Zoekresultaat: 34 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Rechtsbescherming

Het spanningsveld tussen de belangen van producent, concurrent en publiek

Hoever reikt de bescherming van de commerciële belangen van farmaceutische bedrijven onder de Eurowob?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Verordening (EG) nr. 1049/2001, agentschap, Eurowob, commerciële belangen, algemene aanname van vertrouwelijkheid
Auteurs Y.C. Bijl LL.M. en J. de Klein LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee recente uitspraken van respectievelijk het Gerecht en het Hof van Justitie besproken. In deze uitspraken laten zij zich uit over het openbaar maken van klinische onderzoeksrapporten verstrekt in het kader van een aanvraag voor het in de handel brengen van een geneesmiddel. In de uitspraken komen onder meer het leerstuk van de algemene aanname van de vertrouwelijkheid en de uitzonderingsgrond onder de Eurowob die dient ter bescherming van de commerciële belangen van een (rechts)persoon aan bod. Dit artikel beoogt uiteen te zetten in hoeverre de uitspraken meer duidelijkheid verschaffen over het bovengenoemde leerstuk en de genoemde uitzonderingsgrond.
    Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PbEU 2001, L 145).
    Gerecht 5 februari 2018, zaak T-718/15, ECLI:EU:T:2018:66 (PTC Therapeutics International/EMA) (PbEU 2018, C 104)
    HvJ 22 januari 2020, zaak C-175/18 P, ECLI:EU:C:2020:23 (PTC Therapeutics International/EMA) (PbEU 2018, C 231)


Y.C. Bijl LL.M.
Y.C. (Yannick) Bijl LL.M. was ten tijde van het schrijven van dit artikel jurist bij de afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

J. de Klein LL.M.
J. (Josse) de Klein LL.M. is jurist bij de afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Rechtsbescherming

Nieuwe richtlijn over bescherming klokkenluiders in de Europese Unie: inhoud en eerste analyse

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden klokkenluiders, rechtsbescherming, uitingsvrijheid, arbeidsrecht
Auteurs Mr. E.W. Jurjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In een nieuwe richtlijn is de bescherming van klokkenluiders in Europa, geïnspireerd door onder meer artikel 10 EVRM, gecodificeerd. De richtlijn biedt een bredere bescherming voor klokkenluiders dan momenteel naar Nederlands recht geldt, maar beperkt deze bescherming wel tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op specifieke delen van het Unierecht. De Nederlandse wetgever zal moeten bezien hoeveel gebruik er gaat worden gemaakt van de ruimte die de richtlijn biedt om verdergaande bescherming te realiseren, in het bijzonder door de bescherming uit te breiden tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op andere (rechts)gebieden.
    Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, PbEU 2019, L 305


Mr. E.W. Jurjens
Mr. E.W. (Emiel) Jurjens is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Mededinging

Gunjumping in het Europese concentratietoezicht: een overzicht van recente ontwikkelingen in Brussel en Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden mededinging, Europese Commissie, concentratiecontrole, gunjumping, boetes
Auteurs Mr. P.J.H.M. van Osch
SamenvattingAuteursinformatie

    Transacties die leiden tot een wijziging van zeggenschap en die de omzetdrempels van de Europese Concentratieverordening overschrijden, moeten worden gemeld bij de Europese Commissie. Gedurende het onderzoek naar de gevolgen van de transactie voor de mededinging mogen aangemelde transacties niet ten uitvoer worden gebracht. Ondernemingen die in strijd handelen met deze meldings- en standstill-verplichting maken zich schuldig aan gunjumping en kunnen door de Europese Commissie worden beboet. In deze bijdrage beschrijf ik het wettelijke kader en bespreek ik recente ontwikkelingen in Brussel en Luxemburg op het gebied van gunjumping. De conclusie is dat de Europese Commissie gunjumping in de afgelopen periode onder het vergrootglas heeft gelegd, en het Hof van Justitie het toepassingsbereik strakker heeft omkaderd.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, ECLI:EU:C:2018:371 (Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet)
    HvJ 4 maart 2020, zaak C-10/18, ECLI:EU:C:2020:149 (Mowi ASA/Commissie)
    Besluit Commissie 27 juni 2019, zaak M.8179 (Canon/Toshiba Medical Systems Corporation)
    Besluit Commissie 24 april 2018, zaak M.7993 (Altice/PT Portugal)


Mr. P.J.H.M. van Osch
Mr. P. J.H.M. (Pieter) van Osch is advocaat en bedrijfsjurist bij FedEx te Hoofddorp.
Vrij verkeer

Grondrechtenbescherming in het Nederlandse en Europese auteursrecht na Spiegel Online, Funke Medien en Pelham

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden auteursrecht, grondrechten, Auteursrechtrichtlijn, excepties, informatievrijheid
Auteurs T. Snijders en S. van Deursen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraken spreekt het Hof van Justitie zich uit over de mogelijkheid van excepties op de exclusieve rechten van auteurs buiten de uitputtende lijst met excepties die is opgenomen in de Auteursrechtrichtlijn. Ook laat het Hof van Justitie zich opnieuw uit over de rol van grondrechten bij de interpretatie van de bestaande excepties. Deze uitspraken worden in breder perspectief geplaatst door daarnaast de benadering van het EHRM te bespreken. Tot slot worden de implicaties van deze dynamische Europese rechtsorde voor de Nederlandse praktijk besproken.
    HvJ 29 juli 2019, zaak C-516/17, ECLI:EU:C:2019:625 (Spiegel Online); HvJ 29 juli 2019, zaak C-469/17, ECLI:EU:C:2019:623 (Funke Medien NRW); HvJ 29 juli 2019, zaak C-467/17, ECLI:EU:C:2019:624 (Pelham)


T. Snijders
T. (Thom) Snijders volgt de master Legal Research aan de Universiteit Utrecht

S. van Deursen
Mr. S. (Stijn) van Deursen is als promovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Strafrecht

Het Unierecht komt eraan in strafzaken: bewijsuitsluiting verplicht bij Handvest-schending?

Bespreking van het arrest Dzivev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden strafrecht, werkingssfeer Unierecht, Handvest grondrechten, bewijsuitsluiting
Auteurs Mr. S.J. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van de Europese Unie is lange tijd weinig populair geweest onder strafrechtadvocaten. Het was abstract, moeilijk te vinden, en betrof voornamelijk economische verhoudingen. In commune strafzaken vielen er nauwelijks verweren aan te ontlenen. Het Unierecht begint echter steeds relevanter te worden voor de algemene strafrechtspraktijk. In het arrest van 17 januari 2019 inzake Dzivev e.a./Bulgarije accepteerde het Hof van Justitie de uitsluiting van onrechtmatig verkregen tapgesprekken van de bewijsvoering. Betekent dit dat bewijsuitsluiting soms ook verplicht is, zoals sommigen beweren? Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse strafrechtpraktijk. Een bespiegeling naar aanleiding van het arrest.
    HvJ 17 januari 2019, zaak C-310/16, Dzivev e.a./Bulgarije, ECLI:EU:C:2019:30


Mr. S.J. van der Woude
Mr. S.J. (Simon) van der Woude is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Mededinging

Gun jumping en de EU-Concentratieverordening: wanneer is sprake van een valse start?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden concentratiecontrole, gun jumping, voortijdige totstandbrenging, standstill-verplichting
Auteurs Mr. dr. J.C.A. Houdijk en Mr. R.M.T.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag welke criteria gelden om te bepalen of sprake is van een totstandbrengingshandeling in het kader van het EU-concentratiecontroleregime. Het Hof van Justitie geeft hiermee een verdere uitleg van de standstill-verplichting ex artikel 7 lid 1 EU-Concentratieverordening. De uitspraak bevat voorts criteria om de risico’s omtrent gun jumping in de praktijk beter te kunnen inschatten.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet, ECLI:EU:C:2018:371.


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD.
Vrij verkeer

Bescherming van wezenlijke nationale belangen en de aanbestedingsplicht

Rechtstreekse gunning van overheidsopdrachten als ultimum remedium

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Artikel 346 lid 1 VWEU, Richtlijn 2004/18/EG, Richtlijn 92/50/EEG, wezenlijke nationale veiligheidsbelangen, fundamentele vrijheden, Aanbestedingsrecht
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. A.J.M. Louwers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 20 maart 2018 inzake Europese Commissie tegen de Republiek Oostenrijk verduidelijkt het Hof van Justitie onder welke voorwaarden het lidstaten is toegestaan om af te zien van een Europese aanbesteding door zich te beroepen op de bescherming van wezenlijke nationale veiligheidsbelangen. Het Hof van Justitie overweegt dat lidstaten hierin weliswaar een beoordelingsmarge toekomt, maar dat de lidstaat die zich op deze uitzondering beroept moet kunnen aantonen dat die belangen niet anders beschermd hadden kunnen worden. Ook Nederland verkent de mogelijkheden voor verruiming van deze uitzonderingsgrond. Gelet op de groeiende publieke aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens en nationale veiligheid, biedt deze zaak concrete aanknopingspunten om te toetsen wanneer een uitzondering op de aanbestedingsplicht wegens wezenlijke veiligheidsbelangen gerechtvaardigd is.
    HvJ 20 maart 2018, zaak C-187/16, Europese Commissie/Republiek Oostenrijk (Oostenrijkse Staatsdrukkerij), ECLI:EU:C:2017:578.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. A.J.M. Louwers
Mr. A.J.M. (Noud) Louwers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Telecommunicatie

Een nieuw kader voor netwerk- en informatiebeveiliging: een cultuuromslag?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Netwerk- en informatiebeveiliging, Gegevensbescherming, Cybersecurity, Telecommunicatierecht, vitale infrastructuur
Auteurs J.P. Kalis LL.M. en Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Veiligheid, bescherming en beveiliging van ICT-netwerken en digitale diensten, alsook van telecommunicatienetwerken en -diensten zijn van groot belang in de huidige informatiemaatschappij. In dit artikel worden de voornaamste ontwikkelingen besproken in zowel de Nederlandse wetgeving als Europese regelgeving om in dit kader een beveiligingscultuur te bewerkstelligen. Met name de stand van zaken rond de Wet gegevensbescherming en cybersecurity, de Europese Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn en diens implementatie krachtens de Cybersecuritywet, en de laatste ontwikkelingen in de telecommunicatieregulering worden behandeld.
    Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (NIB-richtlijn), PbEU 2016, L 194/1.
    De Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity;
    Wet van 25 juli 2017, houdende regels over het verwerken van gegevens ter bevordering van de veiligheid en de integriteit van elektronische informatiesystemen die van vitaal belang zijn voor de Nederlandse samenleving en regels over het melden van ernstige inbreuken (Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity, Wgmc), Stb. 2017, 316.
    Voorstel Cybersecuritywet (zoals die nu ligt bij de Tweede Kamer);
    Voorstel van wet, Regels ter implementatie van richtlijn (EU) 2016/1148 (Cybersecuritywet), Kamerstukken II 2017/18, 34883, 2.


J.P. Kalis LL.M.
J.P. (Pieter) Kalis is werkzaam als promovendus Telecommunicatierecht bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie (eLaw) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden. Zij werkt daarnaast als advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Welk vertrouwen mogen clementieverzoekers hebben omtrent vertrouwelijk blijven van aangeleverde informatie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden clementieverklaring, geheimhoudingsplicht, mandaat raadadviseur-auditeur, publicatie inbreukbeschikking, Artikel 101 VWEU
Auteurs Mr. O.W. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige zaak breidt het Hof van Justitie de bevoegdheden van de raadadviseur-auditeur uit en wordt voor het eerst onderscheid gemaakt tussen publicatie van letterlijke citaten uit informatie verstrekt in het kader van de clementieregeling en publicatie van letterlijke citaten uit de clementieverklaring zelf. De relevantie van het arrest ligt met name in de (mate van) rechtvaardige verwachtingen die clementieverzoekers mogen hebben omtrent de eerbiediging van vertrouwelijkheid van informatie die zij aan de Commissie verschaffen. Dit is van groot belang voor een effectieve werking van de clementieregeling. Het arrest is ook van belang in de context van civiele schadeclaimprocedures. Private partijen die schade willen claimen, wensen zo veel mogelijk toegang tot informatie over de inbreuk.
    HvJ 14 maart 2017, zaak C-162/15 P, Evonik Degussa/Commissie, ECLI:EU:C:2017:205


Mr. O.W. Brouwer
Mr. O.W. (Onno) Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Over openbare veiligheid in het migratierecht; het prijskaartje voor onze vrijheid?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden openbare orde, openbare veiligheid, Studentenrichtlijn, visumaanvraag, beoordelingsmarge lidstaten
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Inzet van het geschil in de zaak Sahar Fahimian is de afwijzing van haar visumaanvraag om aan de Technische Universität Darmstadt promotieonderzoek te kunnen verrichten. Volgens de Duitse autoriteiten vormt haar aanwezigheid in Duitsland een potentiële dreiging van de openbare veiligheid in de zin van artikel 6 lid 1 sub d gelezen in samenhang met considerans 14 van de Studentenrichtlijn. Het Hof van Justitie preciseert de beoordelingsmarge die lidstaten genieten in hun afweging of in het individuele geval de nationale veiligheid in het geding is dat van hen vraagt om een prognose te maken van het dreigende gevaar op basis van het voorzienbare gedrag en de situatie in het land van herkomst van de betrokkene.
    HvJ (Grote kamer) 4 april 2017, zaak C-544/15, Sahar Fahimian/Bundesrepublik Deutschland, in tegenwoordigheid van: Stadt Darmstadt, ECLI:EU:C:2017:255


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Artikel

Unitrading Revisited. Oncontroleerbaar bewijs tussen eerlijk proces en doeltreffendheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden doeltreffende rechtsbescherming, doeltreffendheid, procedurele autonomie, eerlijk proces, oncontroleerbaar bewijs
Auteurs Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2015 wees de Hoge Raad arrest in de zaak Unitrading. In lijn met de uitspraak van het Hof van Justitie in die zaak beoordeelt de Hoge Raad de toelaatbaarheid als bewijs van de voor partijen en rechter oncontroleerbare onderzoeksresultaten van een Amerikaans laboratorium niet in het licht van artikel 47 Handvest, maar op basis van het nationale bewijsrecht en het Unierechtelijke beginsel van doeltreffendheid. Deze beoordeling leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, omdat het gerechtshof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de bevindingen van het Amerikaans laboratorium betrouwbaar heeft geacht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de uitspraak van het Hof van Justitie in Unitrading en het arrest van de Hoge Raad, en wordt de problematiek van toelaatbaarheid van oncontroleerbaar bewijs in een breder kader geplaatst. Is dat een kwestie van doeltreffendheid van het Unierecht of toch van een eerlijk proces?
    HR 4 december 2015, 12/02876, AB 2016/112, m.nt. Y.E. Schuurmans, ECLI:NL:HR:2015:3467 (Unitrading Ltd./Staatssecretaris van Financiën).


Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. (Rob) Widdershoven is als hoogleraar Europees bestuursrecht verbonden aan het Centrum voor Regulering en Rechtshandhaving van EU-recht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Lundbeck en pay-for-delay schikkingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Lundbeck, pay-for-delay, schikking, farmaceutische industrie, Actavis
Auteurs Mr. J. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2015 publiceerde de Europese Commissie de boetebeschikking in de zaak Lundbeck. Lundbeck werd samen met een aantal producenten van generieke geneesmiddelen beboet voor pay-for-delay schikkingen die zij hadden getroffen. Door middel van deze schikkingen kwamen de betrokken producenten van generieke geneesmiddelen overeen dat zij markttoegang zouden uitstellen in ruil voor een betaling. In dit artikel wordt de Lundbeck-beschikking besproken en een vergelijking gemaakt met de beoordeling van pay-for-delay schikkingen door de Amerikaanse mededingingsautoriteit en rechter.
    Commissie beschikking nr. C(2013) 3803 final, zaak AT.39226 (19 juni 2013)


Mr. J. Fanoy
Mr. J. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is medewerker binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

    Op 11 juni 2014 heeft de Europese Commissie een formeel onderzoek ingesteld naar de door de Nederlandse belastingdienst afgegeven tax ruling aan koffieketen Starbucks. De Commissie heeft ernstige twijfels omtrent de verenigbaarheid van wat werd overeengekomen in deze ruling met de Europese staatssteunregels. De uiteindelijke uitkomst van deze zaak is vanuit het oogpunt van tax planning van een niet te onderschatten belang. Zij zal namelijk iets kunnen zeggen over de beleidsmarge die de Commissie de belastingdienst laat wanneer zij in concrete situaties invulling geeft aan de beginselen voor transfer pricing, zoals neergelegd in de Nederlandse belastingwetgeving en de OESO-regels.
    Openingsbesluit van de Europese Commissie SA.38374 (2014/C) (Nederland) van 11 juni 2014


Mr. H. Buelens
Mr. H. (Hannelore) Buelens is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteurs. Het artikel werd gefinaliseerd op 26 februari 2015. Met dank aan Joris Luts en Filip Debelva voor hun commentaren.

Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteurs. Het artikel werd gefinaliseerd op 26 februari 2015. Met dank aan Joris Luts en Filip Debelva voor hun commentaren.
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kanttekeningen bij het voorstel voor de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen: wat brengt het ons (en wat niet)?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bedrijfsgeheimen, knowhow, ongeoorloofde mededinging, TRIPS, handhavingsrichtlijn
Auteurs Mr. J.J. Allen en Mr. E.A. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Een kritische beschouwing vanuit de Nederlandse praktijk.Richtlijn 2004/48EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, Pb. EG 2004, L 195/16.


Mr. J.J. Allen
Mr. J.J. (John) Allen is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

Mr. E.A. de Groot
Mr. E.A. (Emma) de Groot is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).
Artikel

Toetsing van plaatsing op een sanctielijst na Kadi II

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden sanctielijst, rechterlijke toetsing, recht op verdediging, afscherming van informatie
Auteurs Prof. mr. A.A. Franken en prof. mr. P.T.C. van Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Kadi II heeft het Hof van Justitie vastgehouden aan zijn lijn dat een verordening die uitvoering geeft aan een VN-resolutie geen immuniteit van jurisdictie geniet. De plaatsing van een persoon op een sanctielijst wordt daarom volledig getoetst aan de grondrechten die behoren tot de algemene beginselen van Unierecht. In zijn arrest van 18 juli 2013 heeft het Hof van Justitie richtlijnen voor die toetsing geformuleerd. De toekomstige discussie zal zich vooral toespitsen op de vraag hoe specifiek de uiteenzetting van redenen moet zijn die aan de plaatsing op een sanctielijst ten grondslag ligt en op de vraag hoe met informatie moet worden omgegaan die voor de betrokken persoon of entiteit geheim wordt gehouden.HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-584/10 P, C-593/10 P en C-595/10 P, Europese Commissie e.a./Kadi, n.n.g.


Prof. mr. A.A. Franken
Prof. mr. A.A. (Stijn) Franken is hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.

prof. mr. P.T.C. van Kampen
Prof. mr. P.T.C. (Petra) van Kampen is hoogleraar strafrechtspraktijk aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Voorstel richtlijn netwerkveiligheid als onderdeel van EU cyber security-strategie: naar een open, veilig en betrouwbaar internet?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden beveiliging informatiesystemen, cyber security-strategie, richtlijn
Auteurs Mr. J. Toet en prof. mr. A.R. Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel behandelt het voorstel van de Commissie van 7 februari 2013 om een richtlijn in te voeren ter verhoging van het algehele niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Europese Unie. Het voorstel vormt een onderdeel van de cyber security-strategie van de Commissie. De auteurs plaatsen kanttekeningen bij (de effectiviteit van) de gekozen maatregelen en de implementatie daarvan in het licht van een uitgebreide beschrijving van de voorliggende problematiek. Zij onderschrijven echter de noodzaak tot het treffen van maatregelen op Europees niveau en sluiten af met hun aanbevelingen ter versterking van het voorstel en de cyber security-strategie.Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende maatregelen om een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de Unie te waarborgen, COM(2013)48 final


Mr. J. Toet
Mr. J. (Joeri) Toet is advocaat te ’s Gravenhage.

prof. mr. A.R. Lodder
Prof. Mr. A.R. (Arno) Lodder is hoogleraar Internet Governance and Regulation aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Transnational Legal studies.

    In juni 2013 wees het Hof van Justitie een arrest naar aanleiding van een grotendeels geheime procedure op gronden van staatsveiligheid over de vraag hoe zo’n procedure zich verhoudt tot fundamentele beginselen van een eerlijke procesvoering, zoals onder meer terug te vinden in het Handvest van de grondrechten. De casus ziet op de toelating tot een lidstaat en ligt zodoende in de sfeer van het vreemdelingenrecht.
    Het dilemma waar het Hof van Justitie voor stond, betreft een vaker gezien beslispunt waarvan de kern lijkt neer te komen op een ‘balancing act’, waarbij twee fundamentele beginselen worden afgewogen; dat van bescherming van de staatsveiligheid (of andere gegronde redenen voor een deels min of meer geheime procesvoering) tegen het recht op een eerlijke (en daarmee openbare) procedure. Zo bezien kan de uitspraak die hier besproken wordt wel eens bredere gevolgen hebben, ook voor onze rechtsorde. Dit artikel zoekt naar die mogelijke gevolgen.
    HvJ EU 4 juni 2013, zaak C-300/11, ZZ, n.n.g.


Mr. R. de Bree
Mr. R. (Robbert) de Bree is advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.