Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 419 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x
Jurisprudentie

Mag een advocaat (zijn cliënt laten) liegen?

RvD ’s-Hertogenbosch 6 december 2021, ECLI:NL:TADRSHE:2021:204

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2022
Trefwoorden tuchtrecht, fraude, personenschade
Auteurs Mr. P. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee verzekeraars dienen tuchtklachten in tegen de advocaat van een slachtoffer. Naar het oordeel van de Raad van Discipline heeft de advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, omdat hij zich niet als advocaat heeft teruggetrokken nadat zijn cliënt leugenachtige verklaringen aan de verzekeraar had verstrekt. De advocaat heeft een verkeerde voorstelling van zaken aan de verzekeraar gegeven. De klacht wordt gegrond verklaard en aan de advocaat wordt de maatregel van berisping opgelegd.


Mr. P. Oskam
Mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De toepassing van de Wet Affectieschade in de rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2022
Trefwoorden schadevergoeding, smartengeld, shockschade, letselschade, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. J. Mantel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet Affectieschade is inmiddels ruim 2,5 jaar in werking. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag hoe in de afgelopen jaren invulling is gegeven aan de Wet Affectieschade in de rechtspraak. Daarbij zullen enkele in de literatuur gesignaleerde vraagstukken en kanttekeningen inzake de toepassing van de Wet Affectieschade het kader vormen. In het bijzonder wordt ingegaan op de vaste kring van de gerechtigden, de hardheidsclausule en de reikwijdte van het met de inwerkingtreding van de wet geïntroduceerde begrip ‘ernstig en blijvend letsel’.


Mr. J. Mantel
Mr. J. Mantel is recent afgestudeerd in het privaatrecht en het arbeidsrecht.
Artikel

Access_open Evaluatie van de IWMD-vraagstelling causaal verband bij ongeval – resultaten van een enquête en opties voor revisie

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2022
Trefwoorden onafhankelijke expertise, letselschade, privaatrecht, aansprakelijkheidsrecht, Ongevalsgevolgen
Auteurs Drs. A.M. Reitsma, Dr. L.G. Koudstaal, Drs. D. van Arkel e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘Vraagstelling causaal verband bij ongeval’ van de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen (IWMD) is sinds haar verschijnen in 2004 uitgegroeid tot de standaardvraagstelling voor onafhankelijke deskundigen in letselschadezaken. De meest recente versie van de zogenoemde IWMD-vraagstelling dateert van januari 2010 en is dus inmiddels ruim twaalf jaar in gebruik. Vanuit de praktijk wordt al enige tijd aangedrongen op een revisie. In overleg tussen De Letselschade Raad, de Nederlandse Vereniging van Geneeskundig Adviseurs in particuliere Verzekeringszaken (GAV) en de Vrije Universiteit Amsterdam is een werkgroep gevormd, die eind 2019 een enquête over de IWMD-vraagstelling heeft verspreid onder professionals werkzaam in de letselschade. In dit artikel bespreken de auteurs de resultaten van deze enquête en de opties voor mogelijke revisie die daaruit lijken voort te vloeien. De volledige resultaten van de enquête, de hier geformuleerde opties voor revisies en andere relevante documenten zijn te raadplegen op de website van De Letselschade Raad. Professionals uit de letselschadebranche wordt gevraagd daarop hun visie te geven.


Drs. A.M. Reitsma
Drs. A.M. Reitsma is verzekeringsarts Register Geneeskundig Adviseur (RGA) en medisch adviseur bij ASR verzekeringen, en onderzoeker bij de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. L.G. Koudstaal
Dr. L.G. Koudstaal is verzekeringsarts Register Geneeskundig Adviseur (RGA) en medisch adviseur bij Univé Rechtshulp.

Drs. D. van Arkel
Drs. D. van Arkel is verzekeringsarts en forensisch arts bij KNMG en medisch adviseur bij Lechner Consult.

Prof. dr. mr. A.J. Akkermans
Prof. dr. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    In een drietal recente arresten komt het productbegrip uit de richtlijn productaansprakelijkheid (85/374/EEG) aan de orde. De arresten laten zien dat wat een product is lang niet altijd eenduidig valt te beantwoorden, hetgeen consequenties kan hebben voor het verhaal van schade door letselschadeslachtoffers op grond van de regeling productaansprakelijkheid. Reden genoeg om deze arresten te bespreken, aan de hand daarvan bepaalde aspecten van het productbegrip uit te lichten en in te gaan op welke voor de letselschadepraktijk relevante aanpassingen in het verlengde van die drie uitspraken mogelijk in de toekomst ophanden zijn.


Mr. dr. G.M. Veldt
Mr. dr. G.M. Veldt is universitair docent bij de afdeling Civiel recht van het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden. Zij maakt deel uit van het Empirical Legal Studies@Leiden-team, dat deels wordt gefinancierd uit de beschikbaar gestelde sectorgelden.
Artikel

A comparative law analysis of no-fault comprehensive compensation funds: international best practice & contemporary applications

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2022
Trefwoorden no-fault, alternative compensation system, tort remedies, socio-legal frameworks, access to justice
Auteurs K. Watts
SamenvattingAuteursinformatie

    Compensation funds in different jurisdictions have varying functions and objectives to remedy loss. This doctoral research addresses the significant knowledge gap in relation to no-fault comprehensive compensation funds. These are a single publicly-managed structure that provides a wide, compulsory and complete replacement for tort remedies.
    The research identifies the hallmarks of these funds’ successful establishment, administration, operation and further development. This includes analysis of the functional harms covered, compensation quantum and funding. There is also a novel first principles analysis of the interaction between large funds and human rights law. These analyses inform concrete recommendations for the legislative improvement of existing funds, new funds, and the framework’s application to contemporary liability problems.


K. Watts
K. Watts (PhD in Law) is Postdoctoral Researcher at the University of Antwerp.
Artikel

Access_open Regelingen voor collectieve schade

Twee voorbeelden uit de jeugdzorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2021
Trefwoorden erkenning, genoegdoening, slachtofferparticipatie
Auteurs Dr. C.J. Ruppert
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de Nederlandse overheid allerlei collectieve schaderegelingen gemaakt. Het overgrote deel van deze schaderegelingen wordt uit de publieke middelen gefinancierd. In een onlangs verschenen onderzoek worden de 44 Nederlandse regelingen voor collectieve schade geanalyseerd. De algemene uitkomst is dat veel van deze regelingen hun doel voorbijschieten. Ze zijn niet goed doordacht en onvoldoende uitgewerkt. Ook geven ze slachtoffers lang niet altijd voldoende erkenning voor wat hun is overkomen. In dit artikel wordt ingegaan op het in het onderzoek gehanteerde beoordelingskader en op de schaderegelingen die werden ingesteld naar aanleiding van seksueel misbruik en geweld in de jeugdzorg. Geconcludeerd wordt dat hier wel geheel of gedeeltelijk gecompenseerd werd, maar dat slachtoffers slechts deels erkenning en genoegdoening kregen. In deze schaderegelingen zaten weeffouten die in de toekomst moeten worden vermeden. Algemene lessen voor de toekomst zijn om beter te luisteren en zo veel mogelijk aan te sluiten bij wat slachtoffers wensen, om de uitvoering van een collectieve schaderegeling niet louter bureaucratisch en formalistisch te doen verlopen, om ruimte te creëren waardoor uitzonderingen mogelijk zijn ten faveure van de slachtoffers, en om de uitvoering te monitoren en collectieve schaderegelingen periodiek te evalueren.


Dr. C.J. Ruppert
Dr. C.J. Ruppert is rechtshistoricus en gastonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving te Amsterdam.
Jurisprudentie

De verzekeringsplicht in de relatie tot de zzp’er. Hoe krachtig is de rem van de Hoge Raad?

HR 17 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1267

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2021
Trefwoorden zzp’er, verzekeringsplicht, werkgever, werknemer, werkgeversaansprakelijkheid
Auteurs Mr. P. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 september 2021 deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak waarin onder meer de vraag aan de orde is of de op de werkgever rustende verzekeringsplicht ook geldt ten opzichte van een zzp’er.


Mr. P. Oskam
Mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Geestelijk letsel naar objectieve maatstaven; een in de psychiatrie erkend ziektebeeld is niet vereist

HR (strafkamer) 29 juni 2021, ­ECLI:NL:HR:2021:1024

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2021
Trefwoorden smartengeld, vordering benadeelde partij, artikel 6:106 BW, psychisch letsel
Auteurs Mr. L.A.J. Kock
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 juni 2021 heeft de Hoge Raad zich (opnieuw) uitgelaten over de vraag wanneer sprake is van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b BW. In het bijzonder heeft de Hoge Raad zich nader uitgelaten over de invulling van het vereiste dat het bestaan van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven moet zijn vastgesteld.


Mr. L.A.J. Kock
Mr. L.A.J. Kock is juridisch medewerker bij Dolderman Letselschade Advocaten te Utrecht.

Prof. mr. dr. R. Rijnhout
Prof. mr. dr. R. Rijnhout is als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht, Ucall Centre for Accountability and Liability Law en het onderzoekscluster Empirical Legal Research into Institutions for Conflict Resolution.
Artikel

Rellende jongeren & opnieuw een voorstel tot verruiming van de aansprakelijkheid van ouders

‘May I have the check, please?’

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 6:169 BW, risicoaansprakelijkheid, kinderen, jeugdcriminaliteit, schade
Auteurs Mr. dr. B.M. Paijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Jeugdcriminaliteit, de daarbij veroorzaakte schade en de onverhaalbaarheid hiervan vormen vanzelfsprekend een maatschappelijke zorg. Het is echter de vraag of die zorg voldoende reden en rechtvaardiging is om de kwalitatieve aansprakelijkheid van alle ouders te verruimen, zoals thans wordt uitgewerkt en voorbereid door demissionair minister Dekker. De auteur bespreekt in dit artikel daarom de kwalitatieve aansprakelijkheid van ouders, in historisch en huidig perspectief, en geeft vervolgens haar opinie over de mogelijk toekomstige verruiming van deze kwalitatieve aansprakelijkheid.


Mr. dr. B.M. Paijmans
Mr. dr. Brechtje Paijmans is advocaat bij Doelen Advocatuur en als honorair universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht.

    Een gegarandeerde beschikbaarheid van innovatieve vaccins is onmisbaar in een wereld waar levensbedreigende infectieziekten steeds vaker voorkomen. Het risico dat vaccins bijwerkingen hebben en tot letsel leiden is daarbij onvermijdelijk. Het verhalen van vaccinatieschade via het aansprakelijkheidsrecht blijkt gecompliceerd. De auteur onderzoekt alternatieve systemen voor vergoeding van schade door vaccinaties. Vertrekpunt daarbij is Amerikaans onderzoek op dit terrein. Zij concludeert dat een no-faultschadefonds met een gedeeltelijke immuniteit van vaccinproducenten de meest geschikte weg is om vaccinatieschade te vergoeden zonder dat de ontwikkeling van vaccins in gevaar komt. De auteur doet enkele suggesties over de invulling van een dergelijk fonds.


Mr. drs. I. Haazen
Mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht.

    In dit artikel staat centraal of, en zo ja, in hoeverre de rechter beoordelingsvrijheid heeft om bij een voorlopig deskundigenbericht af te wijken van de door verzoeker voorgestelde vraagstelling, en de daaraan verbonden vraag of, en zo ja, wanneer, een dergelijke afwijking kan leiden tot een doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van artikel 204 lid 2 Rv.


Mr. H.M. Quaak
Mr. H.M. Quaak is werkzaam als letselschadejurist bij BVD Advocaten te Veenendaal.
Artikel

Gemist inkomen uit zwart werk in de ban of niet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden zwart werk, verlies aan verdienvermogen, schadevergoeding, aansprakelijkheidsrecht, zwarte inkomsten
Auteurs Mr. L.E. Kroese
SamenvattingAuteursinformatie

    Begin 2020 werd de letselschadepraktijk opgeschud toen de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland oordeelde dat gemiste zwarte inkomsten niet voor vergoeding in aanmerking kwamen. Betekende dit het einde van de uitleg die in de praktijk en de rechtspraak al sinds 2000 aan de schadepost wordt gegeven? In dit artikel wordt aan de hand van de sindsdien verschenen literatuur en jurisprudentie besproken wat de stand van zaken is en hoe het verder gaat. Mits de benadeelde aan zijn bewijslast kan voldoen, komt de schadepost naar de mening van de auteur nog altijd voor vergoeding in aanmerking.


Mr. L.E. Kroese
Mr. L.E. Kroese is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open Kansschade of proportionele aansprakelijkheid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, kansschade, causaliteitsonzekerheid, medische aansprakelijkheid, kansberekening
Auteurs Mr. A.J. Van
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Deloitte/H&H Beheer maakte de Hoge Raad onderscheid tussen de leerstukken van kansschade en proportionele aansprakelijkheid. Volgens een aantal auteurs is dit slechts een dogmatisch onderscheid en gaat het in de kern om dezelfde onzekerheid. In het ene geval wordt die uitgedrukt in het verlies van een kans op een beter behandelingsresultaat en in het andere in een getal dat de veroorzakingswaarschijnlijkheid aanduidt. Zo bezien, zou het niet moeten uitmaken welk leerstuk men toepast. De praktijk laat echter zien dat het in een aantal gevallen wel degelijk uitmaakt welk leerstuk wordt gebruikt. Dat biedt steun aan de opvatting dat hier sprake is van meer dan een louter dogmatisch onderscheid. In deze bijdrage wordt die gedachte verder uitgewerkt en wordt duidelijk gemaakt in welke gevallen de ene, dan wel de andere methode de voorkeur verdient.


Mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is advocaat bij Beer Advocaten en universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

De verplichting tot het aanbieden van excuses

Over hoe de medische tuchtrechtspraak inspiratie kan bieden voor de civiele rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden excuses, verplichting, vordering, aansprakelijkheid, tuchtrecht
Auteurs Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is in de literatuur de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor de rol van excuses in het civiele recht. Een vraag die hierbij aan bod komt, is in hoeverre en onder welke omstandigheden een juridische verplichting kan bestaan voor het aanbieden van excuses. Op basis van een jurisprudentieanalyse wordt in dit artikel inzichtelijk gemaakt hoe de medische tuchtprocedure en de civiele procedure invulling geven aan de verplichting tot het aanbieden van excuses. Hoewel de geconstateerde verschillen deels te verklaren zijn door te kijken naar de doelen van de procedures, wordt betoogd dat de civiele rechter inspiratie kan ontlenen aan de wijze waarop het medisch tuchtcollege hiermee omgaat.


Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens
Mr. dr. L.A.B.M. Wijntjens is universitair docent bij Tilburg Law School, Tilburg University. Zij promoveerde 11 september 2020 cum laude aan Tilburg University op haar proefschrift ‘Als ik nu sorry zeg, beken ik dan schuld?’ Over het aanbieden van excuses in de civiele procedure en de medische tuchtprocedure.
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.
Artikel

Access_open Vergoeding van shockschade sinds de invoering van de Wet vergoeding affectieschade

Een greep uit en op de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden geestelijk letsel, cumulatie, hoogte, niet-ontvankelijkheid, confrontatievereiste
Auteurs Mr. A.M. Overheul
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt middels een eerste, verkennende jurisprudentieanalyse inzichtelijk gemaakt wat speelt op het gebied van vergoeding van immateriële schade in de context van shockschade na inwerkingtreding van de Wet vergoeding affectieschade. De uitspraken zijn geanalyseerd op basis van de cumulatie van de shock- en affectieschadevordering, de hoogte van de vergoeding van immateriële schade in geval van een shockschadevordering, de niet-ontvankelijkheid van de shockschadevordering, het confrontatievereiste en het vereiste van geestelijk letsel. Aan dit laatste vereiste komt in deze bijdrage bijzondere aandacht toe bij bespreking van het juridisch kader.


Mr. A.M. Overheul
Mr. A.M. Overheul is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en Empirical Research into Institutions for Conflict Resolution (ERI) van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek gaat over compensatiesystemen voor beroepsziekten als alternatief voor de klassieke route van het aansprakelijkheidsrecht.

    De begroting van de omvang van de schadepost huishoudelijke hulp leidt vaak tot verdeeldheid tussen (belangenbehartigers van) slachtoffers en verzekeraars. Dit is met name het geval wanneer de schadepost niet onder de normering van de Richtlijn Huishoudelijke Hulp van De Letselschade Raad valt. Dit artikel gaat in op de vraag wanneer het inschakelen van professionele huishoudelijke hulp normaal en gebruikelijk is, hetgeen als criterium voor vergoeding van huishoudelijke hulp heeft te gelden. Er worden – na een uitvoerige analyse van de rechtspraak – diverse handvatten aangereikt ter beantwoording van deze vraag.


Mr. M.W.H.M. Janssen
Mr. M.W.H.M. Janssen is advocaat bij REX Advocaten te Wijchen.
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Aansprakelijkheid voor medische hulpmiddelen, het laatste woord was aan de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2020
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, tekortkoming, toerekening, state of the art, professionele standaard
Auteurs Mr. P.J. klein Gunnewiek en Mr. M.S.E. van Beurden
SamenvattingAuteursinformatie

    Analyse van de arresten van de Hoge Raad van 19 juni 2020 met betrekking tot de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor medische hulpmiddelen.


Mr. P.J. klein Gunnewiek
Mr. P.J. klein Gunnewiek is advocaat bij Van Benthem & Keulen in Utrecht.

Mr. M.S.E. van Beurden
Mr. M.S.E. van Beurden is advocaat bij Centramed in Zoetermeer.
Toont 1 - 20 van 419 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.