Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 104 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x
Opinie

Het EBI-arrest, historisch onrecht, effectieve remedie en de AVG

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden immateriële schade, mensenrechten, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
Auteursinformatie

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het onderzoekscluster Empirical legal Research into Institutions for Conflictresolution en Ucall, Universiteit Utrecht. Zij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Opwarming van het klimaat als onrechtmatige daad?

HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Urgenda, klimaat, Nederlandse Staat, Hoge Raad, klimaatverandering
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 in de veelbesproken klimaatzaak tussen Urgenda en de Nederlandse Staat.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De vordering van de benadeelde partij in het strafproces: de Hoge Raad geeft college

Bijdrage naar aanleiding van het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden benadeelde partij, schadevergoeding, strafprocedure, shockschade, rechtstreekse schade
Auteurs Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel bespreekt naar aanleiding van het overzichtsarrest van de Hoge Raad de belangrijkste aandachtspunten die bij de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij een rol kunnen spelen, en gaat in op het belang van de uitspraak. Het arrest draagt bij aan de rechtseenheid tussen strafrechters en hun civiele collega’s, maar biedt ook aanknopingspunten voor creatieve vorderingen en procestactiek. De relevantie van het arrest zit verder in de onderstreping door de Hoge Raad dat een inhoudelijke beoordeling van de vordering in het strafproces voor de benadeelde partij van groot belang is.


Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij doet promotieonderzoek naar de compensatie van misdrijfschade.
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.
Artikel

Eén medisch adviseur empirisch onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden medisch adviseur, empirisch, letselschade
Auteurs Prof. mr. G. van Dijck
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel doet verslag van een onderzoek waarin is getest of letselschadezaken sneller en tegen minder kosten kunnen worden afgewikkeld in een procedure met één medisch adviseur (1MA) in vergelijking met een procedure met twee medisch adviseurs (2MA). Een veldexperiment met 129 zaken die willekeurig werden toegewezen aan de 1MA- en 2MA-groep is opgezet om te testen of de procedure zou leiden tot verschillen tussen de twee procedures in termen van doorlooptijden en kosten. De resultaten laten verschillen zien tussen de twee procedures ten gunste van de 1MA-procedure, in ieder geval ten aanzien van de looptijd; het bewijs dat de 1MA-procedure met lagere kosten gepaard ging dan de 2MA-procedure is op zijn best genomen zwak. In samenhang met eerder empirisch onderzoek lijkt de conclusie vooral te zijn dat tijdwinst en kostenbesparing kunnen worden bereikt door het beperken van mogelijkheden tot extra handelingen en discussie. Dit kan met een 1MA-procedure, maar dit is geen garantie voor snellere doorlooptijden en lagere kosten.


Prof. mr. G. van Dijck
Prof. mr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan Maastricht University.
Artikel

De Urgenda-zaak en de mogelijkheden voor internationale rechtspraak door de Nederlandse rechter in algemeen-belangacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden staatsmachten, legitimatie, internationaal recht, Rookverbod-arrest, dualiteit rechtspraak
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Urgenda-zaak is niet alleen de dialoog geopend over de betekenis van het internationale klimaatrecht, de mogelijkheden voor algemeen-belangacties op andere gebieden en de verhouding tussen de Nederlandse staatsmachten, maar komt ook de rol van de nationale rechter in het internationale recht aan bod. Via de route van het EVRM wijst de Nederlandse rechter de Staat op zijn internationale verplichtingen – waaronder die van de positieve bescherming van mensenrechten – en brengt hij de rechtsopvattingen van internationaal en nationaal recht op één lijn. Dit getuigt van een actieve rol van de rechter. Geplaatst in het licht van internationale ontwikkelingen en het Rookverbod-arrest biedt deze rol ook mogelijkheden voor algemeen-belangacties wanneer de normen uit internationale verdragen in het concrete geval rechtstreeks toegepast kunnen worden door de rechter.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2017 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift getiteld ‘Rechter over grenzen: de interpretatie en doorwerking van internationaal recht in het Nederlands privaatrecht’.
Artikel

Verzekeren in gezinsverband

Over polisdekking en regres in ‘nieuwe’ gezinsverhoudingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden verzekeren, gezinsverband, polisdekking, nieuwe gezinsverhoudingen
Auteurs Mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de wijze waarop verzekeraars in hun polissen omgaan met ‘nieuwe’ gezinsverhoudingen. De polissen van opstalverzekeringen, inboedelverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen voor particulieren van zestien verzekeringsmaatschappijen zijn hiervoor onderzocht. Ook wordt aandacht besteed aan regresuitsluitingen ten aanzien van gezinsleden.


Mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk
Mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk is als wetenschappelijk docent en onderzoeker verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doet promotieonderzoek naar het thema ‘Aansprakelijkheid en verzekering in gezinsverband’.
Jurisprudentie

Directe actie als de verzekerde rechtspersoon niet meer bestaat: uitzondering op meldingsplicht geldt volgens de Hoge Raad voor alle schades

HR 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:150

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden directe actie, artikel 7:954 BW, meldingsvereiste, verzekerde rechtspersoon, faillissement
Auteurs Mr. J. Kruijswijk Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 februari 2019 heeft de Hoge Raad de reikwijdte van de uitzondering op het meldingsvereiste voor een beroep op de directe actie van artikel 7:954 BW verduidelijkt. Volgens lid 2 van artikel 7:954 BW is voor een beroep op de directe actie niet nodig dat de schade door de aansprakelijke verzekerde aan de aansprakelijkheidsverzekeraar is gemeld, als de verzekerde een rechtspersoon was die heeft opgehouden te bestaan. In alle andere gevallen kan de directe actie alleen worden uitgeoefend als de schade door de verzekeringnemer of verzekerde wél is gemeld bij de aansprakelijkheidsverzekeraar. In het onderhavige arrest stond ter discussie of dit voor alle schades geldt of alleen voor de zogenaamde long tail-schades: schades die zich pas (na lange tijd) manifesteren nadat een rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan.


Mr. J. Kruijswijk Jansen
Mr. J. Kruijswijk Jansen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Over leven, dood en bewustzijn

Een medisch-filosofische bespiegeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden dood, leven, bewustzijn, geneeskunde, medisch
Auteurs Dr. J.W. De Waele
SamenvattingAuteursinformatie

    Beslissen of iemand nog in leven is dan wel dood, is altijd een courante uitdaging binnen de geneeskunde geweest. Sinds de verbeterde reanimatietechnieken en IC-faciliteiten (met mechanische ventilatie) uit de tweede helft van de twintigste eeuw is het mogelijk geworden het leven langer aan te houden, niet tegenstaande het bewustzijn uitblijft. Wat is nu die relatie tussen leven en bewustzijn en hoe kan die ontkoppeld zijn? Wanneer is men hersendood? Wanneer spreekt men van coma, vegetatieve status of minimaal bewuste toestand en wat houdt dat fysiologisch en humaan in? Wat is de prognose in die gevallen? Welke juridische en ethische vraagtekens (denk aan orgaandonatie) brengt dit met zich mee?


Dr. J.W. De Waele
Dr. J.W. De Waele is vrijgevestigd neuroloog, neuropsychiater en pijnspecialist.
Artikel

Palliatieve zorg door naasten en zorgschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden palliatieve zorg, zorgschade, letsel, Handreiking Zorgschade
Auteurs E. Audenaerde en L. Renders
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geven de auteurs inzicht in wat palliatieve zorg is en hoe zij zich verhoudt tot het letsel dat centraal staat in de Handreiking Zorgschade. Zij zullen geen conclusies verbinden aan de jurisprudentie hierover, maar meer uitleg geven over wat palliatieve zorg is; of dit zorg is die gewoonlijk door naasten van een terminaal persoon gegeven kan worden, welke rol professionals hierin gewoonlijk hebben, en wat het verschil is (of niet) met zorgschade.


E. Audenaerde
E. Audenaerde is auteur van de Handreiking Zorgschade, inhoudsdeskundige vanuit zijn professie als arbeidsdeskundige en lid van de werkgroep Zorgschade vanuit De Letselschade Raad.

L. Renders
Mw. L. Renders is auteur van de Handreiking Zorgschade, inhoudsdeskundige vanuit haar professie als ergotherapeut en lid van de werkgroep Zorgschade vanuit De Letselschade Raad.
Jurisprudentie

De Hoge Raad over het recht op inzage van de patiënt in de medische analyse van een adviseur van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden artikel 843a Rv, artikel 35 Wbp, inzagerecht, medisch advies
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Na door een patiënt aansprakelijk te zijn gesteld, heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, zonder medeweten van de patiënt, een radioloog geraadpleegd. Op grond van artikel 843a Rv vordert de patiënt bij het Hof Amsterdam inzage in de medische analyse van de radioloog, daarbij nadrukkelijk refererend aan het inzagerecht op grond van de Wbp. Het hof wijst de vordering af. De Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel. De medische analyse van de radioloog betreft geen persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG. Op grond van de Wbp komt de patiënt daarom geen recht toe op inzage in de medische analyse.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

De informatieplicht van een zorgaanbieder bij de afwikkeling van medische schade

Over finale kwijting, geschilleninstanties en ongeïnformeerde patiënten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Wkkgz, medisch, schade, informatieplicht, informed consent
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    Schikkingsonderhandelingen in de Wkkgz-voorfase en bindend advies worden vaak afgerond met een vaststellingsovereenkomst. De aard van de vaststellingsovereenkomst geeft veel gewicht aan de wilsvorming vooraf. Dat veronderstelt een informatieplicht. In de Wkkgz-voorfase betekent de informatieplicht dat een vaststellingsovereenkomst bij voorkeur pas wordt gesloten na deskundig advies. Een zorgaanbieder die zich achteraf op de verplichtingen uit het bindend advies van een geschilleninstantie wil beroepen, zal eveneens aan zijn informatieplicht moeten voldoen. De wijze van informatieverstrekking van de geschilleninstanties is dermate gebrekkig, dat aantasting van het bindend advies achteraf goed denkbaar is. Inspiratie wordt gezocht bij het medisch informed consent.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN. OPEN is een leernetwerk van ziekenhuizen en onderzoekers van de VU, het NIVEL en AMC/UvA, dat inzichten opdoet over de organisatie van openheid na medische incidenten (www.openindezorg.nl). OPEN wordt gefinancierd door het Fonds Slachtofferhulp.
Jurisprudentie

De Hoge Raad en de uitleg van de opzetclausule: een antwoord op alle vragen?

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden opzetclausule, culpoze delicten/schulddelicten, categoriebenadering, voorwaardelijk opzet, AVP
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze annotatie staat het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018 centraal. Daarin buigt Nederlands hoogste rechtscollege zich voor het eerst over de opzetclausule 2000. Deze clausule is in veel aansprakelijkheidsverzekeringen voor particulieren (AVP) opgenomen, maar de uitleg daarvan staat ter discussie. De Hoge Raad ziet dan ook aanleiding om met het oog op de rechtseenheid enkele fundamentele overwegingen te wijden aan de uitleg van deze opzetclausule.


Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is promovenda bij het Verzekeringsinstituut aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Nieuw licht op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel?

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, werkgeversaansprakelijkheid, asbest, arbeidsrechtelijke omkeringsregel
Auteurs Mr. Veneta Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij beantwoording van de vraag of causaal verband aanwezig is tussen de asbestblootstelling en het ontstaan van mesothelioom, en of ter vaststelling hiervan de arbeidsrechtelijke omkeringsregel moet worden toegepast, is – overeenkomstig de arresten HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van der Wege) en ECLI:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma) – van belang dat het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden niet te onzeker dan wel te onbepaald dient te zijn. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het hof dat de enkele blootstelling aan asbest onvoldoende is om toepassing te geven aan de omkeringsregel. De in de eerdergenoemde arresten vastgestelde regels gelden ook bij schade als gevolg van mesothelioom. Ook hier kan het causaal verband te onzeker of te onbepaald zijn wanneer de werknemer ook buiten de werkzaamheden aan asbest blootgesteld is geweest. Daarom komt, gelet op hetgeen in het algemeen bekend is omtrent de ziekte mesothelioom en haar oorzaak, betekenis toe aan (1) de duur en de intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever, en in voorkomend geval (2) de duur en de intensiteit van andere blootstelling(en) aan asbest gedurende de latentieperiode en (3) de verhouding tussen (1) en (2).


Mr. Veneta Oskam
Mr. V. Oskam is werkzaam als advocaat bij V&A Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Naar een verzekerd slachtofferrecht: onderzoek naar effectief schadeverhaal van slachtoffers van misdrijven via het private verzekeringsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden vergoeding van misdrijfschade, WA-verzekering dader, vergoedingsmogelijkheden buiten strafproces, gewelds- en zedenmisdrijven, slachtoffers
Auteurs Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk laat zien dat de huidige schadevergoedingsmogelijkheden voor slachtoffers van misdrijven tekortschieten. Als gevolg daarvan blijft een deel van de slachtoffers en nabestaanden van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven met niet te verhalen schade zitten. Dit artikel bevat een samenvatting van recent onderzoek dat een kansrijke oplossing aanreikt waarbij slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven en hun nabestaanden de schade vergoed kunnen krijgen via de aansprakelijkheidsverzekeraar van de dader.


Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is onderzoeker aan de VU en advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.
Artikel

De afwikkeling van medische schade onder de Wkkgz

De beloften van het klachtrecht voor patiënten, de eerste stappen naar verwezenlijking door de ziekenhuizen en de eerste verrichtingen van de Wkkgz-geschilleninstanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden schadeafwikkeling, medisch, klacht, claim, Wkkgz
Auteurs Mr. B.S. Laarman en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de Wkkgz vindt de buitengerechtelijke afwikkeling van medische schadeclaims plaats in het klachtrecht in plaats van het aansprakelijkheidsrecht. Zorgaanbieders moeten zelf proactief en oplossingsgericht schadeclaims onderzoeken en beoordelen. De rol van de patiëntencontactpersoon in het ziekenhuis, van de zorgverlener en de samenwerking tussen ziekenhuis en verzekeraar zijn daarmee ingrijpend veranderd. Dit overzichtsartikel bespreekt de eerste stappen naar implementatie van de Wkkgz, de aard van het klachtrecht, de noodzaak van triage, de werkwijzen van zelfregelende ziekenhuizen, de noodzaak van informed consent, BGK , de zeswekentermijn, de eerste resultaten van de Wkkgz-geschilleninstanties, en het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet BIG.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL).

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en geeft leiding aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL).
Jurisprudentie

HR 7 oktober 2016, NJ 2017/73, m.nt. J. Spier (Vennemans-Kropmans/Gemeente Nijmegen)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden wegbeheerdersaansprakelijkheid, gebrek, schade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vennemans-Kropmans/Gemeente Nijmegen oordeelt de Hoge Raad dat voorwerpen die niet behoren tot de weg in de zin van artikel 6:174 BW een weg niet gebrekkig kunnen maken. Hij bevestigt daarmee de lijn in lagere rechtspraak. In de literatuur werd echter door sommigen verdedigd dat ieder voorwerp een weg gebrekkig kan maken, mits de weg daardoor niet meer voldoet aan de eisten van redelijk onderhoud. Die opvatting volgt de Hoge Raad niet, maar de vraag is of – met de komst van een directe verkeersverzekering – dat criterium niet toch weer aan betekenis zal gaan winnen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Het verlies van een kans op een beter behandelingsresultaat

HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden causaal verband, kansschade, medische aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.P. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze zaak betreft de vraag of door het handelen van een medisch beroepsbeoefenaar een verlies op een beter behandelingsresultaat verloren is gegaan en vormt daarmee de eerste medische-aansprakelijkheidszaak waarin de Hoge Raad het leerstuk van kansschade toepast. De Hoge Raad verduidelijkt hoe de vaststelling van het condicio sine qua non-verband bij kansschade dient te geschieden.


Mr. H.P. Verdam
Mr. H.P. Verdam is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Jurisprudentie

Artikel 6:165 BW: ‘een als een doen te beschouwen gedraging’

HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:147

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2016
Trefwoorden onrechtmatige daad, toerekening, geestelijke of lichamelijke tekortkoming, een als een doen te beschouwen gedraging, kosten rechtsbijstand
Auteurs Mr. H. Vorsselman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraak tussen twee voormalig echtgenoten staat een tweetal juridische thema’s centraal: de uitleg van het in artikel 6:165 BW opgenomen criterium ‘een als een doen te beschouwen gedraging’ en de vraag of de door een partij in een gerechtelijke procedure gemaakte kosten van rechtsbijstand die niet zijn vergoed door een eventuele proceskostenveroordeling (alsnog) kunnen worden verhaald in een aparte procedure waarin deze kosten worden gevorderd als schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Dit in het licht van eerdere procedures tussen dezelfde partijen waarin reeds een oordeel is gegeven over de proceskostenveroordeling.


Mr. H. Vorsselman
Mr. H. Vorsselman is advocaat Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht bij PlasBossinade advocaten en notarissen en docent Letselschade en Beroepsziekten aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De nieuwe geschillenbeslechting in de zorg: (heel veel) superrechters gevraagd

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Wkkgz, buitengerechtelijke geschiloplossing, geschilleninstantie zorg, klachten- en geschillenregeling
Auteurs Mr. dr. E. Pans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wkkgz betekent een ingrijpende hervorming van het klacht- en geschilrecht in de gezondheidszorg. Per 1 januari 2017 is die regeling van kracht. De auteur schetst enkele activiteiten die op dit moment achter de schermen bij de direct betrokken partijen plaatsvinden. Daarnaast signaleert zij acht knelpunten van de Wkkgz en licht deze toe vanuit de theorie en de praktijk.


Mr. dr. E. Pans
Mr. dr. E. Pans is advocaat bij de Gezondheidszorggroep van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij de afdeling Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit artikel is afgerond in juli 2016.
Toont 1 - 20 van 104 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.