Zoekresultaat: 37 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2013 x

    In juni 2013 wees het Hof van Justitie een arrest naar aanleiding van een grotendeels geheime procedure op gronden van staatsveiligheid over de vraag hoe zo’n procedure zich verhoudt tot fundamentele beginselen van een eerlijke procesvoering, zoals onder meer terug te vinden in het Handvest van de grondrechten. De casus ziet op de toelating tot een lidstaat en ligt zodoende in de sfeer van het vreemdelingenrecht.
    Het dilemma waar het Hof van Justitie voor stond, betreft een vaker gezien beslispunt waarvan de kern lijkt neer te komen op een ‘balancing act’, waarbij twee fundamentele beginselen worden afgewogen; dat van bescherming van de staatsveiligheid (of andere gegronde redenen voor een deels min of meer geheime procesvoering) tegen het recht op een eerlijke (en daarmee openbare) procedure. Zo bezien kan de uitspraak die hier besproken wordt wel eens bredere gevolgen hebben, ook voor onze rechtsorde. Dit artikel zoekt naar die mogelijke gevolgen.
    HvJ EU 4 juni 2013, zaak C-300/11, ZZ, n.n.g.


Mr. R. de Bree
Mr. R. (Robbert) de Bree is advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

De nieuwe Europese privacywetgeving: stand van zaken bijna twee jaar na Commissievoorstel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden gewone wetgevingsprocedure, artikel 7 en 8 Handvest, gegevensbescherming, verhouding EU-VS, onafhankelijk toezicht
Auteurs Mr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar van 2012 heb ik in NTEReen bijdrage geschreven over de Commissievoorstellen van 25 januari 2012 voor nieuwe Europese wetgeving op het gebied van de gegevensbescherming. De behandeling van deze voorstellen – en dan vooral de voorgestelde verordening – bij de Raad en het Parlement heeft de gemoederen in Brussel en ook in Nederland sterk beziggehouden vanwege de grote belangen die ermee gemoeid zijn en de vaak uiteenlopende meningen over de verordening an sich en veel van de specifieke bepalingen die deze bevat. Het meest aansprekende bewijs daarvan zijn de bijna vierduizend amendementen die binnen het EP zijn ingediend in relatie tot de voorgestelde verordening. Bij het beëindigen van deze bijdrage is nog veel onduidelijk over het vervolg van het dossier. Ik wil deze bijdrage dan ook vooral benutten om de voor de lezers van NTER meest relevante elementen van het debat in kaart te brengen, in vervolg op mijn bijdrage uit 2012.Voorstel voor een verordening betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming) ( COM/2012/011 def.).Voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ( COM/2012/010 def.).


Mr. H. Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is afdelingshoofd Policy & Consultation bij de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS). De auteur schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Stefano Melloni: grenzen aan de nationale grondwettelijke grondrechtenbescherming bij uitvoering van een EAB

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europees strafrecht, voorrang recht van de Unie, Hof van Justitie, Melloni, Europees Aanhoudingsbevel
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Melloni uitgesproken over de door de Spaanse constitutionele rechter opgeworpen vraag of de nationale rechter in het kader van een overleveringsprocedure aan de verzoekende staat – alvorens toestemming te verlenen de betrokken persoon over te leveren –, aanvullende eisen in de sfeer van de grondrechtenbescherming mag stellen die niet in het Kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel staan vermeld. Deze bijdrage bespreekt de antwoorden van het Hof van Justitie op de door het Spaanse Constitutionele Hof gestelde prejudiciële vragen onder meer in het licht van de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie over de voorrang van het recht van de Unie en duidt de betekenis van deze uitspraak met name in het licht van het bepaalde in artikel 53 van het Handvest.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-399/11, S. Melloni/Ministerio Fiscal, n.n.g.
    Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (2002/584/JBZ) (verder: Kaderbesluit 2002/584) zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ.
    Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783, Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces, Pb. EU 2009, L 81/24.


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in de sector Strafrecht van het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Europees bankentoezicht (SSM). Juridische en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europese toezichthouder, bankenunie, interne markt, bankenregelgeving, Europese Centrale Bank (ECB)
Auteurs Mr. W.H. Bovenschen LL.M, Mr. K. Holtring, Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het vormgeven van het Europese bankentoezicht stond de EU-wetgever voor juridische en praktische uitdagingen. In dit artikel worden enkele hiervan belicht: verdragsgrondslag, bevoegdheidsverdeling tussen de Europese en nationale toezichthouders, rechtsbescherming, governance, toezichttaken ECB, vergunningverlening en -intrekking, relevant Unierecht, home/host-toezicht en de verhouding tot EBA. De praktijk moet uitwijzen of de gekozen oplossingen effectief zijn.Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, Pb. EU 2013, L 287/63-89 (SSM-Verordening);Richtlijn 2013/36/EU betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRD IV);Verordening (EU) nr. 2013/575 over prudentiële voorschriften voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRR).


Mr. W.H. Bovenschen LL.M
Mr. W.H. Bovenschen LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. K. Holtring
Mr. K. Holtring werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M
Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. L. Wissink
Mr. L. Wissink werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

Duurzaamheidsbelangen in het mededingingsrecht

De positie van ACM ten opzichte van het Hof van Justitie en de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden mededinging, duurzaamheid, doorwerking Europees recht, bevoegdheden ACM
Auteurs Dr. A. Gerbrandy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankondiging van ACM dat zij in haar mededingingsbeoordeling van samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen duurzaamheidsbelangen als relevant in aanmerking neemt, neemt ACM stelling in de discussie over de relatie tussen mededingingsrecht en duurzaamheid. De vraag of ACM eigenstandig beleid kan voeren betreft de verhouding ACM - Europese Commissie - Hof van Justitie. De ruimte die ACM in deze verhouding heeft, is het onderwerp van dit artikel.


Dr. A. Gerbrandy
Dr. A. (Anna) Gerbrandy is universitair hoofddocent Economisch Publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad. Dank is verschuldigd aan Lisette Simons voor haar uitstekende ondersteuning bij de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Het arrest Bouygues: het verband tussen de verstrekte staatsmiddelen en het verkregen voordeel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden staatssteun, voordeel, staatsmiddelen, particuliere marktinvesteerder, terugvordering
Auteurs Dr. mr. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen publieke verklaringen van de staat, inhoudende dat de staat passende maatregelen zal nemen om te voorkomen dat een onderneming waarvan zij de meerderheid van de aandelen bezit, over de rand van een financiële afgrond zal duiken, een steunmaatregel in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU opleveren? Het Hof van Justitie buigt zich in het arrest Bouygues over deze vraag en betreedt daarbij nieuwe grond door niet alleen te oordelen dat voor de staatssteunbeoordeling een samenstel van maatregelen die nauw verband met elkaar houden, als één optreden kan worden beschouwd, maar ook dat er weliswaar een directe band dient te bestaan tussen het voordeel voor de onderneming en de staatsmiddelen die (potentieel) worden overgedragen, maar dat het voordeel en de staatsmiddelen niet behoeven overeen te stemmen of gelijkwaardig hoeven te zijn.
    HvJ EU 19 maart 2013, gevoegde zaken C-399 en 401/10 P, Bouygues, n.n.g.


Dr. mr. N. Saanen
Dr. mr. N. (Nienke) Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

Kartelschade in Nederland, een eerste aanzet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden privaatrechtelijk handhaving, passing-on, voordeelverrekening, schadevergoeding, artikel 101 VwEU
Auteurs Mr. B. Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak in eerste aanleg in de zaak TenneT/ABB geeft er een beeld van hoe in Nederland in rechte met kartelclaims wordt omgegaan. De Rechtbank Oost-Nederland komt tot interessante conclusies over de aansprakelijkheid van entiteiten behorend tot het concern van een kartelovertreder en de mogelijkheid van een zogenoemd passing-on verweer. De uitspraak lijkt voor kartelovertreders niet gunstig.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403


Mr. B. Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen (onderwerp: civiele handhaving van het mededingingsrecht en het clementiebeleid).
Artikel

Laten we geen boete opleggen...

Het arrest Schenker: de mogelijkheden voor een beroep op dwaling en afzien van boeteoplegging in het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden Mededinging, Verordening 2003/1/EG, Boete-immuniteit, Vertrouwensbeginsel
Auteurs Mr. E.S. Lachnit LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 juni 2013 wees het Hof van Justitie arrest in de zaak Schenker. Deze zaak draaide om de mogelijkheid voor nationale mededingingsautoriteiten af te zien van boeteoplegging voor een schending van de Europese mededingingsregels. Enerzijds omdat de betrokken ondernemingen zich beriepen op dwaling, anderzijds omdat er medewerking was verleend in het kader van een nationale clementieprocedure. De uitspraak van het Hof van heeft gevolgen voor de positie van ondernemingen en advocaten, en voor de beschikkingsautonomie van nationale mededingingsautoriteiten.
    HvJ EU 18 juni 2013, zaak C-681/11, Bundeswettbewerbsbehörde, Bundeskartellanwalt/Schenker & Co. AG, e.a., n.n.g.


Mr. E.S. Lachnit LLM
Mr. E.S. (Eva) Lachnit is promovenda economisch publiekrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Europa Instituut aldaar. Haar onderzoek ziet op alternatieve vormen van publieke handhaving binnen het mededingingsrecht.
Artikel

EU-Bewijsverordening soms toch exclusief

De EU-bewijsverordening is ook ten aanzien van rechtstreeks deskundigenbewijs geen uitputtende regeling, tenzij het onderzoek van invloed is op het openbaar gezag van de aangezochte lidstaat

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden EU-Bewijsverordening 1206/2001, grensoverschrijdende bewijsverkrijging, deskundigenbewijs, openbaar gezag
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Nadat het Hof van Justitie eerder (HvJ EU 6 september 2012, zaak C-170/11, Lippens c.s./Kortekaas c.s) bepaalde dat de EU-Bewijsverordening geen uitputtende regeling is voor het verkrijgen van getuigenbewijs, laat het Hof zich nu uit over de (niet-)exclusiviteit van de verordening met betrekking tot deskundigenbewijs. Als een rechter een deskundigenonderzoek rechtstreeks in een andere lidstaat wil laten uitvoeren, dan is hij niet noodzakelijkerwijs gehouden om de in de EU-Bewijsverordening neergelegde methode voor rechtstreekse bewijsverkrijging toe te passen. Een dwingende uitzondering geldt in de situatie waarin de bewijsverkrijging invloed kan hebben op het openbaar gezag van de lidstaat waarin het onderzoek moet worden verricht.
    HvJ EU 21 februari 2013, zaak C-332/11 (ProRail/Xpedys, c.s.). n.n.g.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. (Femke) Ruitenbeek-Bart is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Bindingseisen passé?

Over een vereiste van ‘voldoende band’ met een gemeente om er te mogen wonen, een ‘sociale last’ voor een sociaal woonbeleid en compensatie voor openbare dienstverplichtingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden vrij verkeer, bindingseisen, staatssteun, Altmark, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en Mr. R.A. Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Libert maakt het Hof van Justitie zeer korte metten met een Vlaamse regionale regeling die voor de overdracht van onroerend goed vereist dat een kandidaat-koper of kandidaat-huurder beschikt over ‘voldoende band’ met de betrokken gemeente: het Europees burgerschap, de vestigingsvrijheid en het vrij verkeer van werknemers, diensten en kapitaal staan daaraan in de weg. Wel mag een regionale overheid, onder voorwaarden, een ‘sociale last’ opleggen die verbonden is aan de verlening van een bouw- of verkavelingsvergunning. Verder biedt het arrest Libert een zeldzaam voorbeeld van toetsing aan de Altmark-uitzondering in het staatssteunrecht: onder welke voorwaarden kunnen fiscale stimuli en subsidiemechanismen voor projectontwikkelaars als compensatie voor een dienst van algemeen economisch belang worden beschouwd?
    HvJ EU 8 mei 2013, gevoegde zaken C-197/11 en C-203/11, Libert, n.n.g., zie <www.curia.eu>


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. (Herman) van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

De zaak Pringle en de eurocrisis: juridische paradoxen en constitutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden eurocrisis, ESM, democratische legitimatie, rechterlijk activisme
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink en Mr. J.W. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Pringle biedt een caleidoscopische blik op de constitutionele problematiek van de eurocrisis. Tegen de achtergrond van het ESM-Verdrag wordt in deze bijdrage aandacht besteed aan de dynamische wijze waarop Europa op dit moment zweeft tussen juridisering van de politiek en politisering van het recht. In dat verband staat ook een thema centraal dat niet direct door het Hof van Justitie in Pringle werd aangeroerd maar in de eurocrisis wel een grote rol speelt: het thema democratie.
    HvJ EU 27 november 2012, zaak C-370/12, Pringle, n.n.g.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. van den Brink is verbonden aan het Europa Instituut, afdeling Staatsrecht en doet onderzoek binnen het nieuwe onderzoeksprogramma 'RENFORCE – Gedeelde Regulering en Handhaving in Europa' van deze universiteit.

Mr. J.W. van Rossem
Mr. J.W. van Rossem is verbonden aan het Europa Instituut, afdeling Bestuursrecht en doet onderzoek binnen het nieuwe onderzoeksprogramma 'RENFORCE – Gedeelde Regulering en Handhaving in Europa' van deze universiteit.
Artikel

De uitspraak Ridderstee Holiday: een drieluik van selectiviteit, handelsverkeer en zorgvuldigheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden staatssteun, selectiviteit, spill over-effect, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Dr. mr. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Moet een bestuursorgaan voortaan verplicht de Europese Commissie om advies vragen ten aanzien van de vraag of een maatregel een steunmaatregel in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU is? De Afdeling beantwoordt deze vraag in de zaak Ridderstee Holiday, waar het ging om een subsidie voor de bouw van een hotel met recreatieve en infrastructurele voorzieningen, bevestigend. De uitspraak bevat nog meer opmerkelijke redeneringen, namelijk ten aanzien van de selectiviteit van een maatregel en ten aanzien van de beïnvloeding van het tussenstaatse handelsverkeer. Het is te hopen dat deze uitspraak weinig navolging krijgt.
    ABRvS 13 februari 2013, zaaknr. 201111694/1/A2 (Ridderstee Holiday), ECLI:NL:RVS:2013:BZ1245


Dr. mr. N. Saanen
Dr. mr. N. Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

Scheiding tussen spoor en trein

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden vervoer, spoor, infrastructuurbeheerder, holdingmodel
Auteurs Mr. K. Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort nadat de plannen voor een vierde pakket liberaliseringsmaatregelen in de spoorsector het licht zagen, heeft het Hof van Justitie zich voor het eerst kunnen uitspreken over( een onderdeel van) het eerste spoorwegpakket. Het betreft de positie van de infrastructuurbeheerder in het spoorbestel. De arresten en het voorstel uit het vierde spoorwegpakket over de beheerstructuur van de spoorweginfrastructuurbeheerder geven de kaders voor de ook in Nederland gaande discussie over de structuur van de spoorsector.
    HvJ EU 28 februari 2013, zaken C-555/10, Commissie/Oostenrijk en C-556/10 Commissie/Duitsland, n.n.g.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

De Commissie-Hongarijeconfrontatie

Van vervroegd pensioen, leeftijdsdiscriminatie en rechterlijke onafhankelijkheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Richtlijn 2000/78/EG, leeftijdsdiscriminatie, rechterlijke onafhankelijkheid, inbreukprocedure, EU-Handvest van de Grondrechten
Auteurs Prof. dr. H. de Waele
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de verkiezingsoverwinning van Viktor Orbán in 2010 heeft Hongarije in rap tempo een constitutionele metamorfose ondergaan. Op 1 januari 2012 trad een geheel nieuwe grondwet in werking, die vergezeld ging van een nieuwe regeling met betrekking tot de verplichte pensioenleeftijd voor rechters, officieren van justitie en notarissen. Die leeftijd werd abrupt verlaagd van 70 naar 62, zodat er met terugwerkende kracht een hele generatie magistraten aan de kant kon worden geschoven. De Europese Commissie startte nog datzelfde jaar een inbreukprocedure, die eind vorig jaar uitmondde in een veroordeling van Hongarije door het Hof van Justitie. Deze casus is met name saillant vanwege de tweeslachtige benadering van de Commissie enerzijds, en het kordate, maar enigszins elliptische oordeel van het Hof van Justitie anderzijds. Hoe dan ook voegt het arrest een nieuw hoofdstuk toe aan de groeiende hoeveelheid jurisprudentie over leeftijdsdiscriminatie in het EU-recht, en de kaderrichtlijn gelijke behandeling bij de arbeid.
    HvJ EU 6 november 20120, zaak C-286/12, Commissie/Hongarije, n.n.g.


Prof. dr. H. de Waele
Prof. dr. H. de Waele is Universitair hoofddocent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en gastprofessor Europees institutioneel recht aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

Åkerberg Fransson: ruim toepassingsgebied van Handvest op handelingen van lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Toepassingsgebied recht van de Europese Unie, Handvest, beginselen van het recht van de Europese Unie, ne bis in idem-beginsel, volle werking van het recht van de Europese Unie, prejudiciële procedure
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 februari 2013 heeft het Hof van Justitie het lang verwachte arrest Åkerberg Fransson gewezen. Gespannen werd naar dit arrest uitgekeken omdat de beantwoording van de prejudiciële vragen van de Zweedse verwijzende rechter duidelijkheid moesten brengen over de vraag wanneer lidstaten aan de verplichtingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zijn gebonden. Het arrest Åkerberg Fransson is daarmee van betekenis voor de rechtsgevolgen van het Handvest in de rechtsordes van de lidstaten. Deze bijdrage duidt de betekenis van dit arrest door het te plaatsen tegen de achtergrond van eerdere rechtspraak en de ontwikkelingen die hebben geleid tot een juridisch bindend Handvest en de analyse van het hoofdgeding op grond waarvan de verwijzende rechter heeft besloten het Hof van Justitie te adiëren.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-617/10, Åklagaren/Hans Åkerberg Fransson


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NTER.
Artikel

Baas boven baas

De nationale rechter is bij verwijzing of terugwijzing niet gebonden aan de rechtsopvatting van de hoogste rechter, wanneer hij twijfelt of deze opvatting strijdig is met het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden ambtshalve, prejudiciële procedure, terugwijzing
Auteurs Mr. M.J.M. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter is bevoegd om ambtshalve een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen na verwijzing of terugwijzing van de zaak door de hoogste rechter. Dit geldt ook als hij op grond van een nationaal voorschrift verplicht is om bij zijn beslissing de rechtsopvatting te volgen van die hoogste rechter. In dit artikel wordt het arrest Križan, waarin deze problematiek recentelijk aan de orde kwam, besproken in de context van eerdere jurisprudentie. Daarnaast wordt een vergelijking getrokken met de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad en wordt bezien wat het arrest Križan betekent voor de Nederlandse rechtspraktijk.
    HvJ EU 15 januari 2013, zaak C-416/10, Jozef Križan e.a./Slovenská inšpekcia životného prostredia, n.n.g.


Mr. M.J.M. Verhoeven
Mr. M.J.M. Verhoeven is rechterlijk ambtenaar in opleiding bij de Rechtbank Gelderland.
Artikel

Wie doet wat?

Over de rede van David Cameron en de verdeling van bevoegdheden tussen de Europese Unie en de lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Verdeling van bevoegdheden, subsidiariteit, Cameron
Auteurs Prof. dr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    De verdeling van bevoegdheden tussen de Europese Unie en de lidstaten staat sterk in de belangstelling. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of meer te zeggen valt over wie wat moet doen in Europa. Onderzocht wordt welke bijdrage juristen, economen en politicologen tot nu toe aan dit debat hebben geleverd. Vervolgens wordt een aanzet gedaan voor de ontwikkeling van een kader dat kan helpen om de vraag naar de optimale bevoegdheidsverdeling te beantwoorden.


Prof. dr. J.M. Smits
Prof. dr. J.M. Smits is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Maastricht en onderzoekshoogleraar rechtsvergelijking aan de Universiteit van Helsinki.
Artikel

De nieuwe DAEB-gids van de Europese Commissie: balanceren op drie koorden tegelijkertijd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Diensten van Algemeen Economisch Belang, Europese Commissie, staatssteun, Almunia-pakket, DAEB-gids
Auteurs Mr. dr. Allard Knook
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 nam de Europese Commissie het nieuwe DAEB-pakket aan, dat vorig jaar in werking is getreden. Recent heeft de Commissie een nadere toelichting gegeven bij dit DAEB-pakket in de vorm van een Werkdocument. Dit artikel laat zien dat dit Werkdocument helaas een weerspiegeling vormt van drie historisch gegroeide spanningsvelden op dit gebied, waardoor aan de bruikbaarheid ervan in de praktijk kan worden getwijfeld.Vindplaats: <http://ec.europa.eu/competition/state_aid/overview/new_guide_eu_rules_procurement_nl.pdf>


Mr. dr. Allard Knook
Mr. dr. Allard Knook is advocaat bij CMS Derks Star Busmann. Reacties zijn welkom via allard.knook@cms-dsb.com.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

mr. E.L.H. Mattioli
Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.
Toont 1 - 20 van 37 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.