Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Markt & Mededinging x Jaar 2016 x
Jurisprudentie

Lundbeck – uitstel van executie

Gerecht 8 september 2016, zaak T-472/13, H. Lundbeck A/S en Lundbeck Ltd./Europese Commissie, ECLI:EU:T:2016:449

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden pay-for-delay, Lundbeck, IE en mededinging, strekkingsbeperking, beschermingsomvang octrooi
Auteurs Elske Raedts
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2002 sloot Lundbeck overeenkomsten met een aantal generieke producenten op grond waarvan zij de marktintroductie van generieke varianten van Lundbeck’s antidepressivum Citalopram zouden uitstellen in ruil voor een betaling. Op 8 september 2016 oordeelde het Gerecht dat deze zogenoemde Pay-for-Delay overeenkomsten tot doel hadden de mededinging te beperken. Het Gerecht laat zich in deze uitspraak onder meer uit over de werkingssfeer van het mededingingsrecht in octrooizaken, over het concept van potentiële concurrentie en over de vraag wanneer schikkingsovereenkomsten als strekkingsbeperking kunnen kwalificeren. Lundbeck heeft op 18 november 2016 tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij het Hof van Justitie.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

    Op grond van het (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) stimuleert de overheid ondernemingen in dertien Nederlandse sectoren om in sectorverband samen met de overheid en partijen uit het maatschappelijk middenveld afspraken te maken om complexe IMVO-risico’s in de keten aan te pakken. Dit is opmerkelijk, want op grond van het mededingingsrecht kan het maken van dergelijke afspraken – indien zij in strijd zijn met het kartelverbod – ondernemingen duur komen te staan. Om deze gecompliceerde situatie te verbeteren heeft de minister van Economische Zaken op 30 september 2016 de herziening van de Beleidsregel mededinging en duurzaamheid gepubliceerd. In dit artikel analyseert de auteur de effecten van de herziening en beoordeelt zij of het mededingingsrecht op deze manier meer ruimte geeft aan duurzaamheidsinitiatieven.


Jeanine Wubbels
Mr. J.J. Wubbels is onderzoeker aan de Leerstoel International Business and Human Rights aan de Erasmus Universiteit.
Jurisprudentie

Eturas: ontvangst ongevraagde online informatie kan leiden tot onderling afgestemd feitelijk gedrag

HvJ EU 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden onderling afgestemd gedrag, bewijslast, bewijsstandaard, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, onschuldpresumptie
Auteurs Winfred Knibbeler
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Eturas vormt een belangrijke bouwsteen in de rechtspraak over onderling afgestemd feitelijk gedrag. Het Hof van Justitie bevestigt dat een online mededeling in een verticale context kan leiden tot een inbreuk op artikel 101 VWEU. Daarvoor is wel nodig dat een mededingingsautoriteit volgens nationale bewijsregels aannemelijk maakt dat de ontvanger van een online bericht op de hoogte was van de inhoud van het bericht. Nationale bewijsregels worden begrensd door het vermoeden van onschuld, dat vervat is in artikel 48 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en het is ook mogelijk zich van de inbreuk te distantiëren door te bewijzen dat de ongevraagde online informatie commercieel is genegeerd.


Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Het DHL-arrest: ‘Foutje, bedankt!’ in een systeem van parallelle clementieregelingen

HvJ EU 20 januari 2016, zaak C-428/14, DHL Express (Italy) Srl en DHL Global Forwarding (Italy) SpA/Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato, ECLI:EU:C:2016:27

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden opsporing, clementie, kartel, Verordening (EG) nr. 1/2003, ECN-model
Auteurs Ruben Elkerbout
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot voor kort was de hamvraag voor clementieverzoekers wat de precieze juridische status was van het ECN-clementieregelingsmodel van 2006 en welke precieze relatie een hoofdclementieverzoek bij de Commissie en een beknopt verzoek bij een nationale mededingingsautoriteit hebben. Op deze vragen en meer geeft het Hof van Justitie antwoord in het DHL-arrest. In deze bijdrage worden het DHL-arrest en de implicaties daarvan voor de clementiepraktijk besproken. Tevens komen het relevante juridische kader en het feitencomplex aan bod. Auteur pleit in zijn conclusie voor een in meer of mindere mate gecentraliseerd Europees clementieprogramma.


Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is advocaat bij Stek te Amsterdam.

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.


Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.

Paul Glazener
Mr P. Glazener is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Bas Braeken, Marlies Koppenol en Jeanne Plettenburg
Auteursinformatie

Bas Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten NV.

Marlies Koppenol
Mr. M. Koppenol is advocaat bij Maverick Advocaten NV.

Jeanne Plettenburg
Mr. J.C. Plettenburg is juridisch medewerker bij Maverick Advocaten NV.
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Robin Struijlaart, Marc Custers en Marc Wiggers
Auteursinformatie

Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Marc Custers
Mr. drs. M.G.A.M. Custers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Callista Meijer
Mr. C.C. Meijer is raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

De uitgangspunten toezicht eerstelijnszorg in een context

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden eerstelijnszorg, ACM, zorgaanbieders, handhaving, toezicht
Auteurs Weijer VerLoren van Themaat en Mattijs Bosch
Auteursinformatie

Weijer VerLoren van Themaat
Mr. I.W. VerLoren van Themaat is partner en advocaat bij Houthoff Buruma.

Mattijs Bosch
Mr. M.K.M. Bosch is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

De overheid als marktpartij: de market economy operator-test in het staatssteunrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden staatssteun, MEO-test, marktdeelnemer, overheid, marktomstandigheden
Auteurs Sandra Stekelenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de overheid marktconform handelt, dan is er geen sprake van staatssteun. Marktconformiteit kan worden vastgesteld aan de hand van het concept van de particuliere marktdeelnemer in een markteconomie. Dit noemt de Europese Commissie in haar ontwerpmededeling over het begrip staatssteun het beginsel van de market economy operator. De in de ontwerpmededeling genoemde testmethoden kunnen door een overheidsinstantie worden gebruikt om aannemelijk te maken dat een transactie marktconform is, en dus geen staatssteun bevat. In voorkomende gevallen kan de MEO-test de doorslag geven bij het antwoord op de vraag of een maatregel al dan niet staatssteun bevat.


Sandra Stekelenburg
Mr. S.C.E. Stekelenburg is juridisch adviseur bij het ministerie van Financiën. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Jurisprudentie

Uitspraak rechtbank inzake Brink’s Nederland BV – Geldservice Nederland BV

Uitspraak Rechtbank Rotterdam 13 augustus 2015: Brink’s Nederland BV vs. ACM

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden geldtransport, productieovereenkomst, gezamenlijke inkoop, machtspositie, richtsnoeren horizontale samenwerkingsovereenkomsten
Auteurs Marco Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    De Rechtbank Rotterdam verwerpt het beroep van Brink’s Nederland BV tegen het besluit op bezwaar van ACM waarin haar klacht tegen de oprichting door ABN AMRO, ING en Rabobank van Geldservice Nederland BV wordt afgewezen. Naar de mening van de rechtbank heeft ACM terecht geoordeeld dat de gezamenlijke geldverwerking en de gezamenlijke inkoop van geldtransportdiensten in het kader van Geldservice Nederland BV niet in strijd zijn met de artikelen 6 lid 1 Mw en 101 lid 1 VWEU respectievelijk artikelen 24 Mw en 102 VWEU.


Marco Slotboom
Mr. dr. M.M. Slotboom is advocaat bij VVGB te Brussel.
Artikel

De nieuwe Section 5 Statement – in weiter Ferne, so nah?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Federal Trade Commission, Section 5, Federal Trade Commission Act
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 13 augustus 2015 publiceerde de Federal Trade Commission een beknopt document met uitgangspunten voor de handhaving van ‘Section 5’ van de Federal Trade Commission Act. Het gaat hier om de handhaving van het verbod op, onder meer, ‘Unfair methods of competition in or affecting commerce’, een bepaling die deels, maar zeker niet volledig overlapt met Section 1 en 2 van de Sherman Act, de Amerikaanse versies van ons kartelverbod en misbruikverbod. Deze korte bijdrage schetst het ‘Statement of Enforcement Principles’ en werpt de vraag op of een ‘Europees Section 5’ aantrekkelijk zou zijn.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam bij Visser Schaap & Kreijger.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.