Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2014 x
Artikel

De nieuwe Algemene Groepsvrijstellingsverordening

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Vrijstelling, Groepsvrijstellingsverordening, Notificatie, AGV, Machtigingsverordening
Auteurs Mr. dr. Nienke Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe Algemene Groepsvrijstellingsverordening, die op 1 juli 2014 in werking is getreden, bevat een forse uitbreiding van de categorieën steunmaatregelen die niet door de Europese Commissie hoeven te worden goedgekeurd voordat ze ten uitvoer mogen worden gelegd. In dit artikel worden de nieuwe categorieën kort besproken en wordt stilgestaan bij de betekenis van deze nieuwe verordening voor de Europese Commissie, de lidstaten en de nationale rechters.
    Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) 651/2014, Pb. EU 2014, L 187/1)


Mr. dr. Nienke Saanen
Mr. dr. N. (Nienke) Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

Het arrest Briels: begrippen mitigatie en compensatie Habitatrichtlijn nader verklaard

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden Habitatrichtlijn, mitigatie, compensatie, Milieu & Infrastructuur, voorzorgbeginsel
Auteurs Dr. mr. Floor Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Briels e.a. gebogen over een prejudiciële vraag in het kader van een procedure aangaande het tracébesluit Rijksweg A2. Deze wegverbreding heeft negatieve gevolgen voor het bestaande beschermde areaal blauwgraslanden. Het tracébesluit voorziet echter in een mitigatieplan, omvattende de aanleg van een groter areaal blauwgraslanden van hogere kwaliteit dan het bestaande. De kern van het arrest gaat over de vraag of de in het tracébesluit voorgestelde beschermingsmaatregelen de schadelijke gevolgen mitigeren of dat deze maatregelen moeten worden aangemerkt als compenserende maatregelen als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn.
    In deze bijdrage worden de antwoorden van het Hof van Justitie besproken in het licht van eerdere rechtspraak over de beschermingsverplichtingen die artikel 6 lid 3 en 4 van de Habitatrichtlijn met zich meebrengen. In het bijzonder wordt daarbij ingegaan op de rol die het voorzorgbeginsel vervult bij de interpretatie van dit artikel en de betekenis van het begrip compensatie. De bijdrage sluit af met een korte bespreking van de opmerkelijke vervolgstappen die Nederland als reactie op het arrest heeft genomen.
    HvJ EU 15 mei 2014, zaak C-521/12, T.C. Briels e.a./Minister van Infrastructuur & Milieu, ECLI:EU:C:2014:330


Dr. mr. Floor Fleurke
Dr. mr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair docent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

De ongeldigverklaring van de Dataretentierichtlijn: een nieuwe stap in de bescherming van de grondrechten door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden grondrechten, gegevensbescherming, ongeldige richtlijn, verkeersgegevens, evenredigheidstoetsing
Auteurs Mr. Hielke Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 april 2014 heeft het Hof van Justitie een opmerkelijk arrest gewezen in de gevoegde zaken Digital Rights Ireland en Seitlinger.
    Het heeft voor het eerst wegens strijd met het EU-Handvest voor de grondrechten een richtlijn in zijn geheel vernietigd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de Uniewetgever met de vaststelling van de Dataretentierichtlijn de door het evenredigheidsbeginsel gestelde grenzen heeft overschreden die hij in het licht van de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 van het Handvest in acht dient te nemen. Het heeft geen beperking in de tijd aangebracht (het Hof van Justitie wijkt hiermee af van de conclusie van advocaat-generaal Cruz Villalón, overwegingen 154-158).
    HvJ EU 8 april 2014, gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, Digital Rights Ireland en Seitlinger, EU:C:2014:238, n.n.g.


Mr. Hielke Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is verbonden aan de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS), tot 1 juli 2014 als afdelingshoofd Policy & Consultation. Thans heeft hij een sabattical, en werkt hij aan een onderzoek naar de grondrechtenbescherming op internet en de rol van de EU daarbij, als geassocieerd medewerker van de Vrije Universiteit Brussel en van de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Bevoegdheid van het Hof van Justitie: de ene interne situatie is de andere niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden verhuur van motorvoertuigen met chauffeur, voorwaarden vergunning, zuiver interne situatie, bevoegdheid Hof van Justitie
Auteurs Mr. Klaas Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze arresten acht het Hof van Justitie zich niet bevoegd om vragen van de verwijzende rechter over de uitlegging van artikel 49 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie te beantwoorden omdat het hoofdgeding een zuiver interne situatie betreft. De ene interne situatie is echter de andere niet: het Hof van Justitie blijkt zich niet in alle gevallen onbevoegd te verklaren om vragen te beantwoorden in interne situaties.
    HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-162/12 en C163/12, Airport Shuttle Expres scarl e.a. en Gianpaolo Vivani/Commune di Grottaferrata, n.n.g. en HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-419/12 en C-420/12, Crono Service scarl e.a. en Anitrav – Associazione Nazionale Imprese Trasporto Viaggiatori/Roma Capitale en Regione Lazio, n.n.g.


Mr. Klaas Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

UPC/Gemeente Hilversum: tariefafspraken in kabeltelevisiecontract ingehaald door regulering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden audiovisueel, elektronische communicatie, kabeltelevisie, NRI, programmapakket en tarieven
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel gemeenten in Nederland hebben in het verleden bij de verkoop van hun kabeltelevisienetwerken langlopende tariefafspraken gemaakt ten behoeve van hun inwoners. Over de afdwingbaarheid van deze tariefafspraken is veel en lang geprocedeerd vanuit verschillende invalshoeken. Dit arrest gaat in op de vraag hoe deze tariefafspraken zich verhouden met het nadien in werking getreden Europees telecommunicatiekader. Het arrest geeft een uitleg van enkele kernbegrippen in het telecommunicatierecht, zoals elektronische communicatie en nationale regelgevende instantie (NRI). Vervolgens wordt aan de hand van het beginsel van loyale samenwerking getoetst of de Gemeente Hilversum zich kan beroepen op de met UPC overeengekomen tariefbedingen.HvJ EU 7 november 2013, zaak C-518/11, UPC Nederland BV/Gemeente Hilversum, n.n.g.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht, bij eLaw@Leiden, Universiteit Leiden en advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Op het raakvlak van sociale zekerheid en migratierecht

Legaal verblijf als voorwaarde voor toekenning socialezekerheidsprestaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Unieburgers, economisch inactieven, verblijfsrecht, bestaansmiddelen, bijstand
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel we het graag over het hoofd zien, is het recht op vrij verkeer van personen, zoals verankerd in artikelen 20 en 21 van het VWEU, niet absoluut. Een van de voorwaarden die gesteld wordt aan de uitoefening van dit recht is dat de Unieburger zichzelf financieel kan bedruipen, in migratierechtelijke terminologie: geen beroep doet op de openbare kas. De prejudiciële vraag die het Hof van Justitie in het arrest Brey moet beantwoorden, is of een gastlidstaat voor de toekenning van een uit publieke middelen gefinancierde uitkering aan economisch inactieven de voorwaarde mag stellen dat zij rechtmatig verblijf hebben in die lidstaat. HvJ EU 19 september 2013, zaak C-140/12, Pensionsversichrungsanstalt/Peter Brey, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Artikel

Herziening richtlijn erkenning beroepskwalificaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Richtlijn erkenning beroepskwalificaties, Gereglementeerde beroepen, Implementatie Richtlijn 2013/55/EU, Vrij verkeer van personen, Vrij verkeer van diensten
Auteurs Mr. R.V.A. Bishoen en Mr. I.M. Welbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 november 2013 is Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties vastgesteld. Dit artikel bespreekt in hoofdlijnen de achtergronden van deze richtlijn, de belangrijkste wijzigingen en waar mogelijk de Nederlandse reactie daarop.
    Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (de IMI-verordening)


Mr. R.V.A. Bishoen
Mr. R.V.A. (Ranoe) Bishoen is wetgevingsjurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Mr. I.M. Welbergen
Mr. I.M. (Inge) Welbergen is beleidsjurist bij de directie Media en Creatieve Industrie van het Ministerie van OCW en oud-expert national détaché bij de Europese Commissie (DG Interne markt en financiële diensten).
Artikel

Aansprakelijkheid lidstaat voor niet-uitvoering milieueffectbeoordeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Milieueffectbeoordeling (MER), aansprakelijkheid, relativiteit,, causaliteit, zuivere vermogensschade
Auteurs Mr. E.H.P. Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de uitbreiding van een vliegveld is nagelaten een milieueffectbeoordeling (MER) uit te voeren, waardoor de milieueffecten van deze uitbreiding niet zijn onderzocht en ook niet is nagegaan of er alternatieven voorhanden zijn die tot minder geluidsoverlast leiden. Een eigenares/bewoonster van een huis dat in de zone ligt die extra geluidsoverlast ondervindt door de uitbreiding, vordert schadevergoeding stellende dat onrechtmatig is gehandeld doordat is nagelaten een MER uit te voeren. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorkoming van vermogensschade onder het beschermingsbereik van de MER-Richtlijn valt indien dergelijke schade het rechtstreekse economische gevolg is van de milieueffecten van een openbaar of particulier project is. Dat lijkt een stap in de goede richting te zijn voor klaagster, maar aannemelijk gemaakt zal moeten worden dat indien wel een MER was uitgevoerd, niet toch dezelfde schade zou zijn gelden. Kortom, het causaliteitscriterium kan in de weg staan aan een succesvolle claim.
    HvJ EU 14 maart 2013, zaak C-420/11, Leth/Oostenrijk, n.n.g.


Mr. E.H.P. Brans
Mr. E.H.P. (Edward) Brans is senioradvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Artikel

Twisten tussen woningcorporatie en huurder: garandeert het Unierecht een recht op schotelantennes?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden horizontale directe werking, vrijedienstenverkeer, woningcorporatie, cassatie wegens onvoldoende motivering, Europees recht
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en Mr. S.R.W. van Hees
SamenvattingAuteursinformatie

    In het huurreglement van de Arnhemse woningcorporatie SVA is opgenomen dat een huurder niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming het gehuurde mag wijzigen. Daaronder wordt mede begrepen het plaatsen van antennes.
    De vordering van de woningcorporatie tot verwijdering van een door een huurder geplaatste schotelantenne heeft uiteindelijk geleid tot een uitspraak van de Hoge Raad. Deze uitspraak is interessant omdat de civiele kamer van de Hoge Raad casseert vanwege onvoldoende Europeesrechtelijke motivering in het oordeel van het Gerechtshof Arnhem. Daarnaast raakt het geschil aan het materiële vraagstuk van de horizontale directe werking van het vrijedienstenverkeer en reikwijdte van het vrijverkeerrecht in privaatrechtelijke verhoudingen.
    HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX9761
    Conclusie advocaat-generaal Keus, ECLI:NL:PHR:2013:BX9761


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. (Herman) van Harten is verbonden aan het Montaigne Centrum en het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

Mr. S.R.W. van Hees
Mr. S.R.W. (Sander) van Hees is verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Enige Europeesrechtelijke aspecten van schaliegaswinning

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Schaliegaswinning, milieueffectrapportage, aanpassing MER richtlijn, gebruik chemicaliën, REACH Verordening
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande MER-Richtlijn dient zo te worden uitgelegd dat schaliegasprojecten m.e.r.-plichtig zijn, maar dat gebeurt in de praktijk niet. Milieueffectbeoordeling moet daarom expliciet verplicht worden gesteld via de momenteel aanhangige wijzigingsvoorstellen. Wat betreft het gebruik van chemicaliën vormt de REACH Verordening de basis voor evaluatie van gevolgen voor mens en milieu, maar ontbreekt informatie over schaliegaswinning waardoor ook hier aanpassingen wenselijk zijn. Eind 2013 komt er een voorstel van de Commissie dat deze en andere aspecten van schaliegaswinning zou moeten omvatten om mens en milieu beter te beschermen en gelijke uitgangsposities voor concurrenten te scheppen in de EU.
    Vindplaats nog invullen


Dr. W.Th. Douma
Dr. W.Th. (Wybe) Douma is senior onderzoeker Europees Recht bij het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag en docent Internationaal Milieurecht aan de Haagse Hogeschool.
Artikel

Splitsing energiebedrijven Europeesrechtelijk belicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Vrij verkeer van kapitaal, privatiseringsverbod, neutraliteitsbeginsel, splitsing energiebedrijven, (zuiver) economische rechtvaardiging
Auteurs Mr. R. de Vlam
SamenvattingAuteursinformatie

    In het hier te bespreken arrest heeft het Hof van Justitie de bestaande jurisprudentie met betrekking tot het recht van een lidstaat om zijn eigendom in te richten verder aangescherpt. Een algeheel privatiseringsverbod valt binnen de werking van artikel 345 VWEU maar moet desondanks worden getoetst aan de verkeersvrijheden. Een verbod op het uitvoeren van netbeheerstaken binnen een groep waarin ook commerciële energieactiviteiten worden verricht, vormt een inbreuk op de verkeersvrijheden maar kan worden gerechtvaardigd door het niet (zuiver) economische belang van voorkomen van kruissubsidies. Proportionaliteit en functionaliteit van de maatregel moeten door de nationale rechter worden beoordeeld.HvJ EU 22 oktober 2013, gevoegde zaken C-105/12 tot en met C-107/12, Staat der Nederlanden/Essent NV en Essent Nederland BV, Eneco Holding NV en Delta NV, n.n.g.


Mr. R. de Vlam
Mr. R. (Roland) de Vlam is advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.