Zoekresultaat: 37 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x

    Recentelijk heeft het Hof van Justitie in de zaak Pisciotti opnieuw een oordeel gegeven over uitlevering van een EU-onderdaan naar een derde staat.1xHvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222. Het arrest bouwt voort op eerdere revolutionaire rechtspraak en verduidelijkt de ingezette lijn van het Hof van Justitie. Om die reden is de uitspraak bijzonder interessant. In deze bijdrage bespreek ik het oordeel van het Hof van Justitie in Pisciotti. Vervolgens plaats ik het arrest in de context van eerdere Europese jurisprudentie over uitlevering. Ik bekijk ook welke implicaties de rechtspraak van het Hof van Justitie heeft voor de rechtspraktijk hier te lande.
    HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.

Noten

  • 1 HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.


Mr. A.J. de Vries
Mr. A.J. (Aart) de Vries is promovendus aan de Universiteit Utrecht.
Mededinging

Gun jumping en de EU-Concentratieverordening: wanneer is sprake van een valse start?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden concentratiecontrole, gun jumping, voortijdige totstandbrenging, standstill-verplichting
Auteurs Mr. dr. J.C.A. Houdijk en Mr. R.M.T.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag welke criteria gelden om te bepalen of sprake is van een totstandbrengingshandeling in het kader van het EU-concentratiecontroleregime. Het Hof van Justitie geeft hiermee een verdere uitleg van de standstill-verplichting ex artikel 7 lid 1 EU-Concentratieverordening. De uitspraak bevat voorts criteria om de risico’s omtrent gun jumping in de praktijk beter te kunnen inschatten.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet, ECLI:EU:C:2018:371.


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD.

    In de zaak Austria Asphalt heeft het Hof van Justitie voor wat betreft de toepassing van de EU-Concentratieverordening bepaald dat bij een wijziging van uitsluitende naar gedeelde zeggenschap over een bestaande onderneming pas sprake is van een concentratie indien de gemeenschappelijke onderneming die uit een dergelijke transactie voortkomt duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult.
    HvJ 7 september 2017, zaak C-248/16, Austria Asphalt GmbH/Bundeskartellanwalt, ECLI:EU:C:2017:643


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD te Brussel.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD te Brussel.
Artikel

FNV/Smallsteps; door overgang van onderneming, naar ondergang van ondernemingen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden Richtlijn 2001/23/EG, overgang van onderneming, behoud van de rechten van de werknemers, insolventie/faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. M. Hoogendoorn en Mr. D. Ninck Blok
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn – door de FNV als historisch bestempelde – arrest van 22 juni 2017 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat werknemers in beginsel ook bij een door een pre-pack voorafgegaan faillissement een beroep kunnen doen op de beschermingsbepalingen ter zake van de overgang van onderneming. Hoewel de Nederlandse rechter de casus nog in concreto dient te beoordelen bestaat voor partijen die een doorstart realiseren in een faillissement dat is voorafgegaan door een prepack het risico/de kans dat zij alle werknemers van de gefailleerde werkgever tegen ongewijzigde voorwaarden in dienst krijgen. De auteurs bespreken waarom het arrest naar hun mening niet past in de eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en gaan in op mogelijke gevolgen.
    HvJ 22 juni 2017, zaak C-126/16, FNV c.s./Smallsteps BV, ECLI:EU:C:2017:489


Mr. drs. M. Hoogendoorn
Mr. drs. M. (Rien) Hoogendoorn is als advocaat ondernemings- en insolventierecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is als advocaat Europees en mededingingsrecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Artikel

World Duty Free Group: de complexe selectiviteitseis bij fiscale steunmaatregelen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden staatssteun, belastingmaatregelen, fiscale steunmaatregelen, selectiviteit, begunstigde onderneming
Auteurs Mr. G.J. van Midden
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak World Duty Free Group gaat over het selectiviteitsvereiste bij fiscale staatssteun en draait specifiek om de vraag of het voor de vaststelling van de selectiviteit noodzakelijk is dat specifieke kenmerken die de groep begunstigde ondernemingen gemeen hebben, kunnen worden geïdentificeerd. Het Hof van Justitie oordeelt in zijn arrest van niet, omdat een maatregel reeds selectief is indien begunstigde ondernemingen in een gunstiger positie komen te verkeren dan andere ondernemingen, die zich feitelijk en juridisch in een vergelijkbare situatie bevinden, ongeacht de specifieke kenmerken die de begunstigde ondernemingen gemeen hebben. In het artikel wordt deze zeer ruime uitleg van het selectiviteitsvereiste geduid in het licht van eerdere rechtspraak en worden de gevolgen belicht.
    HvJ 21 december 2016, gevoegde zaken C-20/15 P en C-21/15 P, Commissie/World Duty Free Group SA e.a., ECLI:EU:C:2016:981.


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is als advocaat werkzaam bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Europese harmonisatie van online en op afstand verkoop van zaken en de levering van digitale inhoud (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Online en op afstand verkoop van zaken, Levering van digitale inhoud
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 december 2015 heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend voor een richtlijn voor de levering van digitale inhoud. Het richtlijnvoorstel kent een ruim toepassingsgebied en is onder voorwaarden ook van toepassing op overeenkomsten waarbij de consument niet met geld, maar met de verstrekking van persoonsgegevens betaalt. Naast een bespreking van dit toepassingsgebied wordt vooral aandacht besteed aan de conformiteit van digitale inhoud en de remedies bij non-conformiteit.

    • Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, COM(2015)635 final

    • Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud, COM(2015)634 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrechten, bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam, lid van het Bestuur van de Onderzoeksschool Ius Commune en medewerker van dit blad. Dit artikel is mede gebaseerd op presentaties tijdens de Workshop Digital Single Market: Stakeholders’ Perspective on proposed new Contract Rules, georganiseerd door het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam en de ministeries van Economische Zaken en van Veiligheid en Justitie in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie op 4 februari 2016, en tijdens de op 18 februari 2016 in Brussel gehouden Conference New EU Rules for digital contracts, georganiseerd door ERA. Hij dankt mr. A.J. Hoelen en mr. B.J. Stuut (beiden werkzaam bij de Autoriteit Consument en Markt) voor hun waardevolle commentaar bij een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

Kroniek Europees burgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Europees burgerschap, EU-burgerschap, Vrij verkeer van personen, non-discriminatie, kroniek
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste ontwikkelingen in de Europese en nationale rechtspraak van de afgelopen jaren, met een focus op de afgelopen drie jaar, met betrekking tot het Europees burgerschap besproken.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is universitair docent Europees recht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen, Universiteit Utrecht.
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.
Artikel

Non bis in idem in Europa: de zaken Spasic en M.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden non bis in idem, artikel 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst, artikel 50 Handvest EU, beperking grondrechten Handvest EU, tenuitvoerleggingsvoorwaarde
Auteurs Mr. dr. W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen Schengen en de EU geldt de regel dat iemand die onherroepelijk is berecht niet nog eens mag worden vervolgd of gestraft wegens hetzelfde feit (non bis in idem). Geldt deze bescherming ook wanneer de straf wel definitief is geworden maar nog niet ten uitvoer is gelegd? Artikel 54 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is hierover duidelijk: het stelt tenuitvoerlegging als voorwaarde voor toepassing van de waarborg tegen tweede vervolging of bestraffing. Artikel 50 Handvest stelt deze voorwaarde echter niet. In de zaak Spasic beoordeelt het Hof van Justitie – voor het eerst – de verhouding tussen beide non bis in idem-bepalingen.
    In de zaak M. is de vraag aan de orde of een ‘buitenvervolgingstelling’ een tweede vervolging in een andere lidstaat belet. Het betreft een strafrechtelijke beslissing die nationaal een minder sterke non bis in idem-werking heeft dan een onherroepelijk eindvonnis. Deze bijdrage laat aan de hand van beide zaken zien hoe het Hof van Justitie de balans probeert te houden tussen vrijheid, veiligheid en recht enerzijds en het voorkomen en bestrijden van criminaliteit anderzijds.
    HvJ 27 mei 2014 (GK), zaak C-129/14 PPU, Spasic, prejudiciële spoedprocedure op verzoek Oberlandesgericht Nürnberg (Duitsland), ECLI:EU:C:2014:586, n.n.g. en HvJ 5 juni 2014, zaak C-398/12, M., prejudiciële procedure op verzoek Tribunale di Fermo (Italië), ECLI:EU:C:2014:1057, n.n.g.


Mr. dr. W.F. van Hattum
Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Kaveh Puid, Abdullahi en de Dublin-Verordening: uitleg bij een haperend asielsysteem, gemiste kans wat betreft de rechtsbescherming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Dublin-Verordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, rechtsbescherming, EU-Grondrechtenhandvest, asielzoeker
Auteurs Mr. dr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de uitspraken Kaveh Puid en Abdullahi geeft het Hof van Justitie nadere uitleg over de toepassing van de zogenoemde Dublin-Verordening inzake de vaststelling van een voor de behandeling van een asielverzoek verantwoordelijke lidstaat. Hoewel het Hof van Justitie in het Puid-arrest nog eens de verantwoordelijkheid van de overdragende lidstaat onderstreept om de Dublin-criteria zodanig toe te passen dat de asielzoeker niet de dupe wordt van eindeloze procedures, zijn beide uitspraken teleurstellend voor wat betreft de uitleg inzake de rechtsbescherming van asielzoekers tegen overdrachtsbesluiten.HvJ EU 14 november 2013, zaak C-4/11, Bundesrepublik Deutschland/Kaveh Puid, n.n.g., HvJ EU 10 december 2013, zaak C-394/12, Abdullahi/Bundesasylamt, n.n.g.


Mr. dr. E.R. Brouwer
Mr.dr. E.R. (Evelien) Brouwer is universitair hoofddocent bij de sectie migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Rechtsverwerking, dienstenconcessie, staatssteun, kenbare marktsituatie, passende maatregelen
Auteurs Mr. M.N. Weeda, Mr. L.J. Terpstra en Mr. C.A.M. Lombert
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van de Hoge Raad gewezen in januari van dit jaar in de zaak P1 Holding/Gemeente Maastricht en Q-Park is vanuit het perspectief van zowel aanbestedings- als staatssteunrecht interessant. Voor de tweede maal oordeelt het hoogste rechtscollege dat het Grossmann-verweer niet opgaat wanneer de Europese aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing is. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de vaststelling of sprake is van het verstrekken van een met staatsmiddelen bekostigd voordeel, dat niet langs normale commerciële weg zou zijn verkregen, de op het moment van het aangaan van een overeenkomst kenbare marktsituatie en voorzienbare marktontwikkelingen bepalend zijn. In lijn met de uitspraak van het CBb in de Thuiszorgservice-zaak overweegt de Hoge Raad dat een enkele verklaring voor recht dat de uitvoering van een overeenkomst in verband met staatssteun onrechtmatig is jegens een derde, zonder een daaraan gekoppeld gebod tot herstel van de mededingingssituatie geen passende maatregel is die leidt tot een herstel van de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betreffende steun.HR 18 januari 2013, AB 2013, 108, m.nt. Metselaar, NJB 2013, 248, RvdW 2013, 171, LJN BY0543 (P1 Holding B.V./Gemeente Maastricht en Q-Park Exploitatie B.V.)


Mr. M.N. Weeda
Mr. M.N. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. L.J. Terpstra
Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.A.M. Lombert
Mr. C.A.M. Lombert is werkzaam als juriste bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Verbod op winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg op gespannen voet met Europees recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden winstoogmerk, winstuitkering, ziekenhuizen, gezondheidszorg, vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 februari 2012 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend, waarmee beoogd wordt winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg (i.e., ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (ZBC’s)) mogelijk te maken.1x Voorstel tot wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) en enkele andere wetten om het mogelijk te maken dat aanbieders van medisch-specialistische zorg, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen, winst uitkeren, Kamerstukken II 2011/12, 33 168, nr. 2. Hoewel het wetsvoorstel door de val van het kabinet-Rutte inmiddels controversieel is verklaard,2x Zie Kamerstukken II 2011/12, 33 285, nr. 5, p. 8. verdient het nadere aandacht. In dit artikel zal worden betoogd dat een van de argumenten waarom winstuitkering door ziekenhuizen en ZBC’s zou moeten worden toegestaan is, dat het winstverbod voor deze instellingen in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en het voorstel voor de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) op gespannen voet staat met het Europees recht.

Noten

  • * Met dank aan prof. mr. dr. W. Sauter voor zijn waardevolle commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
  • 1 Voorstel tot wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) en enkele andere wetten om het mogelijk te maken dat aanbieders van medisch-specialistische zorg, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen, winst uitkeren, Kamerstukken II 2011/12, 33 168, nr. 2.

  • 2 Zie Kamerstukken II 2011/12, 33 285, nr. 5, p. 8.


Mr. dr. E. Plomp
Mr. dr. E. Plomp is arts, farmaceut en jurist en in december 2011 aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Artikel

Van WOTS naar WETS: Overname en overdracht van strafexecutie in de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Wederzijdse erkenning, Europees strafrecht, Overname en overdracht van strafexecutie
Auteurs Dr. J.W. Ouwerkerk
SamenvattingAuteursinformatie


Dr. J.W. Ouwerkerk
Dr. J.W. Ouwerkerk is universitair docent straf(proces)recht, Departement Strafrechtswetenschappen, Universiteit van Tilburg.
Artikel

Arrest Aalberts

Vernietiging boetes in het koperfittingenkartel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden enkele, complexe en voortdurende inbreuk, Aalberts, onschuldpresumptie, 10 procent-plafond, toerekening
Auteurs Mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Aalberts-arrest van het Gerecht betreft een beroep van Aalberts Industries en haar dochtervennootschappen Simplex en Aquatis tegen de beschikking van de Europese Commissie van 20 september 2006 waarin de Commissie aan dertig vennootschappen binnen elf concerns een totale boete van 314,7 miljoen euro oplegde voor deelname aan het koperfittingenkartel in de periode van 1988 tot 2001 en voor sommige ondernemingen zelfs tot 2004.1x Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63. Aalberts komt succesvol op tegen de constatering van de Commissie dat haar dochters Simplex en Aquatis na de inspecties van de Commissie in maart 2001 de inbreuk zouden hebben voortgezet. Aangezien Aalberts de dochtervennootschappen pas in augustus 2002 heeft overgenomen en een vrijwaring heeft bedongen van de verkoper voor boetes van vóór de overname, betekent dit arrest dat Aalberts in deze kartelzaak geen boete verschuldigd is.

Noten

  • 1 Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63.


Mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.

R. Ortlep

K.F.H. Pieters
Jurisprudentie

Tetra/Sidel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2003
Trefwoorden mededinging
Auteurs J. Hettema

J. Hettema
Jurispudentie en Praktijk

Communautaire concentratiecontrole: Wat is er gebeurd in 2001?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7/8 2002
Trefwoorden mededinging
Auteurs V. Landes en M.G. Wezenbeek-Geuke

V. Landes

M.G. Wezenbeek-Geuke
Jurisprudentie

Snel helderheid van het Hof over de bewaring: het arrest Kadzoev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Kadzoev, bewaring illegaal verblijvende derdelanders, opvangrichtlijn, procedurerichtlijn asiel, terugkeerrichtlijn
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 30 november 2009 heeft het Hof van Justitie met toepassing van de prejudiciële spoedprocedure (PPU) zich voor de eerste keer uitgelaten over de toepassing van de bewaring bij illegaal verblijvende derdelanders op het grondgebied van de lidstaten. Opmerkelijk hierbij is dat de implementatietermijn van de terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) nog niet was verstreken op het moment van dit arrest. Het Hof heeft de maximumtermijn van de bewaring ten aanzien van een illegaal verblijvende derdelander verduidelijkt door te overwegen dat deze maximaal zes maanden mag duren en dat deze slechts in beperkte mate en ten hoogste met nog eens twaalf maanden mag worden verlengd. De bewaring van een asielzoeker valt volgens het Hof niet onder het toepassingsbereik van Richtlijn 2008/115/EG, maar onder de reikwijdte van de opvangrichtlijn en de procedurerichtlijn asiel. Ook is van belang dat de bewaring moet zijn gericht op verwijdering van de persoon en niet mag worden opgelegd enkel als maatregel in het kader van de openbare orde of openbare veiligheid.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is jurist bij de afdeling Kennis en Onderzoek van de Raad van State.
Artikel

Het toerekeningsleerstuk: de balans opgemaakt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden AKZO Nobel, ELF Acquitaine, Arkema, toerekening aan moederondernemingen, toerekeningsleerstuk
Auteurs Mr. I.W. VerLoren van Themaat en Mr. M.C. van Heezik
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente arresten Akzo Nobel, Elf Acquitaine en Arkema nodigen uit de balans op te maken van het toerekeningsleerstuk. Twee vragen staan daarbij centraal: de aansprakelijkheid van moederondernemingen voor de gedragingen van hun dochters en de toerekening in gevallen van juridische of economische opvolging van de inbreukmakende ondernemingen.


Mr. I.W. VerLoren van Themaat
Mr. I.W. VerLoren van Themaat is partner en advocaat bij Houthoff Buruma in Amsterdam en tevens redactielid van NtER.

Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. van Heezik is advocaat bij Houthoff Buruma in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 37 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.