Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 367 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x
Redactioneel

De dood

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden overlijdensschade, zorgschade, affectieschade, shockschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitgave van TVP betreft een themanummer over ‘de dood’ en aansprakelijkheid/schadevergoeding. Het themanummer valt uiteen in drie delen: schade veroorzaakt voorafgaand aan de dood, wat de dood inhoudt en voor welke schade daarna vergoeding zou moeten worden geboden.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mw. mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Een transitievergoeding bij overlijden?

Een snelle tegemoetkoming aan nabestaanden voor kosten als gevolg van het overlijden van een naaste?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden overlijdensschade, schadevergoeding, transitievergoeding, nabestaanden, begrafeniskosten
Auteurs Mr. drs. I. van der Zalm
SamenvattingAuteursinformatie

    In Denemarken hebben nabestaanden recht op een zogenaamde transitievergoeding (‘overgangsbeløb’). Deze eenmalige gestandaardiseerde vergoeding is bedoeld om kort na het ongeval te voorzien in dekking van diverse uitgaven die het gevolg zijn van het overlijden. In dit artikel zal worden ingegaan op deze transitievergoeding en zal worden onderzocht of een dergelijke figuur ook van betekenis zou kunnen zijn voor het Nederlandse stelsel, nu artikel 6:108 BW niet voorziet in een dergelijke figuur.


Mr. drs. I. van der Zalm
Mw. mr. drs. I. van der Zalm is wetenschappelijk docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Denktank Overlijdensschade 2.0

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden uitbreiding rekenmethodiek overlijdensschade, schade, overlijden
Auteurs Denktank Overlijdensschade 2.0
SamenvattingAuteursinformatie

    De Denktank 2.0 is nu aan het onderzoeken om de rekenmethodiek overlijdensschade uit te breiden voor eenoudergezinnen, co-ouderschap en tweeoudergezinnen waar beide ouders overlijden.


Denktank Overlijdensschade 2.0
De Denktank Overlijdensschade 2.0 wordt gevormd door J. Laumen-de Valk, C.C.J. de Koning, I. van der Zalm, E.J. Bakker, M.J. Neeser, F.A.R.M. Zwarts, J.L. Apperloo, M.I. van der Zwet, G.J.C. van der Kolk en X.I. Waaijenberg-Laumen.
Artikel

Over leven, dood en bewustzijn

Een medisch-filosofische bespiegeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden dood, leven, bewustzijn, geneeskunde, medisch
Auteurs Dr. J.W. De Waele
SamenvattingAuteursinformatie

    Beslissen of iemand nog in leven is dan wel dood, is altijd een courante uitdaging binnen de geneeskunde geweest. Sinds de verbeterde reanimatietechnieken en IC-faciliteiten (met mechanische ventilatie) uit de tweede helft van de twintigste eeuw is het mogelijk geworden het leven langer aan te houden, niet tegenstaande het bewustzijn uitblijft. Wat is nu die relatie tussen leven en bewustzijn en hoe kan die ontkoppeld zijn? Wanneer is men hersendood? Wanneer spreekt men van coma, vegetatieve status of minimaal bewuste toestand en wat houdt dat fysiologisch en humaan in? Wat is de prognose in die gevallen? Welke juridische en ethische vraagtekens (denk aan orgaandonatie) brengt dit met zich mee?


Dr. J.W. De Waele
Dr. J.W. De Waele is vrijgevestigd neuroloog, neuropsychiater en pijnspecialist.
Artikel

Palliatieve zorg door naasten en zorgschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden palliatieve zorg, zorgschade, letsel, Handreiking Zorgschade
Auteurs E. Audenaerde en L. Renders
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geven de auteurs inzicht in wat palliatieve zorg is en hoe zij zich verhoudt tot het letsel dat centraal staat in de Handreiking Zorgschade. Zij zullen geen conclusies verbinden aan de jurisprudentie hierover, maar meer uitleg geven over wat palliatieve zorg is; of dit zorg is die gewoonlijk door naasten van een terminaal persoon gegeven kan worden, welke rol professionals hierin gewoonlijk hebben, en wat het verschil is (of niet) met zorgschade.


E. Audenaerde
E. Audenaerde is auteur van de Handreiking Zorgschade, inhoudsdeskundige vanuit zijn professie als arbeidsdeskundige en lid van de werkgroep Zorgschade vanuit De Letselschade Raad.

L. Renders
Mw. L. Renders is auteur van de Handreiking Zorgschade, inhoudsdeskundige vanuit haar professie als ergotherapeut en lid van de werkgroep Zorgschade vanuit De Letselschade Raad.
Artikel

Access_open ‘Affectieschade’ en ‘shockschade’, onderscheid, samenloop, vooruitblik

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden affectieschade, shockschade, wetsvoorstel affectieschade, smartengeld, nabestaanden
Auteurs Prof. mr. S.D. Lindenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    De invoering van het ‘wetsvoorstel affectieschade’ roept een aanspraak op smartengeld in het leven voor naasten en nabestaanden. Dat roept vervolgens de vraag op hoe deze aanspraak zich verhoudt tot het recht op schadevergoeding van iemand die door confrontatie met een schokkende gebeurtenis geestelijk letsel heeft opgelopen. Daarover gaat deze bijdrage.


Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. Lindenbergh is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Angst voor de dood als schade(post)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden angstschade, doodsangst, angst, dood, overlijden
Auteurs A.M. Overheul LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over angst voor de dood als schade(post) in het Nederlandse recht. Aanleiding hiervoor is een arrest van het Franse Cour de Cassation, waarin het Hof arrest wijst over angst voor de dood. De auteur spitst angst als schade toe op de dood, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen drie verschillende situaties: het slachtoffer weet niet óf hij doodgaat; het slachtoffer heeft het ongeval – tegen de verwachting in – overleefd en het slachtoffer weet dat hij gaat overlijden.


A.M. Overheul LLM
Mw. A.M. Overheul LLM is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Waarom het rekensjabloon van het nieuwe model moet worden aangepast

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden artikel 6:108 BW, overlijdensschade, gederfd levensonderhoud, oud model, nieuw model
Auteurs Mr. J.M. Tromp
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal of het rekensjabloon in het economisch deel 1 van het nieuwe model geschikt is om de uitkomsten te verwerken van de in het juridisch deel 2 te maken keuzes. De conclusie is dat dat niet zo is. Een praktische oplossing wordt aangedragen.


Mr. J.M. Tromp
Mr. J.M. Tromp is advocaat en mediator te Rotterdam, rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Nederland en docent overlijdensschade in de Specialisatieopleiding Personenschade aan de Grotius Academie. Op 31 oktober 2017 heeft hij 95 stellingen aan de kerkdeur van de Laurenskerk te Rotterdam ‘gespijkerd’. De stellingen 58 tot en met 72 gaan alle over overlijdensschaden.
Artikel

U vraagt, wij draaien iets anders

Een empirische studie naar wat benadeelden zoeken en krijgen in zaken over seksueel misbruik door de rooms-katholieke kerk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden seksueel misbruik, rooms-katholieke kerk, slachtoffers, klachtenprocedure, compensatie
Auteurs Prof. mr. G. van Dijck
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereldwijde belangstelling die het seksueel misbruik door de rooms-katholieke kerk heeft gekregen, heeft in Nederland geresulteerd in een procedure voor slachtoffers van dit seksueel misbruik in Nederland. Deze bijdrage doet verslag van een onderzoek waarin is geanalyseerd (1) of benadeelden kregen wat zij zochten, en (2) wat daarnaast verklaarde waarom de geschilbeslechters overgingen tot het toekennen van niet-financiële compensatie zoals excuses, erkenning van het leed en erkenning van het seksueel misbruik.


Prof. mr. G. van Dijck
Prof. mr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan Maastricht University.
Jurisprudentie

De Hoge Raad over het recht op inzage van de patiënt in de medische analyse van een adviseur van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden artikel 843a Rv, artikel 35 Wbp, inzagerecht, medisch advies
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Na door een patiënt aansprakelijk te zijn gesteld, heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, zonder medeweten van de patiënt, een radioloog geraadpleegd. Op grond van artikel 843a Rv vordert de patiënt bij het Hof Amsterdam inzage in de medische analyse van de radioloog, daarbij nadrukkelijk refererend aan het inzagerecht op grond van de Wbp. Het hof wijst de vordering af. De Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel. De medische analyse van de radioloog betreft geen persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG. Op grond van de Wbp komt de patiënt daarom geen recht toe op inzage in de medische analyse.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

Access_open Het hoger beroep inzake het schietincident in Alphen aan den Rijn: hoe gerechtigheid zegevierde, en de geest in de fles bleef

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden secundaire aansprakelijkheid, Alphen aan den Rijn, schietpartij, relativiteit, zorgplicht
Auteurs Mr. K.L. Maes
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 maart 2018 is de politie door het Gerechtshof Den Haag aansprakelijk gehouden voor de door de slachtoffers en nabestaanden geleden letsel- en overlijdensschade vanwege het ten onrechte verstrekken van de wapenvergunning aan Tristan van der V., nadat deze aansprakelijkheid eerder op relativiteitsgronden strandde bij de Rechtbank Den Haag. In het onderhavige artikel worden beide uitspraken besproken en de afwijkende oordelen tegen elkaar afgezet. De kritieken waarmee met name het vonnis is ontvangen, geven bovendien aanleiding om de daarmee verweven secundaire aansprakelijkheidsproblematiek nader onder de loep te nemen. Want waarom hield de rechtbank de aansprakelijkheidsdeur zo krampachtig dicht, en zet het hof deze desondanks (meer) open?


Mr. K.L. Maes
Mr. K.L. Maes is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht en als buitenpromovenda verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij werkt aan een proefschrift over de zorgplicht van secundaire, private partijen jegens bezoekers van openbare ruimten.
Artikel

De informatieplicht van een zorgaanbieder bij de afwikkeling van medische schade

Over finale kwijting, geschilleninstanties en ongeïnformeerde patiënten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Wkkgz, medisch, schade, informatieplicht, informed consent
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    Schikkingsonderhandelingen in de Wkkgz-voorfase en bindend advies worden vaak afgerond met een vaststellingsovereenkomst. De aard van de vaststellingsovereenkomst geeft veel gewicht aan de wilsvorming vooraf. Dat veronderstelt een informatieplicht. In de Wkkgz-voorfase betekent de informatieplicht dat een vaststellingsovereenkomst bij voorkeur pas wordt gesloten na deskundig advies. Een zorgaanbieder die zich achteraf op de verplichtingen uit het bindend advies van een geschilleninstantie wil beroepen, zal eveneens aan zijn informatieplicht moeten voldoen. De wijze van informatieverstrekking van de geschilleninstanties is dermate gebrekkig, dat aantasting van het bindend advies achteraf goed denkbaar is. Inspiratie wordt gezocht bij het medisch informed consent.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN. OPEN is een leernetwerk van ziekenhuizen en onderzoekers van de VU, het NIVEL en AMC/UvA, dat inzichten opdoet over de organisatie van openheid na medische incidenten (www.openindezorg.nl). OPEN wordt gefinancierd door het Fonds Slachtofferhulp.
Artikel

De actualiteit en toekomst van de toepassing van whiplashjurisprudentie buiten whiplashzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden whiplash, niet-whiplashzaken, causaal verband, elektrocutie, hondenbeet
Auteurs Mr. S. Boer en Mr. C. van der Roest
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds vaker wordt in niet-whiplashzaken een beroep gedaan op de zogenaamde whiplashjurisprudentie. Met een beroep op de redeneringen uit deze jurisprudentie wordt door benadeelden getracht om het bestaan van veelal substraatloze klachten en het (juridisch) causaal verband tussen deze klachten en beperkingen en het incident aan te tonen. Is toepassing van de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken gerechtvaardigd, of is daarmee het spreekwoordelijke hek van de dam? Door middel van een analyse van de whiplashjurisprudentie en recente jurisprudentie in niet-whiplashzaken komen de auteurs tot de conclusie dat een juiste toepassing van de zogenoemde causaliteitsregels uit de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken tot rechtvaardige uitkomsten leidt, mits men daarbij de hoofdregel en de beginselen van het bewijsrecht niet uit het oog verliest.


Mr. S. Boer
Mr. S. Boer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.

Mr. C. van der Roest
Mr. C. van der Roest is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.
Artikel

Access_open Arbeidsvermogensschade van jonge kinderen

Naar een nieuwe wijze van schadeberekening vanuit het perspectief van gelijkebehandelingswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebegroting, arbeidsvermogensschade, kinderen, non-discriminatiebeginsel, alternatieven
Auteurs Mr. I. Karimi
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van het huidige wettelijke systeem heeft de Nederlandse rechter de ruimte om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te differentiëren naar al hun persoonlijke kenmerken. Daar waar het gaat om persoonlijke kenmerken op basis waarvan het verboden is om onderscheid te maken, levert dit een spanningsveld op met gelijkebehandelingswetgeving. In deze bijdrage worden alternatieve benaderingen verkend. Gekeken zal worden in hoeverre de Nederlandse alternatieven aansluiten bij de normen zoals neergelegd in de Grondwet en Europese regelgeving.


Mr. I. Karimi
Mr. I. Karimi heeft in 2017 de master Privaatrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht. Aansluitend aan haar afstuderen is ze als juridisch medewerker in dienst getreden bij Asselbergs & Klinkhamer Advocaten. Dit artikel is gebaseerd op de masterscriptie van de auteur. Hiervoor heeft zij drie scriptieprijzen mogen ontvangen, namelijk die van het Juridisch Bureau Letselschade en Gezondheidsrecht, van het Molengraaff Instituut en die van de Stichting Beer Impuls.
Jurisprudentie

De Hoge Raad en de uitleg van de opzetclausule: een antwoord op alle vragen?

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden opzetclausule, culpoze delicten/schulddelicten, categoriebenadering, voorwaardelijk opzet, AVP
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze annotatie staat het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018 centraal. Daarin buigt Nederlands hoogste rechtscollege zich voor het eerst over de opzetclausule 2000. Deze clausule is in veel aansprakelijkheidsverzekeringen voor particulieren (AVP) opgenomen, maar de uitleg daarvan staat ter discussie. De Hoge Raad ziet dan ook aanleiding om met het oog op de rechtseenheid enkele fundamentele overwegingen te wijden aan de uitleg van deze opzetclausule.


Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is promovenda bij het Verzekeringsinstituut aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Nieuw licht op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel?

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, werkgeversaansprakelijkheid, asbest, arbeidsrechtelijke omkeringsregel
Auteurs Mr. Veneta Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij beantwoording van de vraag of causaal verband aanwezig is tussen de asbestblootstelling en het ontstaan van mesothelioom, en of ter vaststelling hiervan de arbeidsrechtelijke omkeringsregel moet worden toegepast, is – overeenkomstig de arresten HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van der Wege) en ECLI:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma) – van belang dat het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden niet te onzeker dan wel te onbepaald dient te zijn. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het hof dat de enkele blootstelling aan asbest onvoldoende is om toepassing te geven aan de omkeringsregel. De in de eerdergenoemde arresten vastgestelde regels gelden ook bij schade als gevolg van mesothelioom. Ook hier kan het causaal verband te onzeker of te onbepaald zijn wanneer de werknemer ook buiten de werkzaamheden aan asbest blootgesteld is geweest. Daarom komt, gelet op hetgeen in het algemeen bekend is omtrent de ziekte mesothelioom en haar oorzaak, betekenis toe aan (1) de duur en de intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever, en in voorkomend geval (2) de duur en de intensiteit van andere blootstelling(en) aan asbest gedurende de latentieperiode en (3) de verhouding tussen (1) en (2).


Mr. Veneta Oskam
Mr. V. Oskam is werkzaam als advocaat bij V&A Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Over frauderende slachtoffers en WAM-verzekeraars

En de vraag of civielrechtelijke sanctionering mogelijk, of zelfs gewenst is

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden WAM-verzekeraar, fraude, verval van uitkering, frauderende claimant
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek en Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij fraude door hun verzekerden kunnen verzekeraars ontkomen aan hun dekkingsplicht. Kan dat ook in de verhouding tussen WAM-verzekeraars en verkeersslachtoffers die ageren op grond van artikel 6 WAM? De kantonrechter te Amsterdam zag geen grond voor (analoge) toepassing van artikel 7:941 lid 5 BW of voor verval van het recht op uitkering via de band van de redelijkheid en billijkheid. Naar aanleiding van het kantonvonnis bespreken de auteurs in deze bijdrage of het verval van het recht op uitkering het door verzekeraars gewenste effect sorteert en of fraude in de aansprakelijkheidsverhouding kan derogeren aan het recht op schadevergoeding.


Mr. F.M. Ruitenbeek
Mr. F.M. Ruitenbeek is promovenda bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is promovenda aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, bij het Verzekeringsinstituut.
Artikel

Access_open Eigen schuld en BGK in (deel)geschil; wie kent de tweede billijkheidscorrectie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden buitengerechtelijke kosten (BGK), eigen schuld, deelgeschilprocedure, billijkheidscorrectie, redelijkheidstoets
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en J. Biezenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een slachtoffer dat vanwege eigen schuld zijn schade slechts gedeeltelijk vergoed krijgt, toch op kosten van de aansprakelijk gestelde wederpartij een deelgeschilprocedure voeren, of moet hij een deel van die kosten gelet op zijn eigen schuld zelf dragen? Deze bijdrage biedt een uitgebreid overzicht van het debat over deze vraag en reikt na een analyse daarvan een gedifferentieerd stappenplan aan waarmee in concrete gevallen een billijke oplossing voor de vergoeding van deze ‘buitengerechtelijke kosten’ kan worden bereikt.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

J. Biezenaar
J. Biezenaar is masterstudent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en daarnaast (parttime) werkzaam bij ConsumentenClaim.
Jurisprudentie

Een begrensde vergoeding in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub a BW: redelijk?

Rb. Den Haag 6 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:6086

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden redelijke kosten, schadebeperkingsplicht, immateriële schade, vermogensschade
Auteurs A.M. Overheul LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze beschikking is relevant voor de kwalificatie van schade. De vraag is of schade als gevolg van een ongeval, bestaande uit gemaakte en te maken kosten in verband met de inschakeling van een derde ten behoeve van de voortzetting van de exploitatie van een boerderij, gekwalificeerd kunnen worden als vermogensschade of als ander nadeel. Ten aanzien van de hoogte van de vergoeding merkt de rechtbank op dat de vergoeding uit haar aard de immateriële schade niet kan overstijgen, en dat de kwalificatie van de gestelde schade niet ter zake doet. Het is de vraag of dit redelijk is.


A.M. Overheul LLM
A.M. Overheul, LLM heeft recent de master Privaatrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht en is per 1 oktober 2017 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Vaststellen van symptoomvaliditeit in neuropsychologisch expertiseonderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden neuropsychologisch onderzoek (NPO), symptoomvaliditeit, validiteitstest
Auteurs Prof. dr. B.A. Schmand en Dr. J.F.M. de Jonghe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelen de auteurs enkele meer technische aspecten van het vaststellen van symptoomvaliditeit. Het doel is de juridische en medische ‘eindgebruikers’ van neuropsychologische expertiseonderzoeken een beter inzicht te geven in de gehanteerde methoden. De auteurs hopen dat dit hen in staat stelt de conclusies die de neuropsycholoog trekt beter op hun waarde te schatten. Achtereenvolgens bespreken zij de belangrijkste methoden waarmee symptoomvaliditeit wordt onderzocht, de manier waarop specifieke detectiemethoden worden geconstrueerd, de sensitiviteit en specificiteit ervan, en de manier waarop deze worden toegepast in het neuropsychologisch onderzoek (NPO). De auteurs zullen ook stilstaan bij de vraag of kan worden aangetoond dat de onderzochte persoon moedwillig slecht presteert. Ten slotte noemen ze een aantal kwaliteitskenmerken van het NPO waar de eindgebruiker op zou moeten letten.


Prof. dr. B.A. Schmand
Prof. dr. B.A. Schmand is emeritus hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. J.F.M. de Jonghe
Dr. J.F.M. de Jonghe is klinisch neuropsycholoog in het Noordwest Ziekenhuis in Alkmaar.
Toont 1 - 20 van 367 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 18 19
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.