Zoekresultaat: 29 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Het Hof van Justitie van Schumacker tot Kieback: indirecte discriminatie van buitenlandse werknemers in de inkomstenbelasting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden vrij verkeer van werknemers, indirecte discriminatie, Kieback-arrest, inkomstenbelasting, hypotheekrenteaftrek
Auteurs Mr. dr. J.J. van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse en internationale belastingrecht onderscheidt voor de heffing van inkomstenbelasting ingezeten van niet-ingezeten belastingplichtigen. Niet-ingezeten werknemers hebben in de werkstaat meestal geen recht op fiscale tegemoetkomingen in verband met hun persoonlijke of gezinssituatie, zoals hypotheekrenteaftrek. Hoewel dit op zich gerechtvaardigd is, vormt het volgens het Hof van Justitie onder omstandigheden indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Deze bijdrage bespreekt de hoofdlijnen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie op dit terrein, inclusief het Kieback-arrest van 18 juni 2015. De Hoge Raad vraagt in laatstgenoemde zaak of Nederland verplicht is om aan een ingezetene van Duitsland die tijdelijk in Nederland gewerkt heeft en vervolgens naar de Verenigde Staten emigreerde, hypotheekrenteaftrek te verlenen in verband met zijn in Duitsland gelegen woning. De verrassende uitkomst van deze procedure illustreert hoe complex Europees rechtersrecht kan zijn.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-9/14, Staatssecretaris van Financiën/D.G. Kieback, ECLI:EU:C:2015:406


Mr. dr. J.J. van den Broek
Mr. dr. J.J. (Harm) van den Broek is als universitair hoofddocent belastingrecht verbonden aan de Radboud Universiteit
Artikel

C’est arrivé près de chez vous! Het arrest Italmoda en het ontzeggen van rechten aan de particulier op grond van de EU-richtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden btw-fraude, omgekeerde verticale werking, Mangold-doctrine, fraudebestrijding, fiscale neutraliteit
Auteurs Dr. Thomas Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Italmoda waarin een nieuw aspect van directe werking van richtlijnen naar voren komt. Nationale overheden zijn verplicht rechten te weigeren als niet aan de materiële vereisten voor de verkrijging daarvan is voldaan. Dat is met name het geval als de begunstigde van btw-faciliteiten betrokken bleek te zijn geweest bij fraude of misbruik van recht. Deze zaak is voor fiscalisten van groot belang, temeer omdat hij vragen oproept ten aanzien van de relatie tussen fraudebestrijding en fiscale neutraliteit. Het arrest heeft echter ook een institutioneel belang dat het btw-recht overstijgt. In hoeverre wordt het verbod van omgekeerde verticale werking van richtlijnen, en daaraan gekoppeld het verbod tot het direct opleggen van verplichtingen aan de particulier, ingeperkt?
    HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BW5440


Dr. Thomas Vandamme
Dr. T.A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het arrest Briels: begrippen mitigatie en compensatie Habitatrichtlijn nader verklaard

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden Habitatrichtlijn, mitigatie, compensatie, Milieu & Infrastructuur, voorzorgbeginsel
Auteurs Dr. mr. Floor Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Briels e.a. gebogen over een prejudiciële vraag in het kader van een procedure aangaande het tracébesluit Rijksweg A2. Deze wegverbreding heeft negatieve gevolgen voor het bestaande beschermde areaal blauwgraslanden. Het tracébesluit voorziet echter in een mitigatieplan, omvattende de aanleg van een groter areaal blauwgraslanden van hogere kwaliteit dan het bestaande. De kern van het arrest gaat over de vraag of de in het tracébesluit voorgestelde beschermingsmaatregelen de schadelijke gevolgen mitigeren of dat deze maatregelen moeten worden aangemerkt als compenserende maatregelen als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn.
    In deze bijdrage worden de antwoorden van het Hof van Justitie besproken in het licht van eerdere rechtspraak over de beschermingsverplichtingen die artikel 6 lid 3 en 4 van de Habitatrichtlijn met zich meebrengen. In het bijzonder wordt daarbij ingegaan op de rol die het voorzorgbeginsel vervult bij de interpretatie van dit artikel en de betekenis van het begrip compensatie. De bijdrage sluit af met een korte bespreking van de opmerkelijke vervolgstappen die Nederland als reactie op het arrest heeft genomen.
    HvJ EU 15 mei 2014, zaak C-521/12, T.C. Briels e.a./Minister van Infrastructuur & Milieu, ECLI:EU:C:2014:330


Dr. mr. Floor Fleurke
Dr. mr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair docent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Arrest Jetair: wanneer brengt een maatregel het resultaat van de richtlijn in gevaar?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden onthoudingsplicht, richtlijnen, rechtstreekse werking, overgangsregeling
Auteurs Mr. Sim Haket
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Jetair van het Hof van Justitie wordt in deze bijdrage bestudeerd met het oog op de in het arrest Inter-Environnement Wallonie 1x HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476. ontwikkelde verplichting voor lidstaten om zich gedurende de omzettingstermijn van een richtlijn te onthouden van maatregelen die het door deze richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kunnen brengen. In de analyse van het arrest ga ik in op de relatie tussen de onthoudingsplicht en rechtstreekse werking en wordt in kaart gebracht welke verplichtingen de onthoudingsplicht op welke momenten voor lidstaten bevat. Jetair laat vooral zien dat voor de beoordeling of een maatregel het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kan brengen voor sommige richtlijnbepalingen naar de richtlijndoelstellingen moet worden gekeken, terwijl dit voor andere richtlijnbepalingen niet het geval is.
    HvJ EU 13 maart 2014, zaak C-599/12, Jetair NV en BTW-eenheid BTWE Travel4you/FOD Financiën, ECLI:EU:C:2014:144.

Noten

  • 1 HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476.


Mr. Sim Haket
S.W. (Sim) Haket LLM is als docent Europees recht verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht
Artikel

De complexiteit van terugvordering van staatssteun

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden staatssteun, terugvordering, civielrechtelijke grondslag, ongerechtvaardigde verrijking
Auteurs Mr. Gijs van Midden en Mr. Gijsbrecht Nieuwland
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de terugvordering van (onrechtmatige of onverenigbare) staatssteun moet nationale grondslag bestaan. Niet steeds biedt het vermogensrecht adequate grondslagen om in civielrechtelijke context verleende steunmaatregelen terug te vorderen. Illustratief voor deze civielrechtelijke complexiteit is de zaak Kliq, waarin de Rechtbank Rotterdam artikel 6:212 BW inzake ongerechtvaardigde verrijking aangrijpt om via geldlening verstrekt voordeel terug te vorderen.
    Rb. Rotterdam 18 september 2013, Staat der Nederlanden/J.R. Maas c.s. qq. (Kliq), ECLI:NL:RBROT:2013:9330


Mr. Gijs van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. Dit kantoor is niet betrokken bij de in deze bijdrage besproken procedure bij de Rechtbank Rotterdam.

Mr. Gijsbrecht Nieuwland
Mr. G.C. (Gijsbrecht) Nieuwland is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. Dit kantoor is niet betrokken bij de in deze bijdrage besproken procedure bij de Rechtbank Rotterdam
Artikel

Herziening Tabaksrichtlijn

Over de nieuwe Tabaksrichtlijn en de implicaties voor de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden interne markt, volksgezondheid, harmonisatie, Richtlijn 2014/40/EU, intellectueel eigendom
Auteurs Mr. R.A. Fröger en Mr. K. de Weers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 maart 2014 is de nieuwe Tabaksrichtlijn 2014/40/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. De nieuwe Tabaksrichtlijn brengt een ingrijpende wijziging op het gebied van de productie en distributie van tabaksproducten met zich mee. Op 20 mei 2016 moet de Richtlijn in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage worden de belangrijkste kenmerken van de Richtlijn besproken en wordt kort ingegaan op de gevolgen voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG, Pb. EU 2014, L 127/1.


Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. K. de Weers
Mr. K. (Koen) de Weers is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Aansprakelijkheid lidstaat voor niet-uitvoering milieueffectbeoordeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Milieueffectbeoordeling (MER), aansprakelijkheid, relativiteit,, causaliteit, zuivere vermogensschade
Auteurs Mr. E.H.P. Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de uitbreiding van een vliegveld is nagelaten een milieueffectbeoordeling (MER) uit te voeren, waardoor de milieueffecten van deze uitbreiding niet zijn onderzocht en ook niet is nagegaan of er alternatieven voorhanden zijn die tot minder geluidsoverlast leiden. Een eigenares/bewoonster van een huis dat in de zone ligt die extra geluidsoverlast ondervindt door de uitbreiding, vordert schadevergoeding stellende dat onrechtmatig is gehandeld doordat is nagelaten een MER uit te voeren. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorkoming van vermogensschade onder het beschermingsbereik van de MER-Richtlijn valt indien dergelijke schade het rechtstreekse economische gevolg is van de milieueffecten van een openbaar of particulier project is. Dat lijkt een stap in de goede richting te zijn voor klaagster, maar aannemelijk gemaakt zal moeten worden dat indien wel een MER was uitgevoerd, niet toch dezelfde schade zou zijn gelden. Kortom, het causaliteitscriterium kan in de weg staan aan een succesvolle claim.
    HvJ EU 14 maart 2013, zaak C-420/11, Leth/Oostenrijk, n.n.g.


Mr. E.H.P. Brans
Mr. E.H.P. (Edward) Brans is senioradvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Artikel

Enige Europeesrechtelijke aspecten van schaliegaswinning

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Schaliegaswinning, milieueffectrapportage, aanpassing MER richtlijn, gebruik chemicaliën, REACH Verordening
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande MER-Richtlijn dient zo te worden uitgelegd dat schaliegasprojecten m.e.r.-plichtig zijn, maar dat gebeurt in de praktijk niet. Milieueffectbeoordeling moet daarom expliciet verplicht worden gesteld via de momenteel aanhangige wijzigingsvoorstellen. Wat betreft het gebruik van chemicaliën vormt de REACH Verordening de basis voor evaluatie van gevolgen voor mens en milieu, maar ontbreekt informatie over schaliegaswinning waardoor ook hier aanpassingen wenselijk zijn. Eind 2013 komt er een voorstel van de Commissie dat deze en andere aspecten van schaliegaswinning zou moeten omvatten om mens en milieu beter te beschermen en gelijke uitgangsposities voor concurrenten te scheppen in de EU.
    Vindplaats nog invullen


Dr. W.Th. Douma
Dr. W.Th. (Wybe) Douma is senior onderzoeker Europees Recht bij het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag en docent Internationaal Milieurecht aan de Haagse Hogeschool.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie twee jaar juridisch bindend: rechtspraak in beweging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden EU-Handvest, grondrechten, rechtspraak, reikwijdte, EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beoogt inzicht te bieden in de wijze waarop de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Nederlandse colleges zich in het tweede jaar van juridische verbindendheid van het EU-Handvest heeft ontwikkeld. Daarbij komen onder meer de volgende onderwerpen ter sprake: de inroepbaarheid en de reikwijdte van het EU-Handvest, alsmede toetsing ten gronde, in het bijzonder wat betreft de rechtstreekse werking van EU-Handvestbepalingen, de uitleg van EU-Handvestbepalingen in relatie tot het EVRM, grondrechten in een Unierechtelijke context en prejudiciële verzoeken uit Nederland. De auteurs constateren een toename van zaken waarin het EU-Handvest in het tweede jaar aan de orde komt en bespeuren tekenen van beweging in de rechtspraak, hetgeen hoopvol is, nu het EU-Handvest nog steeds ‘jong’ is en veel uitleg behoeft.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Artikel

Kolencentrales, robuuste verbindingen en EU-milieurichtlijnen: balanceren tussen nationale en Europese doelstellingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden milieu, implementatie milieurichtlijnen, omzettingstermijn, ecologische hoofdtrsuctuur (EHS), vogel-en habitatrichtlijn
Auteurs Mr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden twee actuele milieudossiers besproken die direct de grenzen van het Europees recht raken, namelijk de voorgenomen bouw van een aantal nieuwe kolencentrales en het huidige regeringsbeleid ten aanzien van ecologische verbindingszones. Beide dossiers illustreren dat de Nederlandse moeite met het voldoen aan Europese resultaatsverplichtingen nog niet tot het verleden behoort.


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. A. Trouwborst
Dr. A. Trouwborst is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.

T.F.M. Etty

J. Wiers
Jurisprudentie

Google AdWords: het Hof maakt veel duidelijk, maar we zijn er nog niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden inbreuk op de merkrechten, opslagdiensten, E-Commerce richtlijn, aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie, Google AdWords
Auteurs Mr. M.J Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    De kogel is door de kerk voor Google; zij maakt geen inbreuk op de merkrechten met AdWords en Google verricht opslagdiensten in de zin van de E-Commerce richtlijn, als gevolg waarvan zij in beginsel een beroep kan doen op de daarin neergelegde aansprakelijkheidsexoneratie. Voor een geslaagd beroep zal de nationale rechter wel tot de conclusie moeten komen dat het gedrag van Google ‘binnen de perken blijft van dat van een als tussenpersoon optredende dienstverlener’.Wat betreft het merkgebruik door de adverteerder, komt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) met een (voor dit soort zaken?) specifieke invulling voor het door het Hof van Justitie ontwikkelde criterium ‘aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie’. Tot slot is opvallend dat het Hof van Justitie resoluut stelt dat in dit soort zaken geen sprake is van afbreuk aan de andere merkfuncties dan voornoemde.


Mr. M.J Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. Geursen is promovendus aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.

Mr. R. Ortlep
Mr. R. Ortlep en mr. M.J.M. Verhoeven zijn verbonden aan het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht respectievelijk het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

mr. M.J.M. Verhoeven

Dr. B. Baarsma
Dr. Barbara Baarsma is directeur SEO Economisch Onderzoek

drs. J. Poort
Drs. Joost Poort is hoofd cluster Mededinging en Regulering, SEO Economisch Onderzoek. Graag bedanken we Weijer VerLoren van Themaat voor zijn kritische blik op een eerdere versie van dit artikel.
Jurisprundentie

Over innemen en afscheiden; tussen vrij verkeer en alcoholmonopolie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2007
Trefwoorden vrij verkeer van goederen
Auteurs H.J. van Harten

H.J. van Harten

L.F.M. Besselink

J.M. Verschuuren
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.