Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2019 x
Consumenten

Modernisering van het Europese consumentenrecht: meer vlees op het bot (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden handhaving, online marktplaatsen, informatieplichten, dynamic pricing, bedenktijd
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel en de in de vorige aflevering van dit tijdschrift opgenomen bijdrage bespreek ik de vraag of de Moderniseringsrichtlijn in haar uiteindelijke vorm de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt van modernisering en verbetering van de handhaving van het consumenten-acquis. In het eerste deel van deze bijdrage heb ik mij daartoe gericht op de individuele en publiekrechtelijke handhaving van het consumentenrecht en op dynamic pricing en informatieverplichtingen voor online marktplaatsen. In dit tweede en laatste deel bespreek ik de vraag met wie de consument nu eigenlijk contracteert als de overeenkomst via een online marktplaats wordt gesloten, behandel ik kort enkele vereenvoudigingen voor handelaren en ga ik in op de herziene regels voor de bedenktijd van consumenten. In de conclusie wordt de vraag of de Moderniseringsrichtlijn de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt, beantwoord.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018) 185 final;

    • Tekst politiek akkoord richtlijnvoorstel van 29 maart 2019, Openbaar register van Raadsdocumenten, Interinstitutioneel dossier 2018/0090(COD), nummer document: ST 8021 2019 INIT.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Mededinging

Access_open Terug van weggeweest: een verkenning van verticale prijsbinding in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden verticale overeenkomsten, verticale prijsbinding, Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers, e-commerce, koersverandering
Auteurs Mr. J.B. van der Blij en Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’ onderstreept de ACM de nieuw ingeslagen weg met betrekking tot verticale prijsbinding: er zal meer aandacht bestaan voor en strenger worden opgetreden tegen verticale prijsbinding. Deze actievere handhaving staat duidelijk in contrast met het (prioriterings)beleid dat de ACM slechts vier jaar eerder uiteenzette in het Visiedocument over verticale afspraken. De nieuwe koers is mede ingegeven door de vlucht die internetverkoop heeft genomen en zorgt ervoor dat de ACM weer in pas loopt met de Commissie (en de rest van de EU-lidstaten).
    ACM, ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’, 26 februari 2019, www.acm.nl/sites/default/files/documents/leidraad-afspraken-tussen-leveranciers-en-afnemers.pdf


Mr. J.B. van der Blij
Mr. J.B. (Bernadette) van der Blij is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.

Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
Mr. dr. T.D.O. (Tjarda) van der Vijver is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.
Staatssteun

Stimulerende steunverlening volgens het arrest Eesti Pagar

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden stimulerend effect, onrechtmatige staatssteun, terugvordering, rente, verjaring
Auteurs Mr. dr. P.C. Adriaanse
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Eesti Pagar heeft het Hof van Justitie de taak van steunverleners bij beoordeling van het stimulerend effect van steunverlening afgebakend. Verder heeft het Hof van Justitie een verplichting voor steunverleners uitgesproken om op eigen initiatief alle consequenties te trekken uit niet-naleving van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, waaronder verplichte terugvordering met inbegrip van rente. In dat kader heeft het Hof van Justitie zich ook uitgelaten over het vertrouwensbeginsel, verjaring en de vordering van rente. Het arrest is voor de praktijk van belang omdat het meer duidelijkheid geeft over de toepassing van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
    HvJ 5 maart 2019, zaak C-349/17, Eesti Pagar AS/EAS, ECLI:EU:C:2019:172


Mr. dr. P.C. Adriaanse
Mr. dr. P.C. (Paul) Adriaanse is advocaat bij Justion Advocaten en universitair hoofddocent bij de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

    Op 29 juli 2018 trad Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018, betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen, in werking. Zoals de titel doet vermoeden stelt deze richtlijn voorschriften vast voor een gemeenschappelijk kader om voorafgaand aan de invoering van nieuwe of de wijziging van bestaande reglementering van beroepen, de evenredigheid van die bepalingen te beoordelen. De lidstaten dienen de richtlijn uiterlijk op 30 juli 2020 te hebben omgezet.
    In deze bijdrage bespreek ik de richtlijn en haar invloed op de reglementering van beroepen binnen de Europese Unie. Daarbij komt allereerst de totstandkomingsgeschiedenis aan bod. Vervolgens zal ik ingaan op de inhoud van de richtlijn, onder verwijzing naar (inmiddels) vaste rechtspraak van het Hof van Justitie en neem ik een voorschot op haar implementatie in de Nederlandse wetgeving. Ik eindig deze bijdrage met enkele afsluitende opmerkingen.
    Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen, PbEU 2018, L 173/25.


Mr. T.J. Binder
Mr. T.J. (Tom) Binder is advocaat bij AKD Benelux Lawyers.
Consumenten

Access_open Nieuwe regels voor de consumentenkoop en overeenkomsten met betrekking tot digitale inhoud

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden consumentenbescherming, consumentenkoop, digitale inhoud
Auteurs Mr. dr. M.Y. Schaub
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage belicht enkele aspecten van twee nieuwe richtlijnen op het terrein van consumentenbescherming, te weten Richtlijn (EU) 2019/770 (Richtlijn digitale inhoud) en Richtlijn (EU) 2019/771 (nieuwe Richtlijn consumentenkoop). Deze richtlijnen voorzien onder meer in regels die specifiek zijn toegesneden op digitale producten en goederen met digitale elementen.

    • Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten, PbEU 2019, L 136/1-27;

    • Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG, PbEU 2019, L 136/28-50.


Mr. dr. M.Y. Schaub
Mr. dr. M.Y. (Martien) Schaub is universitair docent Transnational Legal Studies aan de VU Amsterdam.
Vrij verkeer

Nieuwe impulsen voor het vrije goederenverkeer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden interne markt, harmonisatie, markttoezicht, wederzijdse erkenning
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het functioneren van de interne markt kent een aantal problemen die twee recente verordeningen – nrs. 2019/515 en 2019/1020 – proberen te verhelpen. De eerste verordening schoeit het markttoezicht op de conformiteit van producten die onderwerp zijn van op unieniveau geharmoniseerde normen op een nieuwe leest. De andere verordening introduceert een aantal procedures om de wederzijdse erkenning van niet-geharmoniseerde voorschriften van de lidstaten in de praktijk beter te laten werken. De onderhavige bijdrage geeft een overzicht van de belangrijkste bepalingen van de verordeningen.
    Verordening (EU) 2019/515 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 764/2008, PbEU 2019, L 91/1 en Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011, PbEU 2019, L 169/1


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Overheidsaanbestedingen

PSO-verordening in de openbaar vervoerregelgeving: een lex specialis of juist niet?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden PSO-verordening, openbaar vervoer, aanbesteding, concessie
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mr. F.E. ten Hove
SamenvattingAuteursinformatie

    De PSO-verordening brengt sinds de inwerkingtreding op 3 december 2009 het specifieke karakter van het openbaar personenvervoer ten opzichte van andersoortige overheidsopdrachten tot uitdrukking. Dat heeft geleid tot rechtspraak van het Hof van Justitie over de verhouding van de PSO-verordening met de algemene aanbestedingsregelgeving. In deze bijdrage belichten wij de verschillende regelgeving die op de aanbesteding van openbaar busvervoer van toepassing is. Die regelgeving is ingewikkeld en bevestigt onze veronderstelling dat de positie van het openbaar vervoer binnen het aanbestedingsrecht een bijzondere plaats inneemt.
    HvJ 21 maart 2019, gevoegde zaken C-26617 en C-267/17, ECLI:EU:C:2019:241 (Rhein-Sieg-Kreis/Verkehrsbetrieb Hüttebräucker GmbH en BVR Busverkehr Rheinland GmbH en Rhenus Veniro GmbH & Co. KG/Kreis Heinsberg)
    HvJ 8 mei 2019, zaak C-253/18, ECLI:EU:C:2019:386 (Stadt Euskirchen/Rhenus Veniro GmbH & Co. KG)


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren is advocaat bij Stibbe.

Mr. F.E. ten Hove
Mr. F.E. (Frédérique) ten Hove is advocaat bij Stibbe.
Digitale markten

Een gelijk speelveld in de online platformeconomie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden online platforms, digitale interne markt, schadelijke handelspraktijken
Auteurs Mr. L.E. Felderhof en Mr. M.P.C. Rozenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten heeft het doel te zorgen voor een eerlijke, transparante en voorspelbare bedrijfsomgeving voor ondernemers (met name het midden- en kleinbedrijf) die online platforms gebruiken om hun goederen en/of diensten aan te bieden aan consumenten.
    In dit artikel bespreken wij dat het wenselijk is dat door middel van deze verordening ex ante regels worden gesteld aan aanbieders van online platforms, met name omdat het huidige mededingingsinstrumentarium in de veranderende (digitale) economie niet altijd toereikend blijkt. Ook plaatsen wij enkele kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid en het effect van de verordening in de praktijk, welke aspecten volgens ons niet voldoende geadresseerd zijn in de verordening.
    Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten, PbEU 2019, L 186.


Mr. L.E. Felderhof
Mr. L.E. (Laura) Felderhof is advocaat bij NautaDutilh N.V.

Mr. M.P.C. Rozenbroek
Mr. M.P.C. (Marieke) Rozenbroek is advocaat bij NautaDutilh N.V.
Vrij verkeer

De toepassing van de aanbestedingsplicht van ambulancediensten op Samaritanen en Maltezers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden aanbesteding, aanbestedingsplicht, Falck, ambulancevervoer, ambulancedienst
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. E.S. Haalebos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2019 wees het Hof van Justitie arrest in de zaak Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen. Het Hof van Justitie stelt vast wanneer ambulancediensten door non-profitorganisaties, op grond van artikel 10 sub h Richtlijn 2014/24/EU, uitgezonderd zijn van de aanbestedingsplicht.
    HvJ 21 maart 2019, zaak C-465/17, Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen (Falck Rettungsdienste), ECLI:EU:C:2019:234.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. E.S. Haalebos
Mr. E.S. (Eelkje) Haalebos is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Vrij verkeer

Inbesteding bij schaarse vergunningen?

Institutionele excepties op de transparantieverplichting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden vrij verkeer, schaarse vergunningen, gelijkheidsbeginsel, transparantieverplichting, (quasi-)inbesteding
Auteurs Mr. drs. R.G.J. Wildemors en Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van schaarse vergunningen moet de overheid in beginsel mededingingsruimte voor potentiële gegadigden creëren. Op deze mededingingsplicht zijn echter uitzonderingen denkbaar die onderhandse vergunningverlening rechtvaardigen. Een van die uitzonderingen is van institutionele aard en richt zich op de bijzondere relatie tussen de vergunningverlener en de vergunninghouder. Deze uitzonderingscategorie is aanvankelijk in het aanbestedingsrecht onder de noemer van (quasi-)inbesteding ontwikkeld. Centraal in deze bijdrage staan de vragen in hoeverre vergelijkbare institutionele excepties ook van toepassing zijn bij de verdeling van schaarse vergunningen en hoe die excepties kunnen worden ingepast in het Unierecht en in het nationale verdelingsrecht.


Mr. drs. R.G.J. Wildemors
Mr. drs. R.G.J. (Roy) Wildemors is als senior jurist werkzaam bij de Kansspelautoriteit en heeft deze bijdrage op persoonlijke titel geschreven.

Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
Prof. mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is hoogleraar Bestuursrecht, Markt & Data aan Tilburg University en tevens als research partner verbonden aan de Kansspelautoriteit. Vanwege deze betrokkenheid wordt in deze bijdrage zo min mogelijk inhoudelijk ingegaan op zaken waarbij de Kansspelautoriteit partij is (geweest).
Telecommunicatie

Een nieuw telecomkader: het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Elektronische communicatie, Telecommunicatie, Radiospectrum, Ex ante regulering, 5G, ACM, Internationaal bellen
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 december 2018 verscheen de nieuwe Richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie in het Publicatieblad. Op diezelfde dag werd ook de nieuwe Berec-verordening gepubliceerd, die ook op 20 december 2018 in werking trad en rechtstreeks toepasselijk is, dus geen omzetting behoeft in de nationale rechtsorde. Veel is vertrouwd en is alleen in een ander jasje gestoken, maar daarnaast zijn er veel detailaanpassingen waarvan het afwachten is wat die gaan betekenen. Hoe dan ook zal dit nieuwe Europese telecomkader tot aanpassingen in de Nederlandse Telecommunicatiewet leiden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de totstandkomingsgeschiedenis van het Europees wetboek en de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen voor de praktijk. Ingegaan wordt op de connectiviteitsdoelstelling en het realiseren van zeer snelle vaste en mobiele netwerken, marktregulering, toegangsverplichtingen, universele diensten, eindgebruikersbescherming, nieuwe tariefregulering voor internationaal bellen en het institutioneel kader.
    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, PbEU 2018, L 321/36 (hierna: de richtlijn).


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is bedrijfsjurist bij KPN en gastdocent bij eLaw.
Staatssteun

De Saneringsclausule

Is een uitzondering op een uitzondering op een fiscaal stelsel algemeen of selectief in de zin van artikel 107 VWEU?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden staatssteun, selectiviteit, insolventie, fiscaal recht, ontvankelijkheid
Auteurs Mr. D. Ninck Blok en Mr. G. van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het op 28 juni 2018 door het Hof van Justitie gewezen arrest in zaak C-203/16 P, Dirk Andres q.q./Commissie is met name interessant vanwege de overwegingen en beslissingen van het Hof van Justitie over de ontvankelijkheid van het door de faillissementscurator ingestelde beroep en over het selectiviteitscriterium voor de toepassing van het verbod op staatssteun. De navolgende bespreking van dit arrest zal met name op deze twee punten ingaan.
    HvJ 28 juni 2018, zaak C-203/16 P, Dirk Andres q.q./Europese Commissie, ECLI:EU:C:2018:505.


Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. G. van der Wal
Mr. G. (Gerard) van der Wal is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.