Zoekresultaat: 30 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Brexit

Brexit en de gevolgen voor het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Brexit, internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging
Auteurs Prof. mr. I. Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 januari 2021 is het EU-recht formeel niet meer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Dit geldt ook op het terrein van het internationaal privaatrecht. In dit artikel wordt een globaal overzicht gegeven van de verschillende instrumenten die in de plaats treden van de EU-vorderingen die niet meer zullen gelden binnen het Verenigd Koninkrijk.


Prof. mr. I. Sumner
Prof. mr. I. (Ian) Sumner is hoogleraar Familierecht en Internationaal Privaatrecht, Tilburg University, rechter-plaatsvervanger (met unus belasting), Team Familie- en Jeugd, Rechtbank Overijssel.
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Staatssteun

Access_open Terugvordering van staatssteun vindt zijn plek in de Nederlandse wetgeving

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden staatssteun, terugvordering, Commissiebesluit, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet rijksbelastingen
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 juli 2018 heeft het staatssteunrecht zijn plek gevonden in de Nederlandse regelgeving. Althans, de terugvordering van onrechtmatige staatssteun. Wat regelt de Wet terugvordering staatssteun?
    Wet Terugvordering staatssteun (in werking getreden op 1 juli 2018), Stb. 2018, 99


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. (Johan) van Haersolte is counsel bij Coupry Advocaten en tevens redactielid van NtEr.
Vrij verkeer

Na naturalisatie is er niet zonder meer sprake van een zuiver interne situatie voor het personenverkeer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden migrerende burger van de Unie, naturalisatie, verblijfsrecht derdelander familielid
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algerijnse Toufik Lounes vraagt bij de Britse autoriteiten een verblijfskaart ‘derdelander familielid van een Unieburger’ aan. Zijn aanvraag wordt afgewezen, omdat zijn echtgenote naast de Spaanse ook de Britse nationaliteit bezit; er is sprake van een interne situatie waarop het Unierecht niet ziet. Het Hof van Justitie oordeelt anders. Omdat zijn vrouw de Britse nationaliteit heeft verkregen na uitoefening van haar reis- en verblijfsrecht en met behoud van haar oorspronkelijke nationaliteit valt haar situatie en daarmee ook die van haar familieleden binnen de werkingssfeer van het Unierecht. Haar derdelander echtgenoot ontleent zijn verblijfsrecht aan het Unierecht dat tevens de voorwaarden bepaalt waaronder dit recht mag worden uitgeoefend.
    HvJ EU 14 november 2017, zaak C-165/16, Toufik Lounes/Secretary of State for the Home Department, ECLI:EU:C:2017:862.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Consumenten

Access_open The New Consumer Deal

Een gamechanger op het gebied van de afwikkeling van massaclaims?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Massaschade, Groepsvordering, Toezichthouder, Consumentenvereniging, New Consumer Deal
Auteurs Mr. dr. B. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft als onderdeel van een New Consumer Deal (hierna: de Deal) een richtlijnvoorstel gepubliceerd waar de invoering van een groepsvordering in de Europese Unie wordt voorgesteld om te kunnen garanderen dat de Europese consument ten volle van zijn rechten als EU-burger kan genieten. De Commissie kiest voor het toebedelen van de groepsvordering aan een met specifieke voorwaarden omklede entiteit. In de praktijk zal dit neerkomen op het toekennen van een groepsvordering aan een consumentenvereniging, een voor een specifieke vorm van massaschadeafwikkeling opgerichte en door de overheid ondersteunde stichting en/of een toezichthouder. In hoeverre is deze keuze van de Commissie een gamechanger in het speelveld van massaschadeafwikkeling en zal de invoering van een groepsvordering bijdragen aan het door de commissie beoogde doel van het waarborgen van de rechten van de EU-burger?
    Voorstel betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG. Brussels 11 april 2018, COM(2018)184 final 2018/0089 (COD).


Mr. dr. B. van Hattum
Mr. dr. B. (Bonne) van Hattum is verbonden als wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam en als beleidsmedewerker bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Zij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Over openbare veiligheid in het migratierecht; het prijskaartje voor onze vrijheid?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden openbare orde, openbare veiligheid, Studentenrichtlijn, visumaanvraag, beoordelingsmarge lidstaten
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Inzet van het geschil in de zaak Sahar Fahimian is de afwijzing van haar visumaanvraag om aan de Technische Universität Darmstadt promotieonderzoek te kunnen verrichten. Volgens de Duitse autoriteiten vormt haar aanwezigheid in Duitsland een potentiële dreiging van de openbare veiligheid in de zin van artikel 6 lid 1 sub d gelezen in samenhang met considerans 14 van de Studentenrichtlijn. Het Hof van Justitie preciseert de beoordelingsmarge die lidstaten genieten in hun afweging of in het individuele geval de nationale veiligheid in het geding is dat van hen vraagt om een prognose te maken van het dreigende gevaar op basis van het voorzienbare gedrag en de situatie in het land van herkomst van de betrokkene.
    HvJ (Grote kamer) 4 april 2017, zaak C-544/15, Sahar Fahimian/Bundesrepublik Deutschland, in tegenwoordigheid van: Stadt Darmstadt, ECLI:EU:C:2017:255


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Artikel

GS Media/Sanoma: oppassen met bedrijfsmatig linken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden Mededeling aan het publiek, hyperlink, illegale content, auteursrechtinbreuk
Auteurs Mr. M.F.J. Haak en Mr. M.M. Truijens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het plaatsen van een hyperlink naar illegale content kan onder omstandigheden gelden als ‘mededeling aan het publiek’ als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Auteursrechtrichtlijn, en kan dus als auteursrechtinbreuk worden aangemerkt. Dat volgt uit dit arrest van het Hof van Justitie inzake GS Media/Sanoma, beter bekend als het arrest over de naaktfoto’s van BN’er Britt Dekker.
    HvJ 8 september 2016, zaak C-160/15, GS Media BV/Sanoma Media Netherlands BV e.a., ECLI:EU:C:2016:644


Mr. M.F.J. Haak
Mr. M.F.J. (Maarten) Haak en mr. M.M. (Moïra) Truijens zijn beiden advocaat bij Hoogenraad & Haak, advertising + IP advocaten te Amsterdam.

Mr. M.M. Truijens

    Op 25 februari 2016 deed het Hof van Justitie uitspraak in de zaak García-Nieto. Net als in de arresten Dano en Alimanovic stelt het Hof van Justitie in deze zaak vast dat een beroep op het socialezekerheidsstelsel van de gastlidstaat, gedaan door een EU-burger wiens verblijfsrecht veronderstelt dat er over voldoende bestaansmiddelen wordt beschikt, gevolgen heeft voor dat verblijfsrecht. Betrof het in de eerdere arresten het verblijfsrecht van inactieve en werkzoekende EU-burgers, in García-Nieto stond het verblijfsrecht in artikel 6 van Richtlijn 2004/38/EG centraal. Net als inactieven en werkzoekenden mogen lidstaten EU-burgers die nog geen drie maanden op hun grondgebied verblijven, uitsluiten van het genot van uitkeringen op grond van hun socialezekerheidsstelsel, zonder rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene, omdat de richtlijn zelf een ‘gradueel stelsel van behoud van de status (…) in het leven roept’ en aldus zelf rekening houdt met verschillende factoren die de positie van de aanvrager kenmerken. Wat betekent dit voor de belangenafweging die altijd centraal heeft gestaan in het recht op vrij verkeer van personen?
    HvJ 25 februari 2016, zaak C-299/14, Vestische Arbeit Jobcenter Kreis Recklinghausen/Jovanna García-Nieto e.a., ECLI:EU:C:2016:114


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Artikel

De 3 uit 6-voorwaarde voor export van Nederlandse studiefinanciering door niet-actieve EU-burgers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Europees burgerschap, studiefinanciering, Export van studiefinanciering, 3 uit 6-voorwaarde
Auteurs Mr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie had al beslist dat Nederland door een woonplaatsvereiste voor te schrijven, de zogenoemde 3 uit 6-voorwaarde, voor migrerende werknemers en hun gezinsleden om Nederlandse financiering voor buiten Nederland gevolgd hoger onderwijs te kunnen verkrijgen, zijn verplichtingen krachtens artikel 45 VWEU en artikel 7 lid 2 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers niet was nagekomen. In de hier besproken uitspraak Martens is het de vraag of deze 3 uit 6-voorwaarde ook voor economisch niet-actieve EU-burgers verboden is, vanwege strijd met de bepalingen over het Europees Burgerschap (art. 20 en 21 VWEU).
    HvJ 25 februari 2015, zaak C-359/13, B. Martens/Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


Mr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als Universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

    Deze bijdrage bespreekt de gevolgen van de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU) voor de Nederlandse asielprocedure. Deze richtlijn heeft geleid tot een aantal belangrijke wijzigingen in het Nederlandse systeem van procedures en soorten asielbeslissingen. De onverkorte handhaving van een aantal cruciale aspecten van de Nederlandse asielprocedure, zoals de snelle algemene asielprocedure en het toetsingskader voor tweede en volgende asielaanvragen, wringt echter met het systeem van de Procedurerichtlijn. Daarnaast zijn in navolging van de richtlijn een aantal nieuwe waarborgen voor asielzoekers geïntroduceerd, zoals passende steun voor kwetsbare asielzoekers, een verruimd recht op een rechtsmiddel met schorsende werking en een volledig en ex nunc onderzoek door de rechter.
    Richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), PbEU 2013, L 180/60.


Mr. dr. M. Reneman
Mr. dr. M. (Marcelle) Reneman is als Universitair Docent Migratierecht verbonden aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Een Amerikaanse dienstweigeraar in Europa

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Definitierichtlijn, dienstweigering, vluchtelingendefinitie, asielrecht, Europees recht
Auteurs Mr. dr. M. den Heijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde is de vraag of een Amerikaanse dienstweigeraar recht op asiel in Duitsland heeft. Hij wenst niet deel te nemen aan oorlogsmisdrijven die volgens hem door Amerikaanse troepen in Irak worden gepleegd. De verwijzende rechter wil weten of de Duitse autoriteiten een oordeel moeten vellen over mogelijke Amerikaanse schendingen van het oorlogsrecht in Irak. Het Hof van Justitie antwoordt dat het Europese asielrecht (de Definitierichtlijn) inderdaad kan verplichten tot een dergelijk onderzoek. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de Duitse rechter dat onderzoek moet verrichten, nu de dienstweigeraar eerdere mogelijkheden om uit het Amerikaanse leger te treden onbenut heeft gelaten. Bovendien is een voorwaarde voor asielverlening dat de Verenigde Staten niet effectief optreden tegen oorlogsmisdrijven.
    HvJ 26 februari 2015, zaak C-472/13, Andre Lawrence Shepherd/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2015:117


Mr. dr. M. den Heijer
Mr. dr. M. ( Maarten) den Heijer is als docent internationaal recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Van A tot Z; de uitspraken van het Hof van Justitie betreffende homoseksuele asielzoekers.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Definitierichtlijn, homoseksualiteit, menselijke waardigheid, asiel, vluchteling
Auteurs Mr. dr. K. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaken X, Y en Z (C-199/12, C-200/12 en C- 201/12) oordeelde het Hof van Justitie op 7 november 2013 dat homoseksuelen een bijzondere sociale groep vormen, van homoseksuele asielzoekers niet kan worden verlangd dat zij discretie betrachten en dat de enkele strafbaarstelling van homoseksualiteit onvoldoende is om gegronde vrees voor vervolging aannemelijk te achten.
    Op 2 december 2014 beantwoordde het Hof van Justitie de vraag over de toets van de geloofwaardigheid van asielrelazen van homoseksuele asielzoekers in de zaken A, B en C (C-148/13, C-149/13 en C-150/13).
    Het Hof van Justitie heeft in deze uitspraak een beperkt aantal problematische onderzoeksmethodes ter vaststelling van de geloofwaardigheid van homoseksualiteit verboden. De vraag naar de rechtmatigheid van een aantal andere methodes blijft bestaan. Het Hof van Justitie laat deze toets aan de nationale rechter, en oordeelt dat bij deze toets de eerbiediging van artikel 1 EU Grondrechtenhandvest (menselijke waardigheid) richtinggevend is.
    HvJ 2 december 2014, gevoegde zaken C-148/13, C-149/13 en C-150/13, A, B en C, ECLI:EU:C:2014:2406
    HvJ 7 november 2013, gevoegde zaken C-199/12, C-200/12 en C- 201/12, X, Y en Z, ECLI:EU:C:2013:720


Mr. dr. K. Zwaan
Mr. dr. K. (Karin) Zwaan is coördinator van het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kanttekeningen bij het voorstel voor de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen: wat brengt het ons (en wat niet)?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bedrijfsgeheimen, knowhow, ongeoorloofde mededinging, TRIPS, handhavingsrichtlijn
Auteurs Mr. J.J. Allen en Mr. E.A. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Een kritische beschouwing vanuit de Nederlandse praktijk.Richtlijn 2004/48EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, Pb. EG 2004, L 195/16.


Mr. J.J. Allen
Mr. J.J. (John) Allen is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

Mr. E.A. de Groot
Mr. E.A. (Emma) de Groot is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).
Artikel

Ervaringen met Europese civiele procedures in Nederland

Een terugblik en wenkend toekomstperspectief

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Europese procedures, betalingsbevelprocedure, geringe vorderingen, grensoverschrijdend procederen
Auteurs Prof. mr. X.E. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese betalingsbevelprocedure en de Europese procedure voor geringe vorderingen (small claims procedure) zijn de eerste twee eenvormige Europese civielrechtelijke procedures. De vraag is hoe deze Europese procedures in Nederland functioneren en in de praktijk worden ervaren. Om deze vraag te beantwoorden zijn, naast rechtspraakonderzoek, gegevens verzameld en interviews afgenomen bij onder meer rechtbanken. De uitkomsten zijn niet overweldigend positief; beide procedures worden vooralsnog weinig gebruikt en er zijn problemen rond de toepassing. De verwachting is echter dat de Europese procedures belangrijker zullen worden gezien de Europese ambities en het recente aanpassingsvoorstel van de Commissie voor small claims.Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, Pb. EU 2006, L 399/1 (EBB-Verordening);Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen, Pb. EU 2007, L 199/1 (EPGV-Verordening);Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, COM(2013)794 def.


Prof. mr. X.E. Kramer
Prof. mr. X.E. (Xandra) Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij bekleedt tevens de TPR-leerstoel en is visiting professor Global Law School aan de Universiteit Leuven (2013-2014). Deze bijdrage is mede mogelijk gemaakt door de ondersteuning van NWO in het kader van de Vernieuwingsimpuls – Vidi.
Artikel

Op het raakvlak van sociale zekerheid en migratierecht

Legaal verblijf als voorwaarde voor toekenning socialezekerheidsprestaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Unieburgers, economisch inactieven, verblijfsrecht, bestaansmiddelen, bijstand
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel we het graag over het hoofd zien, is het recht op vrij verkeer van personen, zoals verankerd in artikelen 20 en 21 van het VWEU, niet absoluut. Een van de voorwaarden die gesteld wordt aan de uitoefening van dit recht is dat de Unieburger zichzelf financieel kan bedruipen, in migratierechtelijke terminologie: geen beroep doet op de openbare kas. De prejudiciële vraag die het Hof van Justitie in het arrest Brey moet beantwoorden, is of een gastlidstaat voor de toekenning van een uit publieke middelen gefinancierde uitkering aan economisch inactieven de voorwaarde mag stellen dat zij rechtmatig verblijf hebben in die lidstaat. HvJ EU 19 september 2013, zaak C-140/12, Pensionsversichrungsanstalt/Peter Brey, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Artikel

De toegang tot het mededingingsdossier

Met Donau Chemie is het einde van de saga nog niet in zicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden toegang tot documenten, clementieprocedure, schadevergoedingsactie, procedurele autonomie, doeltreffendheidsvereiste
Auteurs A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Donau Chemie bevindt het Hof van Justitie zich wederom op het spanningsveld tussen het faciliteren van schadevergoedingsacties en het beschermen van een effectief clementieprogramma. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorwaarden voor toegang tot documenten uit dossiers van de nationale mededingingsautoriteit met betrekking tot de toepassing van het Europese mededingingsrecht weliswaar worden bepaald door het nationale recht maar dat de doeltreffendheid van een nationaal clementieprogramma kan rechtvaardigen dat een document niet wordt verspreid. Het Hof van Justitie zet hiermee de lijn voort die in het arrest Pfleiderer was ingezet.
    HvJ EU 6 juni 2013, zaak C-536/11, Bundeswettbewerbsbehörde/Donau Chemie e.a., n.n.g.


A.E. Beumer LLM
A.E. (Elsbeth) Beumer is als PhD-onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

    In deze bijdrage staat de vraag centraal welke consequenties de op 18 juli 2013 bekend gemaakte Richtlijn ADR consumenten en Verordening ODR consumenten hebben voor het Nederlandse stelsel van buitengerechtelijke geschillenbeslechting bij de geschillencommissies voor consumentenzaken (SGC en KiFiD). Deze vraag wordt beantwoord door het Nederlandse stelsel te toetsen aan de Richtlijn ADR consumenten en de Verordening ODR consumenten.
    Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb. EU 2013, L 165/63
    Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb. EU 2013, L 165/1


Mr. P.E. Ernste
Mr. P.E. (Paulien) Ernste is als universitair docent burgerlijk (proces)recht verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Baas boven baas

De nationale rechter is bij verwijzing of terugwijzing niet gebonden aan de rechtsopvatting van de hoogste rechter, wanneer hij twijfelt of deze opvatting strijdig is met het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden ambtshalve, prejudiciële procedure, terugwijzing
Auteurs Mr. M.J.M. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter is bevoegd om ambtshalve een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen na verwijzing of terugwijzing van de zaak door de hoogste rechter. Dit geldt ook als hij op grond van een nationaal voorschrift verplicht is om bij zijn beslissing de rechtsopvatting te volgen van die hoogste rechter. In dit artikel wordt het arrest Križan, waarin deze problematiek recentelijk aan de orde kwam, besproken in de context van eerdere jurisprudentie. Daarnaast wordt een vergelijking getrokken met de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad en wordt bezien wat het arrest Križan betekent voor de Nederlandse rechtspraktijk.
    HvJ EU 15 januari 2013, zaak C-416/10, Jozef Križan e.a./Slovenská inšpekcia životného prostredia, n.n.g.


Mr. M.J.M. Verhoeven
Mr. M.J.M. Verhoeven is rechterlijk ambtenaar in opleiding bij de Rechtbank Gelderland.
Artikel

Herschikking Brussel I

over Italiaanse torpedo’s, de afschaffing van het exequatur en andere wijzigingen in het Europese IPR-procesrecht in burgerlijke en handelszaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden EEX-Verordening, herschikking Brussel I, IPR, internationaal procesrecht, erkenning en tenuitvoerlegging, burgerlijke en handelszaken
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2012 is de Verordening tot herschikking van de Brussel I-Verordening vastgesteld. De nieuwe verordening herziet de reeds bestaande en geharmoniseerde regels inzake de rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken uit de huidige EEX- of Brussel I-Verordening. Doel van de aanpassing is om, mede op grond van de in de praktijk inmiddels opgedane ervaring met de huidige regeling, de toegang tot de (lidstaat)rechter verder te verbeteren en het vrije verkeer van beslissingen binnen de Europese Unie verder te vergemakkelijken.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), Pb. EU 2012, L 351/1 (Verordening 2012/1215/EU).


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.