Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 30 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.
Artikel

Access_open Risicoaansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid, wanprestatie, hulpzaken, medische hulpmiddelen, ongeschikt
Auteurs Mr. dr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In haar recent verschenen proefschrift onderzoekt de auteur in hoeverre het risico dat voortvloeit uit het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken voor rekening van de hulpverlener dient te komen. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek uiteengezet. De auteur komt tot de conclusie dat het risico dat voortvloeit uit het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken in beginsel voor rekening van de hulpverlener komt. De redelijkheid zal niet snel gebieden dat het risico dient te worden verschoven naar de patiënt.


Mr. dr. J.T. Hiemstra
Mr. dr. J.T. Hiemstra is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Angst voor de dood als schade(post)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden angstschade, doodsangst, angst, dood, overlijden
Auteurs A.M. Overheul LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over angst voor de dood als schade(post) in het Nederlandse recht. Aanleiding hiervoor is een arrest van het Franse Cour de Cassation, waarin het Hof arrest wijst over angst voor de dood. De auteur spitst angst als schade toe op de dood, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen drie verschillende situaties: het slachtoffer weet niet óf hij doodgaat; het slachtoffer heeft het ongeval – tegen de verwachting in – overleefd en het slachtoffer weet dat hij gaat overlijden.


A.M. Overheul LLM
Mw. A.M. Overheul LLM is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De informatieplicht van een zorgaanbieder bij de afwikkeling van medische schade

Over finale kwijting, geschilleninstanties en ongeïnformeerde patiënten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Wkkgz, medisch, schade, informatieplicht, informed consent
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    Schikkingsonderhandelingen in de Wkkgz-voorfase en bindend advies worden vaak afgerond met een vaststellingsovereenkomst. De aard van de vaststellingsovereenkomst geeft veel gewicht aan de wilsvorming vooraf. Dat veronderstelt een informatieplicht. In de Wkkgz-voorfase betekent de informatieplicht dat een vaststellingsovereenkomst bij voorkeur pas wordt gesloten na deskundig advies. Een zorgaanbieder die zich achteraf op de verplichtingen uit het bindend advies van een geschilleninstantie wil beroepen, zal eveneens aan zijn informatieplicht moeten voldoen. De wijze van informatieverstrekking van de geschilleninstanties is dermate gebrekkig, dat aantasting van het bindend advies achteraf goed denkbaar is. Inspiratie wordt gezocht bij het medisch informed consent.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN. OPEN is een leernetwerk van ziekenhuizen en onderzoekers van de VU, het NIVEL en AMC/UvA, dat inzichten opdoet over de organisatie van openheid na medische incidenten (www.openindezorg.nl). OPEN wordt gefinancierd door het Fonds Slachtofferhulp.
Artikel

De verjaring van een vordering tot schadevergoeding op grond van de blootstelling aan asbest na Heijnen/Maersk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden asbest, verjaring, artikel 6 EVRM, redelijkheid en billijkheid, toegang tot de rechter
Auteurs Mr. P.T.J. Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    In Heijnen/Maersk volhardt de Hoge Raad in zijn oordeel dat het Nederlandse recht met betrekking tot de verjaring van een vordering tot schadevergoeding op grond van de blootstelling aan asbest niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter van artikel 6 lid 1 EVRM. Het arrest verduidelijkt daarnaast de afweging van de gezichtspunten van Van Hese/Koninklijke Schelde. Het sluit aan bij de conclusies in de bestaande jurisprudentie en literatuur. Deze verduidelijking ondersteunt het oordeel dat het systeem van Van Hese/Koninklijke Schelde niet in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM.


Mr. P.T.J. Wolters
Mr. P.T.J. Wolters is universitair docent burgerlijk recht en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit.
Jurisprudentie

De (on)belastbaarheid van de letselschade-uitkering; de Hoge Raad houdt koers

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:529

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden (on)belastbaarheid letselschade-uitkering, belastinggarantie, inkomstenbelasting, vermogensrendementsheffing
Auteurs Mr. R.H.J. Wildenburg
Auteursinformatie

Mr. R.H.J. Wildenburg
Mr. R.H.J. Wildenburg is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen te Arnhem.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor schade door gasboringen

Rb. Noord-Nederland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715 (Eisers/NAM en Staat)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden gasboringen, Groningen, EVRM, staatsaansprakelijkheid, NAM
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. E.C. Gijselaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 maart 2017 besliste de Rechtbank Noord-Nederland dat de NAM aansprakelijk is voor door inwoners van het Groningenveld geleden en nog te lijden immateriële schade en vermogensschade in de zin van gemist ongestoord woongenot waarvoor uitgaven zijn gedaan die vanwege de aardbevingen doel hebben gemist. De Rechtbank Noord-Nederland besliste voorts dat de Staat onzorgvuldig en aldus onrechtmatig heeft gehandeld jegens de 127 eisers in deze gevoegde zaak. Een schadevergoedingsverplichting heeft dat laatste oordeel echter niet opgeleverd. In deze bijdrage staat dit vonnis centraal en wordt zowel de beslissing in de verhouding eisers/NAM als die in de verhouding eisers/Staat bezien in het licht van rechtspraak van de Hoge Raad en het EHRM.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra Ucall en Renforce, en is SIM-fellow.

Mr. E.C. Gijselaar
Mr. E.C. Gijselaar is als promovenda verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum Ucall. Zij bereidt een proefschrift voor over de doorwerking van positieve verplichtingen uit het EVRM op het civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheidsrecht.
Artikel

Voordeelstoerekening: leuker kunnen wij het niet maken, wel inzichtelijker

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden artikel 6:100 BW, voordeelstoerekening, schadeverweer, toerekening naar redelijkheid, eenzelfde gebeurtenis, condicio sine qua non
Auteurs Mr. S.S.Y. Engelen en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 8 juli 2016 in zijn arrest TenneT/ABB een nieuwe maatstaf geformuleerd voor voordeelstoerekening. Hierbij komt hij expliciet terug op zijn eerdere rechtspraak over dit leerstuk, zoals neergelegd in artikel 6:100 BW. De nieuwe maatstaf geeft niet alleen meer houvast bij de beoordeling van een beroep op voordeelstoerekening, maar schakelt het leerstuk van voordeelstoerekening bovendien gelijk met de wijze waarop de omvang van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:95 tot met 6:98 BW dient te worden vastgesteld. In deze bijdrage bespreken de auteurs de inhoud en implicaties van de nieuwe maatstaf voor personenschadezaken.


Mr. S.S.Y. Engelen
Mr. S.S.Y. (Sara) Engelen is docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. (Anne) Keirse is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

De verhaalsmogelijkheden bij schade door een ongeschikte medische hulpzaak anno 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaak, aansprakelijkheid, schade, notified body
Auteurs Mr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een patiënt schade heeft geleden ten gevolge van een lekkend borstimplantaat, een niet goed sluitende hartklep, een heup die metaaldeeltjes afgeeft of een andersoortige medische hulpzaak, rijst de vraag of, en zo ja, op wie hij deze schade zou kunnen verhalen. In dit artikel wordt besproken welke actoren de patiënt zou kunnen aanspreken, waarbij met name gekeken zal worden naar recente ontwikkelingen op het gebied van de aansprakelijkheid van deze actoren.


Mr. J.T. Hiemstra
Mr. J.T. Hiemstra is promovenda en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Jurisprudentie

De reikwijdte van het subrogatieverbod ex artikel 7:962 lid 3 BW

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3461 (Anderzorg-arrest)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, schadeverzekering, subrogatieverbod, vaste kracht, inleenkracht
Auteurs Mr. V. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee inzittenden, collega’s, van een auto raken betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. De bestuurder, werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst, veroorzaakte het ongeval. De benadeelde was op inleenbasis via het uitzendbureau werkzaam. De zorgverzekeraar van deze ingeleende kracht wil regres nemen op de (WAM-)verzekeraar van de werknemer. Die beroept zich op het subrogatieverbod ex artikel 7:962 BW. De rechtsvraag ligt voor of ‘degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde’ ook ingeleend personeel omvat. De Hoge Raad komt – anders dan rechtbank en hof – tot een restrictieve uitleg van het subrogatieverbod en acht subrogatie derhalve in deze verhouding mogelijk.


Mr. V. Oskam
Mr. V. Oskam is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Fraudeonderzoek, privacy en onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden bewijsuitsluiting, fraudeonderzoek, verzekeraar, privacy, persoonsgegevens, schending
Auteurs mr. H.H. de Vries en mr. P. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Het risico op bewijsuitsluiting vormt voor verzekeraars wellicht de ultieme sanctie op schending van regels ter bescherming van privacy en persoonsgegeven. Deze bijdrage schetst een overzicht van een aantal recente ontwikkelingen op dit gebied. De volgende vragen staan centraal: wanneer is fraudeonderzoek rechtmatig; is het uitsluiten van onrechtmatig verkregen bewijs een trend waarmee verzekeraars in toenemende mate rekening moeten houden bij het verzamelen van persoonsgegevens, of is van een ‘trend’ geen sprake; tegen welke andere sancties zouden verzekeraars aan kunnen lopen bij schending van het recht op privacy van verzekerden en benadeelden; en welke regels en bijbehorende sancties zullen in de toekomst voor verzekeraars gelden onder de komende Algemene verordening gegevensbescherming?


mr. H.H. de Vries
Mr. H.H. de Vries is partner en advocaat bij Kennedy Van der Laan.

mr. P. Oskam
Mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Fiscale opfrisser, een opmerkelijk vonnis en de rekenrente naar minder dan 2%

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden fiscaliteit letselschade, verlies arbeidsvermogen, rekenrente
Auteurs Mr. R.M.J.T. van Dort
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zet de auteur de fiscale beoordeling van schadevergoedingen bij letselschade uiteen aan de hand van rechtspraak en literatuur, de hoofdregels in dat kader, maar ook de uitzonderingen daarop. Tevens geeft hij zijn visie op een vonnis waarin de rechtbank naar zijn opvatting nogal opmerkelijk oordeelt over begroting van schade van een ondernemer en daarbij vergaand abstraheert van de feitelijke omstandigheden. Ten slotte bespreekt de auteur zijn visie op de rekenrente voor berekening van toekomstschade, die naar zijn mening op minder dan 2% dient te worden gesteld.


Mr. R.M.J.T. van Dort
Mr. R.M.J.T. van Dort is directeur van Van Dort Letselschade.
Artikel

Causale perikelen: het is moeilijk en zal moeilijk blijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden omkeringsregel, verlies van een kans, proportionele aansprakelijkheid en causaal verband
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt een aantal problemen rond het vaststellen van csqn-verband tussen een onrechtmatige daad of wanprestatie en de schade. Mede aan de hand van een aantal recente arresten van de Hoge Raad gaat het in op de ratio en de toepassingsvoorwaarden van de omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans. Geconstateerd wordt dat niet alleen maar vooral bij letselschade in bepaalde gevallen goede mogelijkheden voor toepassing van deze leerstukken bestaan. Kritiek wordt uitgeoefend op het onderscheid dat de Hoge Raad maakt bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans omdat het hier grotendeels om uitwisselbare perspectieven gaat.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan, gespecialiseerd in aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.
Jurisprudentie

Verhaalsimmuniteit artikel 7:962 lid 3 BW strekt zich ook uit tot uitzendkracht

Rb. Amsterdam 28 november 2012, LJN BY7234

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden subrogatie, verhaalsuitsluiting, collega-verweer, uitzendkracht
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni 2009 vond in Emmen een eenzijdig ongeval plaats. Een auto, bestuurd door A, botste tegen de betonnen pilaar van een brug. Inzittende B (tevens eigenaar van de auto) heeft bij het ongeval ernstig letsel opgelopen. B was ten tijde van het ongeval in dienst bij een bestratingsbedrijf. A was op dat moment als uitzendkracht werkzaam bij ditzelfde bestratingsbedrijf. Anderzorg heeft, als ziektekostenverzekeraar van B, uitkeringen aan B gedaan. In deze procedure tracht zij deze uitkeringen te verhalen op WAM-verzekeraar London. London heeft zich beroepen op het collega-verweer als opgenomen in artikel 7:962 lid 3 BW.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

Bezitter op grond van artikel 6:173 BW: de vennootschap of de bestuurder? Rb. Zutphen 20 juni 2012, LJN BX7229

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden aansprakelijkheid, bedrijfsmatig gebruik, bestuurder, verschillende hoedanigheden, Hangmat-arrest, vereenzelviging, misbruik van entiteiten
Auteurs Mr. M. van Pelt
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bestuurder van een vennootschap loopt als gevolg van een gebrekkige (bedrijfsmatig gebruikte) zaak ernstige letselschade op. De bestuurder stelt zijn eigen vennootschap en haar verzekeraar aansprakelijk voor zijn schade op grond van artikel 6:173 BW (gebrekkige zaak) juncto artikel 6:181 BW (bedrijfsmatig gebruik). De rechtbank oordeelt dat de vennootschap bezitter en bedrijfsmatig gebruiker van de gebrekkige zaak is en dat de bestuurder niet wegens vereenzelviging zelf als bezitter van de gebrekkige zaak kan worden aangemerkt. Er is geen sprake van ongewenste consequenties noch misbruik van (het gebruik van) verschillende juridische entiteiten. Evenmin spelen verschillende hoedanigheden van eiser in de procedure, onder verwijzing naar het Hangmat-arrest, een rol. De rechtbank signaleert een parallel met het Hangmat-arrest. De auteur meent dat van een dergelijke parallel geen sprake is. Zij wijst op merkwaardige gevolgen van de door de rechtbank gekozen benadering in gevallen van schuld- en risicoaansprakelijkheid.


Mr. M. van Pelt
Mevrouw mr. M. van Pelt is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

De zorgplicht van de werkgever met betrekking tot een overval

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, zorgplicht, verzekeringsplicht, overval
Auteurs Mr. M.A. Mouris
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwsbericht dat de WA-verzekeraar van een winkel aansprakelijkheid heeft erkend voor de gevolgen van een overval heeft tot commotie geleid. In de bijdrage wordt ingegaan op de vraag wanneer een werkgever aansprakelijk kan zijn voor schade die een werknemer lijdt als gevolg van een overval. Daarbij wordt ingegaan op zowel artikel 7:658 als artikel 7:611 BW. Aandacht wordt ook besteed aan de arresten van de Hoge Raad van 11 november 2011 en de rechtspositie van ambtenaren.


Mr. M.A. Mouris
Mr. M.A. Mouris is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.
Artikel

Schending van een verkeers- of veiligheidsnorm; wel of niet een vereiste voor toekenning van shockschade?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden shockschade, medische aansprakelijkheid, verkeers- of veiligheidsnorm, gewone zorgvuldigheidsnorm en art. 6:98 BW
Auteurs Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerechtshof Arnhem wijst in zijn arrest van 15 maart 2011, LJN BP8479, een vordering van shockschade af omdat geen sprake was van schending van een verkeers- of veiligheidsnorm. Naar aanleiding hiervan wordt in dit artikel ingegaan op de vraag of het in het Taxibus-arrest gegeven gezichtspunt dat voor vergoeding van shockschade sprake dient te zijn van een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm wel een (hard) vereiste betreft. Hiervoor wordt onder andere het belang van verkeers- en veiligheidsnormen in het aansprakelijkheidsrecht besproken. Kan shockschade wellicht ook aan de laedens worden toegerekend indien sprake is van een schending van een ‘gewone’ zorgvuldigheidsnorm?


Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
Mr. W.E. Noordhoorn Boelen is onlangs afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De zzp’er: een (arbeidson)geval apart

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden regres, verkeersongeval, voetganger, toerekening, schade, inkomensschade, bewijs, bewijslast, overlijdensschade
Auteurs Mr. C. Blanken en Mr. A.H.M. van Noort
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 23 maart 2012: de zzp’er en artikel 7:658 lid 4 BW. In deze bijdrage bespreken de auteurs welke criteria de Hoge Raad hanteert voor de toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW op de zzp’er. Ook gaan zij in op de gevolgen van het arrest voor de schadelast van de AVB-verzekeraar en voor de regresrechten van zorg- en andere schadeverzekeraars. Tot slot wordt aandacht besteed aan artikel 7:611 BW in relatie tot de zzp’er.


Mr. C. Blanken
Mr. C. Blanken is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten.

Mr. A.H.M. van Noort
Mr. A.H.M. van Noort is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten.
Jurisprudentie

Rb. Almelo 21 december 2011, LJN BV0428

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden googelende verzekeraar, internetonderzoek, privacy, bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit
Auteurs Mr. H.H. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Een ‘googelende verzekeraar’ betrapt een slachtoffer van schade op het geven van een te negatief beeld van zijn arbeidsvermogen. De rechtbank oordeelt op basis van uitdraaien van websites dat het slachtoffer een aanzienlijk bedrag als onverschuldigd betaald aan de verzekeraar moet terugbetalen. Het bewijsmateriaal wordt niet ontkend. De vraag is of het slachtoffer de rechtmatigheid van het verzamelen van bewijs door middel van internetonderzoek kan betwisten. De verzekeraar is immers gehouden tot naleving van regels ter bescherming van persoonsgegevens, op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens en voor verzekeraars geldende gedragscodes.


Mr. H.H. de Vries
Mr. H.H. de Vries is advocaat bij Kennedy Van der Laan en medewerker van de afdeling Transnational Legal Studies aan de Vrije Universiteit.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid dieren, bedrijfsmatige gebruiker en profijt trekken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 6:181 BW, paard Loretta, gebruik van een dier, aansprakelijkheid, functioneel verband
Auteurs Mr. F.E. Keijzer en Prof. mr. F.T. Oldenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Een 10-jarig meisje loopt in een manege letsel op door een trap van een paard. De eigenaar heeft het ter belering ondergebracht bij de manege om het zadelmak te maken. De gelaedeerde spreekt enkel de bezitter aan. Rechtbank, hof en Hoge Raad achtten niet artikel 6:179 BW, maar artikel 6:181 BW exclusief van toepassing.Hoge Raad: voor de toepassing van artikel 6:181 BW is vereist dat de bedrijfsmatige gebruiker profijt trekt. Niet van belang is of hij tevens bezitter is noch of hij het dier duurzaam gebruikt. Of het doel waarvoor het dier werd gebruikt bijna is bereikt, is evenmin van belang. Aansprakelijkheid ex artikel 6:181 BW berust niet op de wil van personen, maar op de wet.


Mr. F.E. Keijzer
Mr. F.E. Keijzer is advocaat ondernemingsrecht en gezondheidsrecht te Nijmegen.

Prof. mr. F.T. Oldenhuis
Prof. mr. F.T. Oldenhuis is universitair hoofddocent vakgroep privaatrecht en notarieel recht; tevens bijzonder hoogleraar religie en recht, Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.