Zoekresultaat: 61 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).

    In Confédération paysannes oordeelde het Hof dat mutagenesetechnieken ontwikkeld na het vaststellen van de doelbewuste introductie van GGO Richtlijn, waaronder bijvoorbeeld CRISPR/CAS9, binnen de werkingssfeer van de GGO Richtlijn vallen. Tegelijkertijd concludeerde het dat de uitzondering voor GGO’s verkregen door ‘mutagenese’, vervat in Annex I B, niet geldt voor deze nieuwe technieken, en daarom aan een risicobeoordeling moeten worden onderworpen. Deze oudere en zich als veilig bewezen GGO’s mogen volgens het Hof van Justitie echter wel aan nadere nationale regels worden onderworpen (partiële harmonisatie). De resulterende uitbreiding van de reikwijdte van deze kaderrichtlijn naar GGO’s verkregen door gerichte mutagenese heeft repercussies voor alle wetgeving waarin het begrip ‘GGO’ centraal staat.
    HvJ 25 juli 2018, zaak C-528/16, Confédération paysanne, Réseau Semences Paysannes, Les Amis de la Terre Frane, Collectif Vigilance OGM et pesticides 16, Vigilance OG2M, CSFV49, OGM daners, Vigilance OGM 33, Fédération Nature et Progrès/Premier ministre, Ministre de l’Agriculture, de Agroalimentaire et de la Forêt, ECLI:EU:C:2018:538.


Prof. mr. J. Somsen
Prof. mr. J. (Han) Somsen is hoogleraar EU-recht aan de Tilburg Law School.
Vrij verkeer

Bescherming van wezenlijke nationale belangen en de aanbestedingsplicht

Rechtstreekse gunning van overheidsopdrachten als ultimum remedium

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Artikel 346 lid 1 VWEU, Richtlijn 2004/18/EG, Richtlijn 92/50/EEG, wezenlijke nationale veiligheidsbelangen, fundamentele vrijheden, Aanbestedingsrecht
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. A.J.M. Louwers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 20 maart 2018 inzake Europese Commissie tegen de Republiek Oostenrijk verduidelijkt het Hof van Justitie onder welke voorwaarden het lidstaten is toegestaan om af te zien van een Europese aanbesteding door zich te beroepen op de bescherming van wezenlijke nationale veiligheidsbelangen. Het Hof van Justitie overweegt dat lidstaten hierin weliswaar een beoordelingsmarge toekomt, maar dat de lidstaat die zich op deze uitzondering beroept moet kunnen aantonen dat die belangen niet anders beschermd hadden kunnen worden. Ook Nederland verkent de mogelijkheden voor verruiming van deze uitzonderingsgrond. Gelet op de groeiende publieke aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens en nationale veiligheid, biedt deze zaak concrete aanknopingspunten om te toetsen wanneer een uitzondering op de aanbestedingsplicht wegens wezenlijke veiligheidsbelangen gerechtvaardigd is.
    HvJ 20 maart 2018, zaak C-187/16, Europese Commissie/Republiek Oostenrijk (Oostenrijkse Staatsdrukkerij), ECLI:EU:C:2017:578.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. A.J.M. Louwers
Mr. A.J.M. (Noud) Louwers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Staatssteun

Market economy operator: de economische ratio van een crediteurenakkoord is bepalend

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden staatssteun, criterium van de marktdeelnemer in een markteconomie, insolventie, crediteurenakkoord, onderzoekverplichtingen van de Europese Commissie
Auteurs Mr. D. Ninck Blok en Mr. G. Van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie en het Gerecht hebben in hun arresten in de langlopende zaak Frucona Košice voor de toepasselijkheid en toepassing door de Commissie van het beginsel van de marktdeelnemer in een markteconomie (‘market economy operator’ (MEOP)) duidelijke regels vastgesteld. Het arrest Frucona Košice zet de lijn van eerdere jurisprudentie verder door een objectieve economische toets van de transactie bij de beoordeling van het voordeelcriterium centraal te stellen. De subjectieve gedragingen of bewustheid van de overheidsinstanties zijn daarbij ondergeschikt.
    HvJ 20 september 2017, zaak C-300/16 P, Europese Commissie/Frucona Košice, ECLI:EU:C:2017:706.


Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. G. Van der Wal
Mr. G. (Gerard) van der Wal is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Artikel

Rechtsgeldigheid van het relocatiebesluit en de betekenis van het solidariteitsbeginsel in het EU-asielbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2017
Trefwoorden migratiecrisis, relocatie of herplaatsing van asielzoekers, naleving non-discriminatiebeginsel, inbreukprocedure, solidariteitsbeginsel
Auteurs Dr. mr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 september 2017 verwierp het Hof van Justitie het beroep van Hongarije en Slowakije tot nietigverklaring van het Raadsbesluit van 22 september 2015. In dit besluit werd een door de Europese Commissie voorgesteld schema vastgesteld voor de relocatie of herplaatsing van asielzoekers vanuit Griekenland en Italië naar andere lidstaten van de Unie. Het Hof van Justitie verwerpt alle argumenten van de twee lidstaten waarmee de rechtsgeldigheid van het besluit werd betwist. In de uitspraak bevestigt het Hof van Justitie niet alleen de geldigheid van het relocatiebesluit met een beroep op het solidariteitsbeginsel, maar onderstreept ook het belang van een effectief rechtsmiddel tegen een herplaatsingsbesluit en de naleving van het non-discriminatiebeginsel.
    HvJ 6 september 2017, gevoegde zaken C-643/15 en C-647/15, Slowaakse Republiek en Hongarije/Raad van de Europese Unie, ECLI:EU:C:2017:631


Dr. mr. E.R. Brouwer
Dr. mr. E.R. (Evelien) Brouwer is senior onderzoeker migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Staatssteun en economische activiteiten van de kerk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden staatssteun, onderneming, status kerk, economische activiteit, loyaliteitsverplichting
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest gewezen naar aanleiding van een Spaanse vrijstelling van de Katholieke Kerk van belastingen heeft de Grote kamer van het Hof van Justitie een interessant oordeel gegeven over de toepasselijkheid van het recht van de Unie op activiteiten van kerken. Het arrest bevat fundamentele overwegingen over de kwalificatie van een entiteit als onderneming en gaat in op de vraag wanneer activiteiten economische activiteiten zijn. Voorts komt het onderscheid tussen bestaande en nieuwe steunmaatregelen aan de orde. Bijkomend gaat het Hof van Justitie in op de betekenis voor de nationale rechter van het beginsel van loyale samenwerking.
    HvJ (Grote kamer) 27 juni 2017, zaak C-74/16, Congregación de Escuelas Pías Provincia Betania/Ayuntamiento de Getafe, ECLI:EU:C:2017:496


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NtEr.
Artikel

Uitspraak Hof van Justitie van de Europese Unie, 7 maart 2017, zaak C-638/16 PPU, X. en X./België

Een gemiste kans voor een uniforme en mensenrechtelijke uitleg van de Visumcode wat betreft de afgifte van een humanitair visum

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden humanitair visum, kortverblijfvisum, Visumcode, recht op asiel, refoulementverbod
Auteurs Dr. mr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 maart 2017 oordeelde het Hof van Justitie in de zaak X. en X./België dat het Unierecht niet verplicht tot de afgifte van een humanitair visum om personen in staat te stellen op het grondgebied van een van de lidstaten asiel aan te vragen. Anders dan geadviseerd door advocaat-generaal Mengozzi concludeert het Hof van Justitie dat in dergelijke gevallen de Visumcode (Verordening (EU) nr. 810/2009) niet van toepassing is. Hiermee is de uitspraak een gemiste kans om duidelijkheid te bieden inzake de uitleg van artikel 25 van de Visumcode en de extraterritoriale toepassing van artikelen 4 en 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
    HvJ 7 maart 2017, zaak C-638/16 PPU, X. en X./België, ECLI:EU:C:2017:173


Dr. mr. E.R. Brouwer
Dr. mr. E.R. (Evelien) Brouwer is senior onderzoeker migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam

    In deze bijdrage staat het Connexxion Taxi Services-arrest centraal, waarin het Hof van Justitie in een afweging tussen beginselen voorrang geeft aan het gelijkheids- en transparantiebeginsel boven het evenredigheidsbeginsel bij het uitsluiten van een onderneming van een aanbestedingsprocedure. Het Hof van Justitie benadrukt daarmee het belang van het ‘level playing field’ in het aanbestedingsrecht. Tegelijkertijd gaat dit hier ten koste van het evenredigheidsbeginsel dat een belangrijke rol speelt in de afweging of een uitsluiting van een onderneming met het oog op de internemarktdoelstelling gerechtvaardigd is. Het is echter de vraag in hoeverre het Hof van Justitie tot dezelfde beslissing zou komen onder de nieuwe Aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EU.
    HvJ 14 december 2016, zaak C-171/15, Connexxion Taxi Services, ECLI:EU:C:2016:948.


Mr. G. Bouwman
Mr. G. Bouwman is promovenda Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij het Public Procurement Research Centre. De auteur dankt prof. mr. E.R. Manunza voor haar waardevolle commentaar bij de totstandkoming van deze bijdrage.
Artikel

Vaste verkoopprijzen voor medicijnen beoordeeld onder artikel 34 VWEU

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden artikel 34 VWEU, vaste verkoopprijzen, verkoopmodaliteiten, geschiktheidstoets
Auteurs Dr. B.J. van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Deutsche Parkinson Vereinigung oordeelt het Hof van Justitie dat het Duitse vaste verkoopprijssysteem voor medicijnen artikel 34 VWEU schendt. Deze bijdrage analyseert op welke manier het Hof van Justitie een beperking van artikel 34 VWEU heeft vastgesteld. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de beoordeling van de rechtvaardigingsgrond en de evenredigheid van de beperking. Hoewel lidstaten op het terrein van volksgezondheid een ruime beoordelingsvrijheid hebben, eist het Hof van Justitie wel dat zij hun beleid onderbouwen met voldoende bewijs. Hier slaagt Duitsland niet in: er is geen enkel bewijs dat vaste verkoopprijzen de beschikbaarheid en kwaliteit van medicijnen verbeteren.
    HvJ 19 oktober 2016, zaak C-148/15, Deutsche Parkinson Vereinigung eV/Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs eV, ECLI:EU:C:2016:776


Dr. B.J. van Leeuwen
Dr. B.J. (Barend) van Leeuwen is universitair docent Europees Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Hof van Justitie eist in de cementzaken een steviger fundament onder inlichtingenverzoeken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden Mededinging, Inlichtingenverzoek, motivering, zelfincriminatie, 1/2003
Auteurs Mr. J.W. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In de cementzaken concludeert het Hof van Justitie dat de Europese Commissie haar inlichtingenverzoek onvoldoende had gemotiveerd. In dit artikel wordt de verwachte impact van deze uitspraak besproken. Daarnaast gaan auteurs in op (rechts)vragen die het arrest oproept.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is advocaat-medewerker bij Maverick Advocaten.
Artikel

De leer van de Hoge Raad over onrechtmatig bewijs (‘zozeer indruist’-criterium) door het EU Handvest op de schop?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden strafrechtelijk, onrechtmatig verkregen bewijs, belastingprocedures, ‘zozeer indruist’-criterium, Unierecht
Auteurs Mr. R. van der Hulle en Mr. R. de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest van 20 maart 2015 heeft de belastingkamer van de Hoge Raad het toetsingskader voor het gebruik van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs in belastingprocedures uiteengezet. De houdbaarheid van dit toetsingskader is echter in de literatuur ter discussie gesteld naar aanleiding van het WebMindLicenses-arrest van het Hof van Justitie van 17 december 2015. In deze bijdrage wordt beoordeeld of het toetsingskader van de belastingkamer van de Hoge Raad daadwerkelijk aanpassing behoeft.
    HR 20 maart 2015, nr. 13/03959, ECLI:NL:HR:2015:643.
    HvJ EU 17 december 2015, zaak C-419/14, ECLI:EU:C:2015:832.


Mr. R. van der Hulle
Mr. R. (Rick) van der Hulle en mr. R. (Robbert) de Bree zijn beiden advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.

Mr. R. de Bree
Artikel

Delegatie van Regelgevingsbevoegdheid aan de Europese Commissie post-Lissabon

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden delegatie, gedelegeerde handelingen, uitvoeringshandelingen
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Verdrag van Lissabon heeft in het VWEU twee nieuwe artikelen opgenomen op grond waarvan de Europese Commissie de bevoegdheid kan worden toegekend gedelegeerde handelingen (art. 290 VWEU) of uitvoeringshandelingen (art. 291 VWEU) vast te stellen. De artikelen roepen tal van vragen op waarvan er twee in de in deze bijdrage te bespreken zaken aan het Hof van Justitie werden voorgelegd. De eerste, en de belangrijkste, betreft de scheidslijn tussen de artikelen 290 en 291 VWEU: wanneer dient er te worden gekozen voor een gedelegeerde handeling en wanneer voor een uitvoeringshandeling? De tweede vraag, die meer ziet op de techniek van wetgeving, betreft het in artikel 290 VWEU gemaakte onderscheid tussen het wijzigen en het aanvullen van een wetgevingshandeling.
    HvJ 16 Juli 2015, zaak C-88/14 Commissie/Parlement en Raad (Visa), ECLI:EU:C:2015:499 en HvJ 17 maart 2016, zaak C-286/14, Parlement/Commissie (Connecting Europe Facility), ECLI:EU:C:2016:183


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht. Met dank aan Ellen Vos voor haar commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Artikel

Gone fishing? Grenzen aan de toelaatbaarheid van ‘toevallig’ tijdens een inspectie verkregen bewijs in Deutsche Bahn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden rechten van de verdediging, Recht op onschendbaarheid van de woning, dawn raid, toevallig gevonden materialen, fishing expeditions
Auteurs Dr. B. van Bockel
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Deutsche Bahn verduidelijkte het Hof van Justitie waar enkele grenzen liggen voor wat betreft de toelaatbaarheid van informatie die ‘toevallig’ door Commissieambtenaren wordt verkregen tijdens een inspectie. Het Hof van Justitie bepaalde eerder, in het arrest Dow Benelux, dat toevallig gevonden aanwijzingen van andere overtredingen dan die welke in de inspectiebeschikking zijn opgenomen, aanleiding mogen vormen voor verder onderzoek. In Deutsche Bahn werd geoordeeld dat de betrokken Commissieambtenaren echter niet gericht mogen zoeken naar informatie die niet ziet op de overtreding zoals omschreven in de inspectiebeschikking.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-583/13 P, Deutsche Bahn e.a./Commissie, ECLI:EU:C:2015:404


Dr. B. van Bockel
Dr. B. (Bas) van Bockel is als universitair docent Economisch Publiekrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht en als gasthoogleraar EU-mededingingsrecht verbonden aan Università Ca’ Foscari, Venetië. Met veel dank aan Marc Fierstra voor diens waardevolle commentaar.

    In het arrest San Lorenzo oordeelt het Hof van Justitie dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het buiten aanbesteding verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer. Daarmee is San Lorenzo een belangrijk arrest, waarin het Hof van Justitie voor het eerst erkent dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op het beperkte aanbestedingsregime voor IIB-diensten en de verdragsvrijheden.
    HvJ (Vijfde kamer) 11 december 2014, zaak C-113/13, Azienda sanitaria locale nr. 5 ‘Spezzino’, Associazione nazionale pubblica assistenza (ANPAS) - Comitato regionale Liguria /San Lorenzo Soc. coop. sociale, Croce Verde Cogema cooperativa sociale Onlus, in tegenwoordigheid van Croce Rossa Italiana-Comitato regionale Liguria e.a., ECLI:EU:C:2014:2240, n.n.g.


Mr. Hélène Stergiou
Mr. H.M. (Hélène) Stergiou is senior Europees jurist op de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De ongeldigverklaring van de Dataretentierichtlijn: een nieuwe stap in de bescherming van de grondrechten door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden grondrechten, gegevensbescherming, ongeldige richtlijn, verkeersgegevens, evenredigheidstoetsing
Auteurs Mr. Hielke Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 april 2014 heeft het Hof van Justitie een opmerkelijk arrest gewezen in de gevoegde zaken Digital Rights Ireland en Seitlinger.
    Het heeft voor het eerst wegens strijd met het EU-Handvest voor de grondrechten een richtlijn in zijn geheel vernietigd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de Uniewetgever met de vaststelling van de Dataretentierichtlijn de door het evenredigheidsbeginsel gestelde grenzen heeft overschreden die hij in het licht van de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 van het Handvest in acht dient te nemen. Het heeft geen beperking in de tijd aangebracht (het Hof van Justitie wijkt hiermee af van de conclusie van advocaat-generaal Cruz Villalón, overwegingen 154-158).
    HvJ EU 8 april 2014, gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, Digital Rights Ireland en Seitlinger, EU:C:2014:238, n.n.g.


Mr. Hielke Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is verbonden aan de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS), tot 1 juli 2014 als afdelingshoofd Policy & Consultation. Thans heeft hij een sabattical, en werkt hij aan een onderzoek naar de grondrechtenbescherming op internet en de rol van de EU daarbij, als geassocieerd medewerker van de Vrije Universiteit Brussel en van de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Herziening Tabaksrichtlijn

Over de nieuwe Tabaksrichtlijn en de implicaties voor de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden interne markt, volksgezondheid, harmonisatie, Richtlijn 2014/40/EU, intellectueel eigendom
Auteurs Mr. R.A. Fröger en Mr. K. de Weers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 maart 2014 is de nieuwe Tabaksrichtlijn 2014/40/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. De nieuwe Tabaksrichtlijn brengt een ingrijpende wijziging op het gebied van de productie en distributie van tabaksproducten met zich mee. Op 20 mei 2016 moet de Richtlijn in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage worden de belangrijkste kenmerken van de Richtlijn besproken en wordt kort ingegaan op de gevolgen voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG, Pb. EU 2014, L 127/1.


Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. K. de Weers
Mr. K. (Koen) de Weers is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Een voorstel voor een effectief rechtsmiddel voor overschrijdingen van het redelijketermijnvereiste

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden artikel 47 Handvest, redelijketermijnvereiste, effectief rechtsmiddel
Auteurs Mr. A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2013 gaf de Grote Kamer van het Hof van Justitie een belangrijk oordeel in drie mededingingszaken, Kendrion, Groupe Gascogne, en Gascogne Deutschland. De drie uitspraken zullen de boeken ingaan als de uitspraken waarin het Hof van Justitie duidelijkheid verschafte over het rechtsmiddel dat particulieren kunnen instellen wanneer zij op EU-niveau worden geconfronteerd met een schending van het redelijketermijnvereiste. In lijn met eerdere jurisprudentie moest het Hof van Justitie kiezen tussen twee rechtsmiddelen. Ten eerste kon het Hof van Justitie, conform de zaak Baustahlgewebe, een schending vaststellen en vervolgens zelf (als een vorm van genoegdoening) de boete verlagen die de Commissie had opgelegd. Ten tweede kon het Hof van Justitie, in overeenstemming met de zaak Grüne Punkt, opteren voor een aparte schadevergoedingsactie. Het Hof van Justitie maakt een principiële keuze voor het tweede rechtsmiddel.HvJ EU 26 november 2013, zaak C-58/12 P, Groupe Gascogne/Commissie, zaak C-40/12 P, Gascogne Sack Deutschland/Commissie, en zaak C-50/12 P, Kendrion/Commissie, n.n.g.


Mr. A.E. Beumer LLM
Mr. A.E. (Elsbeth) Beumer LLM is als PhD-onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Aansprakelijkheid lidstaat voor niet-uitvoering milieueffectbeoordeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Milieueffectbeoordeling (MER), aansprakelijkheid, relativiteit,, causaliteit, zuivere vermogensschade
Auteurs Mr. E.H.P. Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de uitbreiding van een vliegveld is nagelaten een milieueffectbeoordeling (MER) uit te voeren, waardoor de milieueffecten van deze uitbreiding niet zijn onderzocht en ook niet is nagegaan of er alternatieven voorhanden zijn die tot minder geluidsoverlast leiden. Een eigenares/bewoonster van een huis dat in de zone ligt die extra geluidsoverlast ondervindt door de uitbreiding, vordert schadevergoeding stellende dat onrechtmatig is gehandeld doordat is nagelaten een MER uit te voeren. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorkoming van vermogensschade onder het beschermingsbereik van de MER-Richtlijn valt indien dergelijke schade het rechtstreekse economische gevolg is van de milieueffecten van een openbaar of particulier project is. Dat lijkt een stap in de goede richting te zijn voor klaagster, maar aannemelijk gemaakt zal moeten worden dat indien wel een MER was uitgevoerd, niet toch dezelfde schade zou zijn gelden. Kortom, het causaliteitscriterium kan in de weg staan aan een succesvolle claim.
    HvJ EU 14 maart 2013, zaak C-420/11, Leth/Oostenrijk, n.n.g.


Mr. E.H.P. Brans
Mr. E.H.P. (Edward) Brans is senioradvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Artikel

Europees bankentoezicht (SSM). Juridische en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europese toezichthouder, bankenunie, interne markt, bankenregelgeving, Europese Centrale Bank (ECB)
Auteurs Mr. W.H. Bovenschen LL.M, Mr. K. Holtring, Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het vormgeven van het Europese bankentoezicht stond de EU-wetgever voor juridische en praktische uitdagingen. In dit artikel worden enkele hiervan belicht: verdragsgrondslag, bevoegdheidsverdeling tussen de Europese en nationale toezichthouders, rechtsbescherming, governance, toezichttaken ECB, vergunningverlening en -intrekking, relevant Unierecht, home/host-toezicht en de verhouding tot EBA. De praktijk moet uitwijzen of de gekozen oplossingen effectief zijn.Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, Pb. EU 2013, L 287/63-89 (SSM-Verordening);Richtlijn 2013/36/EU betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRD IV);Verordening (EU) nr. 2013/575 over prudentiële voorschriften voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRR).


Mr. W.H. Bovenschen LL.M
Mr. W.H. Bovenschen LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. K. Holtring
Mr. K. Holtring werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M
Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. L. Wissink
Mr. L. Wissink werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

De Commissie-Hongarijeconfrontatie

Van vervroegd pensioen, leeftijdsdiscriminatie en rechterlijke onafhankelijkheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Richtlijn 2000/78/EG, leeftijdsdiscriminatie, rechterlijke onafhankelijkheid, inbreukprocedure, EU-Handvest van de Grondrechten
Auteurs Prof. dr. H. de Waele
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de verkiezingsoverwinning van Viktor Orbán in 2010 heeft Hongarije in rap tempo een constitutionele metamorfose ondergaan. Op 1 januari 2012 trad een geheel nieuwe grondwet in werking, die vergezeld ging van een nieuwe regeling met betrekking tot de verplichte pensioenleeftijd voor rechters, officieren van justitie en notarissen. Die leeftijd werd abrupt verlaagd van 70 naar 62, zodat er met terugwerkende kracht een hele generatie magistraten aan de kant kon worden geschoven. De Europese Commissie startte nog datzelfde jaar een inbreukprocedure, die eind vorig jaar uitmondde in een veroordeling van Hongarije door het Hof van Justitie. Deze casus is met name saillant vanwege de tweeslachtige benadering van de Commissie enerzijds, en het kordate, maar enigszins elliptische oordeel van het Hof van Justitie anderzijds. Hoe dan ook voegt het arrest een nieuw hoofdstuk toe aan de groeiende hoeveelheid jurisprudentie over leeftijdsdiscriminatie in het EU-recht, en de kaderrichtlijn gelijke behandeling bij de arbeid.
    HvJ EU 6 november 20120, zaak C-286/12, Commissie/Hongarije, n.n.g.


Prof. dr. H. de Waele
Prof. dr. H. de Waele is Universitair hoofddocent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en gastprofessor Europees institutioneel recht aan de Universiteit Antwerpen.
Toont 1 - 20 van 61 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.