Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2015 x
Artikel

Timab Industries S.A.: eerste ‘hybride zaak’ doorstaat eerste rechterlijke toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Schikking, Verordening (EG) nr. 622/2008, hybride procedure, alternatieve handhaving
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. drs. M.W.J. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht heeft in het arrest Timab Industries en Compagnie Financière et de participations Roullier (Timab) voor het eerst uitspraak gedaan over het hybride karakter van de schikkingsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008. Het hybride karakter is gelegen in de omstandigheid dat alle karteldeelnemers behoudens Timab de zaak met de Commissie hebben geschikt. In de tweede plaats is het arrest van belang, omdat aan Timab een boete werd opgelegd die aanzienlijk hoger was dan de bovengrens van de bandbreedte van boetes die haar door de Commissie in de schikkingsprocedure was voorgehouden. In dit artikel worden de overwegingen van het Gerecht met betrekking tot deze onderwerpen besproken en van kort commentaar voorzien.
    Gerecht 20 mei 2015, zaak T-456/10, Timab Industries, ECLI:EU:T:2015:296 (hogere voorziening verzocht: C-411/15P)


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. (Silvia) Vinken is advocaat bij BANNING N.V.

Mr. drs. M.W.J. Jongmans
Mr. drs. M.W.J. (Martijn) Jongmans is advocaat bij BANNING N.V.
Artikel

Het arrest Leidschendam: de contextbenadering als toetsingskader voor staatssteun bij gebiedsontwikkeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Voordeel, Particuliere marktdeelnemer, Gebiedsontwikkeling, Marktwaarde, Taxatie
Auteurs Dr. mr. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Leidschendam gaat over steunmaatregelen bij gebiedsontwikkeling en de invloed van (onder meer) de financiële crisis daarop. Het Gerecht laat in het arrest zien dat het oog heeft voor de complexiteit waarmee gebiedsontwikkeling is omgeven. Uit het arrest blijkt dat de Europese Commissie bij de beoordeling van steunmaatregelen, en meer in het bijzonder van de vraag of er een begunstiging van de onderneming heeft plaatsgevonden, de context waarin de steunmaatregel is vastgesteld in aanmerking moet nemen. Met deze nieuwe en ruime contextbenadering zet het Gerecht de Europese Commissie voor een grote uitdaging om dit soort projecten op de staatssteunaspecten te beoordelen.
    Gerecht 30 juni 2015, gevoegde zaken T-186/13, 190/13 en 193/13, Gemeente Leidschendam-Voorburg e.a./Commissie, ECLI:EU:T:2015:447


Dr. mr. N. Saanen
Dr. mr. N. (Nienke) Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest Mertens geoordeeld dat een grensarbeider die in directe aansluiting op een voltijds arbeidscontract deeltijds werkzaam wordt bij een andere onderneming in dezelfde lidstaat gedeeltelijk werkloos is. Een situatie van volledige werkloosheid is slechts aan de orde indien de betrokken werknemer volledig heeft opgehouden te werken.
    HvJ 5 februari 2015, C-655/13, Mertens, ECLI:EU:C:2015:62


Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveert aan de Universiteit Hasselt.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2013 en 2014

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Mededingingsbeperkende afspraken, Misbruik van een economische machtspositie, Ondernemingsbegrip, Procedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. E.L.G. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderhavige artikel staan centraal de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie die zich in de jaren 2013 en 2014 hebben voorgedaan op het gebied van het mededingingsrecht. In verband met de enorme productie van arresten en beschikkingen door het Hof van Justitie op dit terrein komen uitsluitend de meest in het oog springende zaken aan bod


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. E.L.G. Mattioli
Mr. E.L.G. (Evi) Mattioli is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel en is tevens verbonden als vrijwillig medewerkster aan de KU Leuven.
Artikel

HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen

Over de moeizame relatie tussen het Unierecht en arbitrage

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Arbitrage, EEX-Verordening, EEX-herschikking, anti-suit injunction
Auteurs Mr. dr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat de EEX-Verordening niet van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale anti-suit injunctions. Die vraag wordt beheerst door het nationale en het internationale recht dat van toepassing is in de lidstaat waar de erkenning en tenuitvoerlegging van de anti-suit injunction wordt gezocht.
    HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen, ECLI:EU:C:2015:316


Mr. dr. B. van Zelst
Mr. dr. B. (Bas) van Zelst is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

Lundbeck en pay-for-delay schikkingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Lundbeck, pay-for-delay, schikking, farmaceutische industrie, Actavis
Auteurs Mr. J. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2015 publiceerde de Europese Commissie de boetebeschikking in de zaak Lundbeck. Lundbeck werd samen met een aantal producenten van generieke geneesmiddelen beboet voor pay-for-delay schikkingen die zij hadden getroffen. Door middel van deze schikkingen kwamen de betrokken producenten van generieke geneesmiddelen overeen dat zij markttoegang zouden uitstellen in ruil voor een betaling. In dit artikel wordt de Lundbeck-beschikking besproken en een vergelijking gemaakt met de beoordeling van pay-for-delay schikkingen door de Amerikaanse mededingingsautoriteit en rechter.
    Commissie beschikking nr. C(2013) 3803 final, zaak AT.39226 (19 juni 2013)


Mr. J. Fanoy
Mr. J. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is medewerker binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Artikel

Objectieve vergelijkbaarheid bij belastingvoordelen voor cultureel erfgoed: bouwt het Hof van Justitie luchtkastelen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden directe belastingen, vrij verkeer, objectieve vergelijkbaarheid, rechtvaardigingsgronden, cultureel erfgoed
Auteurs Mr. P.S. Phoa
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in deze twee prejudiciële verwijzingen was of belanghebbenden, eigenaren van respectievelijk een kasteel in België en een landgoed in het Verenigd Koninkrijk, gebruik konden maken van Nederlandse belastingvoordelen voor het behoud van nationaal cultureel en natuurlijk erfgoed. De Nederlandse belastingautoriteiten meenden van niet, waarna in beroep de vraag is of dit een beperking vormt van het vrij verkeer van X en Q (de vrijheid van vestiging, respectievelijk het vrije kapitaalverkeer). Het Hof van Justitie was van oordeel dat geen sprake was van een ongeoorloofde inbreuk op het vrij verkeer, aangezien de situaties van X en Q niet objectief vergelijkbaar zijn met die van een ingezetene die een monument dan wel een landgoed in Nederland bezit.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-87/13, Staatssecretaris van Financiën/X, ECLI:EU:C:2014:2459 HvJ 18 december 2014, zaak C-133/13, Staatssecretaris van Economische Zaken en Staatssecretaris van Financiën/Q, ECLI:EU:C:2014:2460


Mr. P.S. Phoa
Mr. P.S. (Pauline) Phoa is promovenda Europees recht bij de Universiteit Utrecht. Met dank aan mw. mr. S.A. van Waert voor haar waardevolle commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Artikel

Prioritering en rechtsbescherming in het mededingingsrecht: de zaak easyJet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Artikel 13 Verordening (EG) nr. 1/2003, prioriteringsbesluit, afwijzen klacht, rechtsbescherming, rechtswaarborgen
Auteurs Mr. P.B. Gaasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest easyJet is de vraag aan de orde of en wanneer de Europese Commissie een zaak kan afwijzen omdat een nationale mededingingsautoriteit een prioriteringsbesluit heeft genomen. De uitspraak past in de lijn van arresten over Verordening (EG) nr. 1/2003 waarin veel ruimte wordt geboden aan de nationale autoriteiten en de Commissie om een doeltreffend decentraal stelsel voor toepassing van de mededingingsregels te garanderen. De vraag is of deze ruimte niet het onwenselijke gevolg heeft dat een klacht nergens daadwerkelijk wordt behandeld.
    Gerecht 21 januari 2015, zaak T-355/13, easyJet Airline Co. Ltd/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:36


Mr. P.B. Gaasbeek
Mr. P.B. (Pierrette) Gaasbeek is advocaat bij Bird & Bird LLP.
Artikel

Hof van Justitie erkent meestbegunstigingsverplichting in het EU-recht: de zaak Sopora

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden meestbegunstiging, non-discriminatie, vrij verkeer van werknemers, 30 procent-regeling, fiscale belemmering
Auteurs Dr. M.G.H. Schaper en Mr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest Sopora geoordeeld dat een verschillende behandeling van twee buitenlanders discriminatoir kan zijn. Daarmee heeft het Hof van Justitie effectief een verdragsrechtelijke verplichting tot meestbegunstiging geschapen. De reikwijdte van deze verplichting is echter onzeker wanneer deze wordt bezien in het licht van ’s Hofs eerder gewezen jurisprudentie in directe belastingzaken.
    HvJ 24 februari 2015, zaak C-512/13, Sopora, ECLI:EU:C:2015:108


Dr. M.G.H. Schaper
Dr. M.G.H. (Marcel) Schaper is als Universitair docent verbonden aan het Maastricht Centre for Taxation van de Universiteit Maastricht. Deze bijdrage is geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma van het Institute for Transnational and Euregional Cross Border Cooperation and Mobility (ITEM).

Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveeert aan de Universiteit Hasselt. Deze bijdrage is geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma van het Institute for Transnational and Euregional Cross Border Cooperation and Mobility (ITEM).

    In het arrest San Lorenzo oordeelt het Hof van Justitie dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het buiten aanbesteding verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer. Daarmee is San Lorenzo een belangrijk arrest, waarin het Hof van Justitie voor het eerst erkent dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op het beperkte aanbestedingsregime voor IIB-diensten en de verdragsvrijheden.
    HvJ (Vijfde kamer) 11 december 2014, zaak C-113/13, Azienda sanitaria locale nr. 5 ‘Spezzino’, Associazione nazionale pubblica assistenza (ANPAS) - Comitato regionale Liguria /San Lorenzo Soc. coop. sociale, Croce Verde Cogema cooperativa sociale Onlus, in tegenwoordigheid van Croce Rossa Italiana-Comitato regionale Liguria e.a., ECLI:EU:C:2014:2240, n.n.g.


Mr. Hélène Stergiou
Mr. H.M. (Hélène) Stergiou is senior Europees jurist op de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Aanbodbundeling en gezamenlijke verkoop van primaire landbouwproducten – hoever reikt het kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden GMO, mededingingsrecht, kartelverbod, landbouwsector, producentenorganisatie
Auteurs Mr. Eric Janssen en Mr. Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vorig jaar in werking getreden GMO-Verordening worden producenten van primaire landbouwproducten gestimuleerd hun producten gezamenlijk af te zetten. Wanneer gezamenlijke afzet tevens centrale prijsstelling en/of aanbodbundeling impliceert, kan een spanningsveld ontstaan met het kartelverbod dat concurrentiebeperkende afspraken zoals prijsafspraken en quotering verbiedt. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de verhouding tussen de GMO-Verordening en het kartelverbod, waarbij de (on)mogelijkheden voor samenwerking in de landbouwsector worden geschetst.
    Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, PbEU 2013, L 347


Mr. Eric Janssen
Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen

Mr. Sjaak van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen
Artikel

API, een noot over mededingingsbeperkingen en overheden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden mededingingsbeperking, overheid, vervoer, Unietrouw, Wouters
Auteurs mr. drs. Stefan Vollering en mr. dr. Tjarda van der Vijver
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer overtreedt een overheid artikel 101 VWEU door betrokken te zijn bij een mededingingsbeperkende overeenkomst tussen ondernemingen? Over die vraag wees het Hof van Justitie op 4 september 2014 in de zaak API een belangrijk arrest. In het arrest geeft het Hof van Justitie meer duidelijkheid over het toepasselijke beoordelingskader in het geval dat de overheid betrokken is bij mededingingsbeperkende gedragingen door ondernemingen.
    HvJ 4 september 2014, zaak C-184/13, API, ECLI:EU:C:2014:2147


mr. drs. Stefan Vollering
mr. drs. S.F.M. (Stefan) Vollering is bedrijfsjurist bij Philips.

mr. dr. Tjarda van der Vijver
mr. dr. T.D.O. (Tjarda) van der Vijver is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

Exceptie van de mededingingsbepalingen voor (schijn)zelfstandigen: de zaak FNV Kiem

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden mededinging, sociaal beleid, werknemerschap, schijnzelfstandigen
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het Albany-arrest zijn cao-bepalingen die op werknemers betrekking hebben onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de werking van de mededingingsbepalingen van het VWEU (art. 101). In het arrest FNV Kiem is de vraag aan de orde of een bepaling die in een cao is opgenomen reeds om die reden buiten de mededingingsbepalingen valt. Als het antwoord hierop ontkennend is dan is de vraag of de omstandigheid dat de bepaling betrekking heeft op zelfstandigen, maar (ook) bedoeld is ter verbetering van arbeidsvoorwaarden of werkgelegenheid van werknemers tot gevolg heeft dat de mededingingsbepalingen dergelijke cao-bepalingen niet verbieden. Het Hof van Justitie antwoordde dat bepalingen die betrekking hebben op zelfstandigen niet buiten de werkingssfeer van artikel 101 VWEU vallen. Dit is echter anders wanneer het om schijnzelfstandigen gaat. Vervolgens gaf het Hof van Justitie een ruime definitie van ‘schijnzelfstandigen’, zodat het arrest meer mogelijkheden geeft om cao-bepalingen die betrekking hebben op ‘zelfstandigen’ te maken dan op het eerste gezicht lijkt.
    HvJ 4 december 2014, zaak C-413/13, FNV Kiem, ECLI:EU:C:2014:2411


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. (Frans) Pennings is Hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht en tevens gasthoogleraar aan de Universiteit van Gotenburg.

    Op 11 juni 2014 heeft de Europese Commissie een formeel onderzoek ingesteld naar de door de Nederlandse belastingdienst afgegeven tax ruling aan koffieketen Starbucks. De Commissie heeft ernstige twijfels omtrent de verenigbaarheid van wat werd overeengekomen in deze ruling met de Europese staatssteunregels. De uiteindelijke uitkomst van deze zaak is vanuit het oogpunt van tax planning van een niet te onderschatten belang. Zij zal namelijk iets kunnen zeggen over de beleidsmarge die de Commissie de belastingdienst laat wanneer zij in concrete situaties invulling geeft aan de beginselen voor transfer pricing, zoals neergelegd in de Nederlandse belastingwetgeving en de OESO-regels.
    Openingsbesluit van de Europese Commissie SA.38374 (2014/C) (Nederland) van 11 juni 2014


Mr. H. Buelens
Mr. H. (Hannelore) Buelens is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteurs. Het artikel werd gefinaliseerd op 26 februari 2015. Met dank aan Joris Luts en Filip Debelva voor hun commentaren.

Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteurs. Het artikel werd gefinaliseerd op 26 februari 2015. Met dank aan Joris Luts en Filip Debelva voor hun commentaren.
Artikel

Hof van Justitie neemt prijswijzigingsbedingen jegens consumenten onder vuur

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Richtlijn oneerlijke contractsbedingen, wijzigingsbeding, prijswijziging, energielevering, algemene voorwaarden
Auteurs Mr. dr. H.P.A. Knops
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij overeenkomsten voor onbepaalde tijd hanteert de verkoper/dienstverlener vaak een beding dat hem in staat stelt om eenzijdig de voorwaarden of tarieven te wijzigen. Dat brengt de consument in een zwakke positie. In twee recente zaken over leveringsovereenkomsten voor energie (C-92/11, RWE Vertrieb, en C-359/11 en C-400/11, Alexandra Schulz) heeft het Hof van Justitie meer duidelijkheid gegeven over de voorwaarden waaronder een wijzigingsbeding en de prijswijzigingen zelf acceptabel zijn volgens de Europese regels voor consumentenbescherming. Bij (vrije) contracten moet er vooraf duidelijkheid verschaft worden over de criteria voor eventuele prijswijzigingen. Bovendien moeten de wijzigingen zelf vóór inwerkingtreding gemeld worden aan de consument en moet er een daadwerkelijke mogelijkheid zijn om op te zeggen of over te stappen.
    In dit artikel worden beide arresten besproken en kritisch tegen het licht gehouden.
    HvJ 21 maart 2013, zaak C-92/11, RWE Vertrieb AG/Verbraucherzentrale Nordrhein-Westfalen e.V., ECLI:EU:C:2013:180, n.n.g. en HvJ 23 oktober 2014, gevoegde zaken C-359/11 en C-400/11, Technische Werke Schussental GmbH und Co KG/Alexandra Schulz en Josef Egbringhoff/Stadtwerke Ahaus GmbH, ECLI:EU:C:2014:2317, n.n.g.


Mr. dr. H.P.A. Knops
Mr. dr. H.P.A. (Hamilcar) Knops is werkzaam als Senior onderzoeker bij TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.

    In een aantal recente zaken spreken het Hof van Justitie en een aantal advocaten-generaal zich wederom uit over de doorwerking van het recht van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in de Europese rechtsorde. Hoewel de deur voor ‘rechtstreeks effect’ gesloten blijft, is iedere Europese rechter onder het principe van de ‘verdragsconforme interpretatie’ verplicht om het Europees recht voor zover mogelijk uit te leggen in lijn met relevante regels van WTO-recht. Aldus bestaat er wel degelijk een mogelijkheid voor particuliere partijen om zich op het WTO-recht te beroepen en de rechter, althans de Europese, geeft daaraan steeds vaker (expliciet of impliciet) gehoor.
    HvJ 14 april 2011, gevoegde zaken C-288/09 en C-289/09, BskyB and Pace/The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs, ECLI:EU:C:2011:248
    HvJ 22 november 2012, gevoegde zaken C-320/11, C-330/11, C-382/11, en C-383/11, Digitalnet OOD, ECLI:EU:C:2012:745
    HvJ 27 september 2007, zaak C-351/04, Ikea Wholesale Ltd./Commissioners of Customs & Excise, ECLI:EU:C:2007:547;
    HvJ 27 juni 2013, gevoegde zaken C-457/11 tot en met C-460/11, VG Wort/Kyocera e.a., C-457/11 tot en met C-460/11, ECLI:EU:C:2013:426
    HvJ 10 april 2014, zaak C-435/12, ACI Adam e.a., ECLI:EU:C:2014:254
    HvJ 3 juni 2008, zaak C-308/06, Intertanko e.a./Secretary of State for Transport, ECLI:EU:C:2008:312
    HvJ 13 januari 2015, gevoegde zaken C-404/12 P en C-405/12 P, Raad en Commissie/Stichting Natuur en Milieu en Pesticide Action Network Europe, ECLI:EU:C:2015:5
    HvJ 13 januari 2015, gevoegde zaken C-401/12 P tot C-403/12 P, Raad e.a./Vereniging Milieudefensie en Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht, ECLI:EU:C:2015:4
    HvJ 9 september 2008, gevoegde zaken C-120/06 en C-121/06, Fabbrica italiana accumulatori motocarri Montecchio SpA (FIAMM) e.a./Raad en Commissie, ECLI:EU:C:2008:476
    HvJ 14 juni 2012, zaak C-533/10, Compagnie international pour la vente à distance (CIVAD) SA/Receveur des douanes de Roubaix e.a., ECLI:EU:C:2012:347


Mr. N. van den Broek
Mr. N. (Naboth) van den Broek is partner bij WilmerHale, Washington DC/Brussel en Adjunct Professor aan de Georgetown University Law Center.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Artikel

Gelijke behandeling en derdelanders: realiteit of toekomstmuziek?

De Langdurig-ingezetenerichtlijn in zes arresten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gelijke behandeling, derdelanders, langdurig ingezetene
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 juli 2014 deed het Hof van Justitie uitspraak in de zaak Tahir. Dit is het zesde arrest van het Hof van Justitie over de in 2003 door de Raad vastgestelde Langdurig-ingezetenerichtlijn die begin 2006 door de lidstaten geïmplementeerd moest zijn. Het arrest Tahir is de aanleiding voor een bijdrage over deze richtlijn die de verblijfspositie en rechten van langdurig ingezeten derdelanders regelt en hen definieert. Naast het arrest Tahir zal in deze bijdrage ook aandacht zijn voor de andere arresten van het Hof van Justitie over de positie van langdurig ingezeten derdelanders. De vraag die centraal staat, is afgeleid van een van de doelstellingen van de Langdurig-ingezetenerichtlijn: draagt deze bij aan de gelijke behandeling van derdelanders?
    HvJ 17 juli 2014, zaak C-469/13, Shamim Tahir/Ministero dellÍnterno, Questura di Verona, ECLI:EU:C:2014:2094, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Artikel

Non bis in idem in Europa: de zaken Spasic en M.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden non bis in idem, artikel 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst, artikel 50 Handvest EU, beperking grondrechten Handvest EU, tenuitvoerleggingsvoorwaarde
Auteurs Mr. dr. W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen Schengen en de EU geldt de regel dat iemand die onherroepelijk is berecht niet nog eens mag worden vervolgd of gestraft wegens hetzelfde feit (non bis in idem). Geldt deze bescherming ook wanneer de straf wel definitief is geworden maar nog niet ten uitvoer is gelegd? Artikel 54 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is hierover duidelijk: het stelt tenuitvoerlegging als voorwaarde voor toepassing van de waarborg tegen tweede vervolging of bestraffing. Artikel 50 Handvest stelt deze voorwaarde echter niet. In de zaak Spasic beoordeelt het Hof van Justitie – voor het eerst – de verhouding tussen beide non bis in idem-bepalingen.
    In de zaak M. is de vraag aan de orde of een ‘buitenvervolgingstelling’ een tweede vervolging in een andere lidstaat belet. Het betreft een strafrechtelijke beslissing die nationaal een minder sterke non bis in idem-werking heeft dan een onherroepelijk eindvonnis. Deze bijdrage laat aan de hand van beide zaken zien hoe het Hof van Justitie de balans probeert te houden tussen vrijheid, veiligheid en recht enerzijds en het voorkomen en bestrijden van criminaliteit anderzijds.
    HvJ 27 mei 2014 (GK), zaak C-129/14 PPU, Spasic, prejudiciële spoedprocedure op verzoek Oberlandesgericht Nürnberg (Duitsland), ECLI:EU:C:2014:586, n.n.g. en HvJ 5 juni 2014, zaak C-398/12, M., prejudiciële procedure op verzoek Tribunale di Fermo (Italië), ECLI:EU:C:2014:1057, n.n.g.


Mr. dr. W.F. van Hattum
Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.