Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 638 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Covid-19

Access_open De mededingingsregels tijdens de Covid-19-crisis: een flexibel instrument voor de bescherming van de interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Covid-19, staatssteun, mededingingsregels, Tijdelijke Kaderregeling, Tijdelijk Raamwerk
Auteurs Mr. M.C. van Heezik, Mr. drs L.N.M. van Uden en Mr. L.G.J. Fiorilli
SamenvattingAuteursinformatie

    De mededingingsregels, waaronder de staatssteunregels, bieden ruimte aan overheden en ondernemingen om de ingrijpende economische gevolgen als gevolg van de Covid-19-crisis op te vangen. In tijdelijke kaders heeft de Europese Commissie uiteengezet welke bijzondere steunmaatregelen en welke samenwerkingsvormen tussen concurrerende ondernemingen zijn toegestaan. Om snel ingrijpen mogelijk te maken heeft de Commissie voorzien in flexibele procedures die op korte termijn rechtszekerheid bieden. In deze bijdrage bespreken wij de specifieke invulling van de mededingingsregels in de tijdelijke kaders en gaan wij in op de vraag wat de tijdelijke materiële en procedurele flexibiliteit betekent voor de toekomst van deze regels.


Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. (Greetje) van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.

Mr. drs L.N.M. van Uden
Mr. drs. L.N.M. (Lumine) van Uden is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

Mr. L.G.J. Fiorilli
Mr. L.G.J. (Lorenzo) Fiorilli is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Rechtsbescherming

Nieuwe richtlijn over bescherming klokkenluiders in de Europese Unie: inhoud en eerste analyse

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden klokkenluiders, rechtsbescherming, uitingsvrijheid, arbeidsrecht
Auteurs Mr. E.W. Jurjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In een nieuwe richtlijn is de bescherming van klokkenluiders in Europa, geïnspireerd door onder meer artikel 10 EVRM, gecodificeerd. De richtlijn biedt een bredere bescherming voor klokkenluiders dan momenteel naar Nederlands recht geldt, maar beperkt deze bescherming wel tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op specifieke delen van het Unierecht. De Nederlandse wetgever zal moeten bezien hoeveel gebruik er gaat worden gemaakt van de ruimte die de richtlijn biedt om verdergaande bescherming te realiseren, in het bijzonder door de bescherming uit te breiden tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op andere (rechts)gebieden.
    Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, PbEU 2019, L 305


Mr. E.W. Jurjens
Mr. E.W. (Emiel) Jurjens is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Staatssteun

De zaak TenderNed: de reikwijdte van overheidsgezag en het staatssteunrechtelijke economische-activiteitenbegrip

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden economische activiteit, ondernemingsbegrip, overheidsgezag, overheidsaanbestedingen, staatssteun
Auteurs Mr. G.J. van Midden
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het arrest TenderNed besproken, waarin het Hof van Justitie oordeelde dat het aanbieden van applicaties ter ondersteuning van aanbestedende diensten bij de uitvoering van hun aanbestedingsactiviteiten niet onder de staatssteunregels valt. Met het aanbieden van TenderNed wordt namelijk uitvoering gegeven aan overheidsgezag en daarom is geen sprake van een economische activiteit waarop de staatssteunregels van toepassing zijn. In dit artikel onderzoekt de auteur de in deze arresten gegeven interpretatie van het begrip ‘overheidsgezag’.
    HvJ 7 november 2019, zaak C-687/17 P, ECLI:EU:C:2019:932 (Aanbestedingskalender BV e.a./Europese Commissie)


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is senior adviseur EU-recht bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van dit tijdschrift.
Mededinging

Google Android: mag men een gegeven paard toch in de bek kijken?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Google, platforms, machtspositie, misbruik, koppelverkoop
Auteurs Mr. A.A.J. Pliego Selie en Mr. B.A. Verheijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Google Android-besluit heeft de Europese Commissie aan Google een recordboete opgelegd wegens misbruik van een economische machtspositie in de zin van artikel 102 VWEU. In het besluit staat Android, het besturingssysteem van Google voor smartphones en tablets, centraal. Google biedt dit aan via een open source-model. Het besluit stelt een machtspositie van Google vast op verschillende digitale markten: (1) de markt voor licenseerbare besturingssystemen voor slimme mobiele apparaten, (2) de markt voor Android appstores en (3) de markt voor algemene zoekdiensten op het internet (Google Search). Volgens de Commissie heeft Google met verschillende gedragingen, waaronder exclusiviteitsbetalingen en koppelverkoop, haar positie op laatstgenoemde markt, waarop zij inkomsten genereert via online advertenties, willen beschermen. De Commissie kwalificeert deze gedragingen als misbruik in de zin van artikel 102 VWEU. De auteurs analyseren het besluit en de inzet van het mededingingsrechtelijke instrument misbruik van een economische machtspositie in deze complexe digitale omgeving. Daarbij gaan zij in het bijzonder ook in op het bijzondere verdienmodel van Google ten aanzien van Android, waarbij innovatieve technologie kosteloos ter beschikking wordt gesteld in ruil voor restricties die erop zijn gericht de Googlediensten die advertentie-inkomsten genereren een zo groot mogelijk bereik te garanderen.
    Besluit van de Europese Commissie van 18 juli 2018 met betrekking tot een procedure onder artikel 102 VWEU en artikel 54 van de EER-overeenkomst (zaak AT.40099 – Google Android)


Mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. (Alvaro) Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.

Mr. B.A. Verheijen
Mr. B.A. (Bart) Verheijen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Vrij verkeer

Access_open Gewezen EU-werknemer behoudt verblijfsrecht bij werkloosheid na twee weken werken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden vrij verkeer werknemers, werkzoekende, verblijfsrecht, toegang tot uitkering
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie voor het eerst uitleg aan artikel 7 lid 3 onder c Richtlijn 2004/38/EG. De taalkundige onduidelijkheid in deze bepaling leidde in de zaak Tarola tot de vraag of een werknemer die na twee weken te hebben gewerkt onvrijwillig werkloos wordt, de status als werknemer behoudt. Het Hof van Justitie antwoordt hier bevestigend op waarbij nog eens wordt bevestigd dat het Hof van Justitie streeft naar een interpretatie van het begrip werknemer waar zo veel mogelijk personen onder vallen.
    HvJ 11 april 2019, zaak C-483/17, ECLI:EU:C:2019:309 (Neculai Tarola/Minister for Social Protection)


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P. (Beryl) ter Haar is universitair docent en academisch coördinator advanced master Global and European Labour Law (GELL) aan de Universiteit Leiden en Visiting professor Universiteit Warschau.
Rechtsbescherming

Prejudiciële vragen over de geldigheid van EU-handelingen en effectieve rechtsbescherming: Eurobolt-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden prejudiciële procedure, geldigheid van EU-recht, nationale rechters, loyale samenwerking
Auteurs Dr. U. Jaremba MA LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2019 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Eurobolt BV. Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend door de Hoge Raad in een nationale procedure die door Eurobolt is aangespannen in reactie op de heffing van antidumpingrechten. Dit arrest van het Hof van Justitie is zeer relevant voor het stelsel van rechtsbescherming in de EU in het kader van rechterlijke toetsing van geldigheid van EU-recht. De kernvraag in deze zaak is of een nationale rechter informatie van EU-instellingen kan opvragen om de mogelijke ongeldigheid van een EU-handeling nader te onderzoeken. In deze bijdrage worden de uitspraak van het Hof van Justitie en de gevolgen daarvan voor het functioneren van nationale rechters geëvalueerd in de context van het EU-recht en met name de prejudiciële procedure.
    HvJ 3 juli 2019, zaak C-644/17, ECLI:EU:C:2019:555 (Eurobol BV)


Dr. U. Jaremba MA LLM
Dr. U. (Urszula) Jaremba MA LLM is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Brexit

Europese en Nederlandse visserij na Brexit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Brexit, markt, toegang, vis, visgronden
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het Britse referendum van juni 2016 was duidelijk dat Brexit voor de Europese en Nederlandse visserij een enorm probleem zou worden. De Leavers hadden immers campagne gevoerd met de leuze ‘soevereiniteit in eigen wateren’, dat betekende dat ze de Britse visgronden wilden reserveren voor Britse vissers en de buitenlandse vissersschepen daaruit wilden weren. Dit betrof vooral het Kanaal, de Noordzee en de wateren rond Schotland, waar bijvoorbeeld Nederlandse vissersschepen al decennia lang vissen op bijvoorbeeld tong, schol, makreel, haring.
    De vraag kan gesteld worden of en in hoeverre het Verenigd Koninkrijk de toegang tot zijn visgronden kan verbieden of beperken. Deze vraag zal in dit artikel als eerste behandeld worden.
    Ook Britse schepen vissen in wateren van de lidstaten van de Europese Unie en zouden dit na Brexit zonder toestemming niet meer mogen doen. Het lijkt dan ook in het belang van beide partijen om een overeenkomst te sluiten waarin men elkaars schepen in zekere mate toegang tot elkaars visgronden geeft. In dat geval komt de volgende vraag aan de orde: hoe zit het met de toewijzing aan de Europese Unie van de in de Britse respectievelijk EU-wateren te vangen hoeveelheden vis? Deze zijn immers beperkt teneinde de visbestanden niet uit te putten.
    Tot slot, er is natuurlijk een nauw verband tussen de gevangen vis en de toegang tot de markt. Daarom is de laatste vraag die hier behandeld zal worden die van de toegang tot de Europese en Britse markten.


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is voormalig juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie. Het artikel is op 23 juni 2020 afgesloten.
Covid-19

Access_open Social distancing voor lidstaten: grenscontroles en vrij verkeer in tijden van covid-19

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Schengen, vrij verkeer personen, EU burgerschap, covid-19, binnengrenzen, Europees Recht
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    De razendsnelle verspreiding van covid-19 binnen de EU leidde ertoe dat lidstaten afzonderlijk een groot aantal maatregelen namen om de verspreiding van het virus in te dammen. Deze vormden een belangrijke beperking van het vrij reizen binnen de EU, als ook van de mogelijkheden om van buiten Europa in te reizen. In deze bijdrage verkennen wij het (ontbreken van een) juridisch kader op EU-niveau voor de herinvoering van controles aan de binnengrenzen en het verbieden van niet-essentiële reizen op grond van de volksgezondheid.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is Universitair Docent Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is hoogleraar Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Leiden.
Covid-19

Access_open De covid-19-maatregelen van de EU: buigen of barsten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, covid-19, interne markt, volksgezondheid, mededinging
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het uitbreken van de covid-19-crisis heeft de Europese Unie zich schrap gezet om de gevolgen van de pandemie te beteugelen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de initiatieven die tot dusverre zijn genomen. In eerste instantie betreft het maatregelen om de directe gevolgen voor de volksgezondheid te bestrijden en de integriteit van de interne markt te waarborgen. Ondertussen wordt ook aan herstelmaatregelen gewerkt voor het weer aan de gang krijgen van de economie. Wat zijn de gevolgen van corona voor de interne markt en de toekomst van de Unie?


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. (Harrie) Temmink is plv. afdelingshoofd van de unit ‘Intellectuele Eigendom’, DG GROW, Europese Commissie. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel geschreven.
Asiel en migratie

Menselijke waardigheid en een waardige levensstandaard; de uitspraak van het Hof van Justitie inzake Zubair Haqbin

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden opvang, asiel, menselijke waardigheid, rechten van het kind
Auteurs Prof. mr. A.B. Terlouw en Mr. dr. K.M. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2013/33/EU (de Opvangrichtlijn) regelt welke opvangvoorzieningen aan asielzoekers moeten worden verstrekt en ook hun rechten op documenten, onderwijs en toegang tot de arbeidsmarkt en gezondheidszorg. In de uitspraak HvJ 12 november 2019, zaak C-233/18 inzake Zubair Haqbin oordeelt het Hof van Justitie dat de intrekking – al was het maar tijdelijk – van alle materiële opvangvoorzieningen of van de materiële opvangvoorzieningen die betrekking hebben op huisvesting, voeding of kleding, onverenigbaar is met de verplichting om ervoor te zorgen dat Haqbin een waardige levensstandaard geniet. Een dergelijke sanctie ontneemt hem immers de mogelijkheid om te voorzien in zijn meest elementaire behoeften.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-233/18, ECLI:EU:C:2019:956 (Zubair Haqbin/Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers, België)


Prof. mr. A.B. Terlouw
Prof. mr. A.B. (Ashley) Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. K.M. Zwaan
Mr. dr. K.M. (Karin) Zwaan is universitair hoofddocent migratierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Mededinging

Concentratietoezicht en industriebeleid: tussen protectionisme en mededingingstoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededinging, concentratiecontrole, Industriebeleid, Protectionisme, hervormingsvoorstellen
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. E.M.R.H. Vancraybex
SamenvattingAuteursinformatie

    Het besluit van de Commissie om de fusie tussen Siemens en Alstom te verbieden heeft tot veel kritiek geleid. Het concentratietoezicht zou aan het ontstaan van Europese kampioenen op het mondiale speelveld in de weg staan. Verschillende lidstaten hebben opgeroepen tot een hervorming van het concentratietoezicht om beter rekening te houden met belangen van industriebeleid. Gedacht wordt aan een bevoegdheid voor de Raad om door de Commissie verboden concentraties alsnog goed te keuren op grond van overwegingen van industriebeleid dan wel een versoepeling van de analysekaders van de Commissie. In deze bijdrage gaan wij in op de rol van industriebeleid in het concentratietoezicht en de voor- en nadelen van de hervormingsvoorstellen, mede in het licht van de praktijk in de lidstaten. Wij concluderen dat er betere oplossingen denkbaar zijn. Voor zover industriepolitieke ‘correcties’ op de zuivere mededingingstoets toch in het concentratietoezicht worden ingebouwd, gaat onze voorkeur uit naar een goedkeuringsbevoegdheid voor de Raad waarbij de scheidslijn tussen de objectieve mededingingstoets en meer subjectieve politieke beslissingen helder blijft.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. E.M.R.H. Vancraybex
Mr. E.M.R.H. (Eline) Vancraybex is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Digitale markten

Access_open De Richtlijn elektronische handel en de platformeconomie

Noot bij HvJ 19 december 2019, zaak C-390/18, ECLI:EU:C:2019:1112 (Airbnb Ireland)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden online platformen, vrij verkeer van diensten, aansprakelijkheid, Digital Single Market
Auteurs Prof. dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Airbnb Ireland geeft aanleiding tot een herbezinning op de Richtlijn elektronische handel. Deze richtlijn uit 2000 lijkt onvoldoende toegerust om het hoofd te bieden aan de complexe problemen die ontstaan door de groeiende aanwezigheid van grote online platformen op Europese consumentenmarkten. Deze noot bespreekt de kwalificatie van platformdiensten als ‘dienst van de informatiemaatschappij’ en de daaraan gekoppelde regels voor aansprakelijkheid en mogelijke beperkingen van het vrij verkeer van diensten door nationale regelgeving.
    HvJ EU zaak C-390/18, Airbnb Ireland, ECLI:EU:C:2019:1112


Prof. dr. V. Mak
Prof. dr. V. (Vanessa) Mak M.Jur is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Vrij verkeer

Grondrechtenbescherming in het Nederlandse en Europese auteursrecht na Spiegel Online, Funke Medien en Pelham

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden auteursrecht, grondrechten, Auteursrechtrichtlijn, excepties, informatievrijheid
Auteurs T. Snijders en S. van Deursen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraken spreekt het Hof van Justitie zich uit over de mogelijkheid van excepties op de exclusieve rechten van auteurs buiten de uitputtende lijst met excepties die is opgenomen in de Auteursrechtrichtlijn. Ook laat het Hof van Justitie zich opnieuw uit over de rol van grondrechten bij de interpretatie van de bestaande excepties. Deze uitspraken worden in breder perspectief geplaatst door daarnaast de benadering van het EHRM te bespreken. Tot slot worden de implicaties van deze dynamische Europese rechtsorde voor de Nederlandse praktijk besproken.
    HvJ 29 juli 2019, zaak C-516/17, ECLI:EU:C:2019:625 (Spiegel Online); HvJ 29 juli 2019, zaak C-469/17, ECLI:EU:C:2019:623 (Funke Medien NRW); HvJ 29 juli 2019, zaak C-467/17, ECLI:EU:C:2019:624 (Pelham)


T. Snijders
T. (Thom) Snijders volgt de master Legal Research aan de Universiteit Utrecht

S. van Deursen
Mr. S. (Stijn) van Deursen is als promovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Milieu

Finse wolvenjacht: deur op een kier voor ‘ecodictie’ in het Europese natuurbeschermingsrecht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden Habitatrichtlijn, natuurbescherming, wolven, jacht, gunstige staat van instandhouding
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest over het Finse vergunningsbeleid voor de jacht op wolven geeft het Hof van Justitie uitleg over de betekenis en reikwijdte van een aantal omstreden bepalingen van de Habitatrichtlijn. De twee belangrijkste vragen betreffen (a) of het toegestaan is om vergunning voor jacht te verlenen om meer acceptatie voor grote roofdieren te bewerkstelligen bij de lokale bevolking en (b) op welk bestuursniveau (lokaal, nationaal, biografisch, grensoverschrijdend) de zogenoemde eis van ‘gunstige staat van instandhouding’ voor beschermde soorten moet worden bereikt. Daarnaast benadrukt het Hof van Justitie net als in andere recente arresten het belang van wetenschappelijk bewijs en de prominente rol van het voorzorgbeginsel. Met de vestiging van het eerste Nederlandse wolvenroedel in eeuwen kan de eerste vraag ook zeker relevant geworden voor Nederland. Het antwoord op de tweede vraag is voor Nederland – met zijn gefragmenteerde grondgebied en vele kleine populaties beschermde soorten – zelfs van fundamenteel belang. Het Hof van Justitie geeft meer duidelijkheid maar laat tegelijkertijd nog wel vragen open.
    HvJ 10 oktober 2019, zaak C-674/17, ECLI:EU:C:2019:851 (Luonnonsuojeluyhdistys Tapiola)


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. (Floor) Fleurke is universitair hoofddocent bij de vakgroep Public Law and Governance van Tilburg Law School.

Mr. dr. A. Trouwborst
Mr. dr. A. (Arie) Trouwborst is universitair hoofddocent bij de vakgroep Public Law and Governance van Tilburg Law School.
Externe betrekkingen

Oude wijn in nieuwe zakken: over de oorsprongsmarkering van levensmiddelen uit de door Israël bezette gebieden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden herkomstaanduiding, oorsprongsmarkering, oorsprongsregels, door Israël bezette gebieden, Verordening (EU) nr. 1169/2011
Auteurs Mr. K.P. Olsthoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1169/2011 over de vermelding van het ‘land van oorsprong’ en de ‘plaats van herkomst’ met betrekking tot levensmiddelen die uit de door Israël sinds 1967 bezette gebieden afkomstig zijn. In het op 12 november 2019 gewezen arrest in de de zaak Organisation juive européenne en Vignoble Psagot heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat uit deze verordening volgt dat op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door Israël bezet gebied, niet alleen dit gebied maar tevens, wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een plaats die of een geheel van plaatsen dat een Israëlische nederzetting binnen dat gebied vormt, deze herkomst moet worden vermeld. In deze bijdrage worden de achtergronden en gevolgen van deze uitspraak nader toegelicht.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-363/18, ECLI:EU:C:2019:954 (Organisation juive européenne en Vignoble Psagot)


Mr. K.P. Olsthoorn
Mr. K.P. (Kornel) Olsthoorn is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.
Brexit

Access_open Wightman en het soevereine recht om lid van de EU te blijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, soevereiniteit, 4 intrekking kennisgeving, uittreding
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Wightman bevestigt het unilaterale, soevereine recht van een lidstaat om een kennisgeving van uittreding in te trekken. Deze bijdrage bespreekt zowel dit recht op intrekking als de eventuele grenzen aan dit recht, waaronder wellicht misbruik van recht.
    HvJ 10 december 2018, zaak C-621/18, Wightman, ECLI:EU:C:2018:999.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees Recht aan het Europa Instituut Leiden Law School.
Consumenten

Modernisering van het Europese consumentenrecht: meer vlees op het bot (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden handhaving, online marktplaatsen, informatieplichten, dynamic pricing, bedenktijd
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel en de in de vorige aflevering van dit tijdschrift opgenomen bijdrage bespreek ik de vraag of de Moderniseringsrichtlijn in haar uiteindelijke vorm de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt van modernisering en verbetering van de handhaving van het consumenten-acquis. In het eerste deel van deze bijdrage heb ik mij daartoe gericht op de individuele en publiekrechtelijke handhaving van het consumentenrecht en op dynamic pricing en informatieverplichtingen voor online marktplaatsen. In dit tweede en laatste deel bespreek ik de vraag met wie de consument nu eigenlijk contracteert als de overeenkomst via een online marktplaats wordt gesloten, behandel ik kort enkele vereenvoudigingen voor handelaren en ga ik in op de herziene regels voor de bedenktijd van consumenten. In de conclusie wordt de vraag of de Moderniseringsrichtlijn de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt, beantwoord.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018) 185 final;

    • Tekst politiek akkoord richtlijnvoorstel van 29 maart 2019, Openbaar register van Raadsdocumenten, Interinstitutioneel dossier 2018/0090(COD), nummer document: ST 8021 2019 INIT.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Mededinging

Access_open Terug van weggeweest: een verkenning van verticale prijsbinding in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden verticale overeenkomsten, verticale prijsbinding, Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers, e-commerce, koersverandering
Auteurs Mr. J.B. van der Blij en Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’ onderstreept de ACM de nieuw ingeslagen weg met betrekking tot verticale prijsbinding: er zal meer aandacht bestaan voor en strenger worden opgetreden tegen verticale prijsbinding. Deze actievere handhaving staat duidelijk in contrast met het (prioriterings)beleid dat de ACM slechts vier jaar eerder uiteenzette in het Visiedocument over verticale afspraken. De nieuwe koers is mede ingegeven door de vlucht die internetverkoop heeft genomen en zorgt ervoor dat de ACM weer in pas loopt met de Commissie (en de rest van de EU-lidstaten).
    ACM, ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’, 26 februari 2019, www.acm.nl/sites/default/files/documents/leidraad-afspraken-tussen-leveranciers-en-afnemers.pdf


Mr. J.B. van der Blij
Mr. J.B. (Bernadette) van der Blij is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.

Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
Mr. dr. T.D.O. (Tjarda) van der Vijver is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 638 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 31 32
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.