Zoekresultaat: 25 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2013 x

    In juni 2013 wees het Hof van Justitie een arrest naar aanleiding van een grotendeels geheime procedure op gronden van staatsveiligheid over de vraag hoe zo’n procedure zich verhoudt tot fundamentele beginselen van een eerlijke procesvoering, zoals onder meer terug te vinden in het Handvest van de grondrechten. De casus ziet op de toelating tot een lidstaat en ligt zodoende in de sfeer van het vreemdelingenrecht.
    Het dilemma waar het Hof van Justitie voor stond, betreft een vaker gezien beslispunt waarvan de kern lijkt neer te komen op een ‘balancing act’, waarbij twee fundamentele beginselen worden afgewogen; dat van bescherming van de staatsveiligheid (of andere gegronde redenen voor een deels min of meer geheime procesvoering) tegen het recht op een eerlijke (en daarmee openbare) procedure. Zo bezien kan de uitspraak die hier besproken wordt wel eens bredere gevolgen hebben, ook voor onze rechtsorde. Dit artikel zoekt naar die mogelijke gevolgen.
    HvJ EU 4 juni 2013, zaak C-300/11, ZZ, n.n.g.


Mr. R. de Bree
Mr. R. (Robbert) de Bree is advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

Europees bankentoezicht (SSM). Juridische en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europese toezichthouder, bankenunie, interne markt, bankenregelgeving, Europese Centrale Bank (ECB)
Auteurs Mr. W.H. Bovenschen LL.M, Mr. K. Holtring, Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het vormgeven van het Europese bankentoezicht stond de EU-wetgever voor juridische en praktische uitdagingen. In dit artikel worden enkele hiervan belicht: verdragsgrondslag, bevoegdheidsverdeling tussen de Europese en nationale toezichthouders, rechtsbescherming, governance, toezichttaken ECB, vergunningverlening en -intrekking, relevant Unierecht, home/host-toezicht en de verhouding tot EBA. De praktijk moet uitwijzen of de gekozen oplossingen effectief zijn.Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, Pb. EU 2013, L 287/63-89 (SSM-Verordening);Richtlijn 2013/36/EU betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRD IV);Verordening (EU) nr. 2013/575 over prudentiële voorschriften voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRR).


Mr. W.H. Bovenschen LL.M
Mr. W.H. Bovenschen LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. K. Holtring
Mr. K. Holtring werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M
Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. L. Wissink
Mr. L. Wissink werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

Duurzaamheidsbelangen in het mededingingsrecht

De positie van ACM ten opzichte van het Hof van Justitie en de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden mededinging, duurzaamheid, doorwerking Europees recht, bevoegdheden ACM
Auteurs Dr. A. Gerbrandy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankondiging van ACM dat zij in haar mededingingsbeoordeling van samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen duurzaamheidsbelangen als relevant in aanmerking neemt, neemt ACM stelling in de discussie over de relatie tussen mededingingsrecht en duurzaamheid. De vraag of ACM eigenstandig beleid kan voeren betreft de verhouding ACM - Europese Commissie - Hof van Justitie. De ruimte die ACM in deze verhouding heeft, is het onderwerp van dit artikel.


Dr. A. Gerbrandy
Dr. A. (Anna) Gerbrandy is universitair hoofddocent Economisch Publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad. Dank is verschuldigd aan Lisette Simons voor haar uitstekende ondersteuning bij de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Het arrest Bouygues: het verband tussen de verstrekte staatsmiddelen en het verkregen voordeel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden staatssteun, voordeel, staatsmiddelen, particuliere marktinvesteerder, terugvordering
Auteurs Dr. mr. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen publieke verklaringen van de staat, inhoudende dat de staat passende maatregelen zal nemen om te voorkomen dat een onderneming waarvan zij de meerderheid van de aandelen bezit, over de rand van een financiële afgrond zal duiken, een steunmaatregel in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU opleveren? Het Hof van Justitie buigt zich in het arrest Bouygues over deze vraag en betreedt daarbij nieuwe grond door niet alleen te oordelen dat voor de staatssteunbeoordeling een samenstel van maatregelen die nauw verband met elkaar houden, als één optreden kan worden beschouwd, maar ook dat er weliswaar een directe band dient te bestaan tussen het voordeel voor de onderneming en de staatsmiddelen die (potentieel) worden overgedragen, maar dat het voordeel en de staatsmiddelen niet behoeven overeen te stemmen of gelijkwaardig hoeven te zijn.
    HvJ EU 19 maart 2013, gevoegde zaken C-399 en 401/10 P, Bouygues, n.n.g.


Dr. mr. N. Saanen
Dr. mr. N. (Nienke) Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

De toegang tot het mededingingsdossier

Met Donau Chemie is het einde van de saga nog niet in zicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden toegang tot documenten, clementieprocedure, schadevergoedingsactie, procedurele autonomie, doeltreffendheidsvereiste
Auteurs A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Donau Chemie bevindt het Hof van Justitie zich wederom op het spanningsveld tussen het faciliteren van schadevergoedingsacties en het beschermen van een effectief clementieprogramma. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorwaarden voor toegang tot documenten uit dossiers van de nationale mededingingsautoriteit met betrekking tot de toepassing van het Europese mededingingsrecht weliswaar worden bepaald door het nationale recht maar dat de doeltreffendheid van een nationaal clementieprogramma kan rechtvaardigen dat een document niet wordt verspreid. Het Hof van Justitie zet hiermee de lijn voort die in het arrest Pfleiderer was ingezet.
    HvJ EU 6 juni 2013, zaak C-536/11, Bundeswettbewerbsbehörde/Donau Chemie e.a., n.n.g.


A.E. Beumer LLM
A.E. (Elsbeth) Beumer is als PhD-onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kartelschade in Nederland, een eerste aanzet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden privaatrechtelijk handhaving, passing-on, voordeelverrekening, schadevergoeding, artikel 101 VwEU
Auteurs Mr. B. Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak in eerste aanleg in de zaak TenneT/ABB geeft er een beeld van hoe in Nederland in rechte met kartelclaims wordt omgegaan. De Rechtbank Oost-Nederland komt tot interessante conclusies over de aansprakelijkheid van entiteiten behorend tot het concern van een kartelovertreder en de mogelijkheid van een zogenoemd passing-on verweer. De uitspraak lijkt voor kartelovertreders niet gunstig.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403


Mr. B. Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen (onderwerp: civiele handhaving van het mededingingsrecht en het clementiebeleid).
Artikel

Laten we geen boete opleggen...

Het arrest Schenker: de mogelijkheden voor een beroep op dwaling en afzien van boeteoplegging in het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden Mededinging, Verordening 2003/1/EG, Boete-immuniteit, Vertrouwensbeginsel
Auteurs Mr. E.S. Lachnit LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 juni 2013 wees het Hof van Justitie arrest in de zaak Schenker. Deze zaak draaide om de mogelijkheid voor nationale mededingingsautoriteiten af te zien van boeteoplegging voor een schending van de Europese mededingingsregels. Enerzijds omdat de betrokken ondernemingen zich beriepen op dwaling, anderzijds omdat er medewerking was verleend in het kader van een nationale clementieprocedure. De uitspraak van het Hof van heeft gevolgen voor de positie van ondernemingen en advocaten, en voor de beschikkingsautonomie van nationale mededingingsautoriteiten.
    HvJ EU 18 juni 2013, zaak C-681/11, Bundeswettbewerbsbehörde, Bundeskartellanwalt/Schenker & Co. AG, e.a., n.n.g.


Mr. E.S. Lachnit LLM
Mr. E.S. (Eva) Lachnit is promovenda economisch publiekrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Europa Instituut aldaar. Haar onderzoek ziet op alternatieve vormen van publieke handhaving binnen het mededingingsrecht.

    In deze bijdrage staat de vraag centraal welke consequenties de op 18 juli 2013 bekend gemaakte Richtlijn ADR consumenten en Verordening ODR consumenten hebben voor het Nederlandse stelsel van buitengerechtelijke geschillenbeslechting bij de geschillencommissies voor consumentenzaken (SGC en KiFiD). Deze vraag wordt beantwoord door het Nederlandse stelsel te toetsen aan de Richtlijn ADR consumenten en de Verordening ODR consumenten.
    Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb. EU 2013, L 165/63
    Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb. EU 2013, L 165/1


Mr. P.E. Ernste
Mr. P.E. (Paulien) Ernste is als universitair docent burgerlijk (proces)recht verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Bindingseisen passé?

Over een vereiste van ‘voldoende band’ met een gemeente om er te mogen wonen, een ‘sociale last’ voor een sociaal woonbeleid en compensatie voor openbare dienstverplichtingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden vrij verkeer, bindingseisen, staatssteun, Altmark, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en Mr. R.A. Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Libert maakt het Hof van Justitie zeer korte metten met een Vlaamse regionale regeling die voor de overdracht van onroerend goed vereist dat een kandidaat-koper of kandidaat-huurder beschikt over ‘voldoende band’ met de betrokken gemeente: het Europees burgerschap, de vestigingsvrijheid en het vrij verkeer van werknemers, diensten en kapitaal staan daaraan in de weg. Wel mag een regionale overheid, onder voorwaarden, een ‘sociale last’ opleggen die verbonden is aan de verlening van een bouw- of verkavelingsvergunning. Verder biedt het arrest Libert een zeldzaam voorbeeld van toetsing aan de Altmark-uitzondering in het staatssteunrecht: onder welke voorwaarden kunnen fiscale stimuli en subsidiemechanismen voor projectontwikkelaars als compensatie voor een dienst van algemeen economisch belang worden beschouwd?
    HvJ EU 8 mei 2013, gevoegde zaken C-197/11 en C-203/11, Libert, n.n.g., zie <www.curia.eu>


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. (Herman) van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Gerecht straft in DEI Commissie terecht af voor onzorgvuldige lezing bestaande jurisprudentie

Verbod op toekenning en instandhouding exclusieve rechten vereist identificatie misbruik

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden misbruik, machtspositie, exclusieve rechten, energiesector, monopolie
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 20 september 2012 in de zaak DEI heeft het Gerecht opnieuw bevestigd dat het toekennen of in stand houden van exclusieve rechten op zichzelf genomen geen strijd oplevert met het Unierecht. Uit het arrest blijkt dat dat niet anders wordt door het enkele feit dat het exclusieve recht een ongelijke positie creëert tussen de onderneming met het exclusieve recht en andere marktpartijen.
    Centraal in deze procedure staat de uitleg van artikel 106 lid 1 jo. artikel 102 VWEU. Op grond van het eerste lid van artikel 106 nemen of handhaven lidstaten met betrekking tot de openbare bedrijven en de ondernemingen waaraan zij bijzondere of uitsluitende rechten verlenen, geen enkele maatregel die in strijd is met regels van het Verdrag, met name die bedoeld in de artikelen 18 en 101 tot en met 109. In de onderhavige situatie gaat het daarbij om artikel 102 VWEU, op grond waarvan het een onderneming met een machtspositie verboden is van zijn machtspositie gebruik te maken.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten N.V. te Amsterdam.
Artikel

De uitspraak Ridderstee Holiday: een drieluik van selectiviteit, handelsverkeer en zorgvuldigheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden staatssteun, selectiviteit, spill over-effect, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Dr. mr. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Moet een bestuursorgaan voortaan verplicht de Europese Commissie om advies vragen ten aanzien van de vraag of een maatregel een steunmaatregel in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU is? De Afdeling beantwoordt deze vraag in de zaak Ridderstee Holiday, waar het ging om een subsidie voor de bouw van een hotel met recreatieve en infrastructurele voorzieningen, bevestigend. De uitspraak bevat nog meer opmerkelijke redeneringen, namelijk ten aanzien van de selectiviteit van een maatregel en ten aanzien van de beïnvloeding van het tussenstaatse handelsverkeer. Het is te hopen dat deze uitspraak weinig navolging krijgt.
    ABRvS 13 februari 2013, zaaknr. 201111694/1/A2 (Ridderstee Holiday), ECLI:NL:RVS:2013:BZ1245


Dr. mr. N. Saanen
Dr. mr. N. Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

Scheiding tussen spoor en trein

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden vervoer, spoor, infrastructuurbeheerder, holdingmodel
Auteurs Mr. K. Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort nadat de plannen voor een vierde pakket liberaliseringsmaatregelen in de spoorsector het licht zagen, heeft het Hof van Justitie zich voor het eerst kunnen uitspreken over( een onderdeel van) het eerste spoorwegpakket. Het betreft de positie van de infrastructuurbeheerder in het spoorbestel. De arresten en het voorstel uit het vierde spoorwegpakket over de beheerstructuur van de spoorweginfrastructuurbeheerder geven de kaders voor de ook in Nederland gaande discussie over de structuur van de spoorsector.
    HvJ EU 28 februari 2013, zaken C-555/10, Commissie/Oostenrijk en C-556/10 Commissie/Duitsland, n.n.g.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Baas boven baas

De nationale rechter is bij verwijzing of terugwijzing niet gebonden aan de rechtsopvatting van de hoogste rechter, wanneer hij twijfelt of deze opvatting strijdig is met het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden ambtshalve, prejudiciële procedure, terugwijzing
Auteurs Mr. M.J.M. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter is bevoegd om ambtshalve een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen na verwijzing of terugwijzing van de zaak door de hoogste rechter. Dit geldt ook als hij op grond van een nationaal voorschrift verplicht is om bij zijn beslissing de rechtsopvatting te volgen van die hoogste rechter. In dit artikel wordt het arrest Križan, waarin deze problematiek recentelijk aan de orde kwam, besproken in de context van eerdere jurisprudentie. Daarnaast wordt een vergelijking getrokken met de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad en wordt bezien wat het arrest Križan betekent voor de Nederlandse rechtspraktijk.
    HvJ EU 15 januari 2013, zaak C-416/10, Jozef Križan e.a./Slovenská inšpekcia životného prostredia, n.n.g.


Mr. M.J.M. Verhoeven
Mr. M.J.M. Verhoeven is rechterlijk ambtenaar in opleiding bij de Rechtbank Gelderland.
Artikel

De nieuwe DAEB-gids van de Europese Commissie: balanceren op drie koorden tegelijkertijd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Diensten van Algemeen Economisch Belang, Europese Commissie, staatssteun, Almunia-pakket, DAEB-gids
Auteurs Mr. dr. Allard Knook
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 nam de Europese Commissie het nieuwe DAEB-pakket aan, dat vorig jaar in werking is getreden. Recent heeft de Commissie een nadere toelichting gegeven bij dit DAEB-pakket in de vorm van een Werkdocument. Dit artikel laat zien dat dit Werkdocument helaas een weerspiegeling vormt van drie historisch gegroeide spanningsvelden op dit gebied, waardoor aan de bruikbaarheid ervan in de praktijk kan worden getwijfeld.Vindplaats: <http://ec.europa.eu/competition/state_aid/overview/new_guide_eu_rules_procurement_nl.pdf>


Mr. dr. Allard Knook
Mr. dr. Allard Knook is advocaat bij CMS Derks Star Busmann. Reacties zijn welkom via allard.knook@cms-dsb.com.
Artikel

Het Expedia-arrest: een merkbare koerswijziging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Mededinging, Merkbaarheid, Bekendmaking, De minimis, Strekkingsbeding
Auteurs Mr. H.M. Cornelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Expedia-arrest velt het Hof van Justitie van de Europese Unie een opvallend oordeel over twee belangrijke aspecten inzake de toepassing van artikel 101 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Ten eerste oordeelt het Hof van Justitie dat een mededeling van de Europese Commissie die op die toepassing betrekking heeft, in het bijzonder de de minimis-bekendmaking,1x Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13. niet bindend is voor de nationale mededingingsautoriteiten en gerechten. Ten tweede stelt het Hof van Justitie vast dat een overeenkomst2x Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw. die de tussenstaatse handel ongunstig kan beïnvloeden en een mededingingsbeperkende strekking heeft, per definitie een merkbare mededingingsbeperking vormt.HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.

Noten

  • 1 Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13.

  • 2 Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw.


Mr. H.M. Cornelissen
Mr. H.M. Cornelissen is advocaat bij Houthoff Buruma en is onder meer gespecialiseerd in Competition Litigation.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

mr. E.L.H. Mattioli
Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.
Artikel

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Rechtsverwerking, dienstenconcessie, staatssteun, kenbare marktsituatie, passende maatregelen
Auteurs Mr. M.N. Weeda, Mr. L.J. Terpstra en Mr. C.A.M. Lombert
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van de Hoge Raad gewezen in januari van dit jaar in de zaak P1 Holding/Gemeente Maastricht en Q-Park is vanuit het perspectief van zowel aanbestedings- als staatssteunrecht interessant. Voor de tweede maal oordeelt het hoogste rechtscollege dat het Grossmann-verweer niet opgaat wanneer de Europese aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing is. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de vaststelling of sprake is van het verstrekken van een met staatsmiddelen bekostigd voordeel, dat niet langs normale commerciële weg zou zijn verkregen, de op het moment van het aangaan van een overeenkomst kenbare marktsituatie en voorzienbare marktontwikkelingen bepalend zijn. In lijn met de uitspraak van het CBb in de Thuiszorgservice-zaak overweegt de Hoge Raad dat een enkele verklaring voor recht dat de uitvoering van een overeenkomst in verband met staatssteun onrechtmatig is jegens een derde, zonder een daaraan gekoppeld gebod tot herstel van de mededingingssituatie geen passende maatregel is die leidt tot een herstel van de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betreffende steun.HR 18 januari 2013, AB 2013, 108, m.nt. Metselaar, NJB 2013, 248, RvdW 2013, 171, LJN BY0543 (P1 Holding B.V./Gemeente Maastricht en Q-Park Exploitatie B.V.)


Mr. M.N. Weeda
Mr. M.N. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. L.J. Terpstra
Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.A.M. Lombert
Mr. C.A.M. Lombert is werkzaam als juriste bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De volgende fase in de goksaga: Quis custodiet ipsos custodes?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden kansspelen, Stanleybet, OPAP, goksaga, hypocrisietest
Auteurs Mr. J.C.M. van der Beek en Mr. F.A. Kroon
SamenvattingAuteursinformatie

    De goksaga duurt voort; sinds het laatste artikel in dit tijdschrift met betrekking tot de goksaga-reeks is een elftal arresten gewezen door het Hof van Justitie dat betrekking had op nationale kansspelwetgeving en de vrijverkeersbepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Het meest recente arrest, Stanleybet e.a., zal hieronder worden behandeld.
    HvJ EU 24 januari 2013, gevoegde zaken C-186/11 en C-209/11, Stanleybet International en Sportingbet, n.n.g., zie <www.curia.eu.int>.


Mr. J.C.M. van der Beek
Mr. J.C.M. van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.

Mr. F.A. Kroon
Mr. F.A. Kroon is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Uitoefening inspectiebevoegdheid van de Commissie begrensd door het Gerecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dawn raid, inspectiebeschikking, voldoende ernstige aanwijzingen
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en Mr. M.P.N. Lemmens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de arresten Nexans en Prysmian van het Gerecht besproken. Het Gerecht geeft in deze uitspraken antwoord op de vraag hoe ruim de Europese Commissie haar inspectiebevoegdheid in mededingingsonderzoeken mag uitoefenen. Niettemin blijft een aantal kwesties onopgelost.GvEA 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans France SAS en Nexans SA/Commissie en GvEA 14 november 2012, zaak T-140/09, Prysmian SpA en Prysmian Cavi e Sistemi Energia Srl/Commissie.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.

Mr. M.P.N. Lemmens
Mr. M.P.N. Lemmens is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.