Zoekresultaat: 32 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2011 x
Artikel

Nadere vormgeving van de bescherming van Richtlijn 1999/44/EG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden consumentenbescherming, non-conformiteit, vervangingskosten, consumentenkoop
Auteurs Dr. M.Y. Schaub
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een non-conforme zaak door de verkoper wordt vervangen, zijn er naast de kosten van de vervangende zaak extra kostenposten, zoals verwijderingskosten van de non-conforme zaak en installatiekosten van de nieuwe zaak. In deze uitspraak bepaalt het Hof van Justitie dat de verkoper die kosten dient te dragen, ook als de tekortkoming niet toerekenbaar is. Uit de uitspraak volgt verder dat artikel 7:21 lid 5 BW in strijd lijkt te zijn met Richtlijn 1999/44/EC (Richtlijn consumentenkoop).


Dr. M.Y. Schaub
Dr. M.Y. Schaub is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Grenzen aan het beperken van toegang tot de rechter in milieuzaken volgens het Europese Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden toegang rechter, relativiteitsvereiste, milieuverenigingen, gemengde verdragen, rechtsbasis
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof van Justitie legt in twee rechtszaken uit hoe ver EU-lidstaten kunnen gaan in het beperken van de toegang tot de rechter en bestuurlijke procedures in milieuzaken. Duitsland ging te ver door het voor milieubeschermingsorganisaties onmogelijk te maken bezwaar te maken tegen beslissingen onder wetten die algemene belangen (zoals natuurbehoud) aangaan, en niet hun subjectieve rechten. In de Slovaakse zaak werd duidelijk dat nationale rechters nationale procesrechtelijke bezwaar- of beroepsvoorwaarden moeten uitleggen in overeenstemming met artikel 9 lid 3 Verdrag van Aarhus en de EU-verplichting om effectieve rechterlijke bescherming van door het EU-recht verleende rechten te verzekeren.


Dr. W.Th. Douma
Dr. Wybe Th. Douma is senior onderzoeker Europees Recht en Internationaal Handelsrecht, T.M.C. Asser Instituut, Den Haag.
Artikel

Nee tegen nationaliteitseisen notarissen

De werkingssfeer van de uitzonderingen van openbaar gezag en overheidsdienst op het vrij verkeer van personen en diensten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden niet-nakoming, vestiging, notarissen, nationaliteitsvereiste, uitoefening van openbaar gezag
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink en Mr. drs. H.M.M. Zelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot aantal lidstaten hield tot voor kort nog vast aan nationaliteitseisen voor notarissen op grond van de verdragsuitzondering van de uitoefening van openbaar gezag. Het Hof van Justitie heeft echter in het voorjaar van 2011 een streep door deze eisen gehaald. Tegen Nederland loopt de procedure nog. In deze bijdrage worden aan de hand van deze recente jurisprudentie de inhoud en de grenzen van de openbaargezagexceptie verkend.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. van den Brink is hoofddocent Europees Recht en directeur Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

Mr. drs. H.M.M. Zelen
Mr. drs. H.M.M. Zelen is junior onderzoeker, Europa Instituut Universiteit Utrecht.
Artikel

Afgewogen vrijheid

Over randvoorwaarden voor de Europese vestigingsvrijheid van grote winkelbedrijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden vrijheid van vestiging, grote winkelbedrijven, economische overwegingen, bewijs en procesvoering, lex silencio negativo, niet-nakoming
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie

    Een lidstaat mag de vestiging van grote winkelbedrijven niet afhankelijk stellen van economische overwegingen zoals het effect van de vestiging op de bestaande handel of het marktaandeel van de betrokken onderneming. Dit blijkt uit het arrest Commissie/Spanje waarin het reguleringskader voor de vestiging van grote winkelbedrijven in Catalonië in het licht van de vestigingsvrijheid wordt geplaatst. Het arrest toont een genuanceerde, afgewogen beoordeling van vestigingsregulering. Het zwaartepunt ligt bij de evenredigheidstoetsing. De uitspraak illustreert het praktische belang van bewijs en procesvoering daarin.


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. van Harten is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het poldermodel van de publiek-private samenwerking in mededingingsland

Een analyse van de zaak Pfleiderer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden decentrale toepassing, private handhaving, publieke handhaving, clementie, procedurele autonomie
Auteurs M.J. Frese LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een reeks van uitspraken waarmee het Hof van de Justitie de rechtstreekse werking van het EU-mededingingsrecht heeft ondersteund, keert het zich met Pfleiderer tegen een orthodoxe benadering van private handhaving: het primaat bij het verzekeren van de naleving van de artikelen 101 en 102 VWEU ligt niet bij het individu. Subjectieve rechten genieten weliswaar de bescherming van het Hof van Justitie, civic empowerment legt het af tegen public enforcement indien de vrije mededinging hiermee is gediend. Deze bijdrage bespreekt de implicaties van Pfleiderer voor de autonomie van de lidstaten ten aanzien van publiekrechtelijke clementieregelingen en privaatrechtelijke schadevergoedingsprocedures.


M.J. Frese LLM
M.J. Frese LLM is promovendus Amsterdam Centre for European Law and Governance/Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het Europees burgerinitiatief

Symboolwetgeving of daadwerkelijke democratische versterking van de Unie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden Europees burgerinitiatief, unieburgerschap, directe democratie, legitimiteit, verdrag van Lissabon
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees burgerinitiatief (EBI) is een noviteit in het EU-recht, ingevoerd door het Verdrag van Lissabon. In deze bijdrage wordt de potentiële bijdrage van het EBI aan de democratische fundamenten van de Unie besproken, in het licht van de nadere uitwerking en vormgeving daarvan in Verordening (EU) nr. 211/2011. Krachtens deze Verordening zullen burgerinitiatieven kunnen worden ingediend vanaf 1 april 2012.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Arrest Aalberts

Vernietiging boetes in het koperfittingenkartel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden enkele, complexe en voortdurende inbreuk, Aalberts, onschuldpresumptie, 10 procent-plafond, toerekening
Auteurs Mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Aalberts-arrest van het Gerecht betreft een beroep van Aalberts Industries en haar dochtervennootschappen Simplex en Aquatis tegen de beschikking van de Europese Commissie van 20 september 2006 waarin de Commissie aan dertig vennootschappen binnen elf concerns een totale boete van 314,7 miljoen euro oplegde voor deelname aan het koperfittingenkartel in de periode van 1988 tot 2001 en voor sommige ondernemingen zelfs tot 2004.1x Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63. Aalberts komt succesvol op tegen de constatering van de Commissie dat haar dochters Simplex en Aquatis na de inspecties van de Commissie in maart 2001 de inbreuk zouden hebben voortgezet. Aangezien Aalberts de dochtervennootschappen pas in augustus 2002 heeft overgenomen en een vrijwaring heeft bedongen van de verkoper voor boetes van vóór de overname, betekent dit arrest dat Aalberts in deze kartelzaak geen boete verschuldigd is.

Noten

  • 1 Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63.


Mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Jurisprudentie

Het arrest Vicoplus

Bij grensoverschrijdende uitzendarbeid is zowel het vrij verkeer van werknemers als het vrij verkeer van diensten van toepassing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden vrij verrichten van diensten, richtlijn 96/71/EG, vrij verkeer van werknemers, toetredingsakte van 2003, overgangsmaatregelen
Auteurs Prof. mr. M.S. Houwerzijl
SamenvattingAuteursinformatie

    Poolse werknemers konden tot 1 mei 2007 in Nederland geen rechten tot verplaatsing ontlenen aan het vrij verkeer van werknemers. Maar niet alle werknemersmobiliteit vanuit Polen was onvrij. Detachering van werknemers om een dienst te verrichten in een andere lidstaat maakt deel uit van het vrij verkeer van diensten en leek dus wel onbelemmerd mogelijk. Nederland paste zijn overgangsregime echter ook toe op gedetacheerde Poolse uitzendkrachten. De vraag was of dit in strijd is met het vrij verkeer van diensten. In zijn arrest Vicoplus bepaalt het Hof van Justitie dat de Nederlandse regeling door de Europese beugel kan. Hiermee is aan de omzeiling van het overgangsregime door detacheringconstructies een halt toegeroepen.


Prof. mr. M.S. Houwerzijl
Prof. mr. M.S. Houwerzijl is als UHD verbonden aan de vaksectie sociaal recht, Radboud Universiteit Nijmegen en als hoogleraar Europees en rechtsvergelijkend arbeidsrecht werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Eerste uitspraak Hof van Justitie over de Dienstenrichtlijn

Het actief werven van cliënten door beoefenaars van gereglementeerde beroepen mag niet worden verboden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden dienstenrichtlijn, commerciële communicatie, gereguleerde beroepen, Hof van Justitie, accountants
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de Dienstenrichtlijn. De vraag van de Franse Conseil d´Etat heeft betrekking op de vrijheid van commerciële communicatie voor beoefenaars van gereglementeerde beroepen, in casu accountants. Het Hof van Justitie bepaalt dat artikel 24 van de Dienstenrichtlijn zich verzet tegen een nationale regeling die dergelijke beoefenaars volledig verbiedt actief klanten te werven.


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. Temmink is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de Europese commissie, DG Interne markt en financiële diensten, unit Online and Postal Services.
Artikel

Biertje? Het Gerecht verlaagt de boetes in het Nederlands bierkartel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden kartel, bier, gelijkheidsbeginsel, redelijke termijn, clementie
Auteurs Mr. S.J.H. Evans
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. S.J.H. Evans
Mr. S.J.H. Evans is professional support lawyer bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. en tevens werkzaam bij het Europa Instituut (Universiteit Utrecht).
Artikel

Bedrijfspensioenen, geregistreerd partnerschap en het Uniebeginsel van gelijke behandeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gelijke behandeling, seksuele geaardheid, algemeen beginsel, pensioen, directe discriminatie
Auteurs Mr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei van dit jaar oordeelde het Hof van Justitie (Grote Kamer) dat een lagere bedrijfspensioenuitkering voor geregistreerde partners van hetzelfde geslacht in vergelijking met gehuwden, een verboden discriminatie naar seksuele geaardheid kan opleveren. Het gaat om de toepassing van Kaderrichtlijn 2000/78/EG die gelijkheid in arbeid en beroep op diverse discriminatiegronden voorschrijft. Het is pas het tweede arrest over de discriminatiegrond van seksuele geaardheid. Evenals in de eerste en soortgelijke zaak Maruko,1x HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65. wordt het verschil in pensioenrechten tussen gehuwden en partners die een (Duits) geregistreerd partnerschap zijn aangegaan als een directe discriminatie aangemerkt, althans als op basis van het nationale recht deze partnerschappen vergelijkbaar zijn. Naar aanleiding van de Maruko-zaak is al opgemerkt dat het laatste lijkt te suggereren dat juist de lidstaten die behalve ongelijke pensioenrechten ook geen met het huwelijk vergelijkbare samenlevingsregeling kennen voor homo’s, hierdoor de dans ontspringen. Of deze conclusie gerechtvaardigd is, wordt in deze bijdrage nader besproken. Daarnaast wordt ingegaan op een tweede, belangwekkend aspect van dit arrest, namelijk de erkenning van het discriminatieverbod naar seksuele geaardheid als een algemeen beginsel van Unierecht. Voor leeftijdsdiscriminatie stond dit al vast op grond van Mangold en Kücükdeveci,2x Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178. maar het lijkt nu te gelden voor alle gronden uit de richtlijn. Hieronder komt de betekenis van het Uniebeginsel voor de directe afdwingbaarheid van pensioenaanspraken aan bod en voor de terugwerkende kracht daarvan, al acht het Hof van Justitie het beginsel in de onderhavige zaak, anders dan in Mangold, niet toepasselijk vóór het verstrijken van de omzettingstermijn van Richtlijn 2000/78/EG.

Noten

  • 1 HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65.

  • 2 Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Einde aan hogere premies en lagere uitkeringen voor vrouwen bij particuliere verzekeringen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden actuariële berekeningsfactoren, premie voor levensverzekering
Auteurs Prof. dr. E. Lutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit arrest betreft de belangrijke vraag of een verzekeringsmaatschappij bij de premievaststelling voor een particuliere levensverzekeringsovereenkomst onderscheid mag maken tussen mannen en vrouwen. Dit onderscheid is gangbaar bij dergelijke verzekeringsovereenkomsten en wordt gebaseerd op actuariële berekeningsfactoren (sterfte- en overlevingstafels) waaruit blijkt dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen. Artikel 5 lid 2 van Richtlijn 2004/113/EG betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten laat dit onderscheid toe. Het Hof van Justitie oordeelt dat deze bepaling uit de richtlijn vanaf 21 december 2012 ongeldig is wegens strijd met de grondrechten van de Europese Unie. Wat zijn de gevolgen voor de particuliere verzekeringen?


Prof. dr. E. Lutjens
Prof. dr. E. Lutjens, hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Expertisecentrum Pensioenrecht.
Artikel

Waarom het transparantiebeginsel maar niet transparant wil worden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden transparantiebeginsel, aanbestedingsrecht, rechtszekerheid, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.W.G.J. Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese transparantiebeginsel breidt zich uit als een olievlek over de zee van het Europese recht. Nu meer en meer rechtsgebieden onder de reikwijdte van het transparantiebeginsel vallen, wordt het steeds moeilijker het belang van het beginsel voor het Nederlandse recht te ontkennen. Toch blijft het moeilijk te preciseren wat het transparantiebeginsel precies vereist. In dit artikel wordt betoogd dat de sleutel ligt in het instrumentele karakter van het transparantiebeginsel: steeds is een mate van transparantie vereist die zo goed mogelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelen die in een bepaalde context bij transparantie zijn gediend.


Mr. A.W.G.J. Buijze
Mr. A.W.G.J. Buijze is promovenda bij het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Kroniek ontwikkelingen Europees aanbestedingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden aanbesteding, concessie, rechtsbescherming, defensie, kroniek
Auteurs Mr. A. van der Linden en Mr. M.J.J.M. Essers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de ontwikkelingen in het Europese aanbestedingsrecht belicht die zich hebben voor gedaan in de periode 1 juli 2010 tot 1 juni 2011. De kroniek sluit aan op de vorige kroniek die in november 2010 in NTER is gepubliceerd. Allereerst wordt de jurisprudentie van het Hof van Justitie besproken. Het betreft arresten over de werkingsfeer, de toepassing van de fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht, de uitvoering van aanbestedingsprocedures en de rechtsbescherming. Vervolgens komen activiteiten van de Europese Commissie inzake beleidsvorming en wetgeving aan bod. De kroniek sluit af met enkele voorbeelden van handhaving van het aanbestedingsrecht door de Commissie, meer specifiek ten aanzien van de Nederlandse aanbestedingspraktijk.


Mr. A. van der Linden
Mr. A. van der Linden is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. Essers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

RIE vervangt IPPC

Is de toepassing van BBT nu wél gewaarborgd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden BBT, IPPC, installatie, inrichting, emissies
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 is de Europese Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aangenomen, kortweg de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). De RIE voegt de IPPC-richtlijn samen met zes sectorale richtlijnen met betrekking tot industriële emissies. Daarnaast zijn de bestaande richtlijnen aangepast. Een aantal voorschriften van de IPPC-richtlijn zijn ingrijpend gewijzigd om te waarborgen dat de ‘beste beschikbare technieken’ zoals reeds voorgeschreven in de IPPC-richtlijn in alle lidstaten coherent worden toegepast. In deze bijdrage ga ik in op deze wijzigingen en zal ik mogelijke implicaties voor de Nederlandse praktijk aanstippen.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

De arresten Ruiz Zambrano en McCarthy

Het Hof van Justitie en het effectieve genot van EU-burgerschapsrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden EU Burgerschap, interne situaties, omgekeerde discriminatie, fundamentele rechten, nationaliteitsrecht
Auteurs Mr. A.P. van der Mei, Prof. S.C.G. van den Bogaert en Prof. G.R. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Ruiz Zambrano heeft het Hof van Justitie verklaard dat een staatsburger van een derde staat zich op artikel 20 VWEU kan beroepen om aanspraak te maken op het recht van verblijf en afgifte van een werkvergunning in de lidstaat waar zijn ten laste komende kinderen verblijven en waarvan zij de nationaliteit bezitten. Deze uitspraak heeft potentieel vergaande gevolgen voor het EU-recht en de ontwikkeling van de beginselen inzake het EU-burgerschap in het algemeen, en voor de rechtspositie van EU-burgers die geen gebruik hebben gemaakt van hun vrije verkeersrechten in het bijzonder. Bijna twee maanden later echter oordeelde het Hof van Justitie in de zaak McCarthy dat EU-burgers die nooit hun recht op vrij verkeer hebben uitgeoefend, zich niet kunnen beroepen op het EU-burgerschap om het verblijf van hun echtgenoot die uit een derde land komt, te regulariseren. Het heeft er dus alle schijn van dat het Hof van Justitie in McCarthy al meteen de eerste gelegenheid te baat heeft genomen om eventuele scherpe kantjes van Ruiz Zambrano af te vijlen.HvJ EU (Grote Kamer) 8 maart 2011, zaak C-34/09, Gerardo Ruiz Zambrano/Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), n.n.g. en HvJ EU (Derde Kamer) 5 mei 2011, zaak C-434/09, Shirley McCarthy/Secretary of State for the Home Department, n.n.g.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is als universitair docent verbonden aan het Maastricht Center for European Law.

Prof. S.C.G. van den Bogaert
Prof. S.C.G. van den Bogaert is hoogleraar Europees recht en directeur van het Europa Instituut aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. G.R. de Groot
Prof. G.R. de Groot is hoogleraar Rechtsvergelijking en International Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

The proof of the pudding…: het nieuwe EU-toezichtstelsel voor de financiële sector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden toezicht, banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenhandel, financiële sector
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2011 is in de Europese Unie het nieuwe toezichtstelsel voor de financiële sector in werking getreden. Het is een groot bouwwerk geworden met drie sectorale pilaren (EBA, EIOPA en ESMA). De ECB fungeert, in de gedaante van de ESRB, als entablement en de ondergrond wordt gevormd door de toezichthouders in de lidstaten. In dit artikel komen de belangrijkste verschillen met de reeds eerder in NTER besproken voorstellen van september 2009 aan de orde.– Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betr. macroprudentieel toezicht van de Europese Unie en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/1;– Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/12;– Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/48;– Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/84;– Verordening (EU) Nr. 1096/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/162


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. van Haersolte is jurist EU-recht, bureau Secretaris bij de Raad van State.
Artikel

Handhavingsautonomie bij de Decentrale Toepassing van het EU-Mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, decentrale handhaving, nationale autonomie, sancties, Verordening (EG) nr. 1/2003
Auteurs M.J. Frese LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Recente ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie en van de zijde van de Commissie wijzen erop dat de autonomie van de lidstaten bij de publieke handhaving van de artikelen 101 en 102 VWEU geen rustig goed is. Subsidiariteit en uniformiteit zoeken telkens een nieuwe balans en worden daarbij geholpen door fundamentele rechtsbeginselen. Deze bijdrage analyseert de ‘beschikkingsautonomie’ onder artikel 5 Verordening (EG) nr. 1/2003. De conclusie wordt getrokken dat nationale mededingingsautoriteiten niet rechtstreeks beschikkingsbevoegdheden ontlenen aan deze bepaling. Aangegeven wordt verder op welke wijze tekst, strekking en doelstelling van Verordening (EG) nr. 1/2003 de nationale beschikkingsautonomie bepalen. De consequenties hiervan worden vervolgens vanuit Nederlands perspectief bezien.


M.J. Frese LL.M
M.J. Frese LL.M is promovendus, Amsterdam Centre for European Law and Governance/Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het arrest TeliaSonera: geen economische invulling van het begrip prijssqueeze

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden prijssqueeze, afwezigheid leveringsverplichting, even efficiënte concurrent, verticale integratie
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In een met name voor verticaal geïntegreerde ondernemingen belangwekkend arrest heeft het Hof van Justitie de voorwaarden waaronder een prijssqueeze (in goed Nederlands: de prijsklem) kan optreden gepreciseerd.1x HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera. Het arrest bouwt verder op het arrest van het Hof van Justitie inzake Deutsche Telekom,2x HvJ EU 14 oktober 2010, zaak C-280/08, Deutsche Telekom. maar bevat op een tweetal punten belangrijke nieuwe inzichten. In de eerste plaats nuanceert het Hof van Justitie het uitgangspunt dat bij het bepalen van de tarieven en kosten moet worden uitgegaan van de tarieven en kosten van de dominante aanbieder. Volgens het Hof van Justitie kan onder omstandigheden van dit beginsel worden afgeweken. Deze door het Hof van Justitie geïntroduceerde uitzondering is evenwel opmerkelijk ruimhartig geformuleerd. In de tweede plaats bepaalt het Hof van Justitie dat een dominante onderneming zich schuldig kan maken aan een prijssqueeze, ook indien op deze onderneming geen leveringsplicht rust. Dat laatste lijkt op gespannen voet te staan met een economische toepassing van artikel 102 VWEU.
    HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera

Noten

  • 1 HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera.

  • 2 HvJ EU 14 oktober 2010, zaak C-280/08, Deutsche Telekom.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat te Amsterdam (Stibbe).
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.