Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2010 x
Jurisprudentie

Het Nederlandse hoofdstuk in de Europese goksaga

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden kansspelen, gokken op internet, Wet op de kansspelen, Ladbrokes, Betfair.
Auteurs Mr. J.C.M. van der Beek
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie vragen beantwoord die betrekking hebben op het Nederlandse éénvergunningenstelsel voor kansspelen en op de wijze waarop de vergunningen worden gegeven en verlengd in overeenstemming is met het Europese recht, met name het vrij verrichten van diensten. Het Hof van Justitie meent dat de Nederlandse regelgeving die zowel tot doel heeft om gokverslaving te beteugelen als om fraude tegen te gaan consistent kan zijn, ook al heeft de vergunninghouder het recht om reclame te maken en de activiteiten uit te breiden. Het Hof van Justitie bevestigt dat het beginsel van wederzijdse erkenning van vergunningen binnen de EU niet geldt voor kansspelen.


Mr. J.C.M. van der Beek
Mr. J.C.M. van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Kroniek aanbestedingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden EG-handhavingsrichtlijnen, aanbestedende dienst/publiekrechtelijke instelling, gebiedsontwikkeling, dienstenconcessies
Auteurs Mr. J.W.A. Bergevoet, Mr. L.M. Hiemstra en Mr. S.R.A. Lucas
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek belichten de auteurs de recente ontwikkelingen op het gebied van het Europese aanbestedingsrecht over de periode van januari 2009 tot juli 2010. Op wetgevingsgebied is een belangrijke recente ontwikkeling de implementatie van de herziene EG-handhavingsrichtlijnen in de Nederlandse rechtsorde door inwerkingtreding van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira). Daarnaast heeft het Hof van Justitie in het afgelopen anderhalf jaar veel (meer dan twintig) arresten gewezen op het gebied van Europees aanbestedingsrecht. Terugkerende onderwerpen in deze arresten die wij in deze kroniek zullen behandelen, zijn de subjectieve werkingssfeer van de Europese aanbestedingsrichtlijnen (het begrip aanbestedende dienst/publiekrechtelijke instelling), de objectieve werkingssfeer van de Europese aanbestedingsrichtlijnen (gebiedsontwikkeling en dienstenconcessies) en de uitzonderingen op de werkingssfeer (vanwege dwingende redenen van algemeen belang), alsmede uitsluiting van ondernemingen en werkelijke mededinging.


Mr. J.W.A. Bergevoet
Mr. J.W.A. Bergevoet is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. L.M. Hiemstra
Mr. L.M. Hiemstra is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. S.R.A. Lucas
Mr. S.R.A. Lucas is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Dynamic packaging en de Hoge Raad: waar is de reisorganisator gebleven?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden reisovereenkomst, richtlijn pakketreizen, dynamic packaging, Club-Tour-arrest
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 7:500 lid 1 onder b BW wordt een reisovereenkomst omschreven als de overeenkomst waarbij een reisorganisator zich jegens zijn wederpartij verbindt tot het verschaffen van een door hem aangeboden, van te voren georganiseerde reis die uit ten minste twee van de hierna te noemen drie genoemde diensten bestaat en daarbij meer dan 24 uur duurt of een overnachting omvat. De drie betreffende diensten zijn het vervoer, verblijf of ‘een andere niet met vervoer of verblijf verband houdende, toeristische dienst die een significant deel van de reis uitmaakt’. Als reisorganisator wordt volgens artikel 7:500 lid 1 sub a BW aangemerkt: ‘degene die, in de uitoefening van zijn bedrijf, op eigen naam aan het publiek of aan een groep personen van te voren georganiseerde reizen aanbiedt’.


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder het Europees consumentenrecht.
Jurisprudentie

Van Auroux/Roanne naar Müller/Wildeshausen: waar ligt de grens van de aanbestedingsplicht bij gebiedsontwikkeling?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden overheidsopdracht, gebiedsontwikkeling, gronduitgifte, publiekprivate samenwerking
Auteurs Mr. G. ‘t Hart en Mr. H.S.J. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Müller-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europsese Unie (hierna: Hof van Justitie) duidelijk aangegeven onder welke omstandigheden welke onderdelen van een gebiedsontwikkeling Europees moeten worden aanbesteed. De ontwikkeling en realisatie van vastgoed met een private bestemming hoeft in beginsel niet mee te worden aanbesteed met de publieke delen, indien aanbestedende dienst en ontwikkelaar vasthouden aan hun eigen rol.


Mr. G. ‘t Hart
Mr. G. ’t Hart is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. H.S.J. Albers
Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Beroepstermijnen aanbestedingsrecht en het effectiviteitsbeginsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden doeltreffendheidsbeginsel, aanbesteding, bestuursrecht, beroepstermijnen, Rechtsbescherming
Auteurs Prof. mr. E. Steyger
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee arresten heeft het Hof van Justitie beroepstermijnen opnieuw getoetst aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming, en laat voortaan de lidstaten minder beleidsvrijheid dan tot dusver gebruikelijk. De arresten hebben een ruimer bereik dan alleen het aanbestedingsrecht.


Prof. mr. E. Steyger
Prof. mr. E. Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en advocaat bij Holla Poelman Van Leeuwen advocaten te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Voorstellen tot aanpassing van het Europees farmaceutisch wetboek

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden vervalste geneesmiddelen, publieksvoorlichting, geneesmiddelenbewaking
Auteurs Mr. M. de Bruin en Prof. mr. M. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees farmaceutisch recht is in 45 jaar uitgegroeid tot een indrukwekkende verzameling van regels over onderwerpen die te maken hebben met de diverse aspecten van geneesmiddelen en de geneesmiddelenvoorziening. Ontwikkelingen op het gebied van vervalste geneesmiddelen, de behoefte aan structurele verzameling van gegevens over nadelige effecten van geneesmiddelengebruik en de behoefte aan publieksvoorlichting over geneesmiddelen hebben in december 2008 geleid tot een drietal voorstellen van de Europese Commissie tot wijziging van de bestaande regelgeving, die als één Pharmaceutical package zijn gepresenteerd.In het eerste gedeelte van dit artikel wordt in algemene zin een korte achtergrondschets gegeven van het Europees farmaceutisch recht en worden de belangrijkste pijlers aangestipt. In deel twee volgt een bespreking van de drie nieuwe voorstellen, waarbij de achtergrond en inhoud van deze voorstellen en de eerste conceptrapporten voor de behandeling in het Europees parlement aan de orde komen. In het laatste gedeelte wordt een aantal kanttekeningen bij de voorstellen geplaatst.


Mr. M. de Bruin
Mr. M. de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van het gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

Prof. mr. M. Schutjens
Prof. mr. M. Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van het gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin en is tevens bijzonder hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Jurisprudentie

De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht

De stand van zaken na het arrest Kücückdeveci

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden uitsluitende directe werking, Kücükdeveci, Handvest van de Grondrechten
Auteurs Dr. H. de Waele en Mr. I. Kieft
SamenvattingAuteursinformatie

    Kücükdeveci is een mijlpaalarrest. Het verruimt de mogelijkheden voor richtlijnen om ‘horizontale effecten’ te sorteren, en voegt zo een belangrijk nieuw hoofdstuk toe aan een klassiek hoofdpijndossier. In geschillen tussen particulieren lijkt er voortaan vaker dan voorheen, over de band van de zogenoemde ‘uitsluitende directe werking’ van Europese regels, een beroep op bepalingen uit richtlijnen te kunnen worden gedaan. Daarbij wordt eerdere jurisprudentie over de doorwerking van algemene beginselen van EU-recht uitgebreid. Het arrest leidt echter tevens tot vervagende grenzen tussen de Europeesrechtelijke kernleerstukken. Verder dreigt het gevaarlijke spanningen op te roepen, zowel tussen rechters als tussen lidstaten, onder meer door een (potentieel) brisante passage over het Handvest van de Grondrechten. Al met al vormt het oordeel een ware Fundgrube voor verdere wetenschappelijke theorievorming; daarnaast reikt het advocaten en magistraten een aantal praktische handvatten voor de toekomst aan.


Dr. H. de Waele
Dr. H. de Waele is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. I. Kieft
Mr. I. Kieft is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

    De toepassing van het Unierecht op de Nederlandse woningcorporatie is geen rustig bezit. Na het in het vorige nummer van dit blad besproken arrest van het Hof van Justitie van de EGin de zaak Sint Servatius, waarin het vrije verkeer van kapitaal werd toegepast op de voor Nederlandse woningcorporaties geldende territoriale beperkingen, volgde op 15 december 2009 het Commissiebesluit waarbij na jaren van onderhandelen een aanpassing van het bestaande steunregime voor woningcorporaties werd goedgekeurd.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

De Dienstenwet: dekt de vlag de lading

Pleidooi voor verdere omzetting van de Dienstenrichtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, omzetting richtlijnen
Auteurs Mr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste artikelen uit de Europese Dienstenrichtlijn zijn niet terug te vinden in nationale wet- of regelgeving. De vraag is hoe zich dit verhoudt met de strikte implementatie-eisen uit de rechtspraak van het Hof van Justitie. In dit artikel worden de argumenten van de wetgever om de bepalingen niet op te nemen kritisch tegen het licht gehouden. Daarbij wordt ingegaan op de juridische en praktische gevolgen die het ontbreken van nationale voorschriften met zich brengt. Moet de Dienstenwet worden uitgebreid?


Mr. M.R. Botman
Mr. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

Wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: overbodig of onmisbaar in de praktijk?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, decentrale overheden, naleving, aanwijzing, verhaalsrecht
Auteurs Mr. M.J.M. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer Europese regelgeving in de Nederlandse rechtsorde niet goed nageleefd wordt, spreekt de Europese Commissie de lidstaat Nederland daarop aan. Binnen de nationale rechtsorde is de centrale overheid echter niet als enige verantwoordelijk voor de toepassing van Europees recht. De toepassing van Europese regelgeving in de nationale rechtsorde is veelal ook in handen van andere overheidsorganen, zoals zelfstandige bestuursorganen en decentrale overheden. De centrale overheid heeft vanwege haar Europese verantwoordelijkheid voor de correcte toepassing van Europees recht behoefte aan voldoende bevoegdheden voor toezicht op deze overheidsorganen. Met het wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Kamerstukken II 2009/10, 32 157, nr. 2; hierna afgekort tot wetsvoorstel NErpe) worden aan het toezichtsinstrumentarium enkele nieuwe bevoegdheden toegevoegd, die zijn toegesneden op de handhaving van Europees recht. In deze bijdrage een eerste blik op dit wetsvoorstel.


Mr. M.J.M. Verhoeven
Mr. M.J.M. Verhoeven is als promovenda verbonden aan het Europa Instituut en de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Sardische ecotaks vormt een obstakel voor het vrije dienstenverkeer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden (in)directe belastingen, discriminatieverbod, beperkingsverbod, (dis)convergentie
Auteurs Mr. M.F.G. Wools
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Regione Sardegna krijgt de grote kamer van het Hof van Justitie EU een precaire keuze voor convergentie voor de kiezen. Te weten de keuze tussen enerzijds het beperkte discriminatieverbod dat geldt bij belastingen (op goederen) en anderzijds het ruime beperkingsverbod dat geldt bij diensten. In casu wordt namelijk door Sardinië een ecotaks geheven over bepaalde diensten, waarbij een onderscheid wordt gemaakt naargelang de fiscale woonplaats van de dienstverrichter. Het Hof concludeert nu dat – alhoewel de ecotaks geldt zonder onderscheid – hierdoor de dienstverrichting door niet-ingezetenen duurder wordt dan door wel ingezetenen. Met andere woorden, deze extra kosten maken het verrichten van grensoverschrijdende diensten minder aantrekkelijk. Het gevolg van deze convergentiekeuze is dat vanaf nu bij belastingen over diensten het verbod eerder zal zijn geschonden dan bij belastingen op goederen. Mijns inziens heeft dit te gelden bij zowel directe als indirecte belastingen over diensten.


Mr. M.F.G. Wools
Mr. M.F.G. Wools is universitair juniordocent Europees recht bij de vaksectie Internationaal en Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Een woningcorporatie over de grens: het arrest Sint Servatius

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Vrij verkeer van kapitaal, Rechtvaardigingsgronden, Volkshuisvestingsbeleid, Diensten van algemeen economisch belang, Beperkingen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (thans: Hof van Justitie van de Europese Unie) heeft op 1 oktober 2009 geantwoord op prejudiciële vragen van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in een geschil tussen de minister voor Wonen, Wijken en Integratie en Woningstichting Sint Servatius uit Maastricht over een vastgoedproject van Servatius in Luik. De vragen betroffen het vrij verkeer van kapitaal, en in het bijzonder de mogelijkheid voor een lidstaat om ter rechtvaardiging van een beperking daarvan een beroep te doen op artikel 86 lid 2 EG-Verdrag (thans: art.106 lid 2 VWEU). Het arrest van het Hof is interessant, hoewel – of juist omdat – het zich over dat laatste punt niet uitlaat.


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is referendaris bij het Gerecht van de Europese Unie.
Jurisprudentie

Mickelsson & Roos – Markttoegang en de Euro-Defence tot het uiterste opgerekt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden markttoegang, gebruiksmodaliteiten, Euro-Defence, goederen
Auteurs Dr. H.H.B. Vedder
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Mickelsson & Roos zal onder Europarechtler voornamelijk bekend zijn als het arrest waarin A-G Kokott uitdrukkelijk en uitvoerig concludeerde tot invoering van een uitzondering voor gebruiksmodaliteiten naar analogie met Keck. Na het arrest in Commissie/Italië inzake het brommeraanhangerverbod (zie de bijdrage ‘Goods Revisited’ van S.A. de Vries in NTER 2009/4) zal het geen verrassing zijn dat deze uitzondering er niet is gekomen. De onderhavige bijdrage bespreekt het arrest Mickelsson & Roos uiteraard vanuit het perspectief van de (gesneefde) uitzondering voor gebruiksmodaliteiten. Het arrest is echter ook interessant vanwege de overwegingen in verband met de verhouding van het primaire en secundaire Europese recht als toetsingskader voor nationaal (milieu)beleid en vanwege de algemene implicaties voor de inroepbaarheid van het Europees recht ter afwering van een op nationaal recht gebaseerde procedure (Euro-Defence). De conclusie is dat het Hof met het arrest in Mickelsson & Roos het recht inzake het vrije verkeer van goederen aanzienlijk heeft gecompliceerd en de (Euro-Defence) tot het uiterste heeft opgerekt, zowel juridisch-inhoudelijk als temporeel. Verder bevat het arrest een uitvoerige evenredigheidstoetsing.


Dr. H.H.B. Vedder
Dr. H.H.B. Vedder is Universitair Hoofddocent Europees en economisch recht, Rijksuniversiteit Groningen, raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Leeuwarden en lid van de Adviescommissie bezwaarschriften Mededingingswet.
Jurisprudentie

Zaak C-440/07 P, Commissie/Schneider Electric

Niet-contractuele aansprakelijkheid van de Europese Commissie in fusiecontrole

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Schneider, Legrand, niet-contractuele aansprakelijkheid, Europese Concentratieverordening, voorgenomen transactie
Auteurs Mr. M.F. Van Wissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 16 juli 2009 in de zaak Schneider Electric/Legrand heeft het Hof van Justitie van de EG zich voor de eerste keer uitgesproken over de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Europese Commissie bij de beoordeling van concentraties onder de Europese Concentratieverordening. In het arrest wordt de mogelijkheid om de Commissie aansprakelijk te houden voor schade die het gevolg is van haar optreden bij de beoordeling van concentraties zonder meer aanwezig geacht. De voorwaarden voor deze aansprakelijkheid van de Commissie zijn echter strikt.


Mr. M.F. Van Wissen
Mr. M.F. van Wissen is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.