationale belangen en de aanbestedingsplicht

Rechtstreekse gunning van overheidsopdrachten als ultimum remedium

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Artikel 346 lid 1 VWEU, Richtlijn 2004/18/EG, Richtlijn 92/50/EEG, wezenlijke nationale veiligheidsbelangen, fundamentele vrijheden, Aanbestedingsrecht
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. A.J.M. Louwers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 20 maart 2018 inzake Europese Commissie tegen de Republiek Oostenrijk verduidelijkt het Hof van Justitie onder welke voorwaarden het lidstaten is toegestaan om af te zien van een Europese aanbesteding door zich te beroepen op de bescherming van wezenlijke nationale veiligheidsbelangen. Het Hof van Justitie overweegt dat lidstaten hierin weliswaar een beoordelingsmarge toekomt, maar dat de lidstaat die zich op deze uitzondering beroept moet kunnen aantonen dat die belangen niet anders beschermd hadden kunnen worden. Ook Nederland verkent de mogelijkheden voor verruiming van deze uitzonderingsgrond. Gelet op de groeiende publieke aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens en nationale veiligheid, biedt deze zaak concrete aanknopingspunten om te toetsen wanneer een uitzondering op de aanbestedingsplicht wegens wezenlijke veiligheidsbelangen gerechtvaardigd is.
    HvJ 20 maart 2018, zaak C-187/16, Europese Commissie/Republiek Oostenrijk (Oostenrijkse Staatsdrukkerij), ECLI:EU:C:2017:578.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. A.J.M. Louwers
Mr. A.J.M. (Noud) Louwers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Overheidsaanbestedingen

Tirkkonen: besluiteloosheid wordt beloond?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden aanbesteding, raamovereenkomsten, uitzonderingen op aanbestedingsplicht
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat Aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG geen toepassing vindt bij een systeem waar potentiële opdrachtnemers slechts hoeven te voldoen aan toelatingseisen, zonder dat de aanbestedende dienst uiteindelijk een keuze maakt voor specifieke opdrachtnemers op basis van onderscheidende criteria. Daarbij is het irrelevant dat dat systeem niet ‘open house’ is.
    HvJ 1 maart 2018, zaak C-9/17, Maria Tirkkonen/Maaseutuvirasto, ECLI:EU:C:2018:142


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Mededinging

Excessieve prijzen in het mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden misbruik van machtspositie, excessieve prijzen, auteursrecht, tariefvergelijking, ‘PPP-index’
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het hier besproken arrest komt opnieuw een evergreen uit het (Europees) mededingingsrecht aan de orde: het (beweerd) misbruik van machtspositie in de vorm van excessieve tarieven van collectieve beheersorganisaties voor auteursrechten met een (feitelijk dan wel wettelijk verankerd) incassomonopolie. Het Hof van Justitie bevestigt dat bij toepassing van de in de Franse discothekenrechtspraak uit de jaren tachtig ontwikkelde methode van internationale tariefvergelijking1xHvJ 13 juli 1989, zaak C-395/87, Tournier, ECLI:EU:C:1989:319 en HvJ 13 juli 1989, gevoegde zaken C-110/88, C-241/88 en C-242/88, Lucazeau e.a., ECLI:EU:C:1989:326. ook kan worden gebruikt als maar een beperkt aantal lidstaten in deze vergelijking wordt betrokken. Voorwaarde is dan wel dat deze lidstaten voldoende representatief zijn en er voor koopkrachtverschillen wordt gecorrigeerd. Alleen als de uit die vergelijking blijkende prijsverschillen significant en duurzaam zijn, kan sprake zijn van misbruik.
    HvJ 14 september 2017, zaak C-177/16, Autortiesību un komunicēšanās konsultāciju aģentūra/Latvijas Autoru apvienība tegen Konkurences padome, ECLI:EU:C:2017:689.

Noten

  • 1 HvJ 13 juli 1989, zaak C-395/87, Tournier, ECLI:EU:C:1989:319 en HvJ 13 juli 1989, gevoegde zaken C-110/88, C-241/88 en C-242/88, Lucazeau e.a., ECLI:EU:C:1989:326.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. (Paul) Kreijger is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger te Amsterdam.
Asiel en migratie

Access_open Openbare orde, veiligheid en langdurig verblijvende Unieburgers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Openbare orde, openbare veiligheid, vrij verkeer van Unieburgers, verblijfsrichtlijn, strafrecht
Auteurs Prof. mr. P. Boeles
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoeveel gevaar voor de openbare orde moet een gastlidstaat tolereren van een langdurig gevestigde Unieburger en zijn familie? Artikel 28 Richtlijn 2004/38/EG beoogt aan gevestigden een hogere bescherming tegen uitzetting te geven. Volgens de considerans (overweging 24) moet bescherming tegen verwijdering sterker zijn naarmate de Unieburger en zijn familieleden beter in het gastland geïntegreerd zijn. Als zij vele jaren op het grondgebied van het gastland hebben verbleven, zeker wanneer zij daar geboren zijn en er hun hele leven hebben gewoond, mogen verwijderingsmaatregelen slechts onder uitzonderlijke omstandigheden worden genomen. Artikel 28 heeft geleid tot nogal wat jurisprudentiële verwarring. Van extra bescherming blijkt nauwelijks sprake te zijn.
    HvJ 17 april 2018, gevoegde zaken C-316/16, B., en C-424/16, Vomero, ECLI:EU:C:2018:256


Prof. mr. P. Boeles
Prof. mr. P. (Pieter) Boeles is emeritus hoogleraar immigratierecht aan de Univeristeit Leiden, thans gasthoogleraar migratierecht VU Amsterdam.

    In het arrest Amersfoort en Visser spreekt het Hof van Justitie zich uit over vier kwesties: de verhouding tussen de Dienstenrichtlijn en het kader van de telecomrichtlijnen, de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn in zuiver interne situaties, de kwalificatie van detailhandel in goederen als ‘dienst’ in de zin van de Dienstenrichtlijn, en de status van (in elk geval één) bestemmingsplan binnen het kader van de Dienstenrichtlijn. Het Hof van Justitie schept in drie van de vier gevallen duidelijkheid over de afbakening van de werkingssfeer van de richtlijn. In het vierde geval, namelijk de kwalificatie van detailhandel in goederen, levert de uitspraak geen echte verduidelijking op, maar voorziet zij wel in een aantal complicaties.
    HvJ 30 januari 2018, gevoegde zaken C-360/15 en C-321/15, College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort/X BV en Visser Vastgoed Beleggingen BV/Raad van de gemeente Appingedam, ECLI:EU:C:2018:44.


Prof. mr. E. Steyger
Prof. mr. E. (Elies) Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat te ’s-Hertogenbosch.
Staatssteun

Access_open Terugvordering van staatssteun vindt zijn plek in de Nederlandse wetgeving

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden staatssteun, terugvordering, Commissiebesluit, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet rijksbelastingen
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 juli 2018 heeft het staatssteunrecht zijn plek gevonden in de Nederlandse regelgeving. Althans, de terugvordering van onrechtmatige staatssteun. Wat regelt de Wet terugvordering staatssteun?
    Wet Terugvordering staatssteun (in werking getreden op 1 juli 2018), Stb. 2018, 99


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. (Johan) van Haersolte is counsel bij Coupry Advocaten en tevens redactielid van NtEr.
Institutioneel recht

Examenantwoorden zijn ook persoonsgegevens

Over de reikwijdte van de AVG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden privacy, gegevensbescherming, AVG, persoonsgegevens
Auteurs S. Kulk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Nowak moest het Hof van Justitie de vraag beantwoorden of beroepsexamens persoonsgegevens zijn. De uitspraak van het Hof van Justitie biedt duidelijkheid over hoe te bepalen of informatie persoonsgegevens zijn. Voor hoger onderwijsinstellingen kan de uitspraak aanleiding geven hun beleid te heroverwegen ten aanzien van het opslaan, het verlenen van toegang tot, en het analyseren van tentamenantwoorden.
    HvJ 20 december 2017, zaak C-434/16, Peter Nowak/Data Protection Commissioner, ECLI:EU:C:2017:994.


S. Kulk LLM
S. (Stefan) Kulk LLM is universitair docent Recht, Innovatie en Technologie aan de Universiteit Utrecht.
Vrij verkeer

Europese Commissie: ‘Online platforms moeten meer verantwoordelijkheid nemen bij het bestrijden van online illegale content.’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Europese Commissie, mededeling, internettussenpersonen, online illegale content
Auteurs Mr. A. van der Beek, L. Oranje en J.R. Spauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 28 september 2017 publiceerde de Europese Commissie een mededeling over de bestrijding van illegale onlinecontent, waarin zij onlineplatforms wijst op hun bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot het toegankelijk maken van dergelijke content. De mededeling bevat politieke richtsnoeren en beginselen voor onlineplatforms om de strijd tegen illegale online-inhoud op te voeren. Als aanvulling hierop heeft de Commissie op 1 maart 2018 een aanbeveling gepubliceerd met een reeks operationele maatregelen die moeten worden genomen door internetplatforms en lidstaten. Afhankelijk van het effect van deze maatregelen zal de Commissie bepalen over verdere stappen, waaronder wetgeving. Deze mededeling en aanbeveling lossen de huidige problemen met illegale content echter niet op, maar zorgen voor meer onduidelijkheid en minder transparantie in de strijd tegen online illegale content.
    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, ‘De bestrijding van illegale online-inhoud. Naar een grotere verantwoordelijkheid voor onlineplatforms’, COM 2017/555 en Commission Recommendation on measures to effectively tackle illegal content online, C(2018)1177 final.


Mr. A. van der Beek
Mr. A. (Annemieke) van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.

L. Oranje
L. (Lotte) Oranje is paralegal bij Kennedy Van der Laan.

J.R. Spauwen
J.R. (Joran) Spauwen is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Rechtsbescherming

Uitleg van het begrip overheidsorgaan van een lidstaat: enkele bespiegelingen van het arrest Farrell/Whitty

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden rechtstreekse werking van richtlijnbepalingen, begrip overheidsorgaan van een lidstaat
Auteurs Mr. dr. M. Gijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak heeft de Ierse rechter het Hof van Justitie verzocht om een precisering van het begrip overheidsorgaan van een lidstaat waaraan een nauwkeurig geformuleerde en onvoorwaardelijke bepaling van een richtlijn kan worden tegengeworpen. Met dit arrest borduurt het Hof van Justitie voort op zijn eerdere arrest in de zaak Foster.
    HvJ 10 oktober 2017, zaak C-413/15, Farrell/Whitty e.a., ECLI:EU:C:2017:745.


Mr. dr. M. Gijzen
Mr. dr. M. (Marianne) Gijzen is werkzaam bij de directie Juridische Zaken, afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Toont 1 - 20 van 39 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.