Zoekresultaat: 36 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2015 x
Artikel

Timab Industries S.A.: eerste ‘hybride zaak’ doorstaat eerste rechterlijke toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Schikking, Verordening (EG) nr. 622/2008, hybride procedure, alternatieve handhaving
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. drs. M.W.J. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht heeft in het arrest Timab Industries en Compagnie Financière et de participations Roullier (Timab) voor het eerst uitspraak gedaan over het hybride karakter van de schikkingsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008. Het hybride karakter is gelegen in de omstandigheid dat alle karteldeelnemers behoudens Timab de zaak met de Commissie hebben geschikt. In de tweede plaats is het arrest van belang, omdat aan Timab een boete werd opgelegd die aanzienlijk hoger was dan de bovengrens van de bandbreedte van boetes die haar door de Commissie in de schikkingsprocedure was voorgehouden. In dit artikel worden de overwegingen van het Gerecht met betrekking tot deze onderwerpen besproken en van kort commentaar voorzien.
    Gerecht 20 mei 2015, zaak T-456/10, Timab Industries, ECLI:EU:T:2015:296 (hogere voorziening verzocht: C-411/15P)


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. (Silvia) Vinken is advocaat bij BANNING N.V.

Mr. drs. M.W.J. Jongmans
Mr. drs. M.W.J. (Martijn) Jongmans is advocaat bij BANNING N.V.
Artikel

Het minimumloonbegrip in de Detacheringsrichtlijn – ruimte voor sociale bescherming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden detacheringsrichtlijn, vrijdienstenverkeer, sociaal beschermingsniveau, inimumloon, detacheringsvergoeding
Auteurs Dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie beoordeelt of het minimumloon dat een Poolse dienstverlener op grond van Fins recht moet betalen aan zijn Poolse werknemers die in Finland zijn gedetacheerd, in overeenstemming is met de bepalingen voor minimale bescherming uit de detacheringsrichtlijn. Het Hof van Justitie laat in zijn arrest een ruime marge aan de lidstaten om het minimumloon te bepalen. Hoewel uit het Laval-arrest voortvloeide dat de door de richtlijn beoogde minimumbescherming vanuit het oogpunt van vrij verkeer als plafond heeft te gelden, maakt dit arrest duidelijk dat de richtlijn niet noodzakelijkerwijs het absoluut laagste niveau verlangt dat het recht van de ontvangststaat aan sociale bescherming biedt.
    HvJ 12 februari 2015, zaak C-396/13, Sähköalojen ammattiliitto ry/Elektrobudowa Spółka Akcyjna (‘Finse vakbond’), ECLI:EU:C:2015:86


Dr. A.G. Veldman
Dr. A.G. (Albertine) Veldman is als universitair docent (Europees) arbeidsrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Hof van Justitie van Schumacker tot Kieback: indirecte discriminatie van buitenlandse werknemers in de inkomstenbelasting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden vrij verkeer van werknemers, indirecte discriminatie, Kieback-arrest, inkomstenbelasting, hypotheekrenteaftrek
Auteurs Mr. dr. J.J. van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse en internationale belastingrecht onderscheidt voor de heffing van inkomstenbelasting ingezeten van niet-ingezeten belastingplichtigen. Niet-ingezeten werknemers hebben in de werkstaat meestal geen recht op fiscale tegemoetkomingen in verband met hun persoonlijke of gezinssituatie, zoals hypotheekrenteaftrek. Hoewel dit op zich gerechtvaardigd is, vormt het volgens het Hof van Justitie onder omstandigheden indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Deze bijdrage bespreekt de hoofdlijnen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie op dit terrein, inclusief het Kieback-arrest van 18 juni 2015. De Hoge Raad vraagt in laatstgenoemde zaak of Nederland verplicht is om aan een ingezetene van Duitsland die tijdelijk in Nederland gewerkt heeft en vervolgens naar de Verenigde Staten emigreerde, hypotheekrenteaftrek te verlenen in verband met zijn in Duitsland gelegen woning. De verrassende uitkomst van deze procedure illustreert hoe complex Europees rechtersrecht kan zijn.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-9/14, Staatssecretaris van Financiën/D.G. Kieback, ECLI:EU:C:2015:406


Mr. dr. J.J. van den Broek
Mr. dr. J.J. (Harm) van den Broek is als universitair hoofddocent belastingrecht verbonden aan de Radboud Universiteit
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.
Artikel

De 3 uit 6-voorwaarde voor export van Nederlandse studiefinanciering door niet-actieve EU-burgers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Europees burgerschap, studiefinanciering, Export van studiefinanciering, 3 uit 6-voorwaarde
Auteurs Mr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie had al beslist dat Nederland door een woonplaatsvereiste voor te schrijven, de zogenoemde 3 uit 6-voorwaarde, voor migrerende werknemers en hun gezinsleden om Nederlandse financiering voor buiten Nederland gevolgd hoger onderwijs te kunnen verkrijgen, zijn verplichtingen krachtens artikel 45 VWEU en artikel 7 lid 2 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers niet was nagekomen. In de hier besproken uitspraak Martens is het de vraag of deze 3 uit 6-voorwaarde ook voor economisch niet-actieve EU-burgers verboden is, vanwege strijd met de bepalingen over het Europees Burgerschap (art. 20 en 21 VWEU).
    HvJ 25 februari 2015, zaak C-359/13, B. Martens/Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


Mr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als Universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

    Deze bijdrage bespreekt de gevolgen van de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU) voor de Nederlandse asielprocedure. Deze richtlijn heeft geleid tot een aantal belangrijke wijzigingen in het Nederlandse systeem van procedures en soorten asielbeslissingen. De onverkorte handhaving van een aantal cruciale aspecten van de Nederlandse asielprocedure, zoals de snelle algemene asielprocedure en het toetsingskader voor tweede en volgende asielaanvragen, wringt echter met het systeem van de Procedurerichtlijn. Daarnaast zijn in navolging van de richtlijn een aantal nieuwe waarborgen voor asielzoekers geïntroduceerd, zoals passende steun voor kwetsbare asielzoekers, een verruimd recht op een rechtsmiddel met schorsende werking en een volledig en ex nunc onderzoek door de rechter.
    Richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), PbEU 2013, L 180/60.


Mr. dr. M. Reneman
Mr. dr. M. (Marcelle) Reneman is als Universitair Docent Migratierecht verbonden aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Inburgeringseisen en het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden inburgeringsvoorwaarden, bestuurlijke boete, effectieve werking, Richtlijn langdurig ingezetenen, Richtlijn gezinshereniging
Auteurs Mr. A. Woltjer
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal arresten heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de vraag of de in Nederland gehanteerde inburgeringseis verenigbaar is met het Unierecht, met name de Richtlijn langdurig ingezeten derdelanders en de Richtlijn gezinshereniging.
    HvJ 4 juni 2015, zaak C-579/13, P en S, ECLI:EU:C:2015:369
    HvJ 9 juli 2015, zaak C-153/14, K en A, ECLI:EU:C:2015:453


Mr. A. Woltjer
Mr. A. (Aleidus) Woltjer is werkzaam als wetgevingsjurist bij de directie advisering van de Raad van State.
Artikel

Uitsluiting van homoseksuele mannen als bloeddonor: het arrest Léger en de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Richtlijn 2004/33/EG, discriminatie, volksgezondheid, Handvest, bloeddonor
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en Mr. A. Swarte
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschillende lidstaten, waaronder Nederland en Frankrijk, sluiten mannen die seksueel contact hebben (gehad) met mannen levenslang uit als bloeddonor. Het Hof van Justitie heeft zich op 29 april 2015 uitgesproken over deze permanente uitsluiting van MSM en heeft voorwaarden geformuleerd waaraan in dat geval moet zijn voldaan.
    HvJ 29 april 2015, zaak C-528/13, Geoffrey Léger/Ministre des Affaires sociales, de la Santé et des Droits des femmes, en Établissement français du sang, ECLI:EU:C:2015:288


Prof. mr. J.C.J. Dute
Prof. mr. J.C.J. (Jos) Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest Mertens geoordeeld dat een grensarbeider die in directe aansluiting op een voltijds arbeidscontract deeltijds werkzaam wordt bij een andere onderneming in dezelfde lidstaat gedeeltelijk werkloos is. Een situatie van volledige werkloosheid is slechts aan de orde indien de betrokken werknemer volledig heeft opgehouden te werken.
    HvJ 5 februari 2015, C-655/13, Mertens, ECLI:EU:C:2015:62


Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveert aan de Universiteit Hasselt.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2013 en 2014

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Mededingingsbeperkende afspraken, Misbruik van een economische machtspositie, Ondernemingsbegrip, Procedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. E.L.G. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderhavige artikel staan centraal de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie die zich in de jaren 2013 en 2014 hebben voorgedaan op het gebied van het mededingingsrecht. In verband met de enorme productie van arresten en beschikkingen door het Hof van Justitie op dit terrein komen uitsluitend de meest in het oog springende zaken aan bod


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. E.L.G. Mattioli
Mr. E.L.G. (Evi) Mattioli is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel en is tevens verbonden als vrijwillig medewerkster aan de KU Leuven.
Artikel

De prijs voor transparantie en publicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Toegang tot documenten, Verordening (EG) nr. 1049/2001, publicatie van processtukken online, proceskostenveroordeling, misbruik van recht
Auteurs Mr. O.W. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot processtukken met standpunten die de Europese instellingen en Lidstaten innemen in procedures bij de EU-rechter ondervindt toenemende belangstelling.
    Dit is de tweede zaak waarin de grenzen worden verkend van toegang tot processtukken via de Eurowob.
    Breyer is deels succesvol in zijn verzoek tot toegang maar wordt in de proceskostenveroordeling gestraft voor het plaatsen van kritische kanttekeningen en processtukken van zijn Eurowobzaak op zijn website. De vraag is of dit rechtens juist is. De Commissie heeft hogere voorziening ingesteld tegen het hier besproken arrest.
    Gerecht 27 februari 2015, zaak T-188/12, Patrick Breyer (gesteund door interveniënten Republiek Finland, Koninkrijk Zweden)/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:124. Hogere voorziening verzocht in C-213/15 P.


Mr. O.W. Brouwer
Mr. O.W. (Onno) Brouwer is als advocaat verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam en Brussel.
Artikel

Handhaving van Europees Milieurecht: resultaatsverplichtingen op het terrein van lucht en water

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden milieu, kaderrichtlijnen, programmatische aanpak, resultaatsverplichting, lucht- en waterkwaliteitseisen
Auteurs Mr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In de besproken prejudiciële procedures is het Hof van Justitie verzocht uitspraak te doen over de aard van de in de milieukaderrichtlijnen opgenomen programmatische verplichtingen. In beide arresten heeft het Hof van Justitie de doelstellingen van deze richtlijnen centraal gesteld, hetgeen een einde heeft gemaakt aan de discussie of het in deze richtlijnen wel gaat om resultaatsverplichtingen. De rechtspraak heeft gevolgen voor het Nederlandse beleid dat de programmatische aanpak centraal stelt. Geconcludeerd wordt dat per sector en per richtlijn bekeken moet worden of dit verenigbaar is met het Europese recht. Een generalistische verbreding en uniforme toepassing van de programmatische aanpak staat hiermee op gespannen voet.
    HvJ 1 juli 2015, zaak C-461/13, Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland eV/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2015:433.
    HvJ 19 november 2014, zaak C-404/13, The Queen, op verzoek van ClientEarth/The Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, ECLI:EU:C:2014:2382 (ClientEarth).


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. (Floor) Fleurke is universitair docent Europees milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen

Over de moeizame relatie tussen het Unierecht en arbitrage

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Arbitrage, EEX-Verordening, EEX-herschikking, anti-suit injunction
Auteurs Mr. dr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat de EEX-Verordening niet van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale anti-suit injunctions. Die vraag wordt beheerst door het nationale en het internationale recht dat van toepassing is in de lidstaat waar de erkenning en tenuitvoerlegging van de anti-suit injunction wordt gezocht.
    HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen, ECLI:EU:C:2015:316


Mr. dr. B. van Zelst
Mr. dr. B. (Bas) van Zelst is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

Hof van Justitie ontwikkelt nieuwe visie op begrip handicap – en daarmee op non-discriminatierecht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden non-discriminatie, handicap, definitie, zwaarlijvigheid, ontslag
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 1997 heeft de Raad van Ministers van de EU de bevoegdheid maatregelen te nemen ter bestrijding van discriminatie op grond van handicap. Maar wat wordt eigenlijk onder het begrip handicap verstaan? Het Hof van Justitie heeft deze term, zoals onder andere neergelegd in Richtlijn 2000/78/EG (hierna: Kaderrichtlijn) en het Handvest van grondrechten van de EU, via antwoorden op prejudiciële beslissingen nader geduid. Bestudering van deze jurisprudentie leert dat het Hof van Justitie het begrip handicap inmiddels anders interpreteert dat aanvankelijk het geval was. De omslag van een medische naar een meer sociale visie op het begrip handicap spreekt evident uit het recente arrest Kaltoft, het vervolg op de eerdere zaak HK Danmark. Deze nieuwe visie werkt door in de uitleg en toepassing van het Unierechtelijke verbod van discriminatie vanwege handicap en laat de gelijkebehandelingswetgeving in Nederland niet onberoerd.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-354/13, Karsten Kaltoft/Billund Kommune, ECLI:EU:C:2014:2463, n.n.g.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. (Aart) Hendriks is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is daarnaast coördinator gezondheidsrecht bij artsenorganisatie KNMG te Utrecht.
Artikel

Cameratoezicht in het publieke domein: may little brother watch you?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Cameratoezicht, privacy, gegevensbescherming, openbare ruimte, gerechtvaardigde belangen
Auteurs Mr. H. Kranenborg
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat het private gebruik van een beveiligingscamera die is bevestigd aan het woonhuis en uitziet op de voordeur, een gedeelte van de openbare weg en de voordeur van de overburen, binnen de reikwijdte van de Richtlijn gegevensbescherming valt. Het doel van het gebruik van een dergelijke camera, namelijk de bescherming van de eigendom, de gezondheid en het leven van de eigenaars van het huis, zou de gegevensverwerking eventueel kunnen rechtvaardigen.
    HvJ 11 december 2014, zaak C-212/13, František Ryneš, ECLI:EU:C:2014:2428


Mr. H. Kranenborg
Mr. H. (Herke) R. Kranenborg is lid van de juridische dienst van de Europese Commissie en als vrijwillig wetenschappelijk medewerker verbonden aan de KU Leuven. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Een Amerikaanse dienstweigeraar in Europa

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Definitierichtlijn, dienstweigering, vluchtelingendefinitie, asielrecht, Europees recht
Auteurs Mr. dr. M. den Heijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde is de vraag of een Amerikaanse dienstweigeraar recht op asiel in Duitsland heeft. Hij wenst niet deel te nemen aan oorlogsmisdrijven die volgens hem door Amerikaanse troepen in Irak worden gepleegd. De verwijzende rechter wil weten of de Duitse autoriteiten een oordeel moeten vellen over mogelijke Amerikaanse schendingen van het oorlogsrecht in Irak. Het Hof van Justitie antwoordt dat het Europese asielrecht (de Definitierichtlijn) inderdaad kan verplichten tot een dergelijk onderzoek. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de Duitse rechter dat onderzoek moet verrichten, nu de dienstweigeraar eerdere mogelijkheden om uit het Amerikaanse leger te treden onbenut heeft gelaten. Bovendien is een voorwaarde voor asielverlening dat de Verenigde Staten niet effectief optreden tegen oorlogsmisdrijven.
    HvJ 26 februari 2015, zaak C-472/13, Andre Lawrence Shepherd/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2015:117


Mr. dr. M. den Heijer
Mr. dr. M. ( Maarten) den Heijer is als docent internationaal recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Objectieve vergelijkbaarheid bij belastingvoordelen voor cultureel erfgoed: bouwt het Hof van Justitie luchtkastelen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden directe belastingen, vrij verkeer, objectieve vergelijkbaarheid, rechtvaardigingsgronden, cultureel erfgoed
Auteurs Mr. P.S. Phoa
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in deze twee prejudiciële verwijzingen was of belanghebbenden, eigenaren van respectievelijk een kasteel in België en een landgoed in het Verenigd Koninkrijk, gebruik konden maken van Nederlandse belastingvoordelen voor het behoud van nationaal cultureel en natuurlijk erfgoed. De Nederlandse belastingautoriteiten meenden van niet, waarna in beroep de vraag is of dit een beperking vormt van het vrij verkeer van X en Q (de vrijheid van vestiging, respectievelijk het vrije kapitaalverkeer). Het Hof van Justitie was van oordeel dat geen sprake was van een ongeoorloofde inbreuk op het vrij verkeer, aangezien de situaties van X en Q niet objectief vergelijkbaar zijn met die van een ingezetene die een monument dan wel een landgoed in Nederland bezit.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-87/13, Staatssecretaris van Financiën/X, ECLI:EU:C:2014:2459 HvJ 18 december 2014, zaak C-133/13, Staatssecretaris van Economische Zaken en Staatssecretaris van Financiën/Q, ECLI:EU:C:2014:2460


Mr. P.S. Phoa
Mr. P.S. (Pauline) Phoa is promovenda Europees recht bij de Universiteit Utrecht. Met dank aan mw. mr. S.A. van Waert voor haar waardevolle commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Artikel

Prioritering en rechtsbescherming in het mededingingsrecht: de zaak easyJet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Artikel 13 Verordening (EG) nr. 1/2003, prioriteringsbesluit, afwijzen klacht, rechtsbescherming, rechtswaarborgen
Auteurs Mr. P.B. Gaasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest easyJet is de vraag aan de orde of en wanneer de Europese Commissie een zaak kan afwijzen omdat een nationale mededingingsautoriteit een prioriteringsbesluit heeft genomen. De uitspraak past in de lijn van arresten over Verordening (EG) nr. 1/2003 waarin veel ruimte wordt geboden aan de nationale autoriteiten en de Commissie om een doeltreffend decentraal stelsel voor toepassing van de mededingingsregels te garanderen. De vraag is of deze ruimte niet het onwenselijke gevolg heeft dat een klacht nergens daadwerkelijk wordt behandeld.
    Gerecht 21 januari 2015, zaak T-355/13, easyJet Airline Co. Ltd/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:36


Mr. P.B. Gaasbeek
Mr. P.B. (Pierrette) Gaasbeek is advocaat bij Bird & Bird LLP.

    In het arrest San Lorenzo oordeelt het Hof van Justitie dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het buiten aanbesteding verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer. Daarmee is San Lorenzo een belangrijk arrest, waarin het Hof van Justitie voor het eerst erkent dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op het beperkte aanbestedingsregime voor IIB-diensten en de verdragsvrijheden.
    HvJ (Vijfde kamer) 11 december 2014, zaak C-113/13, Azienda sanitaria locale nr. 5 ‘Spezzino’, Associazione nazionale pubblica assistenza (ANPAS) - Comitato regionale Liguria /San Lorenzo Soc. coop. sociale, Croce Verde Cogema cooperativa sociale Onlus, in tegenwoordigheid van Croce Rossa Italiana-Comitato regionale Liguria e.a., ECLI:EU:C:2014:2240, n.n.g.


Mr. Hélène Stergiou
Mr. H.M. (Hélène) Stergiou is senior Europees jurist op de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Toont 1 - 20 van 36 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.