Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Vrij verkeer

De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn voor mensen met een handicap: grondrechtenbevordering binnen de Europese interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden toegankelijkheid, interne markt, personen met een beperking, grondrechten, VN-verdrag handicap
Auteurs Prof. mr. dr. S. de Vries en Mr. T. de Sterke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de in april 2019 aangenomen Europese Toegankelijkheidsrichtlijn wordt gepoogd de toegankelijkheid van producten en diensten voor personen met een beperking te verbeteren. De richtlijn geeft hiermee uitvoering aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit artikel beschrijft de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn, de belangrijkste kenmerken ervan en wat de te verwachten toegevoegde waarde van de richtlijn zal zijn.
    Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, PbEU 2019, L 151/70.


Prof. mr. dr. S. de Vries
Prof. mr. dr. S.A. (Sybe) de Vries is hoogleraar EU internemarktrecht en grondrechten aan de Universiteit Utrecht en Jean Monnet leerstoelhouder.

Mr. T. de Sterke
Mr. T. (Thijs) de Sterke is recent afgestudeerd van de masteropleiding Europees Recht aan de Universiteit Utrecht.
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Artikel

World Duty Free Group: de complexe selectiviteitseis bij fiscale steunmaatregelen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden staatssteun, belastingmaatregelen, fiscale steunmaatregelen, selectiviteit, begunstigde onderneming
Auteurs Mr. G.J. van Midden
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak World Duty Free Group gaat over het selectiviteitsvereiste bij fiscale staatssteun en draait specifiek om de vraag of het voor de vaststelling van de selectiviteit noodzakelijk is dat specifieke kenmerken die de groep begunstigde ondernemingen gemeen hebben, kunnen worden geïdentificeerd. Het Hof van Justitie oordeelt in zijn arrest van niet, omdat een maatregel reeds selectief is indien begunstigde ondernemingen in een gunstiger positie komen te verkeren dan andere ondernemingen, die zich feitelijk en juridisch in een vergelijkbare situatie bevinden, ongeacht de specifieke kenmerken die de begunstigde ondernemingen gemeen hebben. In het artikel wordt deze zeer ruime uitleg van het selectiviteitsvereiste geduid in het licht van eerdere rechtspraak en worden de gevolgen belicht.
    HvJ 21 december 2016, gevoegde zaken C-20/15 P en C-21/15 P, Commissie/World Duty Free Group SA e.a., ECLI:EU:C:2016:981.


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is als advocaat werkzaam bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Het Commissiepakket ‘betere regelgeving voor betere resultaten’ en het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord beter wetgeven: Too little, too late?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden betere regelgeving, betere wetgeving, interinstitutionele verhoudingen, gedeelde verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU krijgt nog steeds veelal gestalte via de uitoefening van de wetgevende bevoegdheden die ze in de loop der tijd heeft gekregen. De toenemende kritische houding van de burger tegenover de Unie – niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook elders – heeft druk gezet op zowel de lidstaten als de Europese instellingen om de manier waarop die bevoegdheden worden uitgeoefend opnieuw te doordenken. Als zodanig kan de hernieuwde focus op ‘betere regelgeving’ goed worden begrepen. Het nieuwe Uniebeleid roept echter wel de vraag op, betere regelgeving voor wie? Die vraag heeft na het Britse ‘nee’ tegen het Unielidmaatschap nog meer lading gekregen.
    BR-Mededeling (COM (2015)215 final), BR-richtsnoeren (SWD (2015)111 final), REFIT (SWD (2015)110 final), Interinstitutioneel Akkoord, PbEU2016, L 123.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NtEr.
Artikel

Europese harmonisatie van online en op afstand verkoop van zaken en de levering van digitale inhoud (I)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Online en op afstand verkoop van zaken, Levering van digitale inhoud
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 december 2015 heeft de Europese Commissie onder meer een voorstel ingediend voor een richtlijn voor online of anderszins op afstand gesloten overeenkomsten tot levering van zaken. In dit artikel wordt aandacht besteed aan het toepassingsgebied van de richtlijn, de conformiteit van op afstand gekochte zaken en de remedies bij non-conformiteit. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de invoering van nog een regeling voor het kooprecht wel werkbaar is voor de rechtspraktijk.
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, COM(2015)635 final
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud, COM(2015)634 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrechten, bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam, lid van het Bestuur van de Onderzoeksschool Ius Commune en medewerker van dit blad. Dit artikel is mede gebaseerd op presentaties tijdens de Workshop Digital Single Market: Stakeholders’ Perspective on proposed new Contract Rules, georganiseerd door het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam en de ministeries van Economische Zaken en van Veiligheid en Justitie in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie op 4 februari 2016, en tijdens de op 18 februari 2016 in Brussel gehouden Conference New EU Rules for digital contracts, georganiseerd door ERA.
Artikel

Europese gegevensbescherming: van richtlijn naar verordening

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden persoonsgegevens, Algemene Verordening, Gegevensbescherming, privacybescherming, datalekken
Auteurs Mr. I.P.V. van Schelven en Mr. P.C. van Schelven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming voorziet in een integraal nieuw stelsel van Europese rechtsregels inzake de verwerking en bescherming van persoonsgegevens. Ter versterking van de dataprotectie introduceert de verordening tal van nieuwe verplichtingen voor bedrijven en organisaties. De handhaving binnen de Europese Unie is meer geüniformeerd en het regime van sancties is aanzienlijk verzwaard. Dit artikel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste vernieuwingen.


Mr. I.P.V. van Schelven

Mr. P.C. van Schelven
Mr. P.C. (Peter) van Schelven is zelfstandig IT-jurist. Mr. I.P.V. (Ivo) van Schelven is bedrijfsjurist bij RES Software te ’s-Hertogenbosch. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Het TTIP-verdrag: een Odyssee door onbekende wateren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden TTIP, externe betrekkingen, handelsverdrag, investeringen, ISDS
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt het juridische kader van het TTIP-verdrag te schetsen. Het artikel gaat eerst in op de rechtsbasis, de bevoegdheid, het onderhandelingsmandaat en de totstandkoming van TTIP. Vervolgens wordt op het ISDS-geschillenbeslechtingmechanisme van TTIP en de meeste recente voorstellen met betrekking tot de oprichting van een permanent investeringshof ingegaan. De stelling van de auteur is dat het TTIP-verdrag als gemengd akkoord afgesloten dient te worden en dat het voorgestelde permanente investeringshof – indien dat daadwerkelijk opgericht wordt – een significante breuk met het bestaande ISDS-systeem zou zijn.
    Voorstel Europese Commissie d.d. 12 november 2015 voor Investment Court systeem onder TTIP


Dr. jur. N. Lavranos, LLM
Dr. jur. N. (Nikos) Lavranos, LLM is hoofd juridische zaken van Global Investment Protection, AG, Zwitserland en secretaris-generaal van de European Federation for Investment Law and Arbitration (EFILA), Brussel. Tot zomer 2014 senior adviseur en hoofdonderhandelaar investeringsbeschermingsovereenkomsten, ministerie van Buitenlandse Zaken en daarvoor ministerie van Economische Zaken.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Deze bijdrage geeft een overzicht van de hervorming van Europees financieel consumentenrecht waarbij de bescherming van de consument in de beleggingsmarkt centraal staat. De vraag is of het uitgangspunt van de hervormingen – tegenvallende resultaten in het verleden, ofwel de crisis zelf – de wetgever tot een wenselijke koers heeft bewogen. Deze vraag wordt getoetst aan de hand van het EU-rechtelijk en nationaal publiek- en privaatrechtelijk kader voor bescherming in het financieel consumentenrecht.


Dr. V. Mak
Dr. Vanessa Mak is universitair hoofddocent privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

(Uit)eindelijk een optioneel instrument voor Europees contractenrecht

De conceptverordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Europees contractenrecht, optioneel instrument, consumentenrecht, kooprecht, wetgeving
Auteurs Dr. C. Jeloschek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met haar voorstel voor een verordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht presenteert de Commissie een autonoom regime van contracten(koop)recht. Dit is een volledig geharmoniseerde set aan regels die bij grensoverschrijdende transacties in plaats van nationale (contracten)rechten kan worden gekozen. Deze bijdrage schetst de reikwijdte van dit voorstel en onderzoekt de toegevoegde waarde ervan. Hoewel deze verordening als een mijlpaal in de ontwikkeling van het Europese consumentenrecht kan worden gezien, is niet zonder meer duidelijk dat de consument hier ook echt beter van wordt. Zo plaatst de auteur enkele kritische kanttekening wat betreft de toepassing en de effecten van dit instrument in de (rechts)praktijk.


Dr. C. Jeloschek
Dr. C. Jeloschek is werkzaam als advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.
Artikel

Kroniek ontwikkelingen Europees aanbestedingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden aanbesteding, concessie, rechtsbescherming, defensie, kroniek
Auteurs Mr. A. van der Linden en Mr. M.J.J.M. Essers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de ontwikkelingen in het Europese aanbestedingsrecht belicht die zich hebben voor gedaan in de periode 1 juli 2010 tot 1 juni 2011. De kroniek sluit aan op de vorige kroniek die in november 2010 in NTER is gepubliceerd. Allereerst wordt de jurisprudentie van het Hof van Justitie besproken. Het betreft arresten over de werkingsfeer, de toepassing van de fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht, de uitvoering van aanbestedingsprocedures en de rechtsbescherming. Vervolgens komen activiteiten van de Europese Commissie inzake beleidsvorming en wetgeving aan bod. De kroniek sluit af met enkele voorbeelden van handhaving van het aanbestedingsrecht door de Commissie, meer specifiek ten aanzien van de Nederlandse aanbestedingspraktijk.


Mr. A. van der Linden
Mr. A. van der Linden is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. Essers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Ontwikkelingen betreffende het voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten: de positie van de Raad en het Europees Parlement

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden richtlijn consumentenrechten, consumentenbescherming, harmonisatie, op afstand gesloten overeenkomst, herroepingsrecht ontbindingsbevoegdheid
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos en Mr. J.A. Luzak
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het eind 2008 ingediende voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten is veel kritiek gekomen omdat het ertoe zou leiden dat het niveau van consumentenbescherming in veel landen, waaronder Nederland, zou worden verlaagd. Zowel binnen de Raad van Ministers als in het Europees Parlement is de kritiek serieus genomen. De Raad en het Parlement hebben eerst echter andere keuzes gemaakt om het niveau van consumentenbescherming te verhogen. In deze bijdrage bespreken we de verschillende benaderingen en de daaruit voortvloeiende voorstellen.
    Voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn betreffende consumentenrechten, COM(2008) 614 def


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Mr. J.A. Luzak
Mr. J.A. Luzak is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

    Op 16 februari 2011 is de nieuwe Richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties vastgesteld (Richtlijn 2011/7/EU). Uit diverse onderzoeken was gebleken dat betalingsachterstanden nog steeds aan de orde van de dag zijn en dat Richtlijn 2000/35/EG daarin geen verandering heeft gebracht. Met de nieuwe richtlijn wordt getracht (1) schuldeisers middelen te geven waarmee ze hun rechten bij wanbetaling volledig en succesvol kunnen uitoefenen en (2) door middel van hoge rente debiteuren te prikkelen tijdig te betalen. Het is echter de vraag of deze wijzigingen ertoe zullen leiden dat betalingsachterstanden tot de verleden tijd gaan behoren.
    Richtlijn 2011/7/EU van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (Pb. EU 2011, L 48/1)


Mr. A.C. Rozeman
Mr. A.C. Rozeman is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

De herziene Groepsvrijstelling en richtsnoeren verticale beperkingen: never change a winning team?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden herziene Groepsvrijstelling, richtsnoeren verticale beperkingen, onlineverkooprestricties, Hardcore restricties
Auteurs Mr. S.J.H. Evans
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondernemingen die momenteel onderhandelen over het aangaan van een verticale overeenkomst zijn gewaarschuwd: op 1 juni a.s. treedt Verordening (EG) nr. 330/2010 betreffende de toepassing van artikel 101 lid 3 VWEU op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (de ‘nieuwe Groepsvrijstelling’) in werking. Bestaande verticale overeenkomsten dienen binnen één jaar aan de nieuwe regels te worden aangepast. Ook dit keer gaat de Groepsvrijstelling gepaard met richtsnoeren die ondernemingen dienen te helpen bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van door hen aangegane verticale overeenkomsten. Op basis van haar ervaring en de opmerkingen van belanghebbenden achtte de Commissie een fundamentele wijziging van de bestaande Groepsvrijstelling niet noodzakelijk: never change a winning team. Of deze veronderstelling terecht is, zal hierna worden nagegaan.


Mr. S.J.H. Evans
Mr. S.J.H. Evans is werkzaam bij het Europa Instituut (Universiteit Utrecht) en is tevens werkzaam als professional support lawyer bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

P.C. Adriaanse
Jurisprudentie

Procedurele ontwikkelingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2003
Trefwoorden staatssteun
Auteurs J.G. Westerhof

J.G. Westerhof

S.M.M. Schouten
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.