Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Markt & Mededinging x
Artikel

Access_open Control of Relative Market Power in Competition Law

An Instrument to Implement the Unfair Trading Practices Directive?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2019
Auteurs Jochen Glöckner
SamenvattingAuteursinformatie

    On April 2019 the Directive on Unfair Trading Practices in business-to-business relationships in the agricultural and food supply chain has entered into force. In particular the remedies that the Member States are supposed to offer seem to be designed after the blueprint of competition law enforcement, and the practices deemed “unfair” in this Directive are closely related to abusive practices under Article 102 TFEU. While such practices are typically based on an economic dependence, no dominant position as required by Article 102 TFEU will be found. So, the question is whether an expansion of the scope of control of unilateral conduct under competition law might be the way to implement the Directive.
    Germany has a long-standing tradition with respect to the expansion of the scope of control of abusive conduct to undertakings with less than a dominant position. Following a brief introduction that outlines the contents of the Directive (I.) this contribution is going to give a picture of the provisions on control of so-called “relative market power”, i.e. a position of independence not versus all competitors and the opposite market side as defined by the ECJ, but only in the relation to individual trading partners under German competition law (II.), and finish with an outline of the structural problems that might stand in the way of implementing the new rules with a simple application or amendment of the competition law provisions on relative market power (III.)


Jochen Glöckner
Prof. Dr. iur., J. Glöckner LL.M. (USA), Chair for German and European Private and Economic Law, Universität Konstanz; Judge at the Higher Regional Court Karlsruhe.
Annotatie

Van een kikker kan men geen veren plukken – het mededingingsrechtelijke ondernemingsbegrip in het kader van de civielrechtelijke handhaving

HvJ EU 14 maart 2019, zaak C-724/17, Skanska Industrial Solutions, ECLI:EU:C:2019:204

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2019
Auteurs Robbert Jaspers en Tom Binder
Auteursinformatie

Robbert Jaspers
Mr. R.M.T.M. Jaspers is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Europees en mededingingsrecht van AKD Benelux Lawyers te Brussel.

Tom Binder
Mr. T.J. Binder is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Europees en mededingingsrecht van AKD Benelux Lawyers te Brussel.

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.


Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.
Artikel

De nieuwe Section 5 Statement – in weiter Ferne, so nah?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Federal Trade Commission, Section 5, Federal Trade Commission Act
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 13 augustus 2015 publiceerde de Federal Trade Commission een beknopt document met uitgangspunten voor de handhaving van ‘Section 5’ van de Federal Trade Commission Act. Het gaat hier om de handhaving van het verbod op, onder meer, ‘Unfair methods of competition in or affecting commerce’, een bepaling die deels, maar zeker niet volledig overlapt met Section 1 en 2 van de Sherman Act, de Amerikaanse versies van ons kartelverbod en misbruikverbod. Deze korte bijdrage schetst het ‘Statement of Enforcement Principles’ en werpt de vraag op of een ‘Europees Section 5’ aantrekkelijk zou zijn.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam bij Visser Schaap & Kreijger.
Artikel

Pleiten, schikken of slikken

Een economische analyse van de Richtlijn inzake schadevorderingen bij inbreuken op het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Richtlijn inzake schadevorderingen, schadevergoeding, boetes, civielrechtelijke handhaving, bestuursrechtelijke handhaving
Auteurs Peter van Wijck en Jan Kees Winters
SamenvattingAuteursinformatie

    De Richtlijn inzake schadevorderingen beoogt de ‘civielrechtelijke handhaving’ van het mededinginsgrecht te bevorderen door schadevergoedingsacties te stimuleren. De schade die door (met name) een kartel is veroorzaakt, dient geheel te worden vergoed. Economisch gezien betekent dit een extra financiële belasting bovenop de bestuursrechtelijke boete. Het lijkt dan aannemelijk dat de afschrikwekkende werking op kartelgedrag wordt vergroot. Of dat zo is, hangt af van diverse factoren, zoals de boete, pakkans, mogelijkheid tot schikken en de kans op het feitelijk verkrijgen van een schadevergoeding.


Peter van Wijck
Dr. P.W. van Wijck is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Jan Kees Winters
Dr. J.K. Winters is principal bij RBB Economics.
Jurisprudentie

Meelzaak – beperking aansprakelijkheid investeringsmaatschappijen door ACM?

ACM-besluiten inzake Bencis en CVC d.d. 30 november 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Meel, Toerekening, Ne bis in idem, Investeringsmaatschappij, Boeteberekening
Auteurs Paul van den Berg en Jeannette ten Cate
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de ACM-besluiten inzake Bencis en CVC van 30 november 2014. Met deze besluiten heeft ACM, in navolging van de praktijk van de Europese Commissie, voor het eerst investeringsmaatschappijen beboet voor een inbreuk begaan door een dochtervennootschap. In eerste instantie is alleen de dochtervennootschap, Meneba, aansprakelijk gehouden voor een gestelde kartelinbreuk. In twee nieuwe besluiten zijn Bencis en CVC, beide investeerders, alsnog beboet als gevolg van de inbreuk begaan door hun dochtervennootschap Meneba. De besluiten roepen een aantal interessante vragen op, waaronder met betrekking tot (1) de – in lijn met Europese jurisprudentie – lage standaard die ACM toepast voor toerekening van de inbreuk aan moedervennootschappen, in lijn met recente Europese jurisprudentie; (2) het nemen van een nieuw besluit ten aanzien van de moedervennootschappen; en (3) de wijze van omzetberekening voor de boete.


Paul van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Jeannette ten Cate
Mr. drs. J.J. ten Cate is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Bespreking arresten van het Gerecht van 2 februari 2012 in de zaken T-76/08, DuPont/Commissie en T-77/08, Dow/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Dow, DuPont, Europese Commissie, chloropeenrubberkartel, joint venture
Auteurs Mr. E.H. Pijnacker Hordijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In de arresten van het Gerecht van 2 februari 2012 in de zaken T-76/08, DuPont/Commissie en T-77/08, Dow/Commissie, gericht tegen de beschikking van de Commissie van 5 december 2007 inzake het Chloropreenrubberkartel, is met name de vraag aan de orde of een overtreding gepleegd door een concentratieve (full-function) joint venture kan worden toegerekend aan de beide ouders. Deze vraag is niet nieuw, maar was nog niet eerder aan de Unierechter voorgelegd.


Mr. E.H. Pijnacker Hordijk
Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. en tevens redactielid van M&M.
Jurisprudentie

‘De Nederlander betaalt teveel voor zijn biertje’

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Nederlandse biermarkt, bewijslast, clementie, redelijke termijn, algemene beginselen
Auteurs Mr. R. Ludding en Mr. F. Pasaribu
SamenvattingAuteursinformatie

    De hier te bespreken arresten van 16 juni 2011, zaken T-240/07 (Heineken N.V. en Heineken Nederland B.V.) en T-235/07 (Bavaria N.V.), alsmede het arrest van 15 september 2011, zaak T-234/07 (Koninklijke Grolsch N.V.), betreffen het Nederlandse ‘bierkartel’, dat volgens de Europese Commissie in haar boetebesluit in ieder geval in de periode 1996-1999 actief was.


Mr. R. Ludding
R. Ludding is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.

Mr. F. Pasaribu
F. Pasaribu is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Artikel

Het EVRM en de handhaving in het mededingingsrecht

De zaak Menarini uitgelicht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2012
Trefwoorden artikel 6 EVRM, handhaving, ‘criminal charges’, procedurele waarborgen, rechterlijke toetsing
Auteurs A.E. Beumer, LLM en Dr. C.J. Van de Heyning, LLM
SamenvattingAuteursinformatie


A.E. Beumer, LLM
A.E. Beumer, LLM is als PhD onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Dr. C.J. Van de Heyning, LLM
Dr. C.J. Van de Heyning, LLM is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Over moeders en dochters

Het weerlegbaar vermoeden in de praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden kartel, aansprakelijkheid moederonderneming, weerlegbaar vermoeden, beslissende invloed, motiveringsgebreken
Auteurs Mr. F. Muller en Dr. mr. S. Verschuur
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. F. Muller
Mr. Frans Muller is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.

Dr. mr. S. Verschuur
Dr. mr. S. Verschuur is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.
Artikel

Daderschap van kartelovertredingen, de facilitator beboet

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden Facilitator, Medeplegen, Daderschap, Legaliteitsbeginsel, Artikel 81 EG-Verdrag
Auteurs Mr. Robbert de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is bij bepalen de normadressaat/het daderschap van kartelovertredingen een begrip als medeplegen of medeplichtigheid een aan te leggen criterium? Richt het kartelverbod zich ook tegen een facilitator? En verhoudt zich dat wel met het legaliteitsbeginsel? Voor die vragen zag het Gerecht van Eerste Aanleg zich gesteld in de zaak van AC-Treuhand AG, waarin het op 8 juli 2008 arrest wees (T-99/04 AC Treuhand AG t. Commissie).


Mr. Robbert de Bree
Robbert de Bree is werkzaam als advocaat bij Wladimoroff & Waling te ’s-Gravenhage
Jurisprudentie

Verizon Communications INC. v. Law Offices of Curtis V. Trinko LLP

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2004
Trefwoorden service, ex-monopolist, claim, sherman act, interconnectie, mededinging, E-business, retailmarkt, wetgeving, mededingingsrecht
Auteurs P.J. Slot

P.J. Slot
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.