Zoekresultaat: 17 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Artikel

Over openbare veiligheid in het migratierecht; het prijskaartje voor onze vrijheid?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden openbare orde, openbare veiligheid, Studentenrichtlijn, visumaanvraag, beoordelingsmarge lidstaten
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Inzet van het geschil in de zaak Sahar Fahimian is de afwijzing van haar visumaanvraag om aan de Technische Universität Darmstadt promotieonderzoek te kunnen verrichten. Volgens de Duitse autoriteiten vormt haar aanwezigheid in Duitsland een potentiële dreiging van de openbare veiligheid in de zin van artikel 6 lid 1 sub d gelezen in samenhang met considerans 14 van de Studentenrichtlijn. Het Hof van Justitie preciseert de beoordelingsmarge die lidstaten genieten in hun afweging of in het individuele geval de nationale veiligheid in het geding is dat van hen vraagt om een prognose te maken van het dreigende gevaar op basis van het voorzienbare gedrag en de situatie in het land van herkomst van de betrokkene.
    HvJ (Grote kamer) 4 april 2017, zaak C-544/15, Sahar Fahimian/Bundesrepublik Deutschland, in tegenwoordigheid van: Stadt Darmstadt, ECLI:EU:C:2017:255


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Artikel

De ‘nieuwe generatie’ Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne en zijn constitutionele context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden associatieovereenkomst, nabuurschapbeleid, bevoegdheidsverdeling, gemengd verdrag, referendum
Auteurs Dr. N.F. Idriz en Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bredere context, doelstelling en inhoud van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne (hierna: AO) geschetst, en wat deze bijzonder maakt ten opzichte van andere associatieovereenkomsten. In het bijzonder gaan we ook in op die juridische aspecten die democratische controle via een referendum bemoeilijken. Daarbij besteden we specifiek aandacht aan de constitutionele perikelen die ontstaan voor de Nederlandse regering alsook voor de EU, ingeval een meerderheid zich tegen de goedkeuringswet uitspreekt en het Nederlandse parlement vervolgens zou besluiten de goedkeuringswet in te trekken.
    PbEU 2014, L 161/3


Dr. N.F. Idriz
Dr. N.F. (Narin) Idriz is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.

Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NTER.
Artikel

De onderzoeksbevoegdheden van de Commissie scherpgesteld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden mededinging, onderzoeksbevoegdheden Verordening (EG) nr. 1/2003, recht op eerbiediging privé-, familie- en gezinsleven, motivering, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. Y. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt, mede aan de hand van het arrest Deutsche Bahn van het Gerecht en het arrest Delta Pekárny van het EHRM, ingegaan op de vraag of de Commissie een voorafgaande rechterlijke machtiging nodig heeft voor het verrichten van inspecties onder Verordening (EG) nr. 1/2003. Ook worden de arresten Nexans, Prysmian en Schwenk besproken, die inzicht geven in de effectiviteit van de rechterlijke controle die de Unierechter uitoefent over het gebruik van de onderzoeksbevoegdheden van de Commissie. Deze arresten verduidelijken de rechten en plichten van ondernemingen en de Commissie bij inspecties en verzoeken om inlichtingen onder Verordening (EG) nr. 1/2003.
    Gerecht 6 september 2013, gevoegde zaken T-289/11, T-290/11 en T-521/11, Deutsche Bahn, ECLI:EU:T:2013:404, EHRM 2 oktober 2014, nr. 97/11, Delta Pekárny/Tsjechische Republiek, Gerecht 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans, ECLI:EU:T:2012:596, Gerecht 14 maart 2014, zaak T-306/11, Schwenk, ECLI:EU:T:2014:123


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is Senior Director Antitrust bij Philips International B.V.
Artikel

Toetsing van plaatsing op een sanctielijst na Kadi II

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden sanctielijst, rechterlijke toetsing, recht op verdediging, afscherming van informatie
Auteurs Prof. mr. A.A. Franken en prof. mr. P.T.C. van Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Kadi II heeft het Hof van Justitie vastgehouden aan zijn lijn dat een verordening die uitvoering geeft aan een VN-resolutie geen immuniteit van jurisdictie geniet. De plaatsing van een persoon op een sanctielijst wordt daarom volledig getoetst aan de grondrechten die behoren tot de algemene beginselen van Unierecht. In zijn arrest van 18 juli 2013 heeft het Hof van Justitie richtlijnen voor die toetsing geformuleerd. De toekomstige discussie zal zich vooral toespitsen op de vraag hoe specifiek de uiteenzetting van redenen moet zijn die aan de plaatsing op een sanctielijst ten grondslag ligt en op de vraag hoe met informatie moet worden omgegaan die voor de betrokken persoon of entiteit geheim wordt gehouden.HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-584/10 P, C-593/10 P en C-595/10 P, Europese Commissie e.a./Kadi, n.n.g.


Prof. mr. A.A. Franken
Prof. mr. A.A. (Stijn) Franken is hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.

prof. mr. P.T.C. van Kampen
Prof. mr. P.T.C. (Petra) van Kampen is hoogleraar strafrechtspraktijk aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.
Artikel

De toegang tot het mededingingsdossier

Met Donau Chemie is het einde van de saga nog niet in zicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden toegang tot documenten, clementieprocedure, schadevergoedingsactie, procedurele autonomie, doeltreffendheidsvereiste
Auteurs A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Donau Chemie bevindt het Hof van Justitie zich wederom op het spanningsveld tussen het faciliteren van schadevergoedingsacties en het beschermen van een effectief clementieprogramma. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorwaarden voor toegang tot documenten uit dossiers van de nationale mededingingsautoriteit met betrekking tot de toepassing van het Europese mededingingsrecht weliswaar worden bepaald door het nationale recht maar dat de doeltreffendheid van een nationaal clementieprogramma kan rechtvaardigen dat een document niet wordt verspreid. Het Hof van Justitie zet hiermee de lijn voort die in het arrest Pfleiderer was ingezet.
    HvJ EU 6 juni 2013, zaak C-536/11, Bundeswettbewerbsbehörde/Donau Chemie e.a., n.n.g.


A.E. Beumer LLM
A.E. (Elsbeth) Beumer is als PhD-onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Rechtsverwerking, dienstenconcessie, staatssteun, kenbare marktsituatie, passende maatregelen
Auteurs Mr. M.N. Weeda, Mr. L.J. Terpstra en Mr. C.A.M. Lombert
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van de Hoge Raad gewezen in januari van dit jaar in de zaak P1 Holding/Gemeente Maastricht en Q-Park is vanuit het perspectief van zowel aanbestedings- als staatssteunrecht interessant. Voor de tweede maal oordeelt het hoogste rechtscollege dat het Grossmann-verweer niet opgaat wanneer de Europese aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing is. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de vaststelling of sprake is van het verstrekken van een met staatsmiddelen bekostigd voordeel, dat niet langs normale commerciële weg zou zijn verkregen, de op het moment van het aangaan van een overeenkomst kenbare marktsituatie en voorzienbare marktontwikkelingen bepalend zijn. In lijn met de uitspraak van het CBb in de Thuiszorgservice-zaak overweegt de Hoge Raad dat een enkele verklaring voor recht dat de uitvoering van een overeenkomst in verband met staatssteun onrechtmatig is jegens een derde, zonder een daaraan gekoppeld gebod tot herstel van de mededingingssituatie geen passende maatregel is die leidt tot een herstel van de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betreffende steun.HR 18 januari 2013, AB 2013, 108, m.nt. Metselaar, NJB 2013, 248, RvdW 2013, 171, LJN BY0543 (P1 Holding B.V./Gemeente Maastricht en Q-Park Exploitatie B.V.)


Mr. M.N. Weeda
Mr. M.N. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. L.J. Terpstra
Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.A.M. Lombert
Mr. C.A.M. Lombert is werkzaam als juriste bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Ontwikkelingen in het Europees Consumentenrecht in 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden oneerlijke bedingen, op afstand gesloten overeenkomsten, internationale bevoegdheid, productaansprakelijkheid, alternatieven geschillenbeslechting
Auteurs Prof. Mr. M.B.M Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In een eerdere bijdrage is aandacht besteed aan de ontwikkelingen op het gebied van het luchtvervoersrecht. In dit artikel wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen op andere terreinen van het Europese consumentenrecht, in het bijzonder ten aanzien van oneerlijke bedingen, op afstand gesloten overeenkomsten en de voorgenomen regelgeving betreffende alternatieve geschillenbeslechting.


Prof. Mr. M.B.M Loos
Prof. Mr. M.B.M. Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het nieuwe Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie: een overzicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Hof van Justitie, Procedurereglement Hof van Justitie, Statuut Hof van Justitie, Rechtsbescherming
Auteurs Janek T. Nowak LLM en Nicolas Cariat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 november 2012 trad het nieuw Procedurereglement van het Hof van Justitie in werking. Het gaat om een grondige hervorming van de procedure voor het Hof van Justitie en laat weinig bepalingen van het oude Procedurereglement ongewijzigd. Deze bijdrage wil zowel rechtspractici als andere geïnteresseerden een beknopt overzicht aanbieden van het nieuwe Procedurereglement. Een goede kennis van het Procedurereglement is immers onmisbaar voor iedereen die in contact komt met procedures voor het Hof van Justitie. Door uitvoerig gebruik te maken van de voorbereidende teksten wordt de lezer tevens inzicht gegeven in het waarom van bepaalde wijzigingen.


Janek T. Nowak LLM
Janek T. Nowak, LLM is verbonden als assistent aan het Instituut voor Europees Recht van de KU Leuven.

Nicolas Cariat
Nicolas Cariat is verbonden als aspirant van het Fonds de la Recherche Scientifique F.R.S.-FNRS aan de Université Catholique de Louvain (UCL).
Artikel

Nieuwe AEEA-Richtlijn stelt ambitieuze nieuwe doelstellingen voor (vrijwel) al het e-afval

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Aeea, Afvalstoffen, Elektrische apparatuur, Elektronische apparatuur, Hergebruik, Recycling, Nuttige toepassing
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juli 2012 is de nieuwe Europese Richtlijn 2012/19/EU aangenomen betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).1xPb. EU 2012, L 197/38. Uiterlijk op 14 februari 2014 moet deze AEEA-Richtlijn in Nederland zijn omgezet. Met ingang van 15 februari 2014 wordt de huidige Richtlijn 2002/96/EG met betrekking tot AEEA ingetrokken.2xPb. EU 2003, L 37/24. De bestaande AEEA-Richtlijn bevat een verplichting om gescheiden ingezamelde AEEA zodanig te verwerken dat milieuschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Naar schatting wordt echter in de praktijk zo’n 50 procent van de in de Europese Unie ingezamelde AEEA niet verwerkt conform de doelstellingen en eisen van de Richtlijn. De nieuwe Richtlijn beoogt onnodige administratieve lasten te verminderen, een meer doeltreffende uitvoering door striktere naleving te waarborgen en vermindering van de negatieve milieueffecten van de inzameling en verwerking van AEEA te bewerkstelligen.

Noten

  • 1 Pb. EU 2012, L 197/38.

  • 2 Pb. EU 2003, L 37/24.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

OPTA: klem tussen CBb en Commissie? Over regulering, onmacht en overmacht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden voorrang Unierecht, tariefregulering, CBb, OPTA, bevoegdheid Commissie
Auteurs Mr. J.F.A. Doeleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Telecomtoezichthouder OPTA stelt elke drie jaar plafonds vast voor bepaalde groothandelstarieven. Voor de berekening van deze plafonds hanteert OPTA een door de Commissie aanbevolen methode. Het laatste besluit – voor de periode juli 2010 tot juli 2013 – werd in augustus 2011 door het CBb vernietigd. De rechter voorzag deels zelf in de zaak en droeg OPTA voor het overige op vóór 1 januari 2012 een herstelbesluit te nemen waarin de betrokken tariefplafonds volgens een andere dan de door de Commissie aanbevolen methode werden berekend. De Commissie verhindert dat nu met een ‘standstill’. OPTA moet van het CBb rechtsaf, maar de Commissie wil dat zij linksaf gaat. Een toezichthouder tussen Scylla en Charybdis.


Mr. J.F.A. Doeleman
Mr. J.F.A. Doeleman is advocaat te Amsterdam (Houthoff Buruma).
Artikel

Nintendo-sage ten einde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden bewijs, verticale overeenkomsten, artikel 101 VWEU, nintendo
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het arrest van het Hof van Justitie van 10 februari 2011 is een einde gekomen aan de Nintendo-sage, die in 1995 begon. Het arrest is van belang voor de beoordeling van correspondentie tussen leveranciers en hun distributeurs en, meer in het bijzonder, de vaststelling van wilsovereenstemming in verticale verhoudingen bij gebreke van rechtstreeks schriftelijk bewijs. Daarnaast vormt de zaak ook een interessante illustratie van de wijze waarop het Gerecht van Eerste Aanleg de beoordeling van de bevindingen van de Commissie toetst, alsmede de wijze waarop het Hof van Justitie het arrest van het Gerecht toetst. In deze bijdrage, die een signalerend karakter heeft, zullen de uitspraken van Gerecht en Hof van Justitie worden bezien; vervolgens wordt kort aandacht besteed aan enkele van deze punten.
    HvJ EU 10 februari 2011, zaak C-260/09 P, Activision Blizzard Germany GmbH (voorheen CD-Contact Data GmbH)/ Commissie.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam aan de Universiteit van Tilburg (TILEC) als Ass. Professor.
Jurisprudentie

De biotechnologierichtlijn blijft binden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 11 2000
Trefwoorden intellectuele eigendom
Auteurs H.M.H. Speyart

H.M.H. Speyart
Jurisprudentie

Archer Daniels Midland: Punten van bezwaar en rechten van de verdediging

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden rechten van de verdediging, punten van bezwaar, hoorplicht, bewijs, hoger beroep, afdoening
Auteurs Mr. E. Belhadj en mr. C.T. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In de uitspraak van 9 juli 2009 in de zaak Archer Daniels Midland spreekt het Hof van Justitie zich onder meer uit over de eisen die aan ‘mededeling van de punten van bezwaar’ worden gesteld in het kader van de rechten van de verdediging. Centraal staat de wijze waarop de Europese Commissie in deze mededeling dient om te gaan met juridische kwalificaties van feiten die in de uiteindelijke beslissing aan bod komen. Daarnaast wordt ook ingegaan op de omstandigheid dat de Europese Commissie zich bij de vaststelling van de boetebeschikking wegens overtreding van artikel 81 lid 1 EG-Verdrag (thans art. 107 lid 1 VWEU), heeft gebaseerd op feiten die volgden uit verklaringen, terwijl deze feiten niet in de mededeling van de punten van bezwaar als zodanig waren genoemd, maar de verklaringen slechts als bijlagen waren bijgevoegd.


Mr. E. Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh te Zwolle.

mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh te Zwolle.
Artikel

Omzetting van het kaderbesluit slachtofferzorg in beleidsregels van het Openbaar Ministerie of in formele wetgeving?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Kaderbesluit slachtofferzorg, OM-beleidsregels, omzetting richtlijnen, formele wetgeving
Auteurs Mr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kaderbesluit slachtofferzorg zou oorspronkelijk in beleid van het Openbaar Ministerie worden geïmplementeerd. Dat desondanks wetswijziging plaatsvindt, is vooral te danken aan overwegingen in het kader van de fundamentele herziening van het Wetboek van Strafvordering en niet aan het bestaan van het kaderbesluit. De jurisprudentie van het Hof van Justitie over de omzetting van richtlijnen, die ook op kaderbesluiten van toepassing is, brengt echter mee dat beleidsregels van het Openbaar Ministerie niet het juridisch bindende karakter bezitten dat voor omzetting is vereist. Opname in wettelijke regelingen is vrijwel onontkoombaar. Het OM verliest hierdoor een substantieel beleidsterrein aan de wetgever.


Mr. W. Geelhoed
Mr. W. Geelhoed is PhD-fellow straf- en strafprocesrecht, Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

T-Mobile Netherlands: het Hof schenkt klare wijn over de uitleg van een doelbeperking bij een economische benadering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden doelbeperking, economische benadering, ervaringsregel, onderling afgestemde feitelijke gedraging, causaliteitsvermoeden
Auteurs Mr. drs. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof heeft in zijn uitspraak in T-Mobile Netherlands uiteengezet aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat in het geval van een onderling afgestemde feitelijke gedraging een doelbeperking is aangetoond zoals bedoeld in artikel 81, eerste lid, EG-Verdrag. Hierna volgt eerst een korte weergave van de standpunten die de betrokken instanties hadden ingenomen in de aanloop naar de prejudiciële procedure. Daarna worden de antwoorden van het Hof behandeld. Die antwoorden worden vervolgens langs de economische meetlat gelegd.


Mr. drs. E.M.H. Loozen
Mr. drs. E.M.H. Loozen is docent bij het International and European Law Masters Programme van de Universiteit van Amsterdam.

Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. Geursen is promovendus aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.