Zoekresultaat: 30 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Markt & Mededinging x Jaar 2017 x

Rein Wesseling
Prof. mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en hoogleraar Competition and Regulation Law aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Intel ontleed

HvJ EU 6 september 2017, zaak C-413/14 P, Intel/Europese Commissie, ECLI:EU:C:2017:632

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, kortingen, even efficiënte concurrent, efficiencies
Auteurs Pepijn van Ginneken en Gaëlle Béquet
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 september 2017 vernietigde het Hof van Justitie de Intel-uitspraak van het Gerecht uit 2014 over het toepassen van exclusiviteitskortingen. Het Hof van Justitie concludeerde dat het Gerecht ten onrechte niet had gekeken naar de beroepsgronden van Intel over de vraag of de betreffende kortingen mededingingsbeperkende effecten hadden onder de ‘even efficiënte concurrent’-toets (as efficient competitor, AEC-toets). Het Gerecht was op basis van vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie tot de conclusie gekomen dat exclusiviteitskortingen per definitie misbruik van machtspositie vormen. Het Hof van Justitie breekt nu met deze sinds veertig jaar vaste jurisprudentie.


Pepijn van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.

Gaëlle Béquet
Mr. G.D.G.M.G. Béquet is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.
Artikel

Innovatieconcurrentie na Dow/Dupont: floreert innovatie in garages of in Silicon Valley?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden concentratiecontrole, innovatie, prospectieve analyse, Dow/DuPont, Richtsnoeren horizontale fusies
Auteurs Mattijs Bosch en Marianne Meijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Aandacht voor innovatie in fusiezaken is niet nieuw. Wel valt op dat de Commissie kijkt naar mogelijk mededingingsbeperkende gevolgen die steeds verder in de toekomst liggen. In de recente Dow/DuPont-zaak onderzocht de Commissie bijvoorbeeld of de fusie innovatieconcurrentie in markten die niet of nog niet bestaan zou beperken. Daarbij richtte zij zich op concurrentie in innovation spaces en in de industrie als geheel. Dergelijke ‘theories of harm’ lijken nu nog alleen toegepast te worden in volwassen industriën. Het is echter niet uit te sluiten dat ze (bijvoorbeeld) ook worden toegepast op digitale sectoren. De vraag rijst (i) of innovatiebeleid niet beter vastgelegd moet worden in de Commissie-richtsnoeren en (ii) hoe Dow/DuPont zich verhoudt tot de eis dat de Commissie een zorgvuldige prospectieve analyse dient te maken.


Mattijs Bosch
Mr. M. Bosch is advocaat bij Maverick Advocaten.

Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is advocaat bij Maverick Advocaten.
Jurisprudentie

Gedomineerde en aanpalende markten – enkele opmerkingen bij NS Limburg

Besluit ACM d.d. 22 mei 2017, artikel 24 Mw en artikel 102 VWEU (Aanbesteding Concessie Limburg)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, misbruik op aanpalende markten, roofprijzen, competition on the merits, stelsel van gedragingen als misbruik
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Was het misbruikverbod in de Nederlandse mededingingspraktijk lange tijd een rustig, zo niet wat ingeslapen bezit, met het zeer uitvoerige boetebesluit waarmee de ACM de gang van zaken rond de aanbesteding in 2014 van de OV-concessie Limburg afstraft, is aan die rust voorlopig een einde gekomen. Voor mededingingsjuristen biedt de ACM stof tot nadenken met een op onderdelen innovatieve aanpak, die echter de analyse van de effecten van het gestelde misbruik stiefmoederlijk bedeelt.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).

Martijn Snoep
Mr. T.M. Snoep is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.

Tom Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat bij Allen & Overy en hoogleraar Europees en Mededingingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Austria Asphalt; uitbreiding van een eenbaansweg naar een tweebaansweg met de Concentratieverordening (of niet?)

HvJ EU 7 september 2017, zaak C-248/16, Austria Asphalt GmbH & Co OG/Bundeskartellanwalt, ECLI:EU:C:2017:643

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden Concentratieverordening, gezamenlijke zeggenschap, werkingssfeer concentratiecontroleregels, prejudiciële vraag, volwaardigheidscriterium
Auteurs Elske Raedts
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkrijging van gezamenlijke zeggenschap over een bestaande onderneming valt alleen binnen de werkingssfeer van de EU-concentratiecontroleregels wanneer deze onderneming ‘volwaardig’ is. De verkrijging van gezamenlijke zeggenschap door Austria Asphalt samen met de huidge eigenaar Teerdag over een niet-volwaardige fabriek diende daarom niet gemeld te worden bij de Europese Commissie. Dit artikel gaat in op de scheidslijn tussen de bevoegdheid van de Commissie op het gebied van concentratiecontrole en de handhavingsbevoegdheden onder Verordening (EG) nr. 1/2003 enerzijds en de concentratiecontrolebevoegdheid van de Commissie voor de interne markt en de concentratiecontrolebevoegdheid van nationale autoriteiten van de lidstaten anderzijds.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Digitale bewijsvergaring door de ACM: herleving van het ‘buiten de reikwijdte’-argument

Rechtbank Den Haag (kort geding) 12 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7968

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ACM, bewijsvergaring, digitale gegevens, inspectie, reikwijdte
Auteurs Floris ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de eerste rechterlijke toetsing van de toepassing van de in 2014 van kracht geworden werkwijze voor onderzoek in digitale gegevens door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De relevante uitspraak is het Nederlandse voorbeeld van een serie recente zaken in verschillende jurisdicties waar inspecties in het algemeen, en digitale bewijsvergaring in het bijzonder, onder de rechterlijke loep zijn komen te liggen.


Floris ten Have
Mr. F. ten Have is advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Infineon: een light-versie van de enkele voortdurende inbreuk voor de marginale karteldeelnemer

Gerecht 15 december 2016, zaak T-758/14, Infineon, ECLI:EU:T:2016:737

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Infineon, enkele voortdurende inbreuk, Coppens, smart card chips, hoofdelijk aansprakelijk
Auteurs Nienke de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Afzonderlijke inbreuken op het mededingingsrecht kunnen worden samengenomen tot één enkele inbreuk wanneer de ondernemingen een gezamenlijke doelstelling nastreven en op de hoogte zijn van de gedragingen van de overige deelnemers. De Europese jurisprudentie is echter onduidelijk over de kwalificatie van de inbreuk wanneer een deelnemende onderneming geen kennis had van de gehele omvang van de inbreuk. In afwijking van de Coppens-jurisprudentie oordeelt het Gerecht in dit arrest dat deze onderneming wél deelneemt aan de enkele inbreuk, maar slechts aansprakelijk is voor de bestanddelen waarvan zij kennis had. Deze benadering kan echter vergaande gevolgen hebben, vooral vanuit civielrechtelijk perspectief.


Nienke de Jong
Mr. N.R. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

De bagatelbepaling van artikel 7 lid 2 Mw verplicht de ACM tot marktonderzoek

Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7664

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden bagatelbepaling, taxionderneming, ACM, merkbaarheidsvereiste, strekkingsbeding
Auteurs Frank Cornelissen en Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 13 oktober 2016 heeft de Rechtbank Rotterdam de boetebesluiten vernietigd die de ACM had gericht tegen twee taxiondernemingen (en hun feitelijk leidinggevenden) die actief waren op het gebied van contractueel taxivervoer. Volgens de ACM hadden de taxiondernemingen zich schuldig gemaakt aan verboden afstemmingen van hun inschrijvingen voor contractueel taxivervoer in de regio Rotterdam. Hoewel de Rechtbank Rotterdam het oordeel van de ACM deelt dat de taxiondernemingen partij waren bij overeenkomsten met mededingingsbeperkende strekking, had de ACM niet bewezen dat het marktaandeel van betrokken partijen groter was dan de bagateldrempel van artikel 7 lid 2 Mededingingswet (Mw). De uitspraak roept diverse vragen op. De auteurs gaan achtereenvolgens in op de zelfstandige rol van het merkbaarheidsvereiste in geval van een strekkingsbeding, op de rol van de bagatelbepaling en op de marktafbakening bij aanbestedingsprocedures.


Frank Cornelissen
Mr. drs. F.J.J. Cornelissen is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Sjaak van der Heul
Mr. S. van der Heul is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Matthijs Visser
Drs. M. Visser is partner bij RBB Economics.
Jurisprudentie

Viasat: een duidelijke waterscheiding tussen Altmark en artikel 106 lid 2 VWEU?

Hof van Justitie EU 8 maart 2017, zaak C-660/15 P, Viasat Broadcasting UK/Commissie, ECLI:EU:C:2017:178

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang, Altmark, evenredigdheid, verenigbaarheid
Auteurs Maarten Aalbers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Altmark-arrest koos het Hof van Justitie voor een zogeheten ‘voorwaardelijke compensatiebenadering’ voor diensten van algemeen economisch belang. Compensaties die voldoen aan de Altmark-voorwaarden vormen geen staatssteun. Omdat er in de praktijk weinig compensaties de strikte Altmark-test doorstaan, speelt artikel 106 lid 2 VWEU nog steeds een centrale rol voor het vrijstellen of aanmelden van steunmaatregelen. In de zaak Viasat Broadcasting UK/Commissie heeft het Hof van Justitie voor het eerst de mogelijkheid gekregen zich uit te spreken over de verhouding tussen de toepassing van het Altmark-arrest en de voorwaarden van artikel 106 lid 2 VWEU.


Maarten Aalbers
Mr. M. Aalbers is promovendus aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Enkele opmerkingen over de invoering van de Curaçaose Landsverordening inzake Concurrentie en de instelling van een Curaçaose mededingingsautoriteit

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Curaçaose Landsverordening inzake Concurrentie, Curaçaose mededingingsautoriteit, Fair Trade Authority Curaçao (FTAC)
Auteurs Sjoerd Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt een introductie te geven van het Curaçaose mededingingsrecht. In deze bijdrage zal achtereenvolgens worden stilgestaan bij (1) de achtergronden voor invoering van genoemde Landsverordening op Curaçao en de vraag in hoeverre kleinere jurisdicties als die van Curaçao (überhaupt) regels nodig hebben die de economische mededinging reguleren en aan banden leggen, (2) de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de Landsverordening Concurrentie en de Nederlandse Mededingingswet (Mw) en (3) de vraag hoe de publiek- en privaatrechtelijke handhaving van de nieuwe Landsverordening eruit zal (kunnen gaan) zien.


Sjoerd Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur dankt mr. S. Tuinenga en prof. mr. L.J.J. Rogier voor hun advies en commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Dit artikel zal, in iets gewijzigde vorm, binnenkort eveneens worden geplaatst in Caribisch Juristenblad.

Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Martijn Snoep
Mr. T.M. Snoep is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroeck N.V.

Gunnar Niels
Dr. G. Niels is partner bij Oxera.

    In dit artikel wordt aandacht besteed aan de Groepsvrijstellingsverordening verzekeringen die op 31 maart 2017 is vervallen. De vraag die zal worden beantwoord, is wat de gevolgen van het verval van de Groepsvrijstellingsverordening zijn voor de toepassing van het mededingingsrecht in de verzekeringssector. Hoewel de keuze van de Europese Commissie gerechtvaardigd lijkt te zijn, resteren nog wel enkele onduidelijkheden, bijvoorbeeld met betrekking tot de opkomst van (samenwerking bij) big data en de afbakening van de relevante markt.


Gerard Baak
Mr. drs. G.T. Baak is als promovendus werkzaam bij de sectie Handels- Ondernemings & Financieel recht van de Erasmus School of Law. Zijn promotieonderzoek gaat over het onderwerp mededinging en verzekering.
Artikel

Transparantie van ziekenhuistarieven: een wazige spiegel of oog in oog?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden transparantie, informatie-uitwisseling, ziekenhuistarieven, zorgstelsel, eigen risico
Auteurs Jan Tichem en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen het Nederlandse zorgstelsel heeft transparantie van ziekenhuistarieven voor- en nadelen. Het belangrijkste voordeel is dat transparantie beneden de eigen risicogrens de consument duidelijkheid kan bieden over zijn zorgkosten. Het belangrijkste nadeel is dat transparantie tot prijspariteit kan leiden: elke verzekeraar betaalt uiteindelijk dezelfde prijs voor zorgproducten. Hierdoor verzwakken de prikkels voor verzekeraars om scherp te onderhandelen. Daarnaast kan transparantie leiden tot uitholling van het eigen risico en te veel concurrentie op prijs ten koste van kwaliteit. Andere effecten van transparantie zoals stilzwijgende afstemming tussen ziekenhuizen en betere kostprijsinschattingen lijken beperkt. Wij concluderen dat transparantie idealiter geboden wordt door verzekeraars aan hun eigen verzekerden, op beveiligde wijze, en uitsluitend voor tarieven onder de eigen risicogrens.


Jan Tichem
Dr. J. Tichem is werkzaam bij het Economisch Bureau van de ACM.

Wolf Sauter
Prof. mr. W. Sauter werkt bij het Taskforce Zorg van de ACM en bij Tilburg University.
Column

De kaunterfèktual

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2017
Auteurs Winfred Knibbeler
Auteursinformatie

Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat te Amsterdam bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Commissie mag onrechtmatig door onderneming gemaakte audio-opnamen gebruiken als bewijs

Gerecht 8 september 2016, zaak T-54/14, Goldfish e.a./Commissie, ECLI:EU:T:2016:455

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Toelaatbaarheid bewijs, Audio-opnamen, Telefoontaps, Noordzeegarnalen
Auteurs Paul Heijnsbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De kern van dit arrest is de ruime toelaatbaarheid van audio-opnamen als bewijs voor een kartelinbreuk. Tijdens een inspectie trof de Commissie audio-opnamen aan die Kok Seafood heimelijk had gemaakt van telefoongesprekken met Heiploeg. Zelfs als deze opnamen onrechtmatig zijn gemaakt, mocht de Commissie die van het Gerecht gebruiken als bewijs tegen Heiploeg. Van belang daarvoor was dat Heiploeg niet van een eerlijk proces is beroofd en de opnamen niet het enige bewijsmiddel waren. In deze annotatie wordt nader ingegaan op deze toetsingsnorm en de verhouding daarvan tot nationale regels en andere jurisprudentie.


Paul Heijnsbroek
Mr. dr. P. Heijnsbroek is advocaat bij Houthoff Buruma.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.