Zoekresultaat: 31 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Markt & Mededinging x Jaar 2011 x
Jurisprudentie

CBb stelt grenzen aan alles-in-één-hand stelsel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden functiescheiding, alles-in-één-hand stelsel, bouwfraude, onderzoek, uitsluiting van bewijs
Auteurs Mr. B.H.J. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij uitspraak van 30 augustus 20111x LJN BR6737. bevestigt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 28 april 20092x LJN BI3337. waarin de rechtbank oordeelde dat de NMa de verplichting tot functiescheiding zoals bedoeld in artikel 54a Mw had geschonden. Het CBb overweegt dat de verplichting tot functiescheiding ertoe strekt te verzekeren dat de beslissing om al dan niet een boete op te leggen objectief en onbevooroordeeld plaatsvindt. Volgens het CBb had de NMa zich in de onderhavige zaak niet van die verplichting gekweten. De Juridische Dienst van de NMa had namelijk voorafgaand aan het primaire besluit bij een derde partij feitelijke informatie opgevraagd. Het opvragen van dergelijke informatie kwalificeert als een onderzoekshandeling en is voorbehouden aan de daartoe aangewezen ambtenaren van de NMa. Het CBb overweegt dat binnen het in de Mededingingswet voorziene alles-in-één-hand stelsel de verplichting tot functiescheiding van fundamentele betekenis is. Het CBb verbindt daaraan vervolgens de conclusie dat niet alleen het procedureel incorrect verkregen bewijsmateriaal moet worden uitgesloten, maar dat de ‘smet’ van dit bewijsmateriaal ook kleeft aan de waardering van het reeds in de onderzoeksfase verkregen bewijsmateriaal.

Noten


Mr. B.H.J. Braeken
Mr. B.H.J. Braeken is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.


Prof. dr. M.P. Schinkel
Prof. dr. M.P. Schinkel is hoogleraar Competition Economics and Regulation aan de Universiteit van Amsterdam en co-director van het Amsterdam Centre for Law and Economics (ACLE).
Artikel

De redelijke termijn in het mededingingsrecht

Nog altijd redelijk?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden redelijke termijn, rechten van verdediging, artikel 6 EVRM, schending
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. M.J. van Joolingen
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit artikel 6 lid 1 EVRM volgt de plicht een procedure binnen een redelijke termijn te berechten. Artikel 6 EVRM is onverkort van toepassing op mededingingsprocedures. Het leerstuk van de redelijke termijn in mededingingszaken is sinds enkele jaren een bekend fenomeen, zowel Europees als nationaal. Het leerstuk is echter nog altijd in ontwikkeling. In deze bijdrage staan wij stil bij de laatste ontwikkelingen op het gebied van de redelijketermijnjurisprudentie in het (Europese) mededingingsrecht.


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Over moeders en dochters

Het weerlegbaar vermoeden in de praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden kartel, aansprakelijkheid moederonderneming, weerlegbaar vermoeden, beslissende invloed, motiveringsgebreken
Auteurs Mr. F. Muller en Dr. mr. S. Verschuur
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. F. Muller
Mr. Frans Muller is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.

Dr. mr. S. Verschuur
Dr. mr. S. Verschuur is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.
Artikel

De herziening van het Altmark-pakket

Nieuwe regels voor staatssteun en diensten van algemeen economisch belang

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang (DAEB), Altmark, compensatiebeginsel, artikel 106 lid 2 VWEU
Auteurs Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Altmark uit 2003 betekende een doorbraak ten aanzien van de behandeling van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) onder de staatssteunregels.1x HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253. De Commissie bouwde in 2005 voort op dit arrest met een aantal samenhangende maatregelen op grond van artikel 106 lid 3 TFEU die erop gericht waren een kader te stellen voor DAEB die niet aan alle Altmark-voorwaarden voldeden maar de minimis waren of om andere redenen in aanmerking kwamen voor een vrijstelling op basis van artikel 106 lid 2 VwEU.2x Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153. Dit kader wordt hier het Altmark-pakket genoemd.3x Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’. Op grond van de tussentijds opgedane ervaring en een uitgebreide consultatie heeft de Commissie in september 2011 voorstellen gedaan voor de herziening van het Altmark-pakket met de bedoeling de nieuwe maatregelen nog in 2011 of januari 2012 vast te stellen. In deze bijdrage worden eerst kort het Altmark-arrest en het huidige Altmark-pakket besproken om vervolgens uitgebreider in te gaan op de nieuwe voorstellen. De nadruk ligt daarbij op de verschillen met de huidige situatie.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel, met dank aan Hans Vedder, Rein Halbersma en Michiel Veersma voor hun commentaar.
  • 1 HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253.

  • 2 Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153.

  • 3 Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’.


Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij Tilburg University (TILEC) en bij de Nederlandse Zorgautoriteit.


Mr. R. Wesseling
Mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en Professor of Competition Law and Regulation aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Besluit Veolia/CDC-Transdev sluit als een bus

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Nma, Veolia/CDC-Transdev, openbaar vervoer, aanbesteding, vergunning
Auteurs Mr. M. Offerman, Mr. M. Rijke MA en M.S. Van Scheijen Msc. MA
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. M. Offerman
Mr. M. Offerman is werkzaam als zaakbehandelaar bij de NMa.

Mr. M. Rijke MA
Mr. M. Rijke MA is werkzaam als programmamanager transport bij de NMa.

M.S. Van Scheijen Msc. MA
M.S. van Scheijen MSc. MA is werkzaam als zaakbehandelaar bij de NMa.
Artikel

Staatssteun in de zorgsector

Een trage ontwikkeling naar een gelijk speelveld voor zorginstellingen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden staatssteun, zorgsector, Wmg, marktwerking, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. P.A.M. Broers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vormt het sluitstuk van een reeks wetten die gezamenlijk het nieuwe zorgstelsel in Nederland vormgeven. Samen met het wetgevingspakket omtrent de modernisering van de AWBZ vormen zij de wettelijke basis voor de introductie van marktwerking in de zorg in Nederland. Met de introductie van marktwerking komen ook de staatssteunregels in beeld. Omdat de (meeste) activiteiten van zorginstellingen kwalificeren als economische activiteiten, zijn de staatssteunregels in beginsel van toepassing op steunverlening door de overheid aan die zorginstellingen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen, de beschikkingspraktijk en de jurisprudentie op Europees en nationaal niveau wat betreft steunverlening in de zorgsector.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. P.A.M. Broers
Mr. P.A.M. Broers is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.
Jurisprudentie

Pfleiderer AG/Bundeskartellamt

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden clementie, openbaarmaking, Wob, doeltreffendheid, schadevergoeding
Auteurs Mr. M. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage betreft een noot bij het arrest Pfleiderer aangaande de prejudiciële vraag of het Unierecht zich verzet tegen inzage in nationale clementiestukken door een derde. Het arrest stelt dat een vordering tot inzage dient te worden beoordeeld naar nationaal recht, waarbij per geval de uit het Unierecht voortvloeiende belangen dienen te worden afgewogen. Het commentaar gaat in op de mate van invulling die het Hof van Justitie had kunnen geven aan de reikwijdte van de bescherming van clementiestukken. Vervolgens wordt de door het Hof van Justitie voorgestane belangenafweging behandeld en wordt stilgestaan bij mogelijke gevolgen van dit arrest voor de Nederlandse rechtspraktijk.


Mr. M. Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat bij Boekel De Nerée N.V. te Londen.
Jurisprudentie

Bewijswaarde clementieverklaringen – het arrest Aalberts

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden bewijs(waarde), clementie(verklaring), aanvullend bewijs, Aalberts, JFE
Auteurs Mr. S.C.H. Molin
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Aalberts heeft het Gerecht de beschikking van de Europese Commissie in de zaak Fittingen vernietigd voor zover daarbij aan Aalberts een boete was opgelegd voor kartelinbreuken van twee door haar verworven dochtermaatschappijen. De Commissie had zich bij de vaststelling van de inbreuk van een van deze dochtermaatschappijen te zeer verlaten op een clementieverklaring van een andere onderneming, zonder dat deze voldoende steun vond in aanvullend bewijsmateriaal. Daardoor was niet voldaan aan de voor vaststelling van een inbreuk op artikel 101 VWEU geldende bewijsstandaard.


Mr. S.C.H. Molin
Mr. S.C.H. Molin is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.
Jurisprudentie

Openbaarheid en fusiecontrole

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Eurowob en concentratietoezicht, toegang tot documenten uit het dossier Airtours/First Choice, reikwijdte excepties na afsluiting onderzoek, motiveringsplicht Commissie bij afwijzing verzoek tot openbaarmaking
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De schokgolven van de vernietiging van de verbodsbeschikking in de Airtours/First Choice-zaak zijn bijna tien jaar later nog altijd voelbaar. Waar de poging van MyTravel (voorheen Airtours) om ter onderbouwing van haar schadevergoedingsactie met een beroep op de Eurowob documenten uit het fusiecontrole-dossier te bemachtigden nog spaak liep bij Commissie en Gerecht, oordeelt het Hof van Justitie thans dat MyTravel met een te magere motivering is afgescheept.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Linklaters LLP).
Jurisprudentie

Sandd/Selekt Mail

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden concentratie, causaliteit, failing firm, counterfactual, failing division
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij besluit van 8 april 2011 heeft de raad van bestuur van de NMa bepaald dat voor de totstandbrenging van de overname door Sandd B.V. van Deutsche Post Selekt Mail Nederland C.V. en Deutsche Post Mail Distribution (Netherlands) B.V. geen vergunning is vereist.De NMa komt tot dit besluit ondanks haar inschatting dat het verdwijnen van Selekt Mail van de Nederlandse markt kan leiden tot significante mededingingsbeperkende effecten. Doorslaggevend voor haar beslissing om toch geen vergunning te eisen, is de afwezigheid van causaliteit tussen de concentratie en de mededingingsbeperkende effecten. Uit een analyse van de counterfactual blijkt namelijk dat deze effecten zich vermoedelijk ook zullen voordoen in een scenario waarin Selekt Mail niet wordt overgenomen door Sandd.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is als Ass. Professor verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en tevens redactielid van M&M.


Mr. E.H. Pijnacker Hordijk
Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. en tevens redactielid van M&M.
Artikel

Fusie zorgverzekeraars Achmea en De Friesland

Hoezo functioneel concentratietoezicht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden zorgverzekeringsmarkt, zorgstelsel, functioneel concentratietoezicht, Achmea/De Friesland, Nma
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorgsector is een belangrijke rol weggelegd voor concurrentie tussen verzekeraars. Het is daarom van groot belang dat fusies op de zorgverzekeringsmarkt niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging leiden. In dit artikel wordt uiteengezet dat – uitgaande van een functioneel concentratietoezicht – de NMa niet alleen bij een verbod, maar ook bij een goedkeuring naar economische maatstaven aannemelijk moet maken dat een fusie niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging zal leiden. In het besluit inzake de fusie van Achmea en De Friesland heeft de NMa dit onvoldoende gedaan.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Menzis – Apotheek Van Dalen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden aanmerkelijke marktmacht, artikel 48 WMG, apotheek, proportionaliteit, samenloop bevoegdheden NMa en NZa
Auteurs Mr. M.Ph.M. Wiggers en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgverzekeraar Menzis heeft een klacht ingediend bij de NMa en de NZa, omdat Apotheek J.D. Van Dalen geen contract met Menzis wil sluiten als het preferentiebeleid van Menzis daar onderdeel vanuit maakt. Hierdoor wordt Menzis, die een zorgplicht heeft, geconfronteerd met prijzen die niet marktconform zijn. Apotheek Van Dalen kan, volgens Menzis, weigeren om een contract te sluiten omdat zij aanmerkelijke marktmacht heeft. De NZa neemt – in overleg met de NMa – op grond van de voorrangsregel uit artikel 18 Wet marktordening gezondheidszorg en het Samenwerkingsprotocol de klacht van Menzis in behandeling.


Mr. M.Ph.M. Wiggers
Mr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en is verbonden als buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij Legaltree te Den Haag.
Jurisprudentie

De ene beslissing is de andere niet: de beperkingen voor nationale autoriteiten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden negatieve beslissingen, bevoegdheden nationale autoriteiten, procedurele autonomie, rechtstreekse werking Verordening (EG) nr. 1/2003
Auteurs Dr. L. Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    De prejudiciële vragen stellen de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en de nationale autoriteiten aan de orde. Door te bepalen dat nationale autoriteiten geen negatieve beslissingen mogen nemen (namelijk vaststellen dat er geen inbreuk is op de artikelen 101 of 102 VWEU) worden de krachtverhoudingen binnen het netwerk van handhavers op scherp gesteld. Verrassend is dat niet: dat het ECN-netwerk een samenwerking tussen gelijken zou zijn, is een illusie die nog door weinigen wordt verdedigd.


Dr. L. Parret
Dr. L. Parret is lid van de Belgische Raad voor de Mededinging, ere-advocaat aan de balie van Brussel, docent aan de Tilburg University en lid van TILEC (Tilburg Law and Economics Center).
Artikel

Interface tussen het aanbestedingsrecht en het mededingingsrecht: van hetzelfde laken een pak

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden uitsluiting, aanbesteding, mededingingsrechtelijke overtreding, functionele toerekening, bewijsvoering
Auteurs Mr. M. Hengevelt
SamenvattingAuteursinformatie

    Mededingingsrechtelijke overtredingen worden meegenomen bij de beoordeling van een onderneming die zich kandidaat stelt voor het uitvoeren van een overheidsopdracht. Gevolg van zo’n overtreding kan zijn dat de aanbestedende dienst in kwestie besluit over te gaan tot uitsluiting van die onderneming. Dit vindt plaats op het raakvlak van het aanbestedingsrecht en het mededingingsrecht. In deze bijdrage wordt een koppeling gemaakt tussen deze twee rechtsgebieden ten aanzien van twee actuele onderwerpen: functionele toerekening en bewijsvoering. Conclusie is dat bij aanbestedingsrechtelijke uitsluiting wegens schending van de mededingingsregels aansluiting moet worden gezocht bij het mededingingsrecht.


Mr. M. Hengevelt
Mr. M. Hengevelt is docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.


B.J. Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en tevens redactielid van M&M.
Jurisprudentie

US Supreme Court: American Needle

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Sherman Act, afgestemd gedrag, ondernemingsbegrip
Auteurs Mr. M.J. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Supreme Court of the United States 24 mei 2010, American Needle Inc./National Football league e.a. De Supreme Court heeft beoordeeld of afspraken tussen de 32 football clubs in de NFL over gezamenlijke exploitatie van IE-rechten en exclusieve licentieverlening onder Section 1 Sherman Act vallen. De Supreme Court oordeelt dat de football clubs geen economische eenheid vormen en op grond van het Amerikaanse kartelverbod hun gedrag onderling hebben afgestemd. De afspraken kunnen gerechtvaardigd zijn op grond van de ‘rule of reason’. Waar in het Europese mededingingsrecht het ondernemingsbegrip centraal staat draait het in het Amerikaanse mededingingsrecht om afgestemd gedrag. Ook onder het Amerikaanse kartelverbod wordt, evenals onder het Europese, aan het ondernemingsbegrip een functionele invulling gegeven.


Mr. M.J. Plomp
Mr. M.J. Plomp is werkzaam als advocaat bij BarentsKrans te Den Haag.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.