Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2012 x
Artikel

Nog geen horizontale rechtstreekse werking van het vrije verkeer van goederen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden artikel 34 VWEU, vrij verkeer van goederen, horizontale werking, normerings- en certificeringsactiviteiten, bijzondere redenen van particulier belang
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en mr. T. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    In brede kring wordt aangenomen dat het vrij verkeer van diensten, werknemers en vestiging onder omstandigheden rechtstreeks doorwerken in horizontale relaties. In de zaak Fra.bo past het Hof van Justitie het leerstuk van de horizontale rechtstreekse werking niet expliciet toe op het vrije goederenverkeer. Zaakspecifiek maakt het Hof van Justitie echter duidelijk dat onder omstandigheden ook een particuliere organisatie als gedaante van ‘publieke macht’ kan worden aangemerkt waarmee haar activiteiten en voorschriften binnen de reikwijdte van het recht betreffende het vrije goederenverkeer vallen. Het Hof van Justitie lijkt hiermee impliciet aan te sluiten bij zijn collectiviteitsredenering inzake het vrij verkeer van diensten, werknemers en de vestigingsvrijheid.


Mr. dr. H.J. van Harten
Herman van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

mr. T. Nauta
Thomas Nauta is werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse zaken en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

    In een bestek van enkele maanden hebben verschillende Europese rechterlijke instanties een aantal belangrijke arresten gewezen over kortingsregelingen en exclusiviteitsovereenkomsten die worden gehanteerd door een onderneming met een machtspositie. Naast een arrest van het Hof van Justitie in een ‘gewone’ administratieve hoger beroepsprocedure tegen een besluit van de Commissie (Tomra1x HvJ EU19 april 2012, zaak C-549/10 P, Prokent/Tomra, n.n.g. ), betreft dit een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA-Hof) (Posten Norge2x EVA-Hof 18 april 2012, E-15/10, Posten Norge/Toezichthoudende Autoriteit EVA. ) en een arrest van het Hof van Justitie in een prejudiciële procedure (Post Danmark3x HvJ EU 27 maart 2012, zaak C-209/10, Post Danmark, n.n.g. ). Dit artikel zal allereerst een samenvatting geven van de verschillende arresten. Vervolgens zullen de arresten kort worden becommentarieerd.

Noten

  • 1 HvJ EU19 april 2012, zaak C-549/10 P, Prokent/Tomra, n.n.g.

  • 2 EVA-Hof 18 april 2012, E-15/10, Posten Norge/Toezichthoudende Autoriteit EVA.

  • 3 HvJ EU 27 maart 2012, zaak C-209/10, Post Danmark, n.n.g.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Een Europees buitenlands aanbestedingsbeleid?

Het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de toegang van derde landen tot de Europese aanbestedingsmarkt.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden overheidsopdrachten, gemeenschappelijke handelspolitiek, interne markt
Auteurs Mr. W.R. Möhlmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2012 heeft de Europese Commissie de Europese wetgever voorgesteld een buitenlands beleid vast te stellen op het gebied van Europese aanbestedingen. De voorgestelde verordening voorziet in een drietal instrumenten die moeten leiden tot een betere toegang van Europese goederen, diensten en bedrijven tot aanbestedingen in derde landen, tot eerlijker concurrentie op de Europese interne markt en tot meer rechtszekerheid. De instrumenten machtigen enerzijds individuele aanbestedende diensten en anderzijds de Commissie om onder specifieke voorwaarden restrictieve maatregelen te treffen als er sprake is van protectionistische maatregelen in derde landen.


Mr. W.R. Möhlmann
Mr. W.R. Möhlmann is werkzaam bij de Europese Commissie, DG Interne markt en diensten, afdeling Internationale dimensie van overheidsopdrachten.
Artikel

Arrest Toshiba: toepassing ne bis in idem-beginsel in kartelzaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden Toshiba, Ne bis in idem, gasgeïsoleerd schakelmateriaal, Artikel 11 Verordening 2003/1/EG
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest betreft prejudiciële vragen gesteld door de regionale rechtbank te Brno, Tsjechië1x Voluit: Krajský soud v Brně. met betrekking tot het gasgeïsoleerd schakelmateriaalkartel. Aan de orde komen de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en nationale mededingingsautoriteiten op grond van Verordening 2003/1/EG en het ne bis in idem-beginsel.

Noten

  • 1 Voluit: Krajský soud v Brně.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.

mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is eveneens advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Artikel

Moeilijker handhaving van op sociale dialoog gebaseerde regulering?

De Raamovereenkomst arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en het Kücük-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden raamovereenkomst, arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, sociale politiek
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Kücük-arrest betreft een griffieassistent die in elf jaar dertien arbeidscontracten voor bepaalde tijd heeft gekregen en toen nog niet in vaste dienst werd genomen. De Raamovereenkomst voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (gebaseerd op art. 139 lid 2 EG-Verdrag, nu art. 155 lid 2 VWEU) beoogt misbruik van dit type contracten tegen te gaan. Welke consequenties vindt het Hof van Justitie dat de Raamovereenkomst in deze zaak moet hebben?


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is werkzaam als hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht. <www.franspennings.org>.
Artikel

Het toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten in de zeevaart

Een commentaar op HvJ EU 15 december 2011, zaak C-384/10, Voogsgeerd/Navimer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden toepasselijk recht/EVO, plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, vestiging van de werkgever, hiërarchie van aanknopingsfactoren, toerekenen van overeenkomst aan bepaald concernonderdeel
Auteurs Prof. dr. A.A.H. van van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het arrest Koelzsch (zaak C-29/10) bevat het onderhavige arrest opnieuw een uitleg van artikel 6 van het Europees Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO). Het Hof van Justitie continueert in belangrijke mate de lijn ingezet in het eerdere arrest. Het belang van deze uitspraak schuilt in (1) de toepassing van de eerder ontwikkelde criteria voor het bepalen van de gewone werkplek op een arbeidsverhouding in de zeevaart en (2) de nadere uitleg die wordt gegeven aan de aanknoping aan de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen.


Prof. dr. A.A.H. van van Hoek
Prof. dr. A.A.H. van Hoek is hoogleraar IPR en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het concessiebegrip in het Commissievoorstel betreffende de gunning van concessieopdrachten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden concessies, aanbestedingen, wezenlijk operationeel risico, uitvoering van werken
Auteurs Mr. K. Roffel en Dr. mr. G.J.J. van den van den Hof
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 december 2011 heeft de Europese Commissie een nieuwe richtlijn over de gunning van concessieopdrachten voorgesteld. In deze bijdrage wordt ingegaan op het huidige Europeesrechtelijke regime voor concessies, in het bijzonder de invulling van het transparantiebeginsel. Daarna worden twee nieuwe elementen in het voorstel geanalyseerd, het ‘wezenlijk operationeel risico’ en de nieuwe definitie voor het begrip ‘uitvoeren van werken’. Geconcludeerd wordt dat de Commissie met deze richtlijn meer helderheid brengt in het op concessies toepasselijke rechtskader, maar dat het Hof van Justitie nog nadere invulling zal moeten geven aan de centrale begrippen.


Mr. K. Roffel
Mr. K. Roffel is aanbestedingsjurist bij Royal HaskoningDHV.

Dr. mr. G.J.J. van den van den Hof
Dr. mr. G.J.J. van den Hof is senior jurist bij Royal HaskoningDHV en lector Gebiedsontwikkeling en Recht bij Saxion Hogescholen.
Artikel

Forward to the Past: de territoriale exploitatie van uitzendrechten na het arrest Premier League

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden voorwaardelijke toegang, vrij verkeer van diensten, absolute gebiedsbescherming, auteursrecht, mededeling aan het publiek
Auteurs Mr. H.M.H. Speyaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Premier League van het HvJ EU komen alle denkbare aspecten van de IE-rechtelijke en technische bescherming van territoriaal geëxploiteerde uitzendrechten aan bod. Daarbij wordt de lezer meegenomen op een reis terug in de tijd, naar golden oldies als Consten/Grundig, Codidel I en Coditel II. Het arrest kan belangrijke gevolgen hebben voor het exploitatiemodel voor uitzendingen van supranationaal belang, zoals opnames van sportevenementen (EK’s en WK’s, Olympische Spelen of, zoals hier, betaald voetbal wedstrijden), films of televisieseries.


Mr. H.M.H. Speyaert
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en vaste medewerker van NTER.
Artikel

(Uit)eindelijk een optioneel instrument voor Europees contractenrecht

De conceptverordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Europees contractenrecht, optioneel instrument, consumentenrecht, kooprecht, wetgeving
Auteurs Dr. C. Jeloschek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met haar voorstel voor een verordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht presenteert de Commissie een autonoom regime van contracten(koop)recht. Dit is een volledig geharmoniseerde set aan regels die bij grensoverschrijdende transacties in plaats van nationale (contracten)rechten kan worden gekozen. Deze bijdrage schetst de reikwijdte van dit voorstel en onderzoekt de toegevoegde waarde ervan. Hoewel deze verordening als een mijlpaal in de ontwikkeling van het Europese consumentenrecht kan worden gezien, is niet zonder meer duidelijk dat de consument hier ook echt beter van wordt. Zo plaatst de auteur enkele kritische kanttekening wat betreft de toepassing en de effecten van dit instrument in de (rechts)praktijk.


Dr. C. Jeloschek
Dr. C. Jeloschek is werkzaam als advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.
Artikel

Een aanval op het Europese emissiehandelsysteem vanuit de lucht

Een bespreking van de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie inzake Richtlijn 2008/101/EG tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden klimaatverandering, emissiehandel, luchtvaart, extra-territoriale werking, milieu
Auteurs Mr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft het onderbrengen van de luchtvaart bij het Europese emissiehandelssysteem (EU EHS) in een prejudiciële beslissing geldig bevonden. De geldigheid van Richtlijn 2008/101/EG tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgassenemissierechten binnen de Europese Unie werd betwist door een aantal Amerikaanse vliegtuigmaatschappijen, die stelden dat de richtlijn in strijd is met internationale verdragen en met het internationale gewoonterecht. De uitkomst van de zaak is van groot belang voor de toekomst van het Europese klimaatbeleid, vooral nu onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord stroef verlopen. Vanuit juridisch perspectief is de zaak bovendien interessant omdat het Hof van Justitie zich heeft moeten uitlaten over de extraterritoriale werking van het EU-recht.


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is universitair docent Europees milieurecht aan de Tilburg Law School.

    Op dit moment houdt de schuldencrisis Europa in zijn greep. Deze heeft genoopt tot een aantal ingrijpende maatregelen. Zo werd het Europees toezichtsraamwerk nader ingevuld en begon de ECB onder het zogenaamde Securities Markets Programme, staatsobligaties op te kopen. Tijdelijke Europese steunfaciliteiten werden opgetuigd en onder een daartoe aangepast EU- Werkingsverdrag werd het Europees Stabilisatie Mechanisme (ESM) als permanente steunfaciliteit in het leven geroepen. Met het oog op een sterkere economische unie werd in amper drie maanden het ‘Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie’ uit de grond gestampt. Onderstaand komen genoemde maatregelen in vogelvlucht aan bod.


Mr. W.H. Bovenschen
Mr. W.H. Bovenschen is jurist institutionele en internationale zaken bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

Menarini en KME: marginale of volle toetsing van mededingingsboetes door de rechter?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden mededinging, boetes, beoordelingsruimte, beleidsvrijheid, ambtshalve toetsing
Auteurs Mr. dr. R. Stijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Menarini heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat de toetsing van mededingingsboetes door de Italiaanse bestuursrechter voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM. Vlak daarna heeft het Hof van Justitie in de zaak KME geoordeeld dat het algemene wettigheidstoezicht tezamen met de volledige rechtsmacht van de unierechter bij door verordeningen bepaalde sancties voldoen aan de eisen van een effectieve rechtsbescherming als thans verankerd in artikel 47 Handvest. De vraag is of deze arresten gevolgen hebben voor de beoordelings- en beleidsruimte van de Europese Commissie of de nationale mededingingsautoriteit.


Mr. dr. R. Stijnen
Mr. dr. R. (Rogier) Stijnen is senior stafjurist bij de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Het arrest Residex: terugvordering moet, nietigverklaring mag

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden steunmaatregel, garantie, nietigheid, terugvordering, doeltreffendheidsbeginsel
Auteurs Mr. drs. J. Montijn en Mr. drs. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recente arrest Residex van het Hof van Justitie geeft inzicht in de maatregelen die de nationale rechterlijke instanties kunnen en moeten treffen indien sprake is van onwettige steun. Deze maatregelen zijn niet altijd eenvoudig in het nationale recht te passen. Ook zijn de maatregelen die op grond van het nationale recht getroffen kunnen worden niet altijd het meest doeltreffend om herstel van de oude situatie te bereiken.


Mr. drs. J. Montijn
Mw. mr. drs. J. Montijn is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).

Mr. drs. N. Saanen
Mw. mr. drs. N. Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

Pas de deux

De wisselwerking tussen Luxemburgse en Straatsburgse jurisprudentie bij de harmonisatie van het asielrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2012
Auteurs Prof. mr. H. Battjes
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2011 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat artikel 3 EVRM overdracht van asielzoekers naar Griekenland verbiedt, in december 2011 concludeert het Hof van Justitie dat hetzelfde geldt voor artikel 4 van het Handvest van Grondrechten voor de EU. Met deze uitspraken leggen beide hoven belangrijke onvolkomenheden in het gemeenschappelijk Europees Asielstelsel bloot. In deze bijdrage wordt het voor beide arresten relevante recht geschetst, en de wisselwerking geanalyseerd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bij de Europese harmonisatie van het asielrecht.


Prof. mr. H. Battjes
Prof. mr. H. Battjes is hoogleraar Europees asielrecht bij de Faculteit rechtsgeleerdheid aan Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Geschillenbeslechting voor consumenten wordt Europees

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden bindend advies, collectieve actie, geschillenbeslechting, klachtenbehandeling, mediation
Auteurs Prof. mr. E. Hondius
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind november 2011 heeft de Europese Commissie een tweetal voorstellen op het gebied van de geschillenbeslechting voor consumenten gepubliceerd. Het betreft een voorstel voor een richtlijn betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen (ADR)1x COM(2011) 793. en een voorstel voor een verordening inzake online beslechting van consumentengeschillen (ODR).2x COM(2011) 794. In deze bijdrage worden de hoofdlijnen van beide voorstellen geschetst, waarbij de nadruk op het richtlijnvoorstel zal liggen. Bij dat voorstel doet zich de vraag voor of ons huidige stelsel van buitengerechtelijke geschillenbeslechting met de voorgestelde regulering verenigbaar is. Dat vergt een uiteenzetting over het huidige Nederlandse stelsel. De geschillenbeslechting in het buitenland blijft in deze bijdrage on(der)belicht. De hier te bespreken voorstellen alsmede de bijbehorende Impact assessment zijn te vinden op de website van de Europese Commissie.3x <ec.europa.eu/consumers/redress_cons/docs/directive_adr_nl.pdf>, <ec.europa.eu/consumers/redress_cons/docs/odr_regulation_nl.pdf> en <ec.europa.eu/consumers/redress_cons/docs/impact_assessment_adr_en.pdf>. Datzelfde geldt voor de voorbereidende studies die de Europese Commissie heeft laten uitvoeren.4x Zie het overzicht bij het voorstel voor de ADR-richtlijn, p. 3. Het ADR-voorstel sluit aan bij de Mededeling van de Commissie Akte voor de interne markt 5x COM(2011) 206 def, <ec.europa.ey/internal_market/smact/docs/20110413-communication_en.pdf>. en het ODR-voorstel bij het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief Digitale agenda voor Europa. 6x COM(2010) 245 def, <ec.europa.eu/information_society/digital-agenda/documents/digital-agenda-communication-en.pdf>.

Noten


Prof. mr. E. Hondius
Prof. mr. E. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht. De auteur is voorzitter van een werkgroep van de SER-commissie voor consumentenaangelegenheden (CCA) die een CCA-advies over de beide voorstellen voorbereidt.
Artikel

Wezenlijke wijzigingen na Europese aanbesteding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden aanbestedingsrecht, wezenlijke wijziging, Pressetext, GPA, modernisering aanbestedingsrichtlijnen
Auteurs Prof. mr. J.M. Hebly en Mr. P. Heijnsbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan in op het leerstuk van de ‘wezenlijke wijziging’. Wordt een Europees aanbestede overeenkomst wezenlijk gewijzigd, dan is sprake van een nieuwe opdracht die (mogelijk) wederom Europees moet worden aanbesteed. Auteurs behandelen het relevante Europese aanbestedingsrecht met daarbij korte uitstapjes naar internationale regelingen. Vervolgens signaleren zij enkele praktisch relevante punten waarop thans rechtsonzekerheid bestaat; voor die punten worden aanbevelingen gedaan.


Prof. mr. J.M. Hebly
Prof. mr. J.M. Hebly is advocaat bij Houthoff Buruma en tevens hoogleraar Bouw- en aanbestedingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. P. Heijnsbroek
Mr. P. Heijnsbroek is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

De Anti-Piraterij Verordening: grenzen aan de maatregelen bij de grens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden intellectuele Eigendom, anti-Piraterij Verordening, ontwikkelingen, recent arrest, commissievoorstel
Auteurs Mr. M.W. Wiegerinck
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het recente arrest van het Hof van Justitie1x HvJ EU 1 december 2011, gevoegde zaken C-446/09, Koninklijke Philips Electronics N.V./Lucheng Meijing Industrial Company c.s. en C-495/09 Nokia Corporations/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs, <B9 10487>. Hierna: ‘arrest in de gevoegde zaken Philips en Nokia’,<B9 10487>. met betrekking tot de vervaardigingsfictie in de Anti-Piraterij Verordening en het voorstel van de Commissie voor een gewijzigde Anti-Piraterij Verordening.2x Europese Commissie, Brussel 24 mei 2011, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, COM (2011) 285 definitief.
    * Mr. M.W. Wiegerinck
    Met dit arrest komt een einde aan het gebruik van dit slagvaardige instrument in de strijd tegen namaak transitogoederen. Bezien wordt wat de laatste stand van zaken is en of het voorstel een alternatief biedt.

Noten

  • 1 HvJ EU 1 december 2011, gevoegde zaken C-446/09, Koninklijke Philips Electronics N.V./Lucheng Meijing Industrial Company c.s. en C-495/09 Nokia Corporations/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs, <B9 10487>. Hierna: ‘arrest in de gevoegde zaken Philips en Nokia’,<B9 10487>.

  • 2 Europese Commissie, Brussel 24 mei 2011, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, COM (2011) 285 definitief.
    * Mr. M.W. Wiegerinck


Mr. M.W. Wiegerinck
Mr. M.W. Wiegerinck is advocaat te Amsterdam bij Arnold + Siedsma.
Artikel

Brüstle: embryonale fout met grote gevolgen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden menselijke embryo’s, octrooieerbaarheid, richtlijn 98/44/EG, artikel 6 lid 2 onder c, menselijke waardigheid
Auteurs Prof. mr. H. Somsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/44/EG verplicht lidstaten biotechnologische uitvindingen door middel van het octrooirecht te beschermen. De octrooieerbaarheid van dergelijke uitvindingen is echter controversieel. Allereerst zijn de traditionele vereisten voor het verkrijgen van een octrooi (nieuw, inventieve stap, industrieel toepasbaar) slechts moeizaam verenigbaar met biologisch materiaal dat doorgaans in de natuur al voorhanden is. Daarnaast bestaan ethische en morele bezwaren tegen zowel het idee als zodanig dat (menselijke) levende materie het onderwerp zou kunnen zijn van eigendomsrechten, als tegen de gevolgen van dergelijke octrooien. Tot die laatste categorie behoort ook het gebruik en dus vernietiging van menselijke embryo’s voor industriële doeleinden.Om tegemoet te komen aan dergelijke bezwaren bepaalt de richtlijn in artikel 6 lid 1 dat uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie strijdig zou zijn met de openbare orde of met de goede zeden van octrooieerbaarheid worden uitgesloten. Lid 2 maakt onder (c) duidelijk dat hieronder in ieder geval het gebruik van menselijke embryo’s voor industriële of commerciële doeleinden moet worden verstaan.In zaak C-34/10, Brüstle/Greenpeace, heeft het Hof van Justitie zich moeten uitlaten over de betekenis van het begrip ‘menselijk embryo’. Het antwoord op die vraag bepaalt de reikwijdte van de ethische uitzondering van artikel 6 lid 2 onder c, en daarmee wellicht de verdere ontwikkeling van stamceltherapie, waarbij door middel van het gebruik van embryo’s geneesmethodes worden ontwikkeld voor neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson.


Prof. mr. H. Somsen
Prof. mr. H. Somsen is hoogleraar Europees Recht aan de Tilburg Law School.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.