Zoekresultaat: 46 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2014 x
Artikel

De zaken S. en G. & O. en B.: Grenzeloze gezinnen en afgeleide verblijfsrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Europees burgerschap, vrij verkeer van werknemers, de volledig interne situatie, familieleden EU-burgers, derdelanders
Auteurs Mr. dr. Hanneke van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In de twee arresten, de zaak S. en G. en de zaak O. en B., die het Hof van Justitie dit voorjaar wees, worden het vrije verkeer van personen en afgeleide verblijfsrechten uitgebreid. Het Hof van Justitie oordeelt in deze zaken dat een weigering van een verblijfsrecht aan een familielid in de lidstaat van nationaliteit in strijd met het vrije verkeer van werknemers en Unieburgers kan zijn. Dat betekent dat een Unieburger, onder omstandigheden, een recht heeft op gezinshereniging in de lidstaat van zijn nationaliteit.
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-457/12, S. en G./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:136
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-456/12, O. en B./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:135


Mr. dr. Hanneke van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe.
Artikel

De nieuwe Algemene Groepsvrijstellingsverordening

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Vrijstelling, Groepsvrijstellingsverordening, Notificatie, AGV, Machtigingsverordening
Auteurs Mr. dr. Nienke Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe Algemene Groepsvrijstellingsverordening, die op 1 juli 2014 in werking is getreden, bevat een forse uitbreiding van de categorieën steunmaatregelen die niet door de Europese Commissie hoeven te worden goedgekeurd voordat ze ten uitvoer mogen worden gelegd. In dit artikel worden de nieuwe categorieën kort besproken en wordt stilgestaan bij de betekenis van deze nieuwe verordening voor de Europese Commissie, de lidstaten en de nationale rechters.
    Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) 651/2014, Pb. EU 2014, L 187/1)


Mr. dr. Nienke Saanen
Mr. dr. N. (Nienke) Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.

    Na tien jaar EAB onderzoekt deze bijdrage of de vereenvoudiging en versnelling van de justitiële samenwerking in strafzaken in evenwicht zijn met de rechtsbescherming van de opgeëiste persoon. Waar het Hof van Justitie vooral uitgaat van het vertrouwen in de nationale rechtsorde van de uitvaardigende lidstaat, volgt uit recente Uniewetgeving dat dit vertrouwen soms onvoldoende is. Ook de oplossingen van de Uniewetgever richten zich hoofdzakelijk op rechtsbescherming in de uitvaardigende lidstaat. Voor het evenwicht tussen efficiency en rechtsbescherming is vooral een in de uitvoerende lidstaat toe te passen weigeringsgrond inzake grondrechtenschendingen van groot belang.
    Pb. EG 2002, L 190/1


Mr. dr. Vincent Glerum
Mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum is werkzaam als stafjurist van de Europese Kamer Strafrecht en Mensenrechten van de Rechtbank Amsterdam.

T.I. Colenbrander
Artikel

MiFID II, een complex product

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden MiFID II, MiFIR, beleggingsondernemingen, handelsplatformen
Auteurs Mr. drs. Erwin Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juni 2014 zijn de herziene Richtlijn voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFID II) en de Verordening voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFIR) gepubliceerd. MiFID II en MiFIR zijn de gezamenlijke opvolger van MiFID I. De regelgeving is relevant voor beleggingsondernemingen (zoals effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders) en exploitanten van handelsplatformen voor financiële instrumenten. Vergeleken met MiFID I gelden er veel nieuwe regels, waaronder transparantievereisten bij beurshandel en nieuwe gedragsregels voor beleggingsondernemingen. Tevens worden voorheen ongereguleerde activiteiten onder toezicht geplaatst. De uitdaging voor marktpartijen om per uiterlijk januari 2017 te voldoen aan de nieuwe regels is groot, mede vanwege vele rule-based normen.
    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, Pb. EU 2014, L 173/34.


Mr. drs. Erwin Schreuder
Mr. drs. E.R. (Erwin) Schreuder is advocaat bij de Financial Markets and Services Group van Clifford Chance LLP (Amsterdam)
Artikel

De modernisering voorbij: de mededingingsbeperking in het kartelverbod en in het staatssteunverbod

Een aanzet voor een vergelijkende studie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden Modernisering, Mededingingsbeperking, Kartelverbod, Staatssteun, Economische benadering
Auteurs Dr. Laura Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel de mededingingsregels als de staatssteunregels hebben de afgelopen jaren een zogenoemde modernisering ondergaan. De meest recente modernisering, die van de staatssteunregels, vond inspiratie in de eerdere modernisering van de mededingingsregels. Beide hebben minstens één gemeenschappelijk kenmerk: de invoering van een meer economische benadering. Aanleiding genoeg om stil te staan bij het verband tussen beide onderdelen van het brede mededingingsrecht. Deze bijdrage doet dat aan de hand van het aan de artikelen 101 en 107 VWEU gemeenschappelijke begrip ‘mededingingsbeperking’ en de impact van de modernisering daarop. Zullen de respectievelijke moderniseringen het kartelverbod en het staatssteunverbod dichter bij elkaar brengen of juist niet?
    Artikel 101 en 107 VWEU


Dr. Laura Parret
Dr. L.Y.M. (Laura) Parret is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Artikel

Draagmoederschap en verlof

De arresten C.D. en Z. over zwangerschaps-en bevallingsverlof van wensmoeders

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden gelijke behandeling, draagmoederschap, zwangerschapsverlof wensmoeder, handicap, VN-Verdrag handicap
Auteurs Dr. Susanne Burri
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechters worden met nieuwe vragen geconfronteerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vraag of een wensmoeder in geval van draagmoederschap recht heeft op zwangerschaps- en bevallingsverlof terwijl ze zelf niet zwanger is geweest. De meningen van twee advocaten-generaal verschillen over de betekenis van het Unierecht in dit verband. Hun opinies leveren interessante gezichtspunten. Het Hof van Justitie kiest een voorzichtige benadering.
    HvJ EU 18 maart 2014, zaak C-167/12, C.D./S.T, n.n.g. en HvJ EU 18 maart 2014, zaak C-363/12, Z./A Government Department, The Board of management of a community school, n.n.g


Dr. Susanne Burri
Dr. S.D. (Susanne) Burri is als universitair hoofddocent verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheidvan de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht en is coördinator van het Europees Netwerk op het terrein van Gendergelijkheid van de Europese Commissie.
Artikel

Hof van Justitie sauveert nationale steunregeling inzake duurzame elektriciteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden Duurzame elektriciteit, nationale steunregeling, Tweede Duurzaamheidsrichtlijn, vrij verkeer van goederen, rechtvaardiging
Auteurs Mr. Iman Brinkman en Mr. Pauline Huurnink
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2014 heeft het Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van Förvaltningsrätt i Linköping over een Zweedse steunregeling voor de productie van duurzame elektriciteit een belangrijk arrest gewezen over de aanvaardbaarheid van territoriale beperkingen in een dergelijke regeling. Het Hof van Justitie oordeelt dat een nationale steunregeling die uitsluitend openstaat voor partijen die in de betrokken lidstaat duurzame elektriciteit produceren in beginsel geen ongeoorloofde inbreuk maakt op het vrij verkeer van goederen en dus is toegestaan.
    HvJ EU 1 juli 2014, zaak C-573/12, Ålands Vindkraft AB/Energimyndigheten, ECLI:EU:C:2014:2037


Mr. Iman Brinkman
Mr. I. (Iman) Brinkman is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. Pauline Huurnink
Mr. P.P. (Pauline) Huurnink is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn te Den Haag. De auteurs danken hun kantoorgenoot Rob Gehring voor zijn waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Het Hof van Justitie in Kamino-Datema: horen in bezwaar onder voorwaarden gesanctioneerd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden rechten van de verdediging, hoorplicht, gevolgen schending hoorplicht, douanerecht
Auteurs Mr. Anoeska Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn uitspraak van 3 juli 2014 verduidelijkt het Hof van Justitie de betekenis van de rechten van de verdediging voor het Nederlandse bestuursrecht, meer in het bijzonder voor het douanerecht. Voor de douane lijkt de uitkomst positief: het horen van belanghebbenden tijdens de bezwaarprocedure is onder voorwaarden voldoende om aan de rechten van de verdediging tegemoet te komen. Afdeling 4.1.2 van de Awb blijft nog even in het beklaagdenbankje: de ruime uitzondering op de hoorplicht uit artikel 4:12 Awb lijkt niet altijd houdbaar en het Hof van Justitie wijst de rechtvaardiging van de Nederlandse regering expliciet af.
    HvJ EU 3 juli 2014, gevoegde zaken C-129/13, Kamino en C-130/13, Datema, ECLI:EU:C:2014:2041


Mr. Anoeska Buijze
Mr. A.W.G.J. (Anoeska) Buijze is postdoctoraal onderzoeker bij het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe en het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainbility Law.
Artikel

Is het gras bij de buren groener? Over de (on)mogelijkheid van territoriale samenhang binnen lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden vrij verkeer van diensten, kansspelen, geschiktheid, samenhang, interne bevoegdheidsverdeling lidstaten
Auteurs Mr. dr. Johan Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Digibet geeft het Hof van Justitie een nieuwe, territoriale dimensie aan de eis dat een beperkende maatregel slechts geschikt is om een legitiem doel te verwezenlijken indien de verwezenlijking van dit doel op samenhangende wijze wordt nagestreefd. Deze eis van territoriale samenhang blijkt op gespannen voet te staan met het respecteren van de interne bevoegdheidsverdeling binnen lidstaten. In het bijzonder kan het regime van een deelstaat dat afwijkt van het regime van andere deelstaten, de geschiktheid van het regime van die andere deelstaten ondermijnen.
    HvJ EU 12 juni 2014, zaak C-156/13, Digibet en Gert Albers/Westdeutsche Lotterie, ECLI:EU:C:2014:1756


Mr. dr. Johan Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is als universitair docent staats- en bestuursrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Voorstel IORP II-richtlijn: aanzet tot hervorming van het Nederlands pensioenstelsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden IORP-richtlijn, IORP II, pensioenfonds, pensioeninstelling, pensioenstelsel
Auteurs Mr. drs. Pascal Borsjé en Dr. Hans van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie van 27 maart 2014 tot herziening van de IORP-richtlijn (met betrekking tot instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen) heeft consequenties voor het huidige Nederlandse pensioenstelsel. De Europese Commissie streeft naar een gelijk speelveld tussen pensioenfondsen en verzekeraars en heeft daarom in het voorstel gekeken naar de uitgangspunten voor verzekeraars onder Solvency II-richtlijn. Het voorstel beoogt onder meer de bescherming van transparante individuele pensioenrechten. Dit staat op gespannen voet met het principe van ‘solidariteit’ dat in het Nederlandse pensioenstelsel traditioneel als uitgangspunt wordt gehanteerd. De hervorming van het Nederlands pensioenstelsel lijkt daarom ook vanuit EU-rechtelijk perspectief noodzakelijk.
    Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Brussel, 27 maart 2014 COM(2014)167 final, 2014/0091 (COD)


Mr. drs. Pascal Borsjé
Mr. drs. P. (Pascal) Borsjé is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Dr. Hans van Meerten
Dr. H. (Hans) van Meerten is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.
Artikel

Het arrest Briels: begrippen mitigatie en compensatie Habitatrichtlijn nader verklaard

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden Habitatrichtlijn, mitigatie, compensatie, Milieu & Infrastructuur, voorzorgbeginsel
Auteurs Dr. mr. Floor Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Briels e.a. gebogen over een prejudiciële vraag in het kader van een procedure aangaande het tracébesluit Rijksweg A2. Deze wegverbreding heeft negatieve gevolgen voor het bestaande beschermde areaal blauwgraslanden. Het tracébesluit voorziet echter in een mitigatieplan, omvattende de aanleg van een groter areaal blauwgraslanden van hogere kwaliteit dan het bestaande. De kern van het arrest gaat over de vraag of de in het tracébesluit voorgestelde beschermingsmaatregelen de schadelijke gevolgen mitigeren of dat deze maatregelen moeten worden aangemerkt als compenserende maatregelen als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn.
    In deze bijdrage worden de antwoorden van het Hof van Justitie besproken in het licht van eerdere rechtspraak over de beschermingsverplichtingen die artikel 6 lid 3 en 4 van de Habitatrichtlijn met zich meebrengen. In het bijzonder wordt daarbij ingegaan op de rol die het voorzorgbeginsel vervult bij de interpretatie van dit artikel en de betekenis van het begrip compensatie. De bijdrage sluit af met een korte bespreking van de opmerkelijke vervolgstappen die Nederland als reactie op het arrest heeft genomen.
    HvJ EU 15 mei 2014, zaak C-521/12, T.C. Briels e.a./Minister van Infrastructuur & Milieu, ECLI:EU:C:2014:330


Dr. mr. Floor Fleurke
Dr. mr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair docent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

De fiscale eenheid niet EU-proof?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden fiscale eenheid, vennootschapsbelasting, vrijheid van vestiging, Papillon
Auteurs Ian van Haaren LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij arrest van 12 juni 2014 heeft het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13 (zaak C-39/13, Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV; zaak C-40/13, X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam, en zaak C-41/13, Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV en MSA Nederland BV, ECLI:EU:C:2014:1758) (hierna: het SCA Group Holding-arrest) de vrijheid van vestiging van de artikelen 43 en 48 EG-Verdrag uitgelegd in het kader van het Nederlandse fiscale eenheidsregime van artikel 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet VPB 1969). In deze bijdrage bespreek ik dit arrest. Het Hof van Justitie lijkt erop aan te sturen dat in beginsel alle binnenlandse vennootschappen van een concern die aan de overige eisen voldoen in de fiscale eenheid gevoegd moeten kunnen worden, ongeacht of deze via Europese tussenhoudsters gehouden worden. De wetgever is aan zet maar vooralsnog moet de rechter maatwerk bieden op basis van de regeling voor vaste inrichtingen.
    HvJ EU 12 juni 2014, gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13 , Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV; X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam; en Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV en MSA Nederland BV, ECLI:EU:C:2014:1758.


Ian van Haaren LLM
M.I. (Ian) van Haaren, LLM, is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De ongeldigverklaring van de Dataretentierichtlijn: een nieuwe stap in de bescherming van de grondrechten door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden grondrechten, gegevensbescherming, ongeldige richtlijn, verkeersgegevens, evenredigheidstoetsing
Auteurs Mr. Hielke Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 april 2014 heeft het Hof van Justitie een opmerkelijk arrest gewezen in de gevoegde zaken Digital Rights Ireland en Seitlinger.
    Het heeft voor het eerst wegens strijd met het EU-Handvest voor de grondrechten een richtlijn in zijn geheel vernietigd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de Uniewetgever met de vaststelling van de Dataretentierichtlijn de door het evenredigheidsbeginsel gestelde grenzen heeft overschreden die hij in het licht van de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 van het Handvest in acht dient te nemen. Het heeft geen beperking in de tijd aangebracht (het Hof van Justitie wijkt hiermee af van de conclusie van advocaat-generaal Cruz Villalón, overwegingen 154-158).
    HvJ EU 8 april 2014, gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, Digital Rights Ireland en Seitlinger, EU:C:2014:238, n.n.g.


Mr. Hielke Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is verbonden aan de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS), tot 1 juli 2014 als afdelingshoofd Policy & Consultation. Thans heeft hij een sabattical, en werkt hij aan een onderzoek naar de grondrechtenbescherming op internet en de rol van de EU daarbij, als geassocieerd medewerker van de Vrije Universiteit Brussel en van de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Arrest Jetair: wanneer brengt een maatregel het resultaat van de richtlijn in gevaar?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden onthoudingsplicht, richtlijnen, rechtstreekse werking, overgangsregeling
Auteurs Mr. Sim Haket
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Jetair van het Hof van Justitie wordt in deze bijdrage bestudeerd met het oog op de in het arrest Inter-Environnement Wallonie 1x HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476. ontwikkelde verplichting voor lidstaten om zich gedurende de omzettingstermijn van een richtlijn te onthouden van maatregelen die het door deze richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kunnen brengen. In de analyse van het arrest ga ik in op de relatie tussen de onthoudingsplicht en rechtstreekse werking en wordt in kaart gebracht welke verplichtingen de onthoudingsplicht op welke momenten voor lidstaten bevat. Jetair laat vooral zien dat voor de beoordeling of een maatregel het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kan brengen voor sommige richtlijnbepalingen naar de richtlijndoelstellingen moet worden gekeken, terwijl dit voor andere richtlijnbepalingen niet het geval is.
    HvJ EU 13 maart 2014, zaak C-599/12, Jetair NV en BTW-eenheid BTWE Travel4you/FOD Financiën, ECLI:EU:C:2014:144.

Noten

  • 1 HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476.


Mr. Sim Haket
S.W. (Sim) Haket LLM is als docent Europees recht verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht
Artikel

De complexiteit van terugvordering van staatssteun

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden staatssteun, terugvordering, civielrechtelijke grondslag, ongerechtvaardigde verrijking
Auteurs Mr. Gijs van Midden en Mr. Gijsbrecht Nieuwland
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de terugvordering van (onrechtmatige of onverenigbare) staatssteun moet nationale grondslag bestaan. Niet steeds biedt het vermogensrecht adequate grondslagen om in civielrechtelijke context verleende steunmaatregelen terug te vorderen. Illustratief voor deze civielrechtelijke complexiteit is de zaak Kliq, waarin de Rechtbank Rotterdam artikel 6:212 BW inzake ongerechtvaardigde verrijking aangrijpt om via geldlening verstrekt voordeel terug te vorderen.
    Rb. Rotterdam 18 september 2013, Staat der Nederlanden/J.R. Maas c.s. qq. (Kliq), ECLI:NL:RBROT:2013:9330


Mr. Gijs van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. Dit kantoor is niet betrokken bij de in deze bijdrage besproken procedure bij de Rechtbank Rotterdam.

Mr. Gijsbrecht Nieuwland
Mr. G.C. (Gijsbrecht) Nieuwland is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. Dit kantoor is niet betrokken bij de in deze bijdrage besproken procedure bij de Rechtbank Rotterdam
Artikel

Downloadverbod; einde illegaal downloadgenot? – Het arrest ACI Adam BV e.a. inzake de thuiskopievergoeding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden Auteursrechtelijke bescherming, Thuiskopievergoeding, Auteursrechtrichtlijn, Auteurswet, Privégebruikuitzondering
Auteurs Mr. Masuma Shahid
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest ACI Adam BV e.a. is het eindresultaat van een jaren lang slepend conflict tussen een aantal elektronicaproducenten en Stichting de Thuiskopie omtrent de thuiskopievergoeding. In dit arrest verschaft het Hof van Justitie van Justitie duidelijkheid omtrent de (strikte) interpretatie en uitleg van de uitzonderingen en beperkingen van het reproductierecht uit de Auteursrechtrichtlijn. De lidstaten zijn vrij in het implementeren van de richtlijn, mits zij coherent zijn in het toepassen van de uitzonderingen. Een nationale wettelijke regeling die bij de toepassing van de privégebruikuitzondering geen onderscheid maakt tussen geoorloofde en ongeoorloofde bronnen is onverenigbaar met het Unierecht. Ook mag er in de thuiskopievergoeding geen rekening worden gehouden met schade ontstaan door reproducties uit ongeoorloofde bronnen.
    HvJ EU 10 april 2014, zaak C-435/12, ACI Adam BV e.a./Stichting de Thuiskopie, Stichting Onderhandelingen Thuiskopie Vergoeding, ECLI:EU:C:2014:254


Mr. Masuma Shahid
Mevr. mr. M. (Masuma) Shahid is als wetenschappelijk docent verbonden aan de afdeling Internationaal & Europese Unie Recht, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het ING-arrest: over de toepasselijkheid van het ‘Market Economy Investor Principle’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden staatssteun aan financiële instellingen, wijziging van een bestaande steunmaatregel, criterium van de particuliere investeerder, compenserende maatregelen
Auteurs Mr. drs. R. E. van Lambalgen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie moet het criterium van de particuliere investeerder ook toepassen op de wijziging van een bestaande steunmaatregel. Tot deze conclusie kwam het Hof van Justitie in het arrest van 3 april 2014 in de zaak C-224/12 P (ING). Daarmee heeft het Hof van Justitie een belangrijke verduidelijking gegeven omtrent de toepasselijkheid van het criterium van de particuliere investeerder.
    HvJ EU 3 april 2014, zaak C-224/12 P, Europese Commissie/Koninkrijk der Nederlanden en ING Groep NV, n.n.g.


Mr. drs. R. E. van Lambalgen
Mr. drs. R.E. (Randolf) van Lambalgen is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 46 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.