Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2017 x
Artikel

Over openbare veiligheid in het migratierecht; het prijskaartje voor onze vrijheid?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden openbare orde, openbare veiligheid, Studentenrichtlijn, visumaanvraag, beoordelingsmarge lidstaten
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Inzet van het geschil in de zaak Sahar Fahimian is de afwijzing van haar visumaanvraag om aan de Technische Universität Darmstadt promotieonderzoek te kunnen verrichten. Volgens de Duitse autoriteiten vormt haar aanwezigheid in Duitsland een potentiële dreiging van de openbare veiligheid in de zin van artikel 6 lid 1 sub d gelezen in samenhang met considerans 14 van de Studentenrichtlijn. Het Hof van Justitie preciseert de beoordelingsmarge die lidstaten genieten in hun afweging of in het individuele geval de nationale veiligheid in het geding is dat van hen vraagt om een prognose te maken van het dreigende gevaar op basis van het voorzienbare gedrag en de situatie in het land van herkomst van de betrokkene.
    HvJ (Grote kamer) 4 april 2017, zaak C-544/15, Sahar Fahimian/Bundesrepublik Deutschland, in tegenwoordigheid van: Stadt Darmstadt, ECLI:EU:C:2017:255


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Artikel

Het ne bis in idem-beginsel in grensoverschrijdende zaken

Opmerkingen naar aanleiding van zaak C-486/14 (Kossowski)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ne bis in idem-beginsel, jurisdisctiegeschillen, transnationale strafzaken, onherroepelijke beslissing, wederzijds vertrouwen
Auteurs Prof. mr. M. de Werd
SamenvattingAuteursinformatie

    In zaak C-486/14 (Kossowski) relativeert het Hof van Justitie het ne bis-beginsel in grensoverschrijdende zaken. Als een procedure tot strafvervolging in een lidstaat wordt beëindigd zonder dat een uitgebreid onderzoek is verricht [naar hetgeen er is gebeurd], is die beslissing mogelijk geen onherroepelijke beslissing in de zin van artikel 54 SUO en artikel 50 Handvest. Het in die bepalingen neergelegde ne bis-beginsel staat in zo’n geval niet in de weg aan een nieuwe vervolging in een andere lidstaat.
    HvJ 29 juni 2016, zaak C-486/14, Kossowski, ECLI:EU:C:2016:483


Prof. mr. M. de Werd
Prof. mr. M.F.J.M. (Marc) de Werd is raadsheer in het Gerechtshof Amsterdam en buitengewoon hoogleraar Europese rechtspleging aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Gegevensbescherming in strafzaken: nieuwe rechtsinstrumenten in een nieuwe realiteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden persoonsgegevens, gegevensbescherming, strafrecht, trans-Atlantische samenwerking
Auteurs Dr. E. De Busser
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EU-wetgevend kader inzake persoonsgegevensbescherming werd grondig herzien in het licht van nieuwe ontwikkelingen. Voor de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt met het oog op strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen, werd een richtlijn afgekondigd in het voorjaar van 2016. De Nederlandse implementatiewetgeving is nog niet bekend. Deze bijdrage onderzoekt de wijzigingen in het EU-wetgevend kader, de achtergrond en de betekenis ervan. Daarbij worden het onderscheid en de overeenkomsten tussen gegevensbescherming in handelszaken en in strafzaken benadrukt. Bovendien worden de recente aanpassingen aan de gegevensuitwisseling in strafzaken tussen de EU en de VS besproken.

    • Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, PbEU 2016, L 119

    • Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad, PbEU 2016, L 119


Dr. E. De Busser
Dr. E. (Els) De Busser is Hogeschooldocent aan de faculteit Bestuur, Recht en Veiligheid en researcher aan het Centre of Expertise Cybersecurity, Haagse Hogeschool.
Artikel

Wederzijdse rechtshulp in strafzaken 2.0: implementatie van de Richtlijn Europees onderzoeksbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden strafrecht, wederzijdse rechtshulp, Europees onderzoeksbevel, wederzijds vertrouwen, wederzijdse erkenning
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed en prof. dr. J.W. Ouwerkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel, aangenomen in 2014, vernieuwt en vereenvoudigt de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie. Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn sluit daar nauw bij aan. Omdat het grootste deel van de rechtshulp plaatsvindt met de landen om ons heen, zal het Europees onderzoeksbevel de klassieke vorm van wederzijdse rechtshulp in de praktijk overschaduwen. Het is daarom belangrijk om kennis te nemen van het nieuwe model, dat echter niet zo revolutionair is als op het eerste gezicht lijkt.
    Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, PbEU 2014, L 130/1


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. (Pim) Geelhoed is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. dr. J.W. Ouwerkerk
Prof. dr. J.W. (Jannemieke) Ouwerkerk is hoogleraar Europees strafrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Tele2: de afweging tussen privacy en veiligheid nader omlijnd

Een tweede arrest over de bewaarplicht van telecommunicatiegegevens in het Europees recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Bewaarplicht, telecommunicatie, privacy
Auteurs Mr. N. Falot en Dr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 21 december 2016 (gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, Tele2 Sverige en Watson, hierna: Tele2) heeft het Hof van Justitie de voorwaarden voor het bewaren van en toegang tot telecommunicatiegegevens gepreciseerd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de ePrivacyrichtlijn 2002/58/EG zich verzet tegen een algemene en ongedifferentieerde nationale regeling voor de bewaring van alle verkeersgegevens en locatiegegevens. Bovendien moet de toegang van politie en justitie tot die gegevens duidelijk worden geclausuleerd en worden beperkt tot de bestrijding van ernstige criminaliteit. Ook vereist die toegang voorafgaand toezicht door een rechter of onafhankelijke bestuurlijke instantie. Voorts moeten de gegevens op het grondgebied van de EU worden bewaard.
    HvJ 21 december 2016, gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, Tele2 Sverige en Watson e.a., ECLI:EU:C:2016:970.


Mr. N. Falot
Mr. N. (Nathalie) Falot is senior juridisch adviseur bij Considerati.

Dr. H. Hijmans
Mr. Dr. H. (Hielke) Hijmans is Of Counsel bij Considerati en verbonden aan Centre for Information Policy Leadership, voorheen EDPS.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.