Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 652 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Asiel en migratie

Access_open A rose by any other name: het Hof van Justitie stelt grenzen aan controles binnen het Schengengebied

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Schengengrenscode, vervoerderssancties, politiecontroles, grenscontroles
Auteurs Dr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    In Touring Tours oordeelt het Hof van Justitie dat de verplichting tot het controleren van de verblijfsstatus van internationale buspassagiers binnen het Schengengebied geschaard kan worden onder het begrip (politie)controles binnen het Schengengebied. Hoewel deze in principe zijn toegestaan onder de Schengengrenscode, hebben de controles in casu een effect dat gelijk is aan controles aan de binnengrenzen en zijn daarom in strijd met het Unierecht. Dit artikel plaatst vraagtekens bij de keuze van het Hof van Justitie om de controles aan te merken als politiecontroles en plaatst het arrest in de bredere context van de spanning tussen mobiliteit en veiligheid in de nasleep van de vluchtelingencrisis.
    HvJ 13 december 2018, gevoegde zaken C-412/17 en C-474/17, Touring Tours en Sociedad de Transportes, ECLI:EU:C:2018:1005.


Dr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is universitair hoofddocent Europees Recht verbonden aan het Europa Instituut van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Hij is tevens Jean Monnet Professor op het gebied van Mobiliteit en Veiligheid in Europe (MOSE).
Vrij verkeer

Het arrest Tjebbes: de evenredigheidstoets als complexe brug tussen nationaliteitswetgeving en Unieburgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Unieburgerschap, artikel 20 VWEU, intrekking van nationaliteit, bevoegdheidsverdeling, evenredigheidstoets, beroeps- en familieleven in de EU
Auteurs Prof. dr. P. Van Elsuwege en H.H.C. Kroeze LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Tjebbes gaat over de verenigbaarheid van een Nederlandse regeling met het Unierecht op grond waarvan tien jaar verblijf in een derde land het van rechtswege verlies van het Nederlanderschap met zich meebrengt voor Nederlanders die nog een tweede nationaliteit hebben. De zaak is daarmee een vervolg op het arrest Rottmann, waarin het Hof van Justitie bepaalde dat intrekking van de nationaliteit van de lidstaten in overeenstemming moet zijn met het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel. In Tjebbes vraagt de Raad van State of die Europeesrechtelijke evenredigheidstoets met zich meebrengt dat de gevolgen in het individuele geval moeten worden getoetst, of dat het voldoende is dat er een evenredigheidstoets in abstracto in het beleid verdisconteerd is. Anders dan advocaat-generaal Mengozzi oordeelt het Hof van Justitie dat incidenteel een geconcretiseerde evenredigheidstoets plaats moet kunnen vinden, ‘vanuit het oogpunt van het Unierecht’, wat betekent dat het effect van het verlies van de nationaliteit op het beroeps- en gezinsleven van de betrokkene meegewogen moet worden. Deze bijdrage evalueert deze uitspraak vanuit het perspectief van de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten. Daarnaast wordt ingegaan op de beperktheid van de Unierechtelijke evenredigheidstoets zoals die in dit arrest geformuleerd wordt en worden enkele mogelijke implicaties voor de rechtspraktijk besproken.
    HvJ 12 maart 2019, zaak C-221/17, Tjebbes e.a./Minister van Buitenlandse Zaken, ECLI:EU:C:2019:189


Prof. dr. P. Van Elsuwege
Prof. dr. P. (Peter) Van Elsuwege is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.

H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.
Strafrecht

De uitleg van het begrip rechterlijke autoriteit bij de uitvaardiging van een Europees arrestatiebevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden rechterlijke autoriteit, Europees arrestatiebevel, onafhankelijkheid officier van justitie, overlevering, rechter-commissaris
Auteurs Mr. dr. J.W. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie bij prejudiciële beslissing in drie zaken een uitspraak gedaan over de uitleg van het begrip ‘rechterlijke autoriteit’ in verband met het uitvaardigen van een Europees arrestatiebevel. Met een rechterlijke autoriteit wordt volgens het Hof van Justitie niet bedoeld het openbaar ministerie van een lidstaat dat niet onafhankelijk is van de uitvoerende macht, met name de minister van Justitie. Dit betekent dat in Nederland de Overleveringswet moet worden gewijzigd in de zin dat het uitvaardigen van een EAB voortaan is voorbehouden aan een rechterlijke autoriteit. Ook de Rechtbank Amsterdam moet zich beraden op de behandeling van lopende verzoeken tot overlevering afkomstig van niet-rechterlijke autoriteiten van andere lidstaten.
    HvJ 27 mei 2019, gevoegde zaken C-508/18 en C-82/19 PPU, OG en PI, ECLI:EU:C:2019:456 en HvJ 27 mei 2019, zaak C-509/18, Minister for Justice and Equality/PF, ECLI:EU:C:2019:457.


Mr. dr. J.W. van der Hulst
Mr. dr. J.W. (Jaap) van der Hulst is universitair docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Rechtsbescherming

Rechtstreekse horizontale werking van grondrechten van de Europese Unie

De lessen uit Egenberger, Bauer en Cresco Investigation

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden EU-grondrechten, Handvest van de Grondrechten, algemene beginselen van EU-recht, non-discriminatie, recht op jaarlijkse betaalde vakantie
Auteurs Mr. dr. A. Eleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in de arresten Egenberger, IR, Bauer, Max-Planck en Cresco Investigation) expliciet horizontale werking toegekend aan het in het Handvest neergelegde verbod van discriminatie op grond van godsdienst en het grondrecht op een jaarlijkse betaalde vakantie. Deze bijdrage concludeert dat het Hof van Justitie de deur heeft opengezet voor rechtstreekse werking van ‘dwingende’ en ‘onvoorwaardelijke’ Handvestbepalingen in relaties tussen particulieren, waarbij het niet is uitgesloten dat deze Handvestbepalingen als zelfstandige toetsingsmaatstaf dienen voor zuiver particulier handelen.

    • HvJ 17 april 2018, zaak C-414/16, Egenberger, ECLI:EU:C:2018:257.

    • HvJ 6 november 2018, gevoegde zaken C-569/16 en C-570/16, Bauer, ECLI:EU:C:2018:871.

    • HvJ 22 januari 2019, zaak C-193/17, Cresco Investigation, ECLI:EU:C:2019:43.


Mr. dr. A. Eleveld
Mr. dr. A. (Anja) Eleveld is als universitair docent Sociaal Recht verbonden aan de Vrije Universiteit
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Rechtsbescherming

Access_open Het particulier beroep tot nietigverklaring en het Montessori-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Montessori-arrest, particulier beroep, nietigverklaring, regelgevende handelingen
Auteurs Prof. mr. R. Barents
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het Verdrag van Lissabon (2009) is in de vierde alinea van artikel 263 VWEU een derde zinsnede ingevoegd, op grond waarvan een particulier beroep kan instellen tegen ‘regelgevingshandelingen die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen’. In het op 6 november 2018 gewezen arrest in de gevoegde zaken C-622/16 t/m C-624/16 P, Montessori e.a./Commissie e.a., ECLI:EU:C:2018:873 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het begrip ‘regelgevingshandeling’ betrekking heeft op ‘alle niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking’. Daaronder vallen ook besluiten van de Commissie over nationale steunregelingen. Met dit arrest is een bijna tien jaar durende zoektocht naar de strekking van dit begrip voorlopig afgesloten. In deze bijdrage worden de achtergronden en gevolgen van deze uitspraak nader toegelicht.
    HvJ 6 november 2018, gevoegde zaken C-622/16 t/m C-624/16 P, Montessori e.a./Commissie e.a., ECLI:EU:C:2018:873.


Prof. mr. R. Barents
Prof. mr. R. (René) Barents is rechter in het Gerecht van de EU.
Asiel en migratie

Integratie in het EU-migratierecht; uniformiteit of maatwerk?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden inburgering, verblijfsrechten, objectieve rechtvaardigingsgrond, evenredigheidsbeginsel
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest C en A is het derde arrest waarin het Hof van Justitie oordeelt over de bevoegdheid van lidstaten om integratievoorwaarden te stellen. Het uitgangspunt, dat kennis van de taal en de samenleving bijdraagt aan de integratie van vreemdelingen in hun gastlidstaat, wordt bevestigd. Dit is ook het geval voor de invulling van de beoordelingsruimte die lidstaten genieten in de uitvoering van deze bevoegdheid; integratievoorwaarden mogen geen selectiemiddel zijn. Integratie komen we ook tegen in de rechtspraak van het Hof van Justitie als doel van een wetgevingsmaatregel dat bepalend is voor de uitleg van rechten in die wetgevingsmaatregel en als objectieve rechtvaardigingsgrond in de context van de stand still-bepalingen in het Associatierecht EEG-Turkije. Zijn de rechtsregels in deze ‘integratierechtspraak’ onderling inwisselbaar, of is de invulling van het begrip integratie afhankelijk van de juridische context waarin het wordt gebruikt? De aanleiding voor deze bijdrage zijn de recente uitspraken van het Hof van Justitie in de zaken C en A en Yön. Om deze onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden worden deze arresten ingebed in de eerdere arresten van het Hof van Justitie over integratie.
    HvJ 7 augustus 2018, zaak C-123/17, Nefiye Yön/Landeshauptstadt Stuttgart, ECLI:EU:C:2018:632 en HvJ 7 november 2018, zaak C-257/17, C en A/Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, ECLI:EU:C:2018:876


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan Tilburg University en is vaste medewerker van dit tijdschrift.
Vrij verkeer

Inbesteding bij schaarse vergunningen?

Institutionele excepties op de transparantieverplichting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden vrij verkeer, schaarse vergunningen, gelijkheidsbeginsel, transparantieverplichting, (quasi-)inbesteding
Auteurs Mr. drs. R.G.J. Wildemors en Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van schaarse vergunningen moet de overheid in beginsel mededingingsruimte voor potentiële gegadigden creëren. Op deze mededingingsplicht zijn echter uitzonderingen denkbaar die onderhandse vergunningverlening rechtvaardigen. Een van die uitzonderingen is van institutionele aard en richt zich op de bijzondere relatie tussen de vergunningverlener en de vergunninghouder. Deze uitzonderingscategorie is aanvankelijk in het aanbestedingsrecht onder de noemer van (quasi-)inbesteding ontwikkeld. Centraal in deze bijdrage staan de vragen in hoeverre vergelijkbare institutionele excepties ook van toepassing zijn bij de verdeling van schaarse vergunningen en hoe die excepties kunnen worden ingepast in het Unierecht en in het nationale verdelingsrecht.


Mr. drs. R.G.J. Wildemors
Mr. drs. R.G.J. (Roy) Wildemors is als senior jurist werkzaam bij de Kansspelautoriteit en heeft deze bijdrage op persoonlijke titel geschreven.

Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
Prof. mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is hoogleraar Bestuursrecht, Markt & Data aan Tilburg University en tevens als research partner verbonden aan de Kansspelautoriteit. Vanwege deze betrokkenheid wordt in deze bijdrage zo min mogelijk inhoudelijk ingegaan op zaken waarbij de Kansspelautoriteit partij is (geweest).
Vrij verkeer

Een overwinning voor vrijverkeersrechten van regenboogfamilies in Europa: het langverwachte Coman-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden vrij verkeer van Unieburgers, artikel 21 VWEU, koppels van hetzelfde geslacht, Burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG, recht op familieleven (art. 7 Handvest)
Auteurs H.H.C. Kroeze LL.M. en B. Safradin LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In Coman heeft het Hof van Justitie voor het eerst uitspraak gedaan over het recht op gezinshereniging van een EU-burger met zijn partner van hetzelfde geslacht op basis van de Burgerschapsrichtlijn (Richtlijn 2004/38/EG). De vraag van de verwijzende Roemeense rechter heeft betrekking op de kwestie of een derdelander die gehuwd is met een EU-burger van hetzelfde geslacht als ‘echtgenoot’ van een Unieburger in de zin van het EU-recht aangemerkt kan en moet worden. Het Hof van Justitie beantwoordt die vraag bevestigend. Het arrest Coman is een overwinning voor de LHBTI-gemeenschap, omdat het Hof van Justitie met dit arrest lidstaten verplicht de burgerlijke staat van getrouwde homoseksuele koppels te erkennen voor wat betreft de uitoefening van de vrijverkeersrechten. Deze annotatie bespreekt zowel de implicaties als de beperkingen van het arrest. Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk hoe ver de gelijke behandeling van koppels van hetzelfde geslacht strekt en of zij via het EU-recht ook toegang kunnen krijgen tot andere rechten die aan het huwelijk gekoppeld zijn, zoals socialezekerheidsrechten. Daarnaast legt het arrest de kwestie van omgekeerde discriminatie opnieuw bloot.
    HvJ 5 juni 2018, zaak C-676/16, Relu Adrian Coman e.a./Inspectoratul General pentru Imigrari, Ministerul Afacerilor Interne, ECLI:EU:C:2018:385.


H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent.

B. Safradin LL.M.
B. (Barbara) Safradin LL.M. is junior onderzoeker verbonden aan het ETHOS-project en docente Europees recht aan de Universiteit van Utrecht.
Staatssteun

Naar een nieuwe selectiviteitstoets in het staatssteunrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Staatssteun, Selectiviteit, Artikel 107 lid 1 VWEU, Effects based approach, Referentieregeling
Auteurs Mr. dr. A.D.L. Knook
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 10 lid 1 VWEU is slechts sprake van staatssteun indien bepaalde ondernemingen of bepaalde producties worden begunstigd. In de praktijk wordt al snel aangenomen dat aan dit selectiviteitscriterium wordt voldaan. Uit twee ontwikkelingen sinds eind 2016 in de jurisprudentie over dit criterium volgt echter dat deze aanname relativering behoeft. In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag welke gevolgen deze twee ontwikkelingen in de praktijk (kunnen) hebben.

    • HvJ 14 januari 2015, zaak C-518/13, Eventech, ECLI:EU:C:2015:9.

    • HvJ 21 december 2016, zaak C-524/14 P, Lübeck, ECLI:EU:C:2016:971.

    • HvJ 20 december 2017, zaak C-70/16 P, Comunidad Autónoma de Galicia en Retegal/Commissie, ECLI:EU:C:2017:1002.


Mr. dr. A.D.L. Knook
Mr. dr. A.D.L. (Allard) Knook is Partner Staatssteun/EU bij PwC.
Strafrecht

Access_open Brexit en strafrechtelijke samenwerking: de gevolgen van het perspectief van vertrek uit de Unie voor de tenuitvoerlegging van een EAB

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Brexit, strafrechtelijke samenwerking, wederzijds vertrouwen en wederzijdse erkenning, grondrechtenbescherming, Kaderbesluit EAB
Auteurs Mr. dr. M.K. Bulterman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven op grond van artikel 50 lid 2 VEU van het voornemen tot terugtrekking uit de Europese Unie. Welke gevolgen heeft deze kennisgeving voor de beoordeling van een door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk uitgevaardigd Europees Aanhoudingsbevel op grond van Kaderbesluit 2002/584 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten? Op deze vraag geeft het Hof van Justitie een antwoord in het arrest RO van 19 september 2018, dat centraal staat in deze bijdrage.
    HvJ 19 september 2018, zaak C-327/18 PPU, RO, ECLI:EU:C:2018:733


Mr. dr. M.K. Bulterman
Mr. dr. M.K. (Mielle) Bulterman is hoofd van de afdeling Europees recht, Directie Juridische Zaken, van het ministerie van Buitenlandse zaken.
Rechtsbescherming

De ‘space to think’ in de Eurowob na De Capitani en ClientEarth

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Eurowob, toegang tot documenten, transparantie, ‘space to think’, besluitvorming EU
Auteurs Y.C. Bijl LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee recente uitspraken besproken waarin de EU-rechter zich heeft uitgelaten over de vraag of in het kader van de Eurowob een beroep op een ‘space to think’ kan volstaan om een document niet te openbaren. Het concept van de ‘space to think’ zweeft al enige tijd rond in de rechtspraak inzake de Eurowob maar de precieze contouren van het concept en wanneer er een geslaagd beroep op kan worden gedaan zijn niet duidelijk. Deze bijdrage beoogt meer helderheid daarin te brengen.


Y.C. Bijl LLM
Y.C. (Yannick) Bijl LLM is jurist bij de afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Staatssteun

De Saneringsclausule

Is een uitzondering op een uitzondering op een fiscaal stelsel algemeen of selectief in de zin van artikel 107 VWEU?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden staatssteun, selectiviteit, insolventie, fiscaal recht, ontvankelijkheid
Auteurs Mr. D. Ninck Blok en Mr. G. van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het op 28 juni 2018 door het Hof van Justitie gewezen arrest in zaak C-203/16 P, Dirk Andres q.q./Commissie is met name interessant vanwege de overwegingen en beslissingen van het Hof van Justitie over de ontvankelijkheid van het door de faillissementscurator ingestelde beroep en over het selectiviteitscriterium voor de toepassing van het verbod op staatssteun. De navolgende bespreking van dit arrest zal met name op deze twee punten ingaan.
    HvJ 28 juni 2018, zaak C-203/16 P, Dirk Andres q.q./Europese Commissie, ECLI:EU:C:2018:505.


Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. G. van der Wal
Mr. G. (Gerard) van der Wal is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Institutioneel

Brexit. Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie: een moeizaam partnerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, Terugtrekkingsakkoord, toekomstige betrekkingen, Handelsregeling
Auteurs Prof. dr. J.W. de Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de hoofdzaken betreffende het Brexit-dossier. Stilgestaan wordt bij het referendum van 23 juni 2018 en de gang van zaken sinds de kennisgeving van de Britse uittreding op 29 maart 2017. Daarbij komt de stand van zaken in de terugtrekkingsonderhandelingen aan de orde, de Britse voorstellen zoals vervat in het White Paper van juli 2018 en de perspectieven voor oplossingen van de nog uitstaande problemen. Met name de juridisch-institutionele aspecten van de diverse onderwerpen en problemen worden belicht.


Prof. dr. J.W. de Zwaan
Prof. dr. J.W. (Jaap) de Zwaan is em. hoogleraar Recht van de Europese Unie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Consumenten

Oude wijn in nieuwe zakken? Modernisering van het Europese consumentenrecht (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, Fitness check
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
Auteursinformatie

Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

    In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over een aantal actuele vraagstukken inzake het vervoer over de weg. In de zaak Vaditrans gaat het om rijtijden en, in dit geval vooral, rusttijden. In de zaak Commissie/Denemarken gaat het om de voorwaarden waaronder cabotage mag worden verricht. In beide gevallen gaat het om verordeningen die nadere uitvoering behoeven. Beide zaken worden hier in samenhang besproken, mede in het licht van het zogenoemde ‘mobiliteitspakket’.
    HvJ 20 december 2017, zaak C-102/16, Vaditrans, ECLI:EU:C:2017:1012; HvJ 12 april 22018, zaak 541/16, Commissie/Denemarken, ECLI:EU:C:2018:251.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga, hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

    Recentelijk heeft het Hof van Justitie in de zaak Pisciotti opnieuw een oordeel gegeven over uitlevering van een EU-onderdaan naar een derde staat.1xHvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222. Het arrest bouwt voort op eerdere revolutionaire rechtspraak en verduidelijkt de ingezette lijn van het Hof van Justitie. Om die reden is de uitspraak bijzonder interessant. In deze bijdrage bespreek ik het oordeel van het Hof van Justitie in Pisciotti. Vervolgens plaats ik het arrest in de context van eerdere Europese jurisprudentie over uitlevering. Ik bekijk ook welke implicaties de rechtspraak van het Hof van Justitie heeft voor de rechtspraktijk hier te lande.
    HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.

Noten

  • 1 HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.


Mr. A.J. de Vries
Mr. A.J. (Aart) de Vries is promovendus aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 652 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 32 33
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.