Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2014 x
Artikel

De zaken S. en G. & O. en B.: Grenzeloze gezinnen en afgeleide verblijfsrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Europees burgerschap, vrij verkeer van werknemers, de volledig interne situatie, familieleden EU-burgers, derdelanders
Auteurs Mr. dr. Hanneke van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In de twee arresten, de zaak S. en G. en de zaak O. en B., die het Hof van Justitie dit voorjaar wees, worden het vrije verkeer van personen en afgeleide verblijfsrechten uitgebreid. Het Hof van Justitie oordeelt in deze zaken dat een weigering van een verblijfsrecht aan een familielid in de lidstaat van nationaliteit in strijd met het vrije verkeer van werknemers en Unieburgers kan zijn. Dat betekent dat een Unieburger, onder omstandigheden, een recht heeft op gezinshereniging in de lidstaat van zijn nationaliteit.
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-457/12, S. en G./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:136
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-456/12, O. en B./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:135


Mr. dr. Hanneke van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe.
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.
Artikel

Is het gras bij de buren groener? Over de (on)mogelijkheid van territoriale samenhang binnen lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden vrij verkeer van diensten, kansspelen, geschiktheid, samenhang, interne bevoegdheidsverdeling lidstaten
Auteurs Mr. dr. Johan Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Digibet geeft het Hof van Justitie een nieuwe, territoriale dimensie aan de eis dat een beperkende maatregel slechts geschikt is om een legitiem doel te verwezenlijken indien de verwezenlijking van dit doel op samenhangende wijze wordt nagestreefd. Deze eis van territoriale samenhang blijkt op gespannen voet te staan met het respecteren van de interne bevoegdheidsverdeling binnen lidstaten. In het bijzonder kan het regime van een deelstaat dat afwijkt van het regime van andere deelstaten, de geschiktheid van het regime van die andere deelstaten ondermijnen.
    HvJ EU 12 juni 2014, zaak C-156/13, Digibet en Gert Albers/Westdeutsche Lotterie, ECLI:EU:C:2014:1756


Mr. dr. Johan Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is als universitair docent staats- en bestuursrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Voorstel IORP II-richtlijn: aanzet tot hervorming van het Nederlands pensioenstelsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden IORP-richtlijn, IORP II, pensioenfonds, pensioeninstelling, pensioenstelsel
Auteurs Mr. drs. Pascal Borsjé en Dr. Hans van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie van 27 maart 2014 tot herziening van de IORP-richtlijn (met betrekking tot instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen) heeft consequenties voor het huidige Nederlandse pensioenstelsel. De Europese Commissie streeft naar een gelijk speelveld tussen pensioenfondsen en verzekeraars en heeft daarom in het voorstel gekeken naar de uitgangspunten voor verzekeraars onder Solvency II-richtlijn. Het voorstel beoogt onder meer de bescherming van transparante individuele pensioenrechten. Dit staat op gespannen voet met het principe van ‘solidariteit’ dat in het Nederlandse pensioenstelsel traditioneel als uitgangspunt wordt gehanteerd. De hervorming van het Nederlands pensioenstelsel lijkt daarom ook vanuit EU-rechtelijk perspectief noodzakelijk.
    Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Brussel, 27 maart 2014 COM(2014)167 final, 2014/0091 (COD)


Mr. drs. Pascal Borsjé
Mr. drs. P. (Pascal) Borsjé is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Dr. Hans van Meerten
Dr. H. (Hans) van Meerten is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.
Artikel

De fiscale eenheid niet EU-proof?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden fiscale eenheid, vennootschapsbelasting, vrijheid van vestiging, Papillon
Auteurs Ian van Haaren LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij arrest van 12 juni 2014 heeft het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13 (zaak C-39/13, Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV; zaak C-40/13, X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam, en zaak C-41/13, Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV en MSA Nederland BV, ECLI:EU:C:2014:1758) (hierna: het SCA Group Holding-arrest) de vrijheid van vestiging van de artikelen 43 en 48 EG-Verdrag uitgelegd in het kader van het Nederlandse fiscale eenheidsregime van artikel 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet VPB 1969). In deze bijdrage bespreek ik dit arrest. Het Hof van Justitie lijkt erop aan te sturen dat in beginsel alle binnenlandse vennootschappen van een concern die aan de overige eisen voldoen in de fiscale eenheid gevoegd moeten kunnen worden, ongeacht of deze via Europese tussenhoudsters gehouden worden. De wetgever is aan zet maar vooralsnog moet de rechter maatwerk bieden op basis van de regeling voor vaste inrichtingen.
    HvJ EU 12 juni 2014, gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13 , Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV; X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam; en Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV en MSA Nederland BV, ECLI:EU:C:2014:1758.


Ian van Haaren LLM
M.I. (Ian) van Haaren, LLM, is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Bevoegdheid van het Hof van Justitie: de ene interne situatie is de andere niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden verhuur van motorvoertuigen met chauffeur, voorwaarden vergunning, zuiver interne situatie, bevoegdheid Hof van Justitie
Auteurs Mr. Klaas Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze arresten acht het Hof van Justitie zich niet bevoegd om vragen van de verwijzende rechter over de uitlegging van artikel 49 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie te beantwoorden omdat het hoofdgeding een zuiver interne situatie betreft. De ene interne situatie is echter de andere niet: het Hof van Justitie blijkt zich niet in alle gevallen onbevoegd te verklaren om vragen te beantwoorden in interne situaties.
    HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-162/12 en C163/12, Airport Shuttle Expres scarl e.a. en Gianpaolo Vivani/Commune di Grottaferrata, n.n.g. en HvJ EU 13 februari 2014, gevoegde zaken C-419/12 en C-420/12, Crono Service scarl e.a. en Anitrav – Associazione Nazionale Imprese Trasporto Viaggiatori/Roma Capitale en Regione Lazio, n.n.g.


Mr. Klaas Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Herziening Tabaksrichtlijn

Over de nieuwe Tabaksrichtlijn en de implicaties voor de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden interne markt, volksgezondheid, harmonisatie, Richtlijn 2014/40/EU, intellectueel eigendom
Auteurs Mr. R.A. Fröger en Mr. K. de Weers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 maart 2014 is de nieuwe Tabaksrichtlijn 2014/40/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. De nieuwe Tabaksrichtlijn brengt een ingrijpende wijziging op het gebied van de productie en distributie van tabaksproducten met zich mee. Op 20 mei 2016 moet de Richtlijn in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage worden de belangrijkste kenmerken van de Richtlijn besproken en wordt kort ingegaan op de gevolgen voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG, Pb. EU 2014, L 127/1.


Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. K. de Weers
Mr. K. (Koen) de Weers is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Kanttekeningen bij het voorstel voor de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen: wat brengt het ons (en wat niet)?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bedrijfsgeheimen, knowhow, ongeoorloofde mededinging, TRIPS, handhavingsrichtlijn
Auteurs Mr. J.J. Allen en Mr. E.A. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Een kritische beschouwing vanuit de Nederlandse praktijk.Richtlijn 2004/48EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, Pb. EG 2004, L 195/16.


Mr. J.J. Allen
Mr. J.J. (John) Allen is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

Mr. E.A. de Groot
Mr. E.A. (Emma) de Groot is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Ervaringen met Europese civiele procedures in Nederland

Een terugblik en wenkend toekomstperspectief

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Europese procedures, betalingsbevelprocedure, geringe vorderingen, grensoverschrijdend procederen
Auteurs Prof. mr. X.E. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese betalingsbevelprocedure en de Europese procedure voor geringe vorderingen (small claims procedure) zijn de eerste twee eenvormige Europese civielrechtelijke procedures. De vraag is hoe deze Europese procedures in Nederland functioneren en in de praktijk worden ervaren. Om deze vraag te beantwoorden zijn, naast rechtspraakonderzoek, gegevens verzameld en interviews afgenomen bij onder meer rechtbanken. De uitkomsten zijn niet overweldigend positief; beide procedures worden vooralsnog weinig gebruikt en er zijn problemen rond de toepassing. De verwachting is echter dat de Europese procedures belangrijker zullen worden gezien de Europese ambities en het recente aanpassingsvoorstel van de Commissie voor small claims.Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, Pb. EU 2006, L 399/1 (EBB-Verordening);Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen, Pb. EU 2007, L 199/1 (EPGV-Verordening);Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, COM(2013)794 def.


Prof. mr. X.E. Kramer
Prof. mr. X.E. (Xandra) Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij bekleedt tevens de TPR-leerstoel en is visiting professor Global Law School aan de Universiteit Leuven (2013-2014). Deze bijdrage is mede mogelijk gemaakt door de ondersteuning van NWO in het kader van de Vernieuwingsimpuls – Vidi.
Artikel

‘Le temps détruit tout’?

Het dienstenverkeer binnen de EU-Turkije Associatie na de uitspraak van het Hof van Justitie in Demirkan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Turks Associatieverdrag, Vrij verkeer van diensten, Passievedienstenverkeer, Visumplicht, Vrij verkeer van personen
Auteurs Dr. Th. A.J.A. Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen Turkse onderdanen zonder visum afreizen naar Duitsland teneinde daar (misschien) diensten te gaan ontvangen als ze dat ook konden in vroegere tijden toen het Duitse recht op dit punt hen welgevallig was? In de onderhavige zaak werd het Hof van Justitie geconfronteerd met deze vraag waarbij de standstill-clausules uit het EU-Turkije Associatieregime centraal staan. Hebben deze clausules betrekking niet alleen betrekking op het verlenen maar ook op het ontvangen van diensten?HvJ EU 24 september 2013, zaak C-221/11, Leyla Demirkan/Bundesrepublik Deutschland, n.n.g.


Dr. Th. A.J.A. Vandamme
Dr. Th. A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Center for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Op het raakvlak van sociale zekerheid en migratierecht

Legaal verblijf als voorwaarde voor toekenning socialezekerheidsprestaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Unieburgers, economisch inactieven, verblijfsrecht, bestaansmiddelen, bijstand
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel we het graag over het hoofd zien, is het recht op vrij verkeer van personen, zoals verankerd in artikelen 20 en 21 van het VWEU, niet absoluut. Een van de voorwaarden die gesteld wordt aan de uitoefening van dit recht is dat de Unieburger zichzelf financieel kan bedruipen, in migratierechtelijke terminologie: geen beroep doet op de openbare kas. De prejudiciële vraag die het Hof van Justitie in het arrest Brey moet beantwoorden, is of een gastlidstaat voor de toekenning van een uit publieke middelen gefinancierde uitkering aan economisch inactieven de voorwaarde mag stellen dat zij rechtmatig verblijf hebben in die lidstaat. HvJ EU 19 september 2013, zaak C-140/12, Pensionsversichrungsanstalt/Peter Brey, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Artikel

Herziening richtlijn erkenning beroepskwalificaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Richtlijn erkenning beroepskwalificaties, Gereglementeerde beroepen, Implementatie Richtlijn 2013/55/EU, Vrij verkeer van personen, Vrij verkeer van diensten
Auteurs Mr. R.V.A. Bishoen en Mr. I.M. Welbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 november 2013 is Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties vastgesteld. Dit artikel bespreekt in hoofdlijnen de achtergronden van deze richtlijn, de belangrijkste wijzigingen en waar mogelijk de Nederlandse reactie daarop.
    Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (de IMI-verordening)


Mr. R.V.A. Bishoen
Mr. R.V.A. (Ranoe) Bishoen is wetgevingsjurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Mr. I.M. Welbergen
Mr. I.M. (Inge) Welbergen is beleidsjurist bij de directie Media en Creatieve Industrie van het Ministerie van OCW en oud-expert national détaché bij de Europese Commissie (DG Interne markt en financiële diensten).
Artikel

Allianz: een beetje vaag en heel ongelukkig

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden exclusieve afname, toets strekkingsbeding, mededingingsbeperkende strekking, mededingingsbeperkende gevolgen
Auteurs Mr. G. Oosterhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest betreft prejudiciële vragen gesteld door het Hongaarse hof van cassatie Legfelsőbb Biróság (hierna: de verwijzende rechter) aangaande de vraag of afspraken tussen verzekeraars Allianz en Generali en een aantal autoreparateurs, waarbij de autoreparateurs (indirect) een bonus krijgen als zij een bepaald percentage verzekeringen van Allianz en Generali verkopen, kwalificeren als overeenkomsten die tot strekking hebben de mededinging te beperken. Het Hof van Justitie verwart in zijn arrest het onderscheid tussen strekkings- en gevolgbedingen. Het Hof van Justitie suggereert bovendien dat de vrij onschuldige afspraken – afnamebedingen – tot doel hebben de mededinging te beperken. Het arrest stelt ten slotte dat als een overeenkomst niet in overeenstemming is met nationaal regelend recht – zoals regels van consumentenbescherming – dit het waarschijnlijk maakt dat die overeenkomst de strekking heeft de mededinging te beperken.
    HvJ EU 14 maart 2013, zaak C-32/11, Allianz Hungária Biztosító e.a./Gazdasági Versenyhivatal, n.n.g.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. (Gerrit) Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Artikel

Twisten tussen woningcorporatie en huurder: garandeert het Unierecht een recht op schotelantennes?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden horizontale directe werking, vrijedienstenverkeer, woningcorporatie, cassatie wegens onvoldoende motivering, Europees recht
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en Mr. S.R.W. van Hees
SamenvattingAuteursinformatie

    In het huurreglement van de Arnhemse woningcorporatie SVA is opgenomen dat een huurder niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming het gehuurde mag wijzigen. Daaronder wordt mede begrepen het plaatsen van antennes.
    De vordering van de woningcorporatie tot verwijdering van een door een huurder geplaatste schotelantenne heeft uiteindelijk geleid tot een uitspraak van de Hoge Raad. Deze uitspraak is interessant omdat de civiele kamer van de Hoge Raad casseert vanwege onvoldoende Europeesrechtelijke motivering in het oordeel van het Gerechtshof Arnhem. Daarnaast raakt het geschil aan het materiële vraagstuk van de horizontale directe werking van het vrijedienstenverkeer en reikwijdte van het vrijverkeerrecht in privaatrechtelijke verhoudingen.
    HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX9761
    Conclusie advocaat-generaal Keus, ECLI:NL:PHR:2013:BX9761


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. (Herman) van Harten is verbonden aan het Montaigne Centrum en het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

Mr. S.R.W. van Hees
Mr. S.R.W. (Sander) van Hees is verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.