Zoekresultaat: 47 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2015 x

    In het arrest Alimanovic staat de vraag centraal of een Zweedse onderdaan die onvrijwillig werkloos is geworden nadat ze enige tijd in Duitsland had gewerkt, uitgesloten mag worden van een Duitse premievrije publieke bijstandsuitkering. Zonder een individuele afweging te maken oordeelt het Hof van Justitie dat artikel 24 Richtlijn 2004/38/EG een dergelijke uitsluiting toestaat. Na het eerder gewezen arrest Dano bevestigt het Hof van Justitie met dit arrest dat het is overgegaan tot een ruimere uitleg van de toegestane beperkingen op het vrij verkeer van personen. Ook werkzoekende Unieburgers met een recent arbeidsverleden in een gastlidstaat mogen categoriaal worden uitgesloten van het recht op een bijstandsuitkering in deze lidstaat.
    HvJ 15 september 2015, zaak C-67/14, Alimanovic, ECLI:EU:C:2015:597


Mr. dr. A. Eleveld
Mr. dr. A. (Anja) Eleveld is universitair docent Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Timab Industries S.A.: eerste ‘hybride zaak’ doorstaat eerste rechterlijke toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Schikking, Verordening (EG) nr. 622/2008, hybride procedure, alternatieve handhaving
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. drs. M.W.J. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht heeft in het arrest Timab Industries en Compagnie Financière et de participations Roullier (Timab) voor het eerst uitspraak gedaan over het hybride karakter van de schikkingsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008. Het hybride karakter is gelegen in de omstandigheid dat alle karteldeelnemers behoudens Timab de zaak met de Commissie hebben geschikt. In de tweede plaats is het arrest van belang, omdat aan Timab een boete werd opgelegd die aanzienlijk hoger was dan de bovengrens van de bandbreedte van boetes die haar door de Commissie in de schikkingsprocedure was voorgehouden. In dit artikel worden de overwegingen van het Gerecht met betrekking tot deze onderwerpen besproken en van kort commentaar voorzien.
    Gerecht 20 mei 2015, zaak T-456/10, Timab Industries, ECLI:EU:T:2015:296 (hogere voorziening verzocht: C-411/15P)


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. (Silvia) Vinken is advocaat bij BANNING N.V.

Mr. drs. M.W.J. Jongmans
Mr. drs. M.W.J. (Martijn) Jongmans is advocaat bij BANNING N.V.
Artikel

Het minimumloonbegrip in de Detacheringsrichtlijn – ruimte voor sociale bescherming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden detacheringsrichtlijn, vrijdienstenverkeer, sociaal beschermingsniveau, inimumloon, detacheringsvergoeding
Auteurs Dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie beoordeelt of het minimumloon dat een Poolse dienstverlener op grond van Fins recht moet betalen aan zijn Poolse werknemers die in Finland zijn gedetacheerd, in overeenstemming is met de bepalingen voor minimale bescherming uit de detacheringsrichtlijn. Het Hof van Justitie laat in zijn arrest een ruime marge aan de lidstaten om het minimumloon te bepalen. Hoewel uit het Laval-arrest voortvloeide dat de door de richtlijn beoogde minimumbescherming vanuit het oogpunt van vrij verkeer als plafond heeft te gelden, maakt dit arrest duidelijk dat de richtlijn niet noodzakelijkerwijs het absoluut laagste niveau verlangt dat het recht van de ontvangststaat aan sociale bescherming biedt.
    HvJ 12 februari 2015, zaak C-396/13, Sähköalojen ammattiliitto ry/Elektrobudowa Spółka Akcyjna (‘Finse vakbond’), ECLI:EU:C:2015:86


Dr. A.G. Veldman
Dr. A.G. (Albertine) Veldman is als universitair docent (Europees) arbeidsrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Hof van Justitie van Schumacker tot Kieback: indirecte discriminatie van buitenlandse werknemers in de inkomstenbelasting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden vrij verkeer van werknemers, indirecte discriminatie, Kieback-arrest, inkomstenbelasting, hypotheekrenteaftrek
Auteurs Mr. dr. J.J. van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse en internationale belastingrecht onderscheidt voor de heffing van inkomstenbelasting ingezeten van niet-ingezeten belastingplichtigen. Niet-ingezeten werknemers hebben in de werkstaat meestal geen recht op fiscale tegemoetkomingen in verband met hun persoonlijke of gezinssituatie, zoals hypotheekrenteaftrek. Hoewel dit op zich gerechtvaardigd is, vormt het volgens het Hof van Justitie onder omstandigheden indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Deze bijdrage bespreekt de hoofdlijnen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie op dit terrein, inclusief het Kieback-arrest van 18 juni 2015. De Hoge Raad vraagt in laatstgenoemde zaak of Nederland verplicht is om aan een ingezetene van Duitsland die tijdelijk in Nederland gewerkt heeft en vervolgens naar de Verenigde Staten emigreerde, hypotheekrenteaftrek te verlenen in verband met zijn in Duitsland gelegen woning. De verrassende uitkomst van deze procedure illustreert hoe complex Europees rechtersrecht kan zijn.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-9/14, Staatssecretaris van Financiën/D.G. Kieback, ECLI:EU:C:2015:406


Mr. dr. J.J. van den Broek
Mr. dr. J.J. (Harm) van den Broek is als universitair hoofddocent belastingrecht verbonden aan de Radboud Universiteit
Artikel

Het arrest Leidschendam: de contextbenadering als toetsingskader voor staatssteun bij gebiedsontwikkeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Voordeel, Particuliere marktdeelnemer, Gebiedsontwikkeling, Marktwaarde, Taxatie
Auteurs Dr. mr. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Leidschendam gaat over steunmaatregelen bij gebiedsontwikkeling en de invloed van (onder meer) de financiële crisis daarop. Het Gerecht laat in het arrest zien dat het oog heeft voor de complexiteit waarmee gebiedsontwikkeling is omgeven. Uit het arrest blijkt dat de Europese Commissie bij de beoordeling van steunmaatregelen, en meer in het bijzonder van de vraag of er een begunstiging van de onderneming heeft plaatsgevonden, de context waarin de steunmaatregel is vastgesteld in aanmerking moet nemen. Met deze nieuwe en ruime contextbenadering zet het Gerecht de Europese Commissie voor een grote uitdaging om dit soort projecten op de staatssteunaspecten te beoordelen.
    Gerecht 30 juni 2015, gevoegde zaken T-186/13, 190/13 en 193/13, Gemeente Leidschendam-Voorburg e.a./Commissie, ECLI:EU:T:2015:447


Dr. mr. N. Saanen
Dr. mr. N. (Nienke) Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.

T.I. Colenbrander
Artikel

De 3 uit 6-voorwaarde voor export van Nederlandse studiefinanciering door niet-actieve EU-burgers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Europees burgerschap, studiefinanciering, Export van studiefinanciering, 3 uit 6-voorwaarde
Auteurs Mr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie had al beslist dat Nederland door een woonplaatsvereiste voor te schrijven, de zogenoemde 3 uit 6-voorwaarde, voor migrerende werknemers en hun gezinsleden om Nederlandse financiering voor buiten Nederland gevolgd hoger onderwijs te kunnen verkrijgen, zijn verplichtingen krachtens artikel 45 VWEU en artikel 7 lid 2 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers niet was nagekomen. In de hier besproken uitspraak Martens is het de vraag of deze 3 uit 6-voorwaarde ook voor economisch niet-actieve EU-burgers verboden is, vanwege strijd met de bepalingen over het Europees Burgerschap (art. 20 en 21 VWEU).
    HvJ 25 februari 2015, zaak C-359/13, B. Martens/Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


Mr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als Universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

    Deze bijdrage bespreekt de gevolgen van de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU) voor de Nederlandse asielprocedure. Deze richtlijn heeft geleid tot een aantal belangrijke wijzigingen in het Nederlandse systeem van procedures en soorten asielbeslissingen. De onverkorte handhaving van een aantal cruciale aspecten van de Nederlandse asielprocedure, zoals de snelle algemene asielprocedure en het toetsingskader voor tweede en volgende asielaanvragen, wringt echter met het systeem van de Procedurerichtlijn. Daarnaast zijn in navolging van de richtlijn een aantal nieuwe waarborgen voor asielzoekers geïntroduceerd, zoals passende steun voor kwetsbare asielzoekers, een verruimd recht op een rechtsmiddel met schorsende werking en een volledig en ex nunc onderzoek door de rechter.
    Richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), PbEU 2013, L 180/60.


Mr. dr. M. Reneman
Mr. dr. M. (Marcelle) Reneman is als Universitair Docent Migratierecht verbonden aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Inburgeringseisen en het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden inburgeringsvoorwaarden, bestuurlijke boete, effectieve werking, Richtlijn langdurig ingezetenen, Richtlijn gezinshereniging
Auteurs Mr. A. Woltjer
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal arresten heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de vraag of de in Nederland gehanteerde inburgeringseis verenigbaar is met het Unierecht, met name de Richtlijn langdurig ingezeten derdelanders en de Richtlijn gezinshereniging.
    HvJ 4 juni 2015, zaak C-579/13, P en S, ECLI:EU:C:2015:369
    HvJ 9 juli 2015, zaak C-153/14, K en A, ECLI:EU:C:2015:453


Mr. A. Woltjer
Mr. A. (Aleidus) Woltjer is werkzaam als wetgevingsjurist bij de directie advisering van de Raad van State.
Artikel

Uitsluiting van homoseksuele mannen als bloeddonor: het arrest Léger en de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Richtlijn 2004/33/EG, discriminatie, volksgezondheid, Handvest, bloeddonor
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en Mr. A. Swarte
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschillende lidstaten, waaronder Nederland en Frankrijk, sluiten mannen die seksueel contact hebben (gehad) met mannen levenslang uit als bloeddonor. Het Hof van Justitie heeft zich op 29 april 2015 uitgesproken over deze permanente uitsluiting van MSM en heeft voorwaarden geformuleerd waaraan in dat geval moet zijn voldaan.
    HvJ 29 april 2015, zaak C-528/13, Geoffrey Léger/Ministre des Affaires sociales, de la Santé et des Droits des femmes, en Établissement français du sang, ECLI:EU:C:2015:288


Prof. mr. J.C.J. Dute
Prof. mr. J.C.J. (Jos) Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest Mertens geoordeeld dat een grensarbeider die in directe aansluiting op een voltijds arbeidscontract deeltijds werkzaam wordt bij een andere onderneming in dezelfde lidstaat gedeeltelijk werkloos is. Een situatie van volledige werkloosheid is slechts aan de orde indien de betrokken werknemer volledig heeft opgehouden te werken.
    HvJ 5 februari 2015, C-655/13, Mertens, ECLI:EU:C:2015:62


Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveert aan de Universiteit Hasselt.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2013 en 2014

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Mededingingsbeperkende afspraken, Misbruik van een economische machtspositie, Ondernemingsbegrip, Procedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. E.L.G. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderhavige artikel staan centraal de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie die zich in de jaren 2013 en 2014 hebben voorgedaan op het gebied van het mededingingsrecht. In verband met de enorme productie van arresten en beschikkingen door het Hof van Justitie op dit terrein komen uitsluitend de meest in het oog springende zaken aan bod


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. E.L.G. Mattioli
Mr. E.L.G. (Evi) Mattioli is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel en is tevens verbonden als vrijwillig medewerkster aan de KU Leuven.
Artikel

De prijs voor transparantie en publicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Toegang tot documenten, Verordening (EG) nr. 1049/2001, publicatie van processtukken online, proceskostenveroordeling, misbruik van recht
Auteurs Mr. O.W. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot processtukken met standpunten die de Europese instellingen en Lidstaten innemen in procedures bij de EU-rechter ondervindt toenemende belangstelling.
    Dit is de tweede zaak waarin de grenzen worden verkend van toegang tot processtukken via de Eurowob.
    Breyer is deels succesvol in zijn verzoek tot toegang maar wordt in de proceskostenveroordeling gestraft voor het plaatsen van kritische kanttekeningen en processtukken van zijn Eurowobzaak op zijn website. De vraag is of dit rechtens juist is. De Commissie heeft hogere voorziening ingesteld tegen het hier besproken arrest.
    Gerecht 27 februari 2015, zaak T-188/12, Patrick Breyer (gesteund door interveniënten Republiek Finland, Koninkrijk Zweden)/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:124. Hogere voorziening verzocht in C-213/15 P.


Mr. O.W. Brouwer
Mr. O.W. (Onno) Brouwer is als advocaat verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam en Brussel.
Artikel

Handhaving van Europees Milieurecht: resultaatsverplichtingen op het terrein van lucht en water

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden milieu, kaderrichtlijnen, programmatische aanpak, resultaatsverplichting, lucht- en waterkwaliteitseisen
Auteurs Mr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In de besproken prejudiciële procedures is het Hof van Justitie verzocht uitspraak te doen over de aard van de in de milieukaderrichtlijnen opgenomen programmatische verplichtingen. In beide arresten heeft het Hof van Justitie de doelstellingen van deze richtlijnen centraal gesteld, hetgeen een einde heeft gemaakt aan de discussie of het in deze richtlijnen wel gaat om resultaatsverplichtingen. De rechtspraak heeft gevolgen voor het Nederlandse beleid dat de programmatische aanpak centraal stelt. Geconcludeerd wordt dat per sector en per richtlijn bekeken moet worden of dit verenigbaar is met het Europese recht. Een generalistische verbreding en uniforme toepassing van de programmatische aanpak staat hiermee op gespannen voet.
    HvJ 1 juli 2015, zaak C-461/13, Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland eV/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2015:433.
    HvJ 19 november 2014, zaak C-404/13, The Queen, op verzoek van ClientEarth/The Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, ECLI:EU:C:2014:2382 (ClientEarth).


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. (Floor) Fleurke is universitair docent Europees milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen

Over de moeizame relatie tussen het Unierecht en arbitrage

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Arbitrage, EEX-Verordening, EEX-herschikking, anti-suit injunction
Auteurs Mr. dr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat de EEX-Verordening niet van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale anti-suit injunctions. Die vraag wordt beheerst door het nationale en het internationale recht dat van toepassing is in de lidstaat waar de erkenning en tenuitvoerlegging van de anti-suit injunction wordt gezocht.
    HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen, ECLI:EU:C:2015:316


Mr. dr. B. van Zelst
Mr. dr. B. (Bas) van Zelst is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

Hof van Justitie ontwikkelt nieuwe visie op begrip handicap – en daarmee op non-discriminatierecht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden non-discriminatie, handicap, definitie, zwaarlijvigheid, ontslag
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 1997 heeft de Raad van Ministers van de EU de bevoegdheid maatregelen te nemen ter bestrijding van discriminatie op grond van handicap. Maar wat wordt eigenlijk onder het begrip handicap verstaan? Het Hof van Justitie heeft deze term, zoals onder andere neergelegd in Richtlijn 2000/78/EG (hierna: Kaderrichtlijn) en het Handvest van grondrechten van de EU, via antwoorden op prejudiciële beslissingen nader geduid. Bestudering van deze jurisprudentie leert dat het Hof van Justitie het begrip handicap inmiddels anders interpreteert dat aanvankelijk het geval was. De omslag van een medische naar een meer sociale visie op het begrip handicap spreekt evident uit het recente arrest Kaltoft, het vervolg op de eerdere zaak HK Danmark. Deze nieuwe visie werkt door in de uitleg en toepassing van het Unierechtelijke verbod van discriminatie vanwege handicap en laat de gelijkebehandelingswetgeving in Nederland niet onberoerd.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-354/13, Karsten Kaltoft/Billund Kommune, ECLI:EU:C:2014:2463, n.n.g.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. (Aart) Hendriks is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is daarnaast coördinator gezondheidsrecht bij artsenorganisatie KNMG te Utrecht.
Artikel

Lundbeck en pay-for-delay schikkingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Lundbeck, pay-for-delay, schikking, farmaceutische industrie, Actavis
Auteurs Mr. J. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2015 publiceerde de Europese Commissie de boetebeschikking in de zaak Lundbeck. Lundbeck werd samen met een aantal producenten van generieke geneesmiddelen beboet voor pay-for-delay schikkingen die zij hadden getroffen. Door middel van deze schikkingen kwamen de betrokken producenten van generieke geneesmiddelen overeen dat zij markttoegang zouden uitstellen in ruil voor een betaling. In dit artikel wordt de Lundbeck-beschikking besproken en een vergelijking gemaakt met de beoordeling van pay-for-delay schikkingen door de Amerikaanse mededingingsautoriteit en rechter.
    Commissie beschikking nr. C(2013) 3803 final, zaak AT.39226 (19 juni 2013)


Mr. J. Fanoy
Mr. J. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is medewerker binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.