Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2015 x
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Vijf jaar bindend Handvest van de Grondrechten: wat heeft het de rechtzoekende opgeleverd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, EVRM, Grondwet, eerlijk proces, persoonlijke levenssfeer
Auteurs Mr. J. Morijn, Mr. A. Pahladsingh en Mr. H. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Levert het Handvest van de Grondrechten de rechtzoekende iets op? Om dit te beantwoorden analyseren we allereerst welke procesmatige en inhoudelijke voordelen het inroepen van het Handvest kan hebben ten opzichte van andere mensenrechtenbronnen. Daarna kijken we naar de eerste Nederlandse en Luxemburgse praktijk aangaande het recht op een eerlijk proces en het recht op privéleven en gegevensbescherming. Ook brengen we de wisselwerking in kaart tussen de rechterlijke bescherming gebaseerd op het Handvest en het EVRM. Wij concluderen dat er eerste tekenen van meerwaarde van het Handvest zijn voor de rechtszoekende, maar ook mogelijkheden bestaan zijn potentie nog beter te benutten.


Mr. J. Morijn
Mr. J. (John) Morijn is werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vakgroep Europees en economisch recht, Rijksuniversiteit Groningen. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. (Aniel) Pahladsingh is werkzaam bij de Raad van State. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

Mr. H. Palm
Mr. H. (Hanneke) Palm is werkzaam bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.
Artikel

De onderzoeksbevoegdheden van de Commissie scherpgesteld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden mededinging, onderzoeksbevoegdheden Verordening (EG) nr. 1/2003, recht op eerbiediging privé-, familie- en gezinsleven, motivering, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. Y. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt, mede aan de hand van het arrest Deutsche Bahn van het Gerecht en het arrest Delta Pekárny van het EHRM, ingegaan op de vraag of de Commissie een voorafgaande rechterlijke machtiging nodig heeft voor het verrichten van inspecties onder Verordening (EG) nr. 1/2003. Ook worden de arresten Nexans, Prysmian en Schwenk besproken, die inzicht geven in de effectiviteit van de rechterlijke controle die de Unierechter uitoefent over het gebruik van de onderzoeksbevoegdheden van de Commissie. Deze arresten verduidelijken de rechten en plichten van ondernemingen en de Commissie bij inspecties en verzoeken om inlichtingen onder Verordening (EG) nr. 1/2003.
    Gerecht 6 september 2013, gevoegde zaken T-289/11, T-290/11 en T-521/11, Deutsche Bahn, ECLI:EU:T:2013:404, EHRM 2 oktober 2014, nr. 97/11, Delta Pekárny/Tsjechische Republiek, Gerecht 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans, ECLI:EU:T:2012:596, Gerecht 14 maart 2014, zaak T-306/11, Schwenk, ECLI:EU:T:2014:123


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is Senior Director Antitrust bij Philips International B.V.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.