Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Strafrecht

Het Unierecht komt eraan in strafzaken: bewijsuitsluiting verplicht bij Handvest-schending?

Bespreking van het arrest Dzivev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden strafrecht, werkingssfeer Unierecht, Handvest grondrechten, bewijsuitsluiting
Auteurs Mr. S.J. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van de Europese Unie is lange tijd weinig populair geweest onder strafrechtadvocaten. Het was abstract, moeilijk te vinden, en betrof voornamelijk economische verhoudingen. In commune strafzaken vielen er nauwelijks verweren aan te ontlenen. Het Unierecht begint echter steeds relevanter te worden voor de algemene strafrechtspraktijk. In het arrest van 17 januari 2019 inzake Dzivev e.a./Bulgarije accepteerde het Hof van Justitie de uitsluiting van onrechtmatig verkregen tapgesprekken van de bewijsvoering. Betekent dit dat bewijsuitsluiting soms ook verplicht is, zoals sommigen beweren? Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse strafrechtpraktijk. Een bespiegeling naar aanleiding van het arrest.
    HvJ 17 januari 2019, zaak C-310/16, Dzivev e.a./Bulgarije, ECLI:EU:C:2019:30


Mr. S.J. van der Woude
Mr. S.J. (Simon) van der Woude is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.
Strafrecht

De uitleg van het begrip rechterlijke autoriteit bij de uitvaardiging van een Europees arrestatiebevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden rechterlijke autoriteit, Europees arrestatiebevel, onafhankelijkheid officier van justitie, overlevering, rechter-commissaris
Auteurs Mr. dr. J.W. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie bij prejudiciële beslissing in drie zaken een uitspraak gedaan over de uitleg van het begrip ‘rechterlijke autoriteit’ in verband met het uitvaardigen van een Europees arrestatiebevel. Met een rechterlijke autoriteit wordt volgens het Hof van Justitie niet bedoeld het openbaar ministerie van een lidstaat dat niet onafhankelijk is van de uitvoerende macht, met name de minister van Justitie. Dit betekent dat in Nederland de Overleveringswet moet worden gewijzigd in de zin dat het uitvaardigen van een EAB voortaan is voorbehouden aan een rechterlijke autoriteit. Ook de Rechtbank Amsterdam moet zich beraden op de behandeling van lopende verzoeken tot overlevering afkomstig van niet-rechterlijke autoriteiten van andere lidstaten.
    HvJ 27 mei 2019, gevoegde zaken C-508/18 en C-82/19 PPU, OG en PI, ECLI:EU:C:2019:456 en HvJ 27 mei 2019, zaak C-509/18, Minister for Justice and Equality/PF, ECLI:EU:C:2019:457.


Mr. dr. J.W. van der Hulst
Mr. dr. J.W. (Jaap) van der Hulst is universitair docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wederzijdse rechtshulp in strafzaken 2.0: implementatie van de Richtlijn Europees onderzoeksbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden strafrecht, wederzijdse rechtshulp, Europees onderzoeksbevel, wederzijds vertrouwen, wederzijdse erkenning
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed en prof. dr. J.W. Ouwerkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel, aangenomen in 2014, vernieuwt en vereenvoudigt de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie. Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn sluit daar nauw bij aan. Omdat het grootste deel van de rechtshulp plaatsvindt met de landen om ons heen, zal het Europees onderzoeksbevel de klassieke vorm van wederzijdse rechtshulp in de praktijk overschaduwen. Het is daarom belangrijk om kennis te nemen van het nieuwe model, dat echter niet zo revolutionair is als op het eerste gezicht lijkt.
    Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, PbEU 2014, L 130/1


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. (Pim) Geelhoed is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. dr. J.W. Ouwerkerk
Prof. dr. J.W. (Jannemieke) Ouwerkerk is hoogleraar Europees strafrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Wederzijds vertrouwen in EAB-zaken op de helling?

Law in action vs. law in the books

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel, overleveringswet, wederzijds vertrouwen en erkenning, grondrechtenbescherming, artikel 4 Handvest
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het beginsel van wederzijds vertrouwen en de erkenning van rechterlijke uitspraken in de EU is vanaf de invoering van het Europees aanhoudingsbevel in 2004 het uitgangspunt geweest. Het Hof van Justitie heeft daaraan ook strak de hand gehouden. Met het arrest in de zaken Pál Aranyosi en Robert Căldăraru erkent het Hof van Justitie dat een uitzondering mogelijk is in het geval van een dreigende schending van het in artikel 4 Handvest neergelegde verbod van een onmenselijke of vernederende behandeling op grond van de detentieomstandigheden in de aangezochte staat. In deze bijdrage wordt de betekenis van dit arrest bezien voor de Europese strafrechtelijke samenwerking.
    HvJ 5 april 2016, gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU, Pál Aranyosi en Robert Căldăraru, ECLI:EU:C:2016:198


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Bescherming van EU-burgers tegen niet voorzienbare strafrechtelijke vervolgingen in de Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, EU-burgers, onvoorzienbare rechtsmacht, legaliteit, Overleveringswet
Auteurs Mr. J.J.M. Graat
SamenvattingAuteursinformatie

    Een EU-burger die gebruikmaakt van zijn recht op vrijheid van verkeer strafrechtelijk vervolgd worden door een lidstaat waarvan hij de rechtsmacht niet had kunnen voorzien. Met de inwerkingtreding van het Kaderbesluit betreffende het Europees Aanhoudingsbevel kan een EU-burger in een dergelijk geval ook aan die lidstaat worden overgeleverd. In dit artikel wordt zowel deze keerzijde van het Kaderbesluit geanalyseerd als de mate waarin door het materiële legaliteitsbeginsel het Kaderbesluit zelf en de Overleveringswet bescherming wordt geboden. Op basis van deze analyses wordt vervolgens vastgesteld of er sprake is van een gebrek aan bescherming en worden enkele oplossingsrichtingen aangedragen.


Mr. J.J.M. Graat
Mr. J.J.M. (Joske) Graat is promovenda Europees Strafrecht bij de Universiteit Utrecht.

    Na tien jaar EAB onderzoekt deze bijdrage of de vereenvoudiging en versnelling van de justitiële samenwerking in strafzaken in evenwicht zijn met de rechtsbescherming van de opgeëiste persoon. Waar het Hof van Justitie vooral uitgaat van het vertrouwen in de nationale rechtsorde van de uitvaardigende lidstaat, volgt uit recente Uniewetgeving dat dit vertrouwen soms onvoldoende is. Ook de oplossingen van de Uniewetgever richten zich hoofdzakelijk op rechtsbescherming in de uitvaardigende lidstaat. Voor het evenwicht tussen efficiency en rechtsbescherming is vooral een in de uitvoerende lidstaat toe te passen weigeringsgrond inzake grondrechtenschendingen van groot belang.
    Pb. EG 2002, L 190/1


Mr. dr. Vincent Glerum
Mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum is werkzaam als stafjurist van de Europese Kamer Strafrecht en Mensenrechten van de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie twee jaar juridisch bindend: rechtspraak in beweging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden EU-Handvest, grondrechten, rechtspraak, reikwijdte, EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beoogt inzicht te bieden in de wijze waarop de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Nederlandse colleges zich in het tweede jaar van juridische verbindendheid van het EU-Handvest heeft ontwikkeld. Daarbij komen onder meer de volgende onderwerpen ter sprake: de inroepbaarheid en de reikwijdte van het EU-Handvest, alsmede toetsing ten gronde, in het bijzonder wat betreft de rechtstreekse werking van EU-Handvestbepalingen, de uitleg van EU-Handvestbepalingen in relatie tot het EVRM, grondrechten in een Unierechtelijke context en prejudiciële verzoeken uit Nederland. De auteurs constateren een toename van zaken waarin het EU-Handvest in het tweede jaar aan de orde komt en bespeuren tekenen van beweging in de rechtspraak, hetgeen hoopvol is, nu het EU-Handvest nog steeds ‘jong’ is en veel uitleg behoeft.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Jurisprudentie

De toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel na M.S.S./België en Griekenland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden asiel, fundamentele rechten, Dublinverordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, Europees Aanhoudingsbevel
Auteurs M.A.K. Klaassen MA LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recente arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak M.S.S./België en Griekenland heeft gevolgen voor de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Lidstaten kunnen niet langer automatisch aannemen dat een andere lidstaat de verdragsverplichtingen in het kader van de Dublinverordening nakomt bij het overdragen van een asielzoeker aan een andere lidstaat. In dit artikel wordt ingegaan op de gevolgen van dit arrest voor de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hierbij wordt ook ingegaan op de implicaties van dit arrest voor het Europees Aanhoudingsbevel, waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel ook een prominente rol speelt.EHRM 21 januari 2011, nr. 30696/09 (M.S.S./België en Griekenland)


M.A.K. Klaassen MA LL.M
M.A.K. Klaassen MA LL.M. is promovendus aan het Instituut voor Immigratierecht, Universiteit Leiden.

    In oktober 2009 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaken Wolzenburg en ČEZ; beide in een grote kamer. Deze zaken waren overigens niet gevoegd en betreffen materieelrechtelijk totaal verschillende regimes: het Europees Aanhoudingsbevel, respectievelijk het Euratom-Verdrag. Desalniettemin kwam in beide zaken de vraag aan de orde in hoeverre nationale wetgeving kon worden getoetst aan het verbod op discriminatie naar nationaliteit van artikel 12 EG-Verdrag (thans art. 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Artikel 12 EG-Verdrag is alleen van toepassing binnen de werkingssfeer van het EG-Verdrag, terwijl beide zaken niet het EG-Verdrag betroffen, maar een kaderbesluit op grond van de (voormalige derde pijler) van het EU-Verdrag, respectievelijk het Euratom-Verdrag. Volgens het Hof in de zaak Wolzenburg kunnen uitvoeringsmaatregelen van een (derde pijler) kaderbesluit direct worden getoetst aan artikel 12 EG-Verdrag (thans art. 18 VWEU). In de zaak ČEZ concludeerde het Hof daarentegen dat een zaak die binnen de reikwijdte van het Euratom-Verdrag valt niet (rechtstreeks) kan worden getoetst aan artikel 12 EG-Verdrag (thans art. 18 VWEU), maar dat dat slechts kon via de band van het algemene gelijkheidsbeginsel. Twee verschillende oplossingen, met hetzelfde resultaat. Deze oplossingen zijn mijns inziens overigens in lijn met het Verdrag van Lissabon en het lijkt erop dat het Hof daarmee alvast een voorschot neemt op de nieuwe (systematiek van de) verdragen.


Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W Geursen is promovendus aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.

N. Rozemond
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.