Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x

    Het Hof van Justitie oordeelde in het arrest over het Programma Aanpak Stikstof dat een programmatische aanpak op grond van artikel 6 Habitatrichtlijn niet is uitgesloten. Tegelijk oordeelde het Hof van Justitie dat het voorzorgsbeginsel als bedoeld in artikel 6 lid 3 Habitatrichtlijn onverkort in acht moet worden genomen voor alle projecten binnen het programma. Belangrijke vragen zijn hoe dit met elkaar te verenigen is en onder welke voorwaarden een programmatische aanpak dan mogelijk is. Vragen die relevant blijven nu zowel in de Wet natuurbescherming en het recente wetsvoorstel stikstofreductie en natuurherstel als in de komende Omgevingswet is voorzien in een programmatische aanpak.
    HvJ 7 november 2018, gevoegde zaken C-293/17 en C-294/17, ECLI:EU:C:2018:882 (Coöperatie Mobilisation for the Environment UA en Vereniging Leefmilieu/College van gedeputeerde staten van Limburg en College van gedeputeerde staten van Gelderland en Stichting Werkgroep Behoud de Peel/College van gedeputeerde staten van Noord-Brabant).


Mr. dr. R. Kegge
Mr. dr. R. (Rogier) Kegge is universitair docent bestuursrecht en omgevingsrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Mededinging

Concentratietoezicht en industriebeleid: tussen protectionisme en mededingingstoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededinging, concentratiecontrole, Industriebeleid, Protectionisme, hervormingsvoorstellen
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. E.M.R.H. Vancraybex
SamenvattingAuteursinformatie

    Het besluit van de Commissie om de fusie tussen Siemens en Alstom te verbieden heeft tot veel kritiek geleid. Het concentratietoezicht zou aan het ontstaan van Europese kampioenen op het mondiale speelveld in de weg staan. Verschillende lidstaten hebben opgeroepen tot een hervorming van het concentratietoezicht om beter rekening te houden met belangen van industriebeleid. Gedacht wordt aan een bevoegdheid voor de Raad om door de Commissie verboden concentraties alsnog goed te keuren op grond van overwegingen van industriebeleid dan wel een versoepeling van de analysekaders van de Commissie. In deze bijdrage gaan wij in op de rol van industriebeleid in het concentratietoezicht en de voor- en nadelen van de hervormingsvoorstellen, mede in het licht van de praktijk in de lidstaten. Wij concluderen dat er betere oplossingen denkbaar zijn. Voor zover industriepolitieke ‘correcties’ op de zuivere mededingingstoets toch in het concentratietoezicht worden ingebouwd, gaat onze voorkeur uit naar een goedkeuringsbevoegdheid voor de Raad waarbij de scheidslijn tussen de objectieve mededingingstoets en meer subjectieve politieke beslissingen helder blijft.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. E.M.R.H. Vancraybex
Mr. E.M.R.H. (Eline) Vancraybex is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Externe betrekkingen

Oude wijn in nieuwe zakken: over de oorsprongsmarkering van levensmiddelen uit de door Israël bezette gebieden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden herkomstaanduiding, oorsprongsmarkering, oorsprongsregels, door Israël bezette gebieden, Verordening (EU) nr. 1169/2011
Auteurs Mr. K.P. Olsthoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1169/2011 over de vermelding van het ‘land van oorsprong’ en de ‘plaats van herkomst’ met betrekking tot levensmiddelen die uit de door Israël sinds 1967 bezette gebieden afkomstig zijn. In het op 12 november 2019 gewezen arrest in de de zaak Organisation juive européenne en Vignoble Psagot heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat uit deze verordening volgt dat op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door Israël bezet gebied, niet alleen dit gebied maar tevens, wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een plaats die of een geheel van plaatsen dat een Israëlische nederzetting binnen dat gebied vormt, deze herkomst moet worden vermeld. In deze bijdrage worden de achtergronden en gevolgen van deze uitspraak nader toegelicht.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-363/18, ECLI:EU:C:2019:954 (Organisation juive européenne en Vignoble Psagot)


Mr. K.P. Olsthoorn
Mr. K.P. (Kornel) Olsthoorn is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.
Energie

Vergeet de effectbeoordeling niet: het beginsel van energiesolidariteit en leveringszekerheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden energiesolidariteit, solidariteitsbeginsel, artikel 194 VWEU, Nord Stream, Gasrichtlijn
Auteurs Dr. L.S. Reins
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 september 2019 heeft het Gerecht van de Europese Unie arrest gewezen in zaak T-883/16, Polen/Commissie. Dit artikel bespreekt de belangrijkste elementen van het arrest, met name in het kader van het energiesolidariteitsbeginsel en de daaruit, aldus het Gerecht, voortvloeiende verplichting om een effectbeoordeling met betrekking tot de energieleveringszekerheid van andere lidstaten uit te voeren in het geval van vrijstellingsbesluiten op grond van de Derde Gasrichtlijn. Hierbij wordt onder meer besproken of het Gerecht met zijn interpretatie van dit beginsel de uitvoerende macht, dat wil zeggen de nationale regelgevende instantie en de Commissie, tot meer concrete actie heeft willen doen bewegen.
    Gerecht 10 september 2019, zaak T-883/16, Polen/Commissie, ECLI:EU:T:2019:567


Dr. L.S. Reins
Dr. L.S. (Leonie) Reins is universitair docent aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society, Tilburg University.

    Het sectoronderzoek van de Europese Commissie in 2015-2016 is de eerste toepassing van dit instrument op het gebied van staatssteun en tegelijk een onderzoek in een sector die op het ogenblik veel veranderingen ondergaat: de energiesector. Eind 2016 zal de Europese Commissie het eindverslag van het onderzoek publiceren. Het tussenbericht laat al eerste conclusies toe. Een van de belangrijkere conclusies betreft de vraag naar de noodzaak van staatsteun voor energiezekerheid in de huidige, en toekomstige, energiemarkten.
    Europese Commissie, ‘Tussentijds verslag van het sectoronderzoek naar capaciteitsmechanismen’, C(2016) 2107 final
    Europese Commissie, ‘Commission staff working document accompanying the interim report of the sector inquiry on capacity mechanisms’, SWD(2016) 119 final


Mr. M. Kleis
Mr. M. (Maria) Kleis is Hoofd EU Groep Klimaat en Energie bij ClientEarth.
Artikel

Delegatie van Regelgevingsbevoegdheid aan de Europese Commissie post-Lissabon

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden delegatie, gedelegeerde handelingen, uitvoeringshandelingen
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Verdrag van Lissabon heeft in het VWEU twee nieuwe artikelen opgenomen op grond waarvan de Europese Commissie de bevoegdheid kan worden toegekend gedelegeerde handelingen (art. 290 VWEU) of uitvoeringshandelingen (art. 291 VWEU) vast te stellen. De artikelen roepen tal van vragen op waarvan er twee in de in deze bijdrage te bespreken zaken aan het Hof van Justitie werden voorgelegd. De eerste, en de belangrijkste, betreft de scheidslijn tussen de artikelen 290 en 291 VWEU: wanneer dient er te worden gekozen voor een gedelegeerde handeling en wanneer voor een uitvoeringshandeling? De tweede vraag, die meer ziet op de techniek van wetgeving, betreft het in artikel 290 VWEU gemaakte onderscheid tussen het wijzigen en het aanvullen van een wetgevingshandeling.
    HvJ 16 Juli 2015, zaak C-88/14 Commissie/Parlement en Raad (Visa), ECLI:EU:C:2015:499 en HvJ 17 maart 2016, zaak C-286/14, Parlement/Commissie (Connecting Europe Facility), ECLI:EU:C:2016:183


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht. Met dank aan Ellen Vos voor haar commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Artikel

Europees Depositoverzekeringsstelsel (EDIS). Institutionele en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Bankenunie, EDIS, depositogarantie, resolutie, depositoverzekeringsstelsel
Auteurs Dr. G. ter Kuile en A. Veuskens LL.M, M.Sc
SamenvattingAuteursinformatie

    De bankenunie krijgt een derde pijler voor het verzekeren van deposito’s binnen de gehele Eurozone. Het voorstel hiertoe van de Europese Commissie, dat eind november 2015 werd gepubliceerd, wordt in dit artikel besproken. Aandacht wordt gegeven aan het concept van depositogarantie, de grondslag, de reikwijdte en de ratio, de interne governance (gelieerd aan die van het resolutiemechanisme), en aan het nieuwe depositofonds. Met enkele bespiegelingen over ‘vertrouwen’, de grondgedachte van de derde pijler, wordt het artikel besloten.

    • Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 806/2014 met het oog op de instelling van een Europees depositoverzekeringsstelsel, van de Europese Commissie, Straatsburg 24.11.2015, COM(2015)586 final, 2015/0270(COD).

    • Verordening (EU) Nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010, PbEU 2014, L 225/1


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB.

A. Veuskens LL.M, M.Sc
A. (Anke) Veuskens, LL.M, M.Sc werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB. Anke Veuskens is gedetacheerd vanuit Juridische zaken (Afdeling internationaal & institutioneel) van De Nederlandsche Bank, waar ook medeauteur Gijsbert ter Kuile tot voor kort werkte. De auteurs schreven dit artikel op persoonlijke titel en hun opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan de ECB, DNB of het SSM.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Artikel

Pas de deux

De wisselwerking tussen Luxemburgse en Straatsburgse jurisprudentie bij de harmonisatie van het asielrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2012
Auteurs Prof. mr. H. Battjes
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2011 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat artikel 3 EVRM overdracht van asielzoekers naar Griekenland verbiedt, in december 2011 concludeert het Hof van Justitie dat hetzelfde geldt voor artikel 4 van het Handvest van Grondrechten voor de EU. Met deze uitspraken leggen beide hoven belangrijke onvolkomenheden in het gemeenschappelijk Europees Asielstelsel bloot. In deze bijdrage wordt het voor beide arresten relevante recht geschetst, en de wisselwerking geanalyseerd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bij de Europese harmonisatie van het asielrecht.


Prof. mr. H. Battjes
Prof. mr. H. Battjes is hoogleraar Europees asielrecht bij de Faculteit rechtsgeleerdheid aan Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Grenzen aan het beperken van toegang tot de rechter in milieuzaken volgens het Europese Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden toegang rechter, relativiteitsvereiste, milieuverenigingen, gemengde verdragen, rechtsbasis
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof van Justitie legt in twee rechtszaken uit hoe ver EU-lidstaten kunnen gaan in het beperken van de toegang tot de rechter en bestuurlijke procedures in milieuzaken. Duitsland ging te ver door het voor milieubeschermingsorganisaties onmogelijk te maken bezwaar te maken tegen beslissingen onder wetten die algemene belangen (zoals natuurbehoud) aangaan, en niet hun subjectieve rechten. In de Slovaakse zaak werd duidelijk dat nationale rechters nationale procesrechtelijke bezwaar- of beroepsvoorwaarden moeten uitleggen in overeenstemming met artikel 9 lid 3 Verdrag van Aarhus en de EU-verplichting om effectieve rechterlijke bescherming van door het EU-recht verleende rechten te verzekeren.


Dr. W.Th. Douma
Dr. Wybe Th. Douma is senior onderzoeker Europees Recht en Internationaal Handelsrecht, T.M.C. Asser Instituut, Den Haag.
Artikel

RIE vervangt IPPC

Is de toepassing van BBT nu wél gewaarborgd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden BBT, IPPC, installatie, inrichting, emissies
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 is de Europese Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aangenomen, kortweg de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). De RIE voegt de IPPC-richtlijn samen met zes sectorale richtlijnen met betrekking tot industriële emissies. Daarnaast zijn de bestaande richtlijnen aangepast. Een aantal voorschriften van de IPPC-richtlijn zijn ingrijpend gewijzigd om te waarborgen dat de ‘beste beschikbare technieken’ zoals reeds voorgeschreven in de IPPC-richtlijn in alle lidstaten coherent worden toegepast. In deze bijdrage ga ik in op deze wijzigingen en zal ik mogelijke implicaties voor de Nederlandse praktijk aanstippen.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

Kolencentrales, robuuste verbindingen en EU-milieurichtlijnen: balanceren tussen nationale en Europese doelstellingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden milieu, implementatie milieurichtlijnen, omzettingstermijn, ecologische hoofdtrsuctuur (EHS), vogel-en habitatrichtlijn
Auteurs Mr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden twee actuele milieudossiers besproken die direct de grenzen van het Europees recht raken, namelijk de voorgenomen bouw van een aantal nieuwe kolencentrales en het huidige regeringsbeleid ten aanzien van ecologische verbindingszones. Beide dossiers illustreren dat de Nederlandse moeite met het voldoen aan Europese resultaatsverplichtingen nog niet tot het verleden behoort.


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. A. Trouwborst
Dr. A. Trouwborst is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.

K. Sevinga
WetgevingEUvoorgenomen

Nieuwe ontwikkelingen in het toezicht op de energiesector

Scherpere regulering voor verdergaande liberalisering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2002
Trefwoorden mededinging
Auteurs S.A.C.M. Lavrijssen en L. Hancher

S.A.C.M. Lavrijssen

L. Hancher
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.