Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x Jaar 2010 x
Jurisprudentie

Positie regresnemer

Hof Arnhem 12 mei 2009, LJN BI5030

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden regres, eigen schuld, billijkheidscorrectie, ernst van het letsel
Auteurs Prof. mr. T. Hartlief
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de positie van regresnemers in het kader van de billijkheidscorrectie? Profiteren zij enkel van meer objectieve factoren zoals de (uiteenlopende) mate van verwijtbaarheid of kunnen ook meer subjectieve factoren zoals de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer aanleiding geven voor een billijkheidscorrectie ten voordele van regresnemers? Om te voorkomen dat ‘subrogatie in zieligheid’ plaatsvindt, zou toepassing van de billijkheidscorrectie naar het oordeel van de auteur in regres beperkt moeten blijven tot factoren als de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten en de mate van verwijtbaarheid van ieders gedrag.


Prof. mr. T. Hartlief
Prof. mr. T. Hartlief is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Fundamentele rechten in de personenschadepraktijk

Een verslag van het jaarcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden PEOPIL, fundamentele rechten, persoonsschadepraktijk
Auteurs Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers (PEOPIL) werd opgericht in 1997. Zij heeft zich onder andere ten doel gesteld op Europees niveau op te komen voor onder andere het recht op schadevergoeding en toegang tot het recht. PEOPIL organiseert regelmatig seminars en jaarlijks een congres. In juni van dit jaar vond het jaarcongres plaats in Genève, waar de fundamentele rechten in de personenschadepraktijk centraal stonden. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van de lezingen die tijdens het congres werden gegeven.


Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is president bij PEOPIL en advocaat bij Legaltree.
Jurisprudentie

Voordeelsverrekening bij letselschade

HR 1 oktober 2010, LJN BM7808

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden sommenverzekering, schadeverzekering, voordeelsverrekening, arbeidsongeschiktheidsverzekering, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    Na veertig jaar heeft de Hoge Raad zich opnieuw uitgesproken over het antwoord op de vraag of een uitkering op grond van een sommenverzekering bij letselschade moet worden verrekend of niet. Het meest recente arrest daarover dateert uit 1969. Het arrest van 1 oktober 2010 verdient bespreking, omdat het (veel) meer richting geeft aan de discussie, of en zo ja, in hoeverre een uitkering uit hoofde van een sommenverzekering bij letselschade voor verrekening in aanmerking komt en wat dat voor invloed heeft op voor die verzekering in de loop der tijd betaalde premie.


Mr. dr. E.J. Wervelman
Mr. dr. E.J. Wervelman is advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.
Jurisprudentie

Kwalitatieve aansprakelijkheid jegens medebezitter

HR 8 oktober 2010, LJN BM6095, RvdW 2010, 1164

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, medebezit, hangmat, gebrekkige opstal
Auteurs Mevrouw mr. F. Leopold
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 oktober 2010 wees de Hoge Raad het baanbrekende Hangmat-arrest, waarin werd geoordeeld dat een vrouw die medebezitter was van een opstal haar echtgenoot die eveneens medebezitter was, kon aanspreken voor 50% van haar schade. In haar noot bij het arrest plaatst de auteur enige kanttekeningen bij het oordeel van de Hoge Raad. Zij gaat daarbij in op het relativiteitsvereiste, de aangenomen gedeeltelijke aansprakelijkheid van de medebezitter en de te verwachten impact van het arrest op ons aansprakelijkheidsrecht en de verzekeringsbranche. Het Hangmat-arrest levert vanuit dogmatisch oogpunt in elk geval het nodige voer voor discussie op.


Mevrouw mr. F. Leopold
Mevrouw mr. F. Leopold is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

De Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen herzien: een overzicht van wijzigingen en consequenties voor de personenschadepraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden wijziging Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen, functionele eenheid, inzage in medische informatie, medische machtiging
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    De Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen is onlangs gewijzigd. Deze wijzigingen betreffen met name de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid en zijn derhalve bijzonder relevant in het kader van de verwerking van medische informatie in de personenschadepraktijk. De auteur gaat in deze bijdrage in op de belangrijkste wijzigingen met betrekking tot de verwerking van medische informatie. Deze wijzigingen roepen een aantal fundamentele vragen en onduidelijkheden op (die deels overigens ook al onder de oude versie van de Gedragscode bestonden). Dit betreft onder andere de vraag welke personen aan verzekeraarszijde de medische informatie van het letselschadeslachtoffer mogen inzien en wat de juridische grondslag daarvoor is.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is onderzoeker bij de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van de VU en het VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Artikel

GOMA: Gedragscode Openheid medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid

Van theorie naar praktijk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden GOMA, medische aansprakelijkheid, aanbevelingen zorgaanbieders, afwikkeling schadeclaims
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk en Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn hoedanigheid van voorzitter van De Letselschade Raad heeft Aleid Wolfsen op 16 juni 2010 het eerste exemplaar van de nieuwe ‘Gedragscode Openheid medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid’ (kortweg: GOMA) aangeboden aan demissionair minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin. Naast de al bestaande Gedragscode Behandeling Letselschades voor de afwikkeling van schades ten gevolge van – met name – verkeersletsels (kortweg: GBL) bestaat er daarmee nu ook een breed gedragen code voor de wijze van handelen bij incidenten, klachten en schadeclaims in het kader van een medische behandeling.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Strafrecht voor civilisten: de verbetering van de mogelijkheid om schade via het strafrecht te verhalen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, schadevergoedingsmaatregel, BOS-Schade, belang voegingsprocedure
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Degene die schade heeft geleden door een strafbaar feit kan zich met zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. De strafrechter doet dan, gelijk met de strafzaak, uitspraak over de schadevergoeding. Dit voegen als benadeelde partij zal vanaf 1 januari 2011 een aantal belangrijke wijzigingen ondergaan. Op deze datum zal de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking treden.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Boekbespreking

Recensie Kind en schade: wat nu?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Auteurs Mw. R. Rijnhout LL.M. en Mw. mr. H.M. Storm
Auteursinformatie

Mw. R. Rijnhout LL.M.
Mevrouw R. Rijnhout LL.M. is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.

Mw. mr. H.M. Storm
Mevrouw mr. H.M. Storm is werkzaam als advocaat en senior dossierbehandelaar bij de ANWB, afdeling Rechtshulp.
Artikel

Motieven voor schadeclaims inzake beroepsziekten: een empirisch onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beroepsziekten, schadeclaims inzake beroepsziekten, beroepsziektedossiers, effecten schadeclaims
Auteurs Dr. N.J. Philipsen en Drs. W.A. Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks loopt een groot aantal werknemers een beroepsziekte op – in Nederland naar schatting 25.000 per jaar.1x Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden (art. 1 lid 1 Arboregeling). De schatting is gebaseerd op gegevens van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. In sommige gevallen leidt de beroepsziekte tot uitval en financiële schade voor de werknemer. Deze schade kan voor getroffen werknemers aanleiding zijn om een letselschadeclaim in te dienen tegen de (voormalig) werkgever. Het is niet uitgesloten dat het aantal letselschadeclaims de komende jaren zal stijgen, mede als gevolg van de versobering van de sociale zekerheid.

Noten

  • 1 Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden (art. 1 lid 1 Arboregeling). De schatting is gebaseerd op gegevens van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.


Dr. N.J. Philipsen
Dr. N.J. Philipsen is senior onderzoeker bij het onderzoeksinstituut Metro van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van Maastricht University.

Drs. W.A. Eshuis
Drs. W.A. Eshuis is promotieonderzoeker bij het Hugo Sinzheimer Instituut voor recht en arbeid aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: nieuwe verantwoordelijkheden voor de rechter én voor partijen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, deelgeschil, proportionaliteitstoets, forumshopping
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en Mevrouw mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een feit. De deelgeschilregeling wordt ingevoegd in het Boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als een nieuwe titel 17, die de artikelen 1019w-1019cc Rv bevat. De inwerkingtreding ervan is voorzien voor 1 juli 2010. Zoals de lezers van TVP bekend zal zijn, beoogt de Wet deelgeschilprocedure het buitengerechtelijke traject bij de afhandeling van letsel- en overlijdensschade te verbeteren. De kerngedachte achter de regeling is dat partijen beter in staat zullen zijn om de buitengerechtelijke afwikkeling van de zaak tot een goed einde te brengen, wanneer zij op eenvoudige en snelle wijze de rechter kunnen vragen de knoop door te hakken over een vraag waar zij zelf maar niet uit kunnen komen. ‘From here to there and back again’ is dus het motto: van de onderhandelingstafel naar de rechter en dan weer terug, en dan hopelijk met een vlot bereikte vaststellingsovereenkomst als eindresultaat.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

Mevrouw mr. drs. G. de Groot
Mevrouw mr. drs. G. de Groot is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam en senioronderzoeker aan de VU en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Jurisprudentie

Causaliteit

HR 18 december 2009, RvdW 2010, 33

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden meervoudige causaliteit, alternatieve causaliteit, mengschade, hoofdelijke aansprakelijkheid, proportionele aansprakelijkheid
Auteurs Mevrouw mr. L.C. Roelofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak doet zich een geval voor van meervoudige causaliteit: gelaedeerde is tot tweemaal toe slachtoffer geworden van een aanrijding. Onzeker is door welk van beide ongevallen de na het tweede ongeval ontstane schade is veroorzaakt. Deze schade kan namelijk het gevolg zijn van ofwel het eerste ofwel het tweede ongeval, of zelfs van beide. In deze bijdrage wordt het standpunt verdedigd dat in dit geval van zuiver alternatieve causaliteit terecht geen proportionele aansprakelijkheid is aangenomen – zoals bepleit door A-G Spier in zijn conclusie voor dit arrest – maar een hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van art. 6:99 jo. 6:102 lid 1 BW.


Mevrouw mr. L.C. Roelofs
Mevrouw mr. L.C. Roelofs, docent en promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht.
Artikel

Wetsvoorstel affectieschade verworpen door de Eerste Kamer

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wetsvoorstel affectieschade, artikel 6:107 en 108, vergoeding van schade van derden personenschadezaken, affectieschade
Auteurs Mevrouw R. Rijnhout LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In het vorige nummer van TVP spraken Lindenbergh en Van der Zalm over de eventuele invoering van het Wetsvoorstel affectieschade. Dit wetsvoorstel beoogde een erkenning te geven voor het leed van naasten en nabestaanden. Tot invoering is het echter niet gekomen: op 22 maart 2010 verwierp de Eerste Kamer het wetsvoorstel.
    Deze bijdrage bespreekt de argumenten die zijn aangevoerd om de vergoeding van affectieschade tegen te houden, gegeven zowel ten tijde van de invoering van het huidige Burgerlijk Wetboek (BW) als tijdens de debatten in de Eerste Kamer in 2009 en 2010. De tegenargumenten kunnen de facto worden ingedeeld in twee categorieën. De eerste categorie betreft argumenten die mijns inziens te weerleggen zijn. De tweede categorie bestaat uit argumenten die contrair zijn aan de argumenten aangevoerd ten tijde van de invoering van het huidige BW. Uiteindelijk lijkt het dan te zijn gegaan om een keuze voor of tegen vergoeding van affectieschade.


Mevrouw R. Rijnhout LL.M.
Mevrouw R. Rijnhout, LL.M. is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Rechtsmiddel tegen voorschotbeslissing bij deskundigenonderzoek

HR 22 januari 2010, LJN BK1639 (man/vrouw)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden voorschotbeslissing, deskundigenonderzoek, tussentijds rechtsmiddel
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
Samenvatting

    In deze verdelingszaak gaat het erom of met een rechtsmiddel kan worden opgekomen tegen de beslissing over de begroting van het voorschot voor een deskundigenonderzoek, een kwestie die ook relevant is voor de behandeling van letselschadezaken. Eerst een korte schets van de zaak. De vrouw dagvaardt de man in 1997 voor de Rechtbank Den Haag. Zij vordert onder meer dat de rechtbank een deskundige zal benoemen om de waarde vast te stellen van aandelen van de man in een besloten vennootschap en de man zal veroordelen tot betaling aan haar van de helft van de waarde van de aandelen. De rechtbank wijst de vorderingen af. Het Hof Den Haag bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. De Hoge Raad vindt dat het oordeel van het hof over de uitleg van de huwelijkse voorwaarden van een onjuiste rechtsopvatting getuigt (HR 28 november 2003, LJN AK3697). Na verwijzing wijst het Hof Amsterdam twee tussenarresten en benoemt bij een volgend tussenarrest drie deskundigen, onder meer met het oog op de waardering van de aandelen. Het hof bepaalt dat de man een voorschot voor het deskundigenonderzoek van € 45.000 dient te deponeren. De man stelt tegen deze drie tussenarresten (het tweede) cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat tegen de voorschotbeslissing niet met een tussentijds rechtsmiddel kan worden opgekomen en verklaart de man niet-ontvankelijk in het beroep.


Mr. drs. G. de Groot
Artikel

Personenschade en toepassing van de Wbp: kans of bedreiging?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wbp, personenschade, blokkeringsrecht, uitwisseling medische informatie
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de behandeling van personenschades komt met enige regelmaat de vraag aan de orde in hoeverre tussen partijen over een weer (medische) informatie dient te worden uitgewisseld. Bekend in dit kader zijn de discussies rondom het blokkeringsrecht van slachtoffers bij medische deskundigenberichten en over de vraag onder welke omstandigheden slachtoffers de patiëntenkaart van de huisarts dienen te overleggen aan de aansprakelijke verzekeraar. Tot voor kort bestond er echter niet of nauwelijks aandacht voor de rol die de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) bij het opvragen en inzien van informatie zou kunnen vervullen. Pas in een tweetal artikelen, van Roijackers en uitgebreider van Wilken, is voor het eerst gewezen op de mogelijkheden die de Wbp op dit vlak biedt. Met name springt daarbij in het oog het recht voor slachtoffers om op grond van artikel 35 Wbp inzage te krijgen in het (medisch) dossier dat de aansprakelijkheidsverzekeraar over hen heeft aangelegd. Na publicatie van deze artikelen was het wachten op het eerste letselschadeslachtoffer dat de daarin besproken rechten uit de Wbp aan zou voeren in een juridische procedure.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Jurisprudentie

Verjaring

Hof Amsterdam 15 december 2009, LJN BL3708

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden verjaring, immateriële schadevergoeding, materiële schadervergoeding
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Appellante in het onderhavige appèl (hierna: weduwe) is gehuwd geweest met X (hierna: echtgenoot). De echtgenoot heeft van 1960 tot en met 1975 gewerkt bij een rechtsvoorganger van geïntimeerde (geïntimeerde hierna: B.V. X). In oktober en november 2005 is de echtgenoot opgenomen geweest in een ziekenhuis, waarbij mesothelioom is gediagnosticeerd. De weduwe stelt zich op het standpunt dat B.V. X als voormalig werkgever van de echtgenoot haar zorgverplichting als werkgever heeft geschonden door zonder passende veiligheidsmaatregelen de echtgenoot bloot te stellen aan asbest, waardoor de fatale asbestziekte mesothelioom is ontstaan. Bij brief van 4 januari 2006 heeft de gemachtigde van de weduwe namens de echtgenoot B.V. X aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade. De echtgenoot is op 6 januari 2006 overleden. De verzekeraar van B.V. X heeft bij brieven van 6 juli en 28 september 2006 aansprakelijkheid afgewezen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
J.L. Smeehuijzen is universitair hoofddocent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem.
Artikel

Voordeelsverrekening bij letselschade van uitkeringen uit hoofde van particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2010
Trefwoorden voordeelsverrekening, arbeidsongeschikheidsverzekering, Schadeverzekering, sommenverzekering
Auteurs Mr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    Heeft eenzelfde gebeurtenis voor de benadeelde naast schade tevens voordeel opgeleverd, dan moet dat voordeel, voor zover dit redelijk is, bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening worden gebracht. Dat uitgangspunt, ook wel geheten ‘voordeelsverrekening’, is neergelegd in artikel 6:100 BW. In de praktijk van alledag komt dit meer dan eens voor. In het algemeen wordt het ook billijk geacht dat bij de begroting van de schadevergoeding met dit voordeel rekening wordt gehouden. De benadeelde moet immers schadeloos worden gesteld; dat wil zeggen zijn volledige schade behoort te worden vergoed, maar hij behoort niet te worden verrijkt.


Mr. E.J. Wervelman
Mr. E.J. Wervelman is advocaat bij KBS advocaten te Utrecht.
Jurisprudentie

Deskundigenbericht

Hof Leeuwarden 25 juni 2009, LJN BJ0390 (X/Ziekenhuis en Gynaecoloog)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2010
Trefwoorden voorlopig deskundigenbericht, gynaecoloog
Auteurs Mr. E.W. Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In de jurisprudentie bestaat inmiddels duidelijkheid welke norm de rechter heeft toe te passen wanneer hij voor de vraag staat of een voorlopig deskundigenbericht al dan niet toegewezen moet worden. De Hoge Raad heeft zich nog niet kunnen uitlaten over de vraag welke speelruimte de rechter heeft bij het vaststellen van de vragen voor de deskundige, zodat de rechtspraktijk zich vooralsnog op lagere rechtspraak richt. In een beschikking uit 2006 oordeelde het Hof Leeuwarden dat deze ruimte feitelijk non-existent is. Met onderhavige beschikking lijkt het hof – terecht – op deze zienswijze te zijn teruggekomen.


Mr. E.W. Bosch
Mr. E.W. Bosch is advocaat bij SNS Reaal N.V. Juridische Zaken te Utrecht.

    In Nieuws wordt verslag uitgebracht van actuele ontwikkelingen.

Artikel

De medisch adviseur moet objectief en onafhankelijk zijn

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2010
Trefwoorden letselschade, medisch beoordelingstraject, medisch adviseur, professionele standaard
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    De medisch adviseur in letselschadezaken is een ‘onafhankelijke partijdeskundige’. Deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid maakt dat het voor medisch adviseurs niet altijd duidelijk is hoe zij als partijdeskundige vorm en inhoud zouden moeten geven aan hun onafhankelijkheid. Op 26 mei 2009 heeft het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam twee uitspraken gedaan, waarin het zich duidelijk heeft uitgelaten over de rol en de positie van de medisch adviseur in letselschadezaken: de medisch adviseur is in de eerste plaats arts, daarnaast medisch adviseur, en geen regisseur, pleitbezorger of belangenbehartiger van zijn opdrachtgever.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VUmc en zij maakt deel uit van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Jurisprudentie

Shockschade

HR 9 oktober 2009, LJN BI8583, RvdW 2009, 1154 (Kleijnen c.s./Reaal Schadeverzekeringen)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Taxibusarrest, schadevergoeding uit onrechtmatigedaad, shockschade
Auteurs Prof. mr. S.D. Lindenbergh en Mevrouw I. van der Zalm
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Taxibus-arrest uit 2002 heeft de Hoge Raad aangegeven onder welke omstandigheden naasten van een direct getroffene een eigen aanspraak op schadevergoeding uit onrechtmatige daad hebben. Dat is, kort gezegd, het geval wanneer de naaste door waarneming van het ongeval of door rechtstreekse confrontatie met de gevolgen ervan een in de psychiatrie erkende ziekte heeft opgelopen. In de praktijk komt nogal eens de vraag op onder welke omstandigheden aan deze vereisten is voldaan.


Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. S.D. Lindenbergh is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mevrouw I. van der Zalm
Mevrouw mr. I van der Zalm is werkzaam aan de Erasmus universiteit Rotterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.