Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 182 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.
Artikel

Access_open Vergoeding van shockschade sinds de invoering van de Wet vergoeding affectieschade

Een greep uit en op de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden geestelijk letsel, cumulatie, hoogte, niet-ontvankelijkheid, confrontatievereiste
Auteurs Mr. A.M. Overheul
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt middels een eerste, verkennende jurisprudentieanalyse inzichtelijk gemaakt wat speelt op het gebied van vergoeding van immateriële schade in de context van shockschade na inwerkingtreding van de Wet vergoeding affectieschade. De uitspraken zijn geanalyseerd op basis van de cumulatie van de shock- en affectieschadevordering, de hoogte van de vergoeding van immateriële schade in geval van een shockschadevordering, de niet-ontvankelijkheid van de shockschadevordering, het confrontatievereiste en het vereiste van geestelijk letsel. Aan dit laatste vereiste komt in deze bijdrage bijzondere aandacht toe bij bespreking van het juridisch kader.


Mr. A.M. Overheul
Mr. A.M. Overheul is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en Empirical Research into Institutions for Conflict Resolution (ERI) van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek gaat over compensatiesystemen voor beroepsziekten als alternatief voor de klassieke route van het aansprakelijkheidsrecht.

    De begroting van de omvang van de schadepost huishoudelijke hulp leidt vaak tot verdeeldheid tussen (belangenbehartigers van) slachtoffers en verzekeraars. Dit is met name het geval wanneer de schadepost niet onder de normering van de Richtlijn Huishoudelijke Hulp van De Letselschade Raad valt. Dit artikel gaat in op de vraag wanneer het inschakelen van professionele huishoudelijke hulp normaal en gebruikelijk is, hetgeen als criterium voor vergoeding van huishoudelijke hulp heeft te gelden. Er worden – na een uitvoerige analyse van de rechtspraak – diverse handvatten aangereikt ter beantwoording van deze vraag.


Mr. M.W.H.M. Janssen
Mr. M.W.H.M. Janssen is advocaat bij REX Advocaten te Wijchen.
Artikel

Stroperige letselschadeprocedures: effectieve remedies tegen rechterlijke termijnoverschrijding?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden, versnelling, Kudla/Polen, Severijnen c.s./Gem. De Bilt
Auteurs Mr. E.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat de (beknopte) neerslag van een studie naar de mate van effectiviteit van de bestaande nationale remedie bij een geconstateerde rechterlijke redelijketermijnoverschrijding in de civiele (letselschade)procedure. Op grond van de bevindingen van het verrichte onderzoek is met name de praktische effectiviteit van deze remedie bediscussieerd. De bijdrage bevat derhalve een gedachte-experiment van mogelijke (theoretische) denkrichtingen ter eventuele bevordering van de effectiviteit van de repressieve remedie.


Mr. E.A. de Vries
Mr. E.A. de Vries is junior juridisch medewerker bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Aansprakelijkheid voor medische hulpmiddelen, het laatste woord was aan de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2020
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, tekortkoming, toerekening, state of the art, professionele standaard
Auteurs Mr. P.J. klein Gunnewiek en Mr. M.S.E. van Beurden
SamenvattingAuteursinformatie

    Analyse van de arresten van de Hoge Raad van 19 juni 2020 met betrekking tot de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor medische hulpmiddelen.


Mr. P.J. klein Gunnewiek
Mr. P.J. klein Gunnewiek is advocaat bij Van Benthem & Keulen in Utrecht.

Mr. M.S.E. van Beurden
Mr. M.S.E. van Beurden is advocaat bij Centramed in Zoetermeer.
Artikel

Access_open Naar een toekomstbestendig compensatiesysteem voor verkeersongevallen

Over zelfrijdende auto’s, herstelgerichte schadeafwikkeling en de mogelijkheden van een systeem van directe schadeverzekering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden zelfrijdende auto, herstelgerichte schadeafwikkeling, procedurele rechtvaardigheid, directe verzekering, WA-direct
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees en Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Nieuwe ontwikkelingen, zoals de opkomst van de zelfrijdende auto en het groeiende inzicht in het anti-therapeutische effect van de afwikkeling van letselschade, leiden tot het hernieuwd overdenken van ons compensatiesysteem voor verkeersongevallen. Het Verbond van Verzekeraars begint in 2021 met WA-direct, een eerste innovatieve stap, nog op basis van het huidige aansprakelijkheidsrecht maar met het oog op meer. In dit artikel worden deze ontwikkelingen besproken en met elkaar in verband gebracht. De mogelijkheden van een stelsel van directe schadeverzekering worden vergeleken met die van het aansprakelijkheidsrecht en WA-direct.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).

Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
Prof. mr. dr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).
Jurisprudentie

Kansschade: een bewogen leerstuk

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1223 en Rb. Den Haag 8 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden (letsel)schade, kansschade, zorgvuldigheidsnorm, proportionele aansprakelijkheid, condicio sine qua non-verband
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het Srebrenica-arrest als in het Faro-vonnis, twee tamelijk verschillende zaken, is een veroordeling tot vergoeding van kansschade uitgesproken voor onzorgvuldig handelen. In zijn Srebrenica-uitspraak stelde de Hoge Raad de kleine, maar niet verwaarloosbare kans voor de bewuste groep mannelijke vluchtelingen om uit handen te blijven van Bosnische Serviërs (als Dutchbat naar behoren zou zijn opgetreden) vast op 10%, waar het hof nog was uitgekomen op 30%. De rechtbank kwam in de Faro-zaak tot een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 20% op een beter resultaat bij de destijds met Martinair gevoerde onderhandelingen als de Raad voor de Luchtvaart niet onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Een algemeen, voor alle gevallen toepasbaar, minimumpercentage voor kansschade lijkt niet aanwijsbaar.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster advocaten.
Artikel

De Wet Affectieschade in de praktijk; duidelijke afbakening of onsmakelijke discussies?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Wet Affectieschade, rechtspraak, hardheidsclausule, smartengeld, letselschade
Auteurs Mr. C. van der Roest en Mr. J.G. Keizer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken de auteurs de sinds de invoering van de Wet Affectieschade – en binnen het temporele toepassingsbereik van deze wet – verschenen rechtspraak, voor zover daarin de vraag of aanspraak kon worden gemaakt op vergoeding van affectieschade onderwerp van (partij)debat is geweest. Zij bezien in hoeverre in de rechtspraktijk tegemoet wordt gekomen aan de doelstellingen van de wetgever, en bespreken welke vragen (kunnen) rijzen bij de uitleg van deze wettelijke regeling.


Mr. C. van der Roest
Mr. C. van der Roest is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.

Mr. J.G. Keizer
Mr. J.G. Keizer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.
Jurisprudentie

Rendement en inflatie

Rb. Den Haag 13 mei 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4169 (Allianz/X)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2020
Trefwoorden schadebegroting, kapitalisatiefactoren, rendement, inflatie
Auteurs Mr. E.W. Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 13 mei 2020 formuleerde de rechtbank Den Haag in een vonnis in een letselzaak niet alleen de uitgangspunten voor de diverse schadeposten, maar ook de uitgangspunten voor de aan te houden kapitalisatiefactoren. Het aan te houden rendement stelde de rechtbank voor de eerste vijf jaar op 0%, de volgende vijftien jaar op1,3% en de periode daarna op 2%. De inflatie de eerste vijf jaar op 1,5% en de perioden daarna op 2%. Deze annotatie bespreekt dit vonnis in het licht van drie eerder gewezen vonnissen en de discussie over de kapitalisatiefactoren in de literatuur.


Mr. E.W. Bosch
Mr. E.W. Bosch is (LSA/ASP) letselschadeadvocaat bij Vogelaar Bosch Spijer Advocaten te Honselersdijk.
Opinie

Het EBI-arrest, historisch onrecht, effectieve remedie en de AVG

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden immateriële schade, mensenrechten, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
Auteursinformatie

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het onderzoekscluster Empirical legal Research into Institutions for Conflictresolution en Ucall, Universiteit Utrecht. Zij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open De WAMCA onder de loep genomen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden WAMCA, massaschade, wet, afwikkeling, collectieve actie
Auteurs Mr. A.A.L. Oving
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2019 heeft de Eerste Kamer de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) aangenomen en per 1 januari 2020 is zij in werking getreden. In deze bijdrage bespreekt de auteur welke (procesrechtelijke) wijzigingen de WAMCA met zich brengt, en of de WAMCA de in de praktijk meest voorkomende knelpunten bij het afwikkelen van massaschade ondervangt.


Mr. A.A.L. Oving
Mr. A.A.L. Oving heeft onlangs de master Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam afgerond en is op dit moment werkzaam als advocaat bij Dentons te Amsterdam.
Jurisprudentie

Opwarming van het klimaat als onrechtmatige daad?

HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Urgenda, klimaat, Nederlandse Staat, Hoge Raad, klimaatverandering
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 in de veelbesproken klimaatzaak tussen Urgenda en de Nederlandse Staat.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De vordering van de benadeelde partij in het strafproces: de Hoge Raad geeft college

Bijdrage naar aanleiding van het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden benadeelde partij, schadevergoeding, strafprocedure, shockschade, rechtstreekse schade
Auteurs Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel bespreekt naar aanleiding van het overzichtsarrest van de Hoge Raad de belangrijkste aandachtspunten die bij de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij een rol kunnen spelen, en gaat in op het belang van de uitspraak. Het arrest draagt bij aan de rechtseenheid tussen strafrechters en hun civiele collega’s, maar biedt ook aanknopingspunten voor creatieve vorderingen en procestactiek. De relevantie van het arrest zit verder in de onderstreping door de Hoge Raad dat een inhoudelijke beoordeling van de vordering in het strafproces voor de benadeelde partij van groot belang is.


Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij doet promotieonderzoek naar de compensatie van misdrijfschade.
Artikel

De BGK-vordering in een deelgeschilprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden deelgeschil, buitengerechtelijke kosten, dubbele redelijkheidstoets, artikel 1019w Rv, artikel 6:96 lid 2 BW
Auteurs Mr. R.D. Leen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal hoe de deelgeschilrechter aankijkt tegen het voorleggen van een BGK-geschil in de recente jurisprudentie. Een BGK-geschil kan worden voorgelegd in een deelgeschilprocedure. Rechters gaan wisselend om met de toepassing van de formele vereisten die gelden voor een deelgeschilprocedure. Een harde grens wordt getrokken indien sprake is van misbruik van procesrecht. Indien het BGK-geschil voldoet aan de formele vereisten, is het aan de rechter om te beoordelen of de BGK inhoudelijk aan de dubbele redelijkheidstoets voldoen. Het feit dat sprake is van een BGK-geschil kan op de dubbele redelijkheidstoets van invloed zijn.


Mr. R.D. Leen
Mr. R.D. Leen is advocaat bij WIJ Advocaten in Amsterdam.
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.
Artikel

De (Belgische) Wet Medische Ongevallen en het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Belgische Wet Medische Ongevallen, Fonds Medische Ongevallen, abnormale schade, medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA), vermijdbare schade
Auteurs Dr. W. Buelens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juni 2018 verdedigde de auteur succesvol zijn doctoraal proefschrift over het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid. Dit begrip omvat een nieuw, subjectief vergoedingsrecht voor slachtoffers van medische ongevallen, los van de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en werd ingevoerd door de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg. Deze bijdrage bevat enkele krachtlijnen met betrekking tot de invulling van dit begrip.


Dr. W. Buelens
Dr. W. Buelens is praktijkassistent Gezondheidsrecht aan de Universiteit Gent, vrijwillig academisch medewerker aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.
Artikel

Access_open Just culture en herstelrecht in de afwikkeling van medische schade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden herstelrecht, restorative justice, just culture, medische aansprakelijkheid, schade
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat er vanuit een ‘herstelgericht’ perspectief te zeggen is over de afwikkeling van medische schade. Biedt restorative just culture aanknopingspunten voor een afwikkeling van medische schade die beter aansluit bij de behoeften van betrokkenen?


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN.
Artikel

De Urgenda-zaak en de mogelijkheden voor internationale rechtspraak door de Nederlandse rechter in algemeen-belangacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden staatsmachten, legitimatie, internationaal recht, Rookverbod-arrest, dualiteit rechtspraak
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Urgenda-zaak is niet alleen de dialoog geopend over de betekenis van het internationale klimaatrecht, de mogelijkheden voor algemeen-belangacties op andere gebieden en de verhouding tussen de Nederlandse staatsmachten, maar komt ook de rol van de nationale rechter in het internationale recht aan bod. Via de route van het EVRM wijst de Nederlandse rechter de Staat op zijn internationale verplichtingen – waaronder die van de positieve bescherming van mensenrechten – en brengt hij de rechtsopvattingen van internationaal en nationaal recht op één lijn. Dit getuigt van een actieve rol van de rechter. Geplaatst in het licht van internationale ontwikkelingen en het Rookverbod-arrest biedt deze rol ook mogelijkheden voor algemeen-belangacties wanneer de normen uit internationale verdragen in het concrete geval rechtstreeks toegepast kunnen worden door de rechter.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2017 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift getiteld ‘Rechter over grenzen: de interpretatie en doorwerking van internationaal recht in het Nederlands privaatrecht’.
Artikel

Access_open De redelijke verwachting ten aanzien van de rekenrente

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden letselschade, rekenrente, toekomstschade, redelijke verwachting
Auteurs Mr. R.M.J.T. van Dort en E.S. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het berekenen van toekomstschade als gevolg van letsel, komt het aan op de redelijke verwachting van alle relevante omstandigheden. De rekenrente is een van die omstandigheden. In deze bijdrage pleiten auteurs ervoor de rekenrente te laten aansluiten op de historische ontwikkelingen en actuele prognoses van de financiële markten, inmiddels en langdurig gekenmerkt door lage rendementen en sombere verwachtingen. Daardoor zou de rekenrente naar hun mening in ieder geval gedurende een deel van de schadelooptijd negatief moeten zijn. Auteurs adviseren voorts om een deskundigencommissie aan te stellen die periodiek adviseert omtrent de in redelijkheid te verdisconteren rekenrente bij toekomstschade.


Mr. R.M.J.T. van Dort
Mr. R.M.J.T. van Dort is NIVRE Register-Expert bij Van Dort Letselschade.

E.S. Groot
E.S. Groot is NIVRE Register-Expert en mediator bij Letselschade.com.
Jurisprudentie

Misgelopen woongenot en vergoeding van materiële schade

Rb. Noord-Nederland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden misgelopen woongenot, gemis van het onstoffelijk voordeel, aardbeving, gaswinning, vergoeding materiële schade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout en T. Rotscheid LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 maart 2017 wees de Rechtbank Noord-Nederland vonnis in een zaak die ging over de vergoeding van immateriële schade en de vergoeding van vermogensschade in de zin van het gemis van het onstoffelijk voordeel, zijnde gederfd woongenot, ten gevolge van aardbevingen ontstaan door gaswinning door de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Deze annotatie concentreert zich uitsluitend op laatstgenoemde schadepost. Ondanks dat het vonnis ruim twee jaar oud is, zijn de vragen die het oproept nog zeer actueel. Zo is recentelijk door de Rechtbank Noord-Nederland in een andere zaak hierover een prejudiciële vraag voorgelegd aan de Hoge Raad.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.

T. Rotscheid LLB
T. Rotscheid, LLB is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 182 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.