Zoekresultaat: 45 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x

    In deze bijdrage wordt de betekenis van de duur van het lijden bij begroting van immateriële schade in verband met blijvend letsel en wegens dodelijk letsel geanalyseerd. Volgens de Hoge Raad is de duur van het lijden een omstandigheid die de rechter bij de begroting van het smartengeld in het bijzonder dient mee te wegen, maar in de literatuur wordt opgemerkt dat de betekenis van deze factor niet steeds duidelijk is. Deze bijdrage geeft de stand van zaken in de rechtspraak en in de Nederlandstalige literatuur weer en biedt een nadere analyse van de betekenis van de duur van het lijden.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Redactioneel

De dood

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden overlijdensschade, zorgschade, affectieschade, shockschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitgave van TVP betreft een themanummer over ‘de dood’ en aansprakelijkheid/schadevergoeding. Het themanummer valt uiteen in drie delen: schade veroorzaakt voorafgaand aan de dood, wat de dood inhoudt en voor welke schade daarna vergoeding zou moeten worden geboden.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mw. mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open ‘Affectieschade’ en ‘shockschade’, onderscheid, samenloop, vooruitblik

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden affectieschade, shockschade, wetsvoorstel affectieschade, smartengeld, nabestaanden
Auteurs Prof. mr. S.D. Lindenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    De invoering van het ‘wetsvoorstel affectieschade’ roept een aanspraak op smartengeld in het leven voor naasten en nabestaanden. Dat roept vervolgens de vraag op hoe deze aanspraak zich verhoudt tot het recht op schadevergoeding van iemand die door confrontatie met een schokkende gebeurtenis geestelijk letsel heeft opgelopen. Daarover gaat deze bijdrage.


Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. Lindenbergh is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Waarom het rekensjabloon van het nieuwe model moet worden aangepast

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden artikel 6:108 BW, overlijdensschade, gederfd levensonderhoud, oud model, nieuw model
Auteurs Mr. J.M. Tromp
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal of het rekensjabloon in het economisch deel 1 van het nieuwe model geschikt is om de uitkomsten te verwerken van de in het juridisch deel 2 te maken keuzes. De conclusie is dat dat niet zo is. Een praktische oplossing wordt aangedragen.


Mr. J.M. Tromp
Mr. J.M. Tromp is advocaat en mediator te Rotterdam, rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Nederland en docent overlijdensschade in de Specialisatieopleiding Personenschade aan de Grotius Academie. Op 31 oktober 2017 heeft hij 95 stellingen aan de kerkdeur van de Laurenskerk te Rotterdam ‘gespijkerd’. De stellingen 58 tot en met 72 gaan alle over overlijdensschaden.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor schade door gasboringen

Rb. Noord-Nederland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715 (Eisers/NAM en Staat)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden gasboringen, Groningen, EVRM, staatsaansprakelijkheid, NAM
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. E.C. Gijselaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 maart 2017 besliste de Rechtbank Noord-Nederland dat de NAM aansprakelijk is voor door inwoners van het Groningenveld geleden en nog te lijden immateriële schade en vermogensschade in de zin van gemist ongestoord woongenot waarvoor uitgaven zijn gedaan die vanwege de aardbevingen doel hebben gemist. De Rechtbank Noord-Nederland besliste voorts dat de Staat onzorgvuldig en aldus onrechtmatig heeft gehandeld jegens de 127 eisers in deze gevoegde zaak. Een schadevergoedingsverplichting heeft dat laatste oordeel echter niet opgeleverd. In deze bijdrage staat dit vonnis centraal en wordt zowel de beslissing in de verhouding eisers/NAM als die in de verhouding eisers/Staat bezien in het licht van rechtspraak van de Hoge Raad en het EHRM.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra Ucall en Renforce, en is SIM-fellow.

Mr. E.C. Gijselaar
Mr. E.C. Gijselaar is als promovenda verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum Ucall. Zij bereidt een proefschrift voor over de doorwerking van positieve verplichtingen uit het EVRM op het civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheidsrecht.
Artikel

Het wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade: enkele gedachten en suggesties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2016
Trefwoorden wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade, smartengeld, affectieschade
Auteurs Mr. J.S. Overes
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2015 is – na zo’n twaalf jaar wederom – een (nieuw) wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade ingediend bij de Tweede Kamer door de minister van Veiligheid en Justitie. De strekking van het huidige wetsvoorstel is de invoering van de mogelijkheid tot vergoeding van affectieschade in het Burgerlijk Wetboek alsook de verruiming om als derde schadevergoeding te kunnen krijgen in een strafproces en een wijziging van het recht omtrent beslag en overgang bij smartengeld. De auteur gaat in dit artikel in op de vraag of dit wetsvoorstel, zoals het nu voorligt, een goede regeling zou zijn.


Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam, sectie Verzekering en Aansprakelijkheid.
Artikel

De shockschadevordering in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden shockschade, strafproces, voeging benadeelde partij
Auteurs Mr. E.S. Engelhard, Mr. M.R. Hebly en Mr. drs. I. van der Zalm
SamenvattingAuteursinformatie

    Naasten en nabestaanden van slachtoffers van ernstige misdrijven kunnen, indien zij door de confrontatie met de schokkende gebeurtenis psychische schade lijden, zich met hun vordering tot vergoeding van shockschade voegen in het strafproces. Hoe en in welke mate worden shockschadevorderingen in het strafproces inhoudelijk behandeld, gegeven het feit dat deze vorderingen snel een onevenredige belasting van het strafproces kunnen opleveren? Welke invloed en betekenis heeft de verruiming van het voegingscriterium per 1 januari 2011 hierin? Ter beantwoording van deze vragen hebben de auteurs uitvoerig jurisprudentieonderzoek uitgevoerd naar het ‘lot’ van shockschadevorderingen in het strafproces.


Mr. E.S. Engelhard
Mr. E.S. Engelhard is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. drs. I. van der Zalm
Mr. drs. I. van der Zalm is wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Jurisprudentie

De zaak Robert M. in cassatie. De ouders van de slachtoffers als benadeelde partij in het strafproces: hun verplaatste schade en proceskosten

HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2668, in cassatie op Hof Amsterdam 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Robert M., benadeelde partij, art. 592a Sv, verplaatste schade, slachtoffers
Auteurs Mr. A.H. Sas
Auteursinformatie

Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsadviseur juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

De niet-financiële impact van schadetoebrenging en hoe daaraan tegemoet te komen

Over excuses, actieve schadeafwikkeling en procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden afwikkelingsproces, impact van schadetoebrenging, beleving van slachtoffer, emotionele bankrekening, communicatie, immateriële behoeften, excuses, procedurele rechtvaardigheid, actieve schadeafwikkeling
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en L. Hulst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek dat in opdracht van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) is verricht naar de baten, effectiviteit en methode van het bevorderen door verzekeraars van het aanbieden van excuses aan verkeersslachtoffers. Ingegaan wordt op de niet-financiële impact van schadetoebrenging en wat er voor mogelijkheden zijn om daaraan tegemoet te komen. Daarbij is niet alleen gekeken naar excuses door de veroorzaker van het verkeersongeval, maar ook naar wat verzekeraars zelf kunnen doen aan de omstandigheid dat verkeersslachtoffers door het ongeval en zijn gevolgen ook ‘rood staan op hun emotionele bankrekening’. In een volgende bijdrage zal verslag worden gedaan van door verzekeringsmaatschappijen in het kader van dit onderzoek uitgevoerde pilots.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

L. Hulst MSc
Mw. mr. L. Hulst MSc is jurist en psycholoog bij de afdeling privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Artikel

Het Consultatievoorstel: goed, maar nog niet perfect

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. A.J. Van, Mr. A.H. Blok en Mr. J.L. van Schoonhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage zullen met name de praktische kanttekeningen bij het conceptwetsvoorstel worden besproken die door de commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade in hun advies aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de orde zijn gesteld.


Mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is advocaat bij Beer Advocaten en universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.

Mr. A.H. Blok
Mr. A.H. Blok is advocaat bij Bouwman Van Dommelen advocaten en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.

Mr. J.L. van Schoonhoven
Mw. mr. J.L. van Schoonhoven is advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.
Artikel

Het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade: een beschrijving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, affectieschade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. Deze bijdrage geeft een beschrijving van het voorstel en vormt een inleiding op de bijdragen van Van, Blok en Van Schoonhoven (commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade) en van Kremer (directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars) in dit nummer.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Affectieschade en zorgschade; een (on)mogelijk duo?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. F.Th. Kremer
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage geeft de auteur een reactie op het conceptwetsvoorstel vanuit de kant van verzekeraars.


Mr. F.Th. Kremer
Mr. F.Th. Kremer is directeur van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV).
Jurisprudentie

Over erfgenamen, nabestaanden, naasten en derden als direct gekwetsten

Rb. Zeeland-West-Brabant 30 januari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:2618

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden overlijdensschade, nabestaanden, erfgenaam, artikel 6:108 BW
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In overlijdensschadezaken wordt veelal geprocedeerd over schadevergoeding op grond van artikel 6:108 BW. Dit artikel biedt een grondslag voor nabestaanden om een vergoeding voor de kosten veroorzaakt door het verlies van levensonderhoud en de kosten van lijkbezorging te vorderen. In deze zaak hebben de eisers geen vordering ingediend als ‘nabestaanden’, maar als ‘directe schadelijders’ jegens wie ‘direct’ of ‘autonoom’ een (‘tweede’) onrechtmatige daad zou zijn gepleegd. Er wordt dus een bijzonder pad gekozen voor schadeverhaal. In deze noot wordt aandacht besteed aan het vorderingsrecht van respectievelijk de erfgenaam en de zus van de overledene.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Smartengeld zonder bewuste smart

Rb. Utrecht 6 februari 2013, LJN BZ0813

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden smartengeld, immateriële schadevergoeding, bewustelozen, coma, functies aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. B.I. Bethlehem
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Coma-arrest bepaalde de Hoge Raad dat comateuze slachtoffers recht hebben op smartengeld. Er bleef echter onduidelijkheid bestaan over de vraag of dergelijke slachtoffers slechts vergoedbaar nadeel hebben geleden wanneer bij hen achteraf sprake is geweest van een zekere mate van bewustzijn (de ‘beperkte opvatting’), of dat zij levensvreugde derven ongeacht de vraag of zij zich ooit nog bewust zullen zijn van het feit dat zij in coma hebben gelegen (de ‘ruime opvatting’). De Rechtbank Utrecht toont zich in haar vonnis van 6 februari 2013 (LJN BZ0813) voorstander van de ruime opvatting door smartengeld toe te kennen aan een comateus slachtoffer dat zich niet (aantoonbaar) bewust is (geweest) van het feit dat hij in coma ligt. Deze uitspraak strookt niet met de functies die met het toekennen van smartengeld worden geacht te worden verwezenlijkt.


Mr. B.I. Bethlehem
Mr. B.I. Bethlehem is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Artikel

Schending van een verkeers- of veiligheidsnorm; wel of niet een vereiste voor toekenning van shockschade?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden shockschade, medische aansprakelijkheid, verkeers- of veiligheidsnorm, gewone zorgvuldigheidsnorm en art. 6:98 BW
Auteurs Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerechtshof Arnhem wijst in zijn arrest van 15 maart 2011, LJN BP8479, een vordering van shockschade af omdat geen sprake was van schending van een verkeers- of veiligheidsnorm. Naar aanleiding hiervan wordt in dit artikel ingegaan op de vraag of het in het Taxibus-arrest gegeven gezichtspunt dat voor vergoeding van shockschade sprake dient te zijn van een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm wel een (hard) vereiste betreft. Hiervoor wordt onder andere het belang van verkeers- en veiligheidsnormen in het aansprakelijkheidsrecht besproken. Kan shockschade wellicht ook aan de laedens worden toegerekend indien sprake is van een schending van een ‘gewone’ zorgvuldigheidsnorm?


Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
Mr. W.E. Noordhoorn Boelen is onlangs afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Strafrecht voor civilisten deel II: over de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven en nog enkele opmerkingen over schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Schadefonds geweldsmisdrijven, affectieschade, voeging in het strafproces, shockschade, voorschotregeling
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking getreden. Hierdoor is met name de mogelijkheid voor nabestaanden om een uitkering te krijgen uitgebreid. Meest in het oog springend is dat zij een uitkering voor affectieschade van het fonds kunnen krijgen. Daarnaast bespreekt de auteur enkele ontwikkelingen omtrent de vordering benadeelde partij in het strafproces (de zogenoemde voeging). Dit mede in het licht van de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, die per 1 januari 2011 in werking is getreden. In dit verband wordt behandeld: het verruimde ontvankelijkheidscriterium, strafrechtelijke jurisprudentie omtrent shockschade en samenloop van de voeging met een civiele procedure.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

Regres in internationaal verband

Een bespreking van het leerstuk van regres in het internationale privaatrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regres, subrogatie, internationaal privaatrecht, Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten
Auteurs Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Als zich in een regressituatie internationale aanknopingspunten voordoen, rijzen vragen omtrent internationale rechtsmacht en toepasselijk recht. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden worden in deze bijdrage de op subrogatie en wettelijk verhaal van toepassing zijnde regels van internationaal privaatrecht besproken. Het antwoord de vraag welk recht van toepassing is verschilt per deelaspect van de regressituatie. De rechtsgeldigheid van subrogatie wordt bijvoorbeeld beheerst door het recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, maar de omvang van de schade wordt bepaald door het recht dat op de onrechtmatige daad van toepassing is. Oplettendheid is dus geboden.


Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is cassatieadvocaat en tevens medewerkster van het Bureau Kennis & Innovatie bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

Inkomensschade van naasten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Overlijdensschade, gederfd levensonderhoud in natura, abstracte of concrete schadebenadering, maximering vergoeding inkomensschade nabestaande ?
Auteurs Mevrouw mr. M.C.J. Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest van 10 april 2009, NJ 2009/386 (Philip Morris/B) bepaald dat, indien de nabestaande betaald werk opgeeft teneinde zorgtaken te verrichten, de nabestaande in beginsel recht heeft op vergoeding van zijn of haar gehele inkomensschade.


Mevrouw mr. M.C.J. Peters
Mevrouw M.C.J. Peters is advocaat/partner Hekkelman Advocaten N.V.
Toont 1 - 20 van 45 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.