Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 672 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Mededinging

De ACM leidraad tariefafspraken zzp’ers: de ACM vs. Europees kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden ACM, Kartelverbod, zzp’ers, Tariefafspraken, Leidraad
Auteurs Mr. S. van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de Leidraad tariefafspraken zzp’ers beoogt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) duidelijkheid te scheppen over de verenigbaarheid van zulke afspraken met het mededingingsrecht. Aangezien zzp’ers in de regel worden gezien als onderneming, vallen onderlinge afspraken over prijzen in beginsel onder het kartelverbod. De ACM signaleert de zorg dat zzp’ers door concurrentie onder het bestaansminimum uitkomen. Zij heeft in de Leidraad drie volgens haar toepasselijke uitzonderingen op het kartelverbod geformuleerd. Daarnaast kondigt de ACM aan het kartelverbod niet te zullen handhaven ten aanzien van afspraken die het door het kabinet beoogde minimumloon voor zzp’ers van 16 euro per uur vastleggen. Of dit minimumloon er komt en wat het voor deze toezegging betekent als dit niet het geval is, zal moeten blijken.
    Artikel 6 Mededingingswet en artikel 101 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie


Mr. S. van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat bij Dirkzwager Legal & taks.
Rechtsbescherming

Prejudiciële vragen over de geldigheid van EU-handelingen en effectieve rechtsbescherming: Eurobolt-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden prejudiciële procedure, geldigheid van EU-recht, nationale rechters, loyale samenwerking
Auteurs Dr. U. Jaremba MA LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2019 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Eurobolt BV. Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend door de Hoge Raad in een nationale procedure die door Eurobolt is aangespannen in reactie op de heffing van antidumpingrechten. Dit arrest van het Hof van Justitie is zeer relevant voor het stelsel van rechtsbescherming in de EU in het kader van rechterlijke toetsing van geldigheid van EU-recht. De kernvraag in deze zaak is of een nationale rechter informatie van EU-instellingen kan opvragen om de mogelijke ongeldigheid van een EU-handeling nader te onderzoeken. In deze bijdrage worden de uitspraak van het Hof van Justitie en de gevolgen daarvan voor het functioneren van nationale rechters geëvalueerd in de context van het EU-recht en met name de prejudiciële procedure.
    HvJ 3 juli 2019, zaak C-644/17, ECLI:EU:C:2019:555 (Eurobol BV)


Dr. U. Jaremba MA LLM
Dr. U. (Urszula) Jaremba MA LLM is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Covid-19

Access_open Social distancing voor lidstaten: grenscontroles en vrij verkeer in tijden van covid-19

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Schengen, vrij verkeer personen, EU burgerschap, covid-19, binnengrenzen, Europees Recht
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    De razendsnelle verspreiding van covid-19 binnen de EU leidde ertoe dat lidstaten afzonderlijk een groot aantal maatregelen namen om de verspreiding van het virus in te dammen. Deze vormden een belangrijke beperking van het vrij reizen binnen de EU, als ook van de mogelijkheden om van buiten Europa in te reizen. In deze bijdrage verkennen wij het (ontbreken van een) juridisch kader op EU-niveau voor de herinvoering van controles aan de binnengrenzen en het verbieden van niet-essentiële reizen op grond van de volksgezondheid.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is Universitair Docent Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is hoogleraar Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Leiden.
Covid-19

Access_open De covid-19-maatregelen van de EU: buigen of barsten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, covid-19, interne markt, volksgezondheid, mededinging
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het uitbreken van de covid-19-crisis heeft de Europese Unie zich schrap gezet om de gevolgen van de pandemie te beteugelen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de initiatieven die tot dusverre zijn genomen. In eerste instantie betreft het maatregelen om de directe gevolgen voor de volksgezondheid te bestrijden en de integriteit van de interne markt te waarborgen. Ondertussen wordt ook aan herstelmaatregelen gewerkt voor het weer aan de gang krijgen van de economie. Wat zijn de gevolgen van corona voor de interne markt en de toekomst van de Unie?


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. (Harrie) Temmink is plv. afdelingshoofd van de unit ‘Intellectuele Eigendom’, DG GROW, Europese Commissie. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel geschreven.
Asiel en migratie

Menselijke waardigheid en een waardige levensstandaard; de uitspraak van het Hof van Justitie inzake Zubair Haqbin

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden opvang, asiel, menselijke waardigheid, rechten van het kind
Auteurs Prof. mr. A.B. Terlouw en Mr. dr. K.M. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2013/33/EU (de Opvangrichtlijn) regelt welke opvangvoorzieningen aan asielzoekers moeten worden verstrekt en ook hun rechten op documenten, onderwijs en toegang tot de arbeidsmarkt en gezondheidszorg. In de uitspraak HvJ 12 november 2019, zaak C-233/18 inzake Zubair Haqbin oordeelt het Hof van Justitie dat de intrekking – al was het maar tijdelijk – van alle materiële opvangvoorzieningen of van de materiële opvangvoorzieningen die betrekking hebben op huisvesting, voeding of kleding, onverenigbaar is met de verplichting om ervoor te zorgen dat Haqbin een waardige levensstandaard geniet. Een dergelijke sanctie ontneemt hem immers de mogelijkheid om te voorzien in zijn meest elementaire behoeften.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-233/18, ECLI:EU:C:2019:956 (Zubair Haqbin/Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers, België)


Prof. mr. A.B. Terlouw
Prof. mr. A.B. (Ashley) Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. K.M. Zwaan
Mr. dr. K.M. (Karin) Zwaan is universitair hoofddocent migratierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Digitale markten

Access_open De Richtlijn elektronische handel en de platformeconomie

Noot bij HvJ 19 december 2019, zaak C-390/18, ECLI:EU:C:2019:1112 (Airbnb Ireland)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden online platformen, vrij verkeer van diensten, aansprakelijkheid, Digital Single Market
Auteurs Prof. dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Airbnb Ireland geeft aanleiding tot een herbezinning op de Richtlijn elektronische handel. Deze richtlijn uit 2000 lijkt onvoldoende toegerust om het hoofd te bieden aan de complexe problemen die ontstaan door de groeiende aanwezigheid van grote online platformen op Europese consumentenmarkten. Deze noot bespreekt de kwalificatie van platformdiensten als ‘dienst van de informatiemaatschappij’ en de daaraan gekoppelde regels voor aansprakelijkheid en mogelijke beperkingen van het vrij verkeer van diensten door nationale regelgeving.
    HvJ EU zaak C-390/18, Airbnb Ireland, ECLI:EU:C:2019:1112


Prof. dr. V. Mak
Prof. dr. V. (Vanessa) Mak M.Jur is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Vrij verkeer

Grondrechtenbescherming in het Nederlandse en Europese auteursrecht na Spiegel Online, Funke Medien en Pelham

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden auteursrecht, grondrechten, Auteursrechtrichtlijn, excepties, informatievrijheid
Auteurs T. Snijders en S. van Deursen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraken spreekt het Hof van Justitie zich uit over de mogelijkheid van excepties op de exclusieve rechten van auteurs buiten de uitputtende lijst met excepties die is opgenomen in de Auteursrechtrichtlijn. Ook laat het Hof van Justitie zich opnieuw uit over de rol van grondrechten bij de interpretatie van de bestaande excepties. Deze uitspraken worden in breder perspectief geplaatst door daarnaast de benadering van het EHRM te bespreken. Tot slot worden de implicaties van deze dynamische Europese rechtsorde voor de Nederlandse praktijk besproken.
    HvJ 29 juli 2019, zaak C-516/17, ECLI:EU:C:2019:625 (Spiegel Online); HvJ 29 juli 2019, zaak C-469/17, ECLI:EU:C:2019:623 (Funke Medien NRW); HvJ 29 juli 2019, zaak C-467/17, ECLI:EU:C:2019:624 (Pelham)


T. Snijders
T. (Thom) Snijders volgt de master Legal Research aan de Universiteit Utrecht

S. van Deursen
Mr. S. (Stijn) van Deursen is als promovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Milieu

Finse wolvenjacht: deur op een kier voor ‘ecodictie’ in het Europese natuurbeschermingsrecht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden Habitatrichtlijn, natuurbescherming, wolven, jacht, gunstige staat van instandhouding
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest over het Finse vergunningsbeleid voor de jacht op wolven geeft het Hof van Justitie uitleg over de betekenis en reikwijdte van een aantal omstreden bepalingen van de Habitatrichtlijn. De twee belangrijkste vragen betreffen (a) of het toegestaan is om vergunning voor jacht te verlenen om meer acceptatie voor grote roofdieren te bewerkstelligen bij de lokale bevolking en (b) op welk bestuursniveau (lokaal, nationaal, biografisch, grensoverschrijdend) de zogenoemde eis van ‘gunstige staat van instandhouding’ voor beschermde soorten moet worden bereikt. Daarnaast benadrukt het Hof van Justitie net als in andere recente arresten het belang van wetenschappelijk bewijs en de prominente rol van het voorzorgbeginsel. Met de vestiging van het eerste Nederlandse wolvenroedel in eeuwen kan de eerste vraag ook zeker relevant geworden voor Nederland. Het antwoord op de tweede vraag is voor Nederland – met zijn gefragmenteerde grondgebied en vele kleine populaties beschermde soorten – zelfs van fundamenteel belang. Het Hof van Justitie geeft meer duidelijkheid maar laat tegelijkertijd nog wel vragen open.
    HvJ 10 oktober 2019, zaak C-674/17, ECLI:EU:C:2019:851 (Luonnonsuojeluyhdistys Tapiola)


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. (Floor) Fleurke is universitair hoofddocent bij de vakgroep Public Law and Governance van Tilburg Law School.

Mr. dr. A. Trouwborst
Mr. dr. A. (Arie) Trouwborst is universitair hoofddocent bij de vakgroep Public Law and Governance van Tilburg Law School.
Consumenten

Modernisering van het Europese consumentenrecht: meer vlees op het bot (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden handhaving, online marktplaatsen, informatieplichten, dynamic pricing, bedenktijd
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel en de in de vorige aflevering van dit tijdschrift opgenomen bijdrage bespreek ik de vraag of de Moderniseringsrichtlijn in haar uiteindelijke vorm de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt van modernisering en verbetering van de handhaving van het consumenten-acquis. In het eerste deel van deze bijdrage heb ik mij daartoe gericht op de individuele en publiekrechtelijke handhaving van het consumentenrecht en op dynamic pricing en informatieverplichtingen voor online marktplaatsen. In dit tweede en laatste deel bespreek ik de vraag met wie de consument nu eigenlijk contracteert als de overeenkomst via een online marktplaats wordt gesloten, behandel ik kort enkele vereenvoudigingen voor handelaren en ga ik in op de herziene regels voor de bedenktijd van consumenten. In de conclusie wordt de vraag of de Moderniseringsrichtlijn de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt, beantwoord.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018) 185 final;

    • Tekst politiek akkoord richtlijnvoorstel van 29 maart 2019, Openbaar register van Raadsdocumenten, Interinstitutioneel dossier 2018/0090(COD), nummer document: ST 8021 2019 INIT.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Strafrecht

Het Unierecht komt eraan in strafzaken: bewijsuitsluiting verplicht bij Handvest-schending?

Bespreking van het arrest Dzivev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden strafrecht, werkingssfeer Unierecht, Handvest grondrechten, bewijsuitsluiting
Auteurs Mr. S.J. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van de Europese Unie is lange tijd weinig populair geweest onder strafrechtadvocaten. Het was abstract, moeilijk te vinden, en betrof voornamelijk economische verhoudingen. In commune strafzaken vielen er nauwelijks verweren aan te ontlenen. Het Unierecht begint echter steeds relevanter te worden voor de algemene strafrechtspraktijk. In het arrest van 17 januari 2019 inzake Dzivev e.a./Bulgarije accepteerde het Hof van Justitie de uitsluiting van onrechtmatig verkregen tapgesprekken van de bewijsvoering. Betekent dit dat bewijsuitsluiting soms ook verplicht is, zoals sommigen beweren? Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse strafrechtpraktijk. Een bespiegeling naar aanleiding van het arrest.
    HvJ 17 januari 2019, zaak C-310/16, Dzivev e.a./Bulgarije, ECLI:EU:C:2019:30


Mr. S.J. van der Woude
Mr. S.J. (Simon) van der Woude is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.

    Op 29 juli 2018 trad Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018, betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen, in werking. Zoals de titel doet vermoeden stelt deze richtlijn voorschriften vast voor een gemeenschappelijk kader om voorafgaand aan de invoering van nieuwe of de wijziging van bestaande reglementering van beroepen, de evenredigheid van die bepalingen te beoordelen. De lidstaten dienen de richtlijn uiterlijk op 30 juli 2020 te hebben omgezet.
    In deze bijdrage bespreek ik de richtlijn en haar invloed op de reglementering van beroepen binnen de Europese Unie. Daarbij komt allereerst de totstandkomingsgeschiedenis aan bod. Vervolgens zal ik ingaan op de inhoud van de richtlijn, onder verwijzing naar (inmiddels) vaste rechtspraak van het Hof van Justitie en neem ik een voorschot op haar implementatie in de Nederlandse wetgeving. Ik eindig deze bijdrage met enkele afsluitende opmerkingen.
    Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen, PbEU 2018, L 173/25.


Mr. T.J. Binder
Mr. T.J. (Tom) Binder is advocaat bij AKD Benelux Lawyers.
Digitale markten

De ‘filterverplichting’ uit de nieuwe Auteursrechtrichtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden auteursrecht, platforms, internet, Europese Unie/EU, filter
Auteurs Mr. J.G. Reus
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kan weinigen zijn ontgaan: op 15 april 2019 is de Richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt aangenomen (DSM-richtlijn). De DSM-richtlijn moet op 7 juni 2021 zijn omgezet in nationaal recht. Hoewel de richtlijn raakt aan allerlei onderwerpen op het gebied van het auteurs- en naburige recht in de ‘digitale markt’ (lees: op internet), hebben vooral de nieuwe regels over de value gap buitengewoon veel aandacht gekregen in de media. Met de value gap wordt kort gezegd het gat bedoeld tussen de winsten die internettussenpersonen zoals zoekmachines en platforms opstrijken en de inkomsten die de makers van de content (de auteurs) ervan terugzien. Om rechthebbenden tegemoet te komen bij de exploitatie van werken op internet, in een poging die ‘gap’ terug te dringen, bevat de richtlijn een controversieel artikel gericht op internetplatforms. Het artikel stond lange tijd bekend als ‘artikel 13’. In de definitieve versie van de DSM-richtlijn is dit artikel 17 geworden. Het is dit artikel waar ik in deze bijdrage op wil inzoomen, en dan met name op de elementen van die bepaling die als een ‘filterverplichting’ zouden kunnen worden aangemerkt – een veelgehoord punt van kritiek, dan wel zorg.
    Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG, PbEU 2019, L 130/92.


Mr. J.G. Reus
Mr. J.G. (Jurre) Reus is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Consumenten

Toezicht en handhaving van Europees voedselveiligheidsrecht door de NVWA; de Nieuwe Controleverordening (EU) 2017/625

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden Awb, Warenwet, Levensmiddelen, Toezicht en handhaving, Verordening (EU) 2017/625
Auteurs Mr. S.A. Gawronski
SamenvattingAuteursinformatie

    Ambtenaren van de NVWA houden toezicht op de naleving van het Europese en nationale voedselveiligheidsrecht. De bevoegdheden daartoe ontlenen zij aan de Algemene wet bestuursrecht en de Warenwet. Op 14 december 2019 is EU-Verordening (EU) 2017/625 inzake deze officiële controles van toepassing geworden. Deze verordening gaat ook in op onderwerpen die niet (afdoende) zijn geregeld in het nationale recht. Dit artikel laat zien hoe het toezicht van voedselveiligheidsrecht is geregeld in de context van de nieuwe Verordening (EU) 2017/625 inzake officiële controles en toont de impact op het bestuursrecht op drie onderwerpen: de mystery shopper, risicogeoriënteerd toezicht en verplichte handhaving.
    Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen (…), PbEU 2017, L 95/1.


Mr. S.A. Gawronski
Mr. S.A. (Silvia) Gawronski M.Jur. is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam en gespecialiseerd in het bestuursrecht, met name op het gebied van Quality, Health, Safety & Environment (QHSE), Voedsel & Waren en Toezicht & Handhaving.
Consumenten

Access_open Nieuwe regels voor de consumentenkoop en overeenkomsten met betrekking tot digitale inhoud

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden consumentenbescherming, consumentenkoop, digitale inhoud
Auteurs Mr. dr. M.Y. Schaub
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage belicht enkele aspecten van twee nieuwe richtlijnen op het terrein van consumentenbescherming, te weten Richtlijn (EU) 2019/770 (Richtlijn digitale inhoud) en Richtlijn (EU) 2019/771 (nieuwe Richtlijn consumentenkoop). Deze richtlijnen voorzien onder meer in regels die specifiek zijn toegesneden op digitale producten en goederen met digitale elementen.

    • Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten, PbEU 2019, L 136/1-27;

    • Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG, PbEU 2019, L 136/28-50.


Mr. dr. M.Y. Schaub
Mr. dr. M.Y. (Martien) Schaub is universitair docent Transnational Legal Studies aan de VU Amsterdam.
Asiel en migratie

In beroep tegen visumweigering: een bespreking van het Hof van Justitie-arrest Vethanayagam

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden visa, visumcode, effectieve rechterlijke toetsing, mensenrechten, Schengen
Auteurs Dr. M.A.K. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de uitspraak Vethanayagam oordeelt het Hof van Justitie dat een vreemdeling alleen beroep in kan stellen tegen de weigering van een visum in de staat die op grond van een bilaterale vertegenwoordigingsregeling ertoe is gemachtigd om een beslissing te nemen op de visumaanvraag. Dit levert volgens het Hof van Justitie geen spanning op met het recht op effectieve rechterlijke bescherming. In de onderhavige zaak konden de betrokken vreemdelingen in beroep gaan tegen de visumweigering in Zwitserland. In deze bespreking wordt ingegaan op praktische aspecten die afbreuk kunnen doen aan de doeltreffendheid van effectieve rechterlijke toetsing door de vertegenwoordigende lidstaat en de positie van Zwitserland als niet-EU-lidstaat.
    HvJ 29 juli 2019, zaak C-680/17, ECLI:EU:C:2019:627, JV 2019/158, m.nt. Boeles (Vethanayagam e.a.)


Dr. M.A.K. Klaassen
Dr. M.A.K (Mark) Klaassen is universitair docent bij het Europa Instituut, Universiteit Leiden.
Vrij verkeer

Nieuwe impulsen voor het vrije goederenverkeer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden interne markt, harmonisatie, markttoezicht, wederzijdse erkenning
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het functioneren van de interne markt kent een aantal problemen die twee recente verordeningen – nrs. 2019/515 en 2019/1020 – proberen te verhelpen. De eerste verordening schoeit het markttoezicht op de conformiteit van producten die onderwerp zijn van op unieniveau geharmoniseerde normen op een nieuwe leest. De andere verordening introduceert een aantal procedures om de wederzijdse erkenning van niet-geharmoniseerde voorschriften van de lidstaten in de praktijk beter te laten werken. De onderhavige bijdrage geeft een overzicht van de belangrijkste bepalingen van de verordeningen.
    Verordening (EU) 2019/515 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 764/2008, PbEU 2019, L 91/1 en Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011, PbEU 2019, L 169/1


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Externe betrekkingen

Een steun in de rug voor het investeringsbeleid van de Commissie: Advies 1/17 (CETA)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden advies 1/17, internationaal investeringsrecht, autonomie van de rechtsorde van de EU, geschillenbeslechting, advies 2/13, ISDS-systeem
Auteurs Dr. L.J. Ankersmit
SamenvattingAuteursinformatie

    In Advies 1/17 oordeelt het Hof van Justitie dat het geschillenbeslechtingsmechanisme tussen investeerders en staten (hierna: het ‘ISDS-systeem’) in de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada en de EU (CETA) verenigbaar is met de Verdragen. Het advies was aangevraagd door de Belgische regering op verzoek van de Waalse regering. In het Advies gaat het Hof van Justitie in op drie aspecten van het adviesverzoek van de Belgische regering over de verenigbaarheid van het ISDS-systeem met de Verdragen: de autonomie van de rechtsorde van de Unie, het beginsel van gelijke behandeling en het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Advies 1/17 is vooral opvallend omdat het minder strikt is dan voorgaande rechtspraak van het Hof van Justitie over externe controlemechanismen in internationale verdragen en doordat het Hof van Justitie zich mengt in de discussie over de impact van het ISDS-systeem op het democratische besluitvormingsproces binnen de EU.
    HvJ 30 april 2019, A-1/17, ECLI:EU:C:2019:341 (CETA)


Dr. L.J. Ankersmit
Dr. L.J. (Laurens) Ankersmit is universitair docent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Overheidsaanbestedingen

PSO-verordening in de openbaar vervoerregelgeving: een lex specialis of juist niet?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden PSO-verordening, openbaar vervoer, aanbesteding, concessie
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mr. F.E. ten Hove
SamenvattingAuteursinformatie

    De PSO-verordening brengt sinds de inwerkingtreding op 3 december 2009 het specifieke karakter van het openbaar personenvervoer ten opzichte van andersoortige overheidsopdrachten tot uitdrukking. Dat heeft geleid tot rechtspraak van het Hof van Justitie over de verhouding van de PSO-verordening met de algemene aanbestedingsregelgeving. In deze bijdrage belichten wij de verschillende regelgeving die op de aanbesteding van openbaar busvervoer van toepassing is. Die regelgeving is ingewikkeld en bevestigt onze veronderstelling dat de positie van het openbaar vervoer binnen het aanbestedingsrecht een bijzondere plaats inneemt.
    HvJ 21 maart 2019, gevoegde zaken C-26617 en C-267/17, ECLI:EU:C:2019:241 (Rhein-Sieg-Kreis/Verkehrsbetrieb Hüttebräucker GmbH en BVR Busverkehr Rheinland GmbH en Rhenus Veniro GmbH & Co. KG/Kreis Heinsberg)
    HvJ 8 mei 2019, zaak C-253/18, ECLI:EU:C:2019:386 (Stadt Euskirchen/Rhenus Veniro GmbH & Co. KG)


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren is advocaat bij Stibbe.

Mr. F.E. ten Hove
Mr. F.E. (Frédérique) ten Hove is advocaat bij Stibbe.
Toont 1 - 20 van 672 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 33 34
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.