Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x

    In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over een aantal actuele vraagstukken inzake het vervoer over de weg. In de zaak Vaditrans gaat het om rijtijden en, in dit geval vooral, rusttijden. In de zaak Commissie/Denemarken gaat het om de voorwaarden waaronder cabotage mag worden verricht. In beide gevallen gaat het om verordeningen die nadere uitvoering behoeven. Beide zaken worden hier in samenhang besproken, mede in het licht van het zogenoemde ‘mobiliteitspakket’.
    HvJ 20 december 2017, zaak C-102/16, Vaditrans, ECLI:EU:C:2017:1012; HvJ 12 april 22018, zaak 541/16, Commissie/Denemarken, ECLI:EU:C:2018:251.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga, hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Rechtsbescherming

Uitleg van het begrip overheidsorgaan van een lidstaat: enkele bespiegelingen van het arrest Farrell/Whitty

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden rechtstreekse werking van richtlijnbepalingen, begrip overheidsorgaan van een lidstaat
Auteurs Mr. dr. M. Gijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak heeft de Ierse rechter het Hof van Justitie verzocht om een precisering van het begrip overheidsorgaan van een lidstaat waaraan een nauwkeurig geformuleerde en onvoorwaardelijke bepaling van een richtlijn kan worden tegengeworpen. Met dit arrest borduurt het Hof van Justitie voort op zijn eerdere arrest in de zaak Foster.
    HvJ 10 oktober 2017, zaak C-413/15, Farrell/Whitty e.a., ECLI:EU:C:2017:745.


Mr. dr. M. Gijzen
Mr. dr. M. (Marianne) Gijzen is werkzaam bij de directie Juridische Zaken, afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Rechtsbescherming

Kroniek Handvest van de Grondrechten van de Unie periode 2016-2017: actieve grondrechtenbescherming vanuit Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, Effectieve rechtsbescherming, Verhouding EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Handvest van de Grondrechten van de EU is sinds 1 december 2009 ruim zeven jaar juridisch bindend. Het heeft als doel grondrechtenbescherming te versterken door relevante rechten beter zichtbaar te maken. In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen over 2016 en 2017, bezien vanuit het Hof van Justitie. Om een goed beeld te geven over de afgelopen twee jaar is gekozen voor een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen per artikel uit het Handvest.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is werkzaam als jurist bij de Raad van State en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam.
Vrij verkeer

Uber: online dienst of vervoersbedrijf?

Europese grenzen aan regulering van online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Vervoersdienst, Uber, Richtlijn Elektronische handel 2000/31/EG, Dienstenrichtlijn 2006/123/EG, regulering
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In arrest Asociación Professional Elite Taxi/Uber Systems Spain geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of Uber moet worden gekwalificeerd als online dienst of vervoersbedrijf. Hiermee is ook duidelijk aan welke Europese regels nationale regulering van het online Uberplatform is onderworpen. In deze bijdrage wordt het arrest geanalyseerd en wordt bezien welke gevolgen het arrest heeft voor Nederland. Welke betekenis heeft het arrest voor de regulering van andere online platforms?
    HvJ 20 december 2017, zaak C-434/15, Asociación Elite Taxi/Uber Systems Spain, ECLI:EU:C:2017:981


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

FNV/Smallsteps; door overgang van onderneming, naar ondergang van ondernemingen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden Richtlijn 2001/23/EG, overgang van onderneming, behoud van de rechten van de werknemers, insolventie/faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. M. Hoogendoorn en Mr. D. Ninck Blok
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn – door de FNV als historisch bestempelde – arrest van 22 juni 2017 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat werknemers in beginsel ook bij een door een pre-pack voorafgegaan faillissement een beroep kunnen doen op de beschermingsbepalingen ter zake van de overgang van onderneming. Hoewel de Nederlandse rechter de casus nog in concreto dient te beoordelen bestaat voor partijen die een doorstart realiseren in een faillissement dat is voorafgegaan door een prepack het risico/de kans dat zij alle werknemers van de gefailleerde werkgever tegen ongewijzigde voorwaarden in dienst krijgen. De auteurs bespreken waarom het arrest naar hun mening niet past in de eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en gaan in op mogelijke gevolgen.
    HvJ 22 juni 2017, zaak C-126/16, FNV c.s./Smallsteps BV, ECLI:EU:C:2017:489


Mr. drs. M. Hoogendoorn
Mr. drs. M. (Rien) Hoogendoorn is als advocaat ondernemings- en insolventierecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is als advocaat Europees en mededingingsrecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Artikel

De strekkingsbeperking binnen het Europese mededingingsrecht: het EVA-Hof puzzelt mee

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden mededingingsrecht, doelbeperking, Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie, strekkingsbeperking, rechtspraak
Auteurs Mr. J. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie gaat in op een langslepende discussie omtrent de invulling van het onderzoek dat vereist is om te kunnen concluderen dat sprake is van een mededingingsrechtelijke strekkingsbeperking. Lange tijd was sprake van onduidelijkheid omtrent de exacte rol van de mededingingsbeperkende gevolgen binnen dit onderzoek. In de Cartes Bancaires-uitspraak heeft het Hof van Justitie besloten dat voor strekkingsbeperkingen geen enkel onderzoek is vereist naar de concrete gevolgen mits de overeenkomst behoort tot een categorie gedragingen waarvan de ervaring leert dat zij in voldoende mate de mededinging nadelig kunnen beïnvloeden. Daarnaast moet worden vastgesteld dat een overeenkomst in het licht van de economische en juridische context in staat is de mededinging te beperken. Het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie volgt deze benadering op een zeer heldere en systematische wijze. Na lezing van de uitspraak rijst echter de vraag: ontaardt een beoordeling van de economische en juridische context in bepaalde marktsituaties niet toch in een beoordeling van de gevolgen van een overeenkomst?
    EVA-Hof 22 december 2016, zaak E-03/16, Ski Taxi, Follo Taxi/Noorwegen


Mr. J. Mulder
Mr. J. (Jotte) Mulder is universitair docent aan de Universiteit Utrecht binnen de afdeling economisch publiekrecht van het Europa Instituut.

    In deze bijdrage staat het Connexxion Taxi Services-arrest centraal, waarin het Hof van Justitie in een afweging tussen beginselen voorrang geeft aan het gelijkheids- en transparantiebeginsel boven het evenredigheidsbeginsel bij het uitsluiten van een onderneming van een aanbestedingsprocedure. Het Hof van Justitie benadrukt daarmee het belang van het ‘level playing field’ in het aanbestedingsrecht. Tegelijkertijd gaat dit hier ten koste van het evenredigheidsbeginsel dat een belangrijke rol speelt in de afweging of een uitsluiting van een onderneming met het oog op de internemarktdoelstelling gerechtvaardigd is. Het is echter de vraag in hoeverre het Hof van Justitie tot dezelfde beslissing zou komen onder de nieuwe Aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EU.
    HvJ 14 december 2016, zaak C-171/15, Connexxion Taxi Services, ECLI:EU:C:2016:948.


Mr. G. Bouwman
Mr. G. Bouwman is promovenda Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij het Public Procurement Research Centre. De auteur dankt prof. mr. E.R. Manunza voor haar waardevolle commentaar bij de totstandkoming van deze bijdrage.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Bevoegdheid van het Hof van Justitie: de ene interne situatie is de andere niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden verhuur van motorvoertuigen met chauffeur, voorwaarden vergunning, zuiver interne situatie, bevoegdheid Hof van Justitie
Auteurs Mr. Klaas Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze arresten acht het Hof van Justitie zich niet bevoegd om vragen van de verwijzende rechter over de uitlegging van artikel 49 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie te beantwoorden omdat het hoofdgeding een zuiver interne situatie betreft. De ene interne situatie is echter de andere niet: het Hof van Justitie blijkt zich niet in alle gevallen onbevoegd te verklaren om vragen te beantwoorden in interne situaties.
    HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-162/12 en C163/12, Airport Shuttle Expres scarl e.a. en Gianpaolo Vivani/Commune di Grottaferrata, n.n.g. en HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-419/12 en C-420/12, Crono Service scarl e.a. en Anitrav – Associazione Nazionale Imprese Trasporto Viaggiatori/Roma Capitale en Regione Lazio, n.n.g.


Mr. Klaas Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Kartelschade in Nederland, een eerste aanzet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden privaatrechtelijk handhaving, passing-on, voordeelverrekening, schadevergoeding, artikel 101 VwEU
Auteurs Mr. B. Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak in eerste aanleg in de zaak TenneT/ABB geeft er een beeld van hoe in Nederland in rechte met kartelclaims wordt omgegaan. De Rechtbank Oost-Nederland komt tot interessante conclusies over de aansprakelijkheid van entiteiten behorend tot het concern van een kartelovertreder en de mogelijkheid van een zogenoemd passing-on verweer. De uitspraak lijkt voor kartelovertreders niet gunstig.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403


Mr. B. Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen (onderwerp: civiele handhaving van het mededingingsrecht en het clementiebeleid).

    Uit de koker van de Europese Commissie kwam bij voorstel voor een verordening van 8 februari 2012 een Europese stichting van algemeen nut te voorschijn. Het voorstel is niet goed doordacht. Ook kunnen de beoogde doelen op eenvoudigere wijze worden bereikt. Dat zullen de auteurs in dit artikel inzichtelijk maken.
    Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE), COM(2012) 35 final


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, alsmede buiten-promovendus en docent aan de RUG.

Mr. M. Goorts
Mr. M. Goorts is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Kroniek gelijke behandeling in het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kroniek, gelijke behandeling, unierecht
Auteurs Dr. S.D. Burri
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt vooral aandacht besteed aan de arresten van het Hof van Justitie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid en het aanbod van goederen en diensten, zwangerschap en beloning en bescherming tegen ontslag, ouderschapsverlof en leeftijdsdiscriminatie. Het Hof van Justitie heeft nationale bepalingen soms rechtstreeks getoetst aan het Handvest van de Grondrechten. Een bepaling van Richtlijn 2004/113/EG is ongeldig verklaard. De positie van zelfstandigen is enigszins versterkt met de inwerkingtreding van Richtlijn 2010/41/EU, hetzelfde geldt voor degenen die ouderschapsverlof willen opnemen (Richtlijn 2010/18/EU). Twee dossiers – wijzigingsvoorstellen voor de Kaderrichtlijn 2000/78/EG en de Zwangerschapsrichtlijn 92/85/EG zijn nog steeds aanhangig.


Dr. S.D. Burri
Dr. S.D. Burri (Susanne) is als universitair hoofddocent verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid (Gender en recht en Europa Instituut) van de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht en is coördinator van het Europees Netwerk op het terrein van Gendergelijkheid van de Europese Commissie.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.

M.I. Veldt-Foglia

K. Sevinga
Artikel

Gelijke passagiersrechten voor alle vervoerswijzen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden pssagiersrechten, bsverordening, scheepsverordening, passagiersvervoer, buspassagier
Auteurs Mr. E.L. Speijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de uitbreiding en versterking van de rechten van vliegtuig- en treinpassagiers zullen ook de rechten van passagiers van schepen, autobussen en touringcars beter worden beschermd. De Europese Commissie heeft hiertoe in het najaar van 2008 twee voorstellen ingediend die voorzien in strengere regels en compensatie in geval van annulering en vertraging, bijstand aan personen met een beperkte mobiliteit en vergoedingen bij ongelukken. Met deze aan de luchtvaartverordening ontleende voorstellen worden de in de luchtvaartsector geldende passagiersrechten uitgebreid tot de andere vervoerssectoren. Het is echter de vraag of de doelstelling van Commissie, namelijk gelijke passagiersrechten voor alle vervoerswijzen, zal worden bereikt.


Mr. E.L. Speijer
Mr. E.L. Speijer is per 1 september 2009 werkzaam als advocaat-stagiair bij De Brauw.
Jurisprudentie

‘Goods Revisited’

Nieuwe inzichten in de rechtspraak over het vrij verkeer van goederen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2009
Auteurs Dr. S.A. de Vries
Auteursinformatie

Dr. S.A. de Vries
Dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent, Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Jurisprundentie

Strafrechtelijke immuniteit voor Euratom?

Bespreking beschikking Hof Amsterdam d.d. 21 december 2005

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2006
Trefwoorden rechtsbescherming
Auteurs M.I. Veldt-Foglia

M.I. Veldt-Foglia

M. Klein
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.