Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Contracteren x
Artikel

Plas/Valburg na CBB/JPO?

Een netwerkanalyse van rechtspraak over afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden precontractuele fase, aansprakelijkheid, CBB/JPO, Plas/Valburg, netwerkanalyse
Auteurs Prof. mr. dr. G. van Dijck en Mr. J. Cleuters
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt betoogd dat CBB/JPO het leidende arrest is bij afgebroken onderhandelingen, en niet langer Plas/Valburg. Uit een uitgevoerde netwerkanalyse volgt dat Plas/Valburg minder vaak, maar nog altijd geregeld is aangehaald nadat CBB/JPO is gewezen. Een nadere inspectie laat zien dat er een tweedeling in de lagere rechtspraak bestaat: een groep uitspraken stelt onaanvaardbaar afbreken als voorwaarde voor de mogelijkheid om gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking te laten komen, in een andere groep uitspraken geldt die voorwaarde niet. Plas/Valburg wordt met name in de laatstgenoemde groep uitspraken geciteerd. Geconcludeerd wordt dat drie situaties denkbaar zijn: (1) afbreken staat vrij, geen verplichting tot het vergoeden van schade; (2) afbreken staat vrij, maar niet zonder vergoeding; en (3) afbreken is onaanvaardbaar. Plas/Valburg biedt voor geen van de situaties handvatten. CBB/JPO is leidend voor de laatste categorie, maar niet om te beoordelen of sprake is van welke van de twee andere scenario’s.


Prof. mr. dr. G. van Dijck
Prof. mr. dr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan de Maastricht University.

Mr. J. Cleuters
Mr. J. Cleuters was ten tijde van het verrichten van het onderzoek als masterstudent verbonden aan Maastricht University.
Artikel

Access_open De toepassing van de klachtplicht bezien vanuit het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Klachtplicht, Bouwcontracten, Aansprakelijkheid na oplevering, Verjaring en verval
Auteurs Prof. mr. S. van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de klachtplichtregeling, waarvoor de algemene wettelijke grondslag in artikel 6:89 BW is neergelegd. Specifiek voor de consumentenkoop en de aanneming van werk zijn daarvan afwijkende regelingen opgenomen, respectievelijk in artikel 7:23 en artikel 7:758 lid 3 BW. De klachtplichtregeling van artikel 7:758 lid 3 BW zal gaan wijzigen. De regering is immers voornemens in titel 7.12 BW (aanneming van werk) drie privaatrechtelijke wijzigen door te voeren in het kader van het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen. Aan artikel 7:758 BW zal een nieuw lid 4 worden toegevoegd. In deze bijdrage wordt allereerst de klachtplichtregeling van artikelen 6:89, 7:23 en 7:758 lid 3 BW toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de gevolgen van het voorgestelde nieuwe lid 4 voor de toepassing van de klachtplicht in de praktijk.


Prof. mr. S. van Gulijk
Prof. mr. S. van Gulijk is hoogleraar privaatrecht, bijzondere overeenkomsten, aan de Tilburg Law School.
Contracten maken

De klachtplicht vergeleken met het leerstuk estoppel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Estoppel, klachtplicht, rechtsverwerking, clean hands
Auteurs J.H. Mr. dr. Ermers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel omvat een rechtsvergelijkende beschouwing over de klachtplicht van de koper c.q. schuldeiser en het common law leerstuk estoppel, de leer dat men niet terug kan komen op een eerder ingenomen standpunt als de positie van de wederpartij daardoor onredelijk wordt bezwaard. Zowel bij estoppel als bij de klachtplicht ligt de ratio in het verantwoording nemen voor gedragingen van de wederpartij die de rechthebbende heeft uitgelokt. Evenals bij estoppel komt het bij de klachtplicht aan op de vraag of de positie van de schuldenaar onredelijk bezwaard wordt. Sleutelbegrippen daarbij zijn nadeel en clean hands bij de schuldenaar.


J.H. Mr. dr. Ermers
Mr. dr. J.H. (Jeroen) Ermers promoveerde 7 maart 2014 aan de Open Universiteit op het proefschrift ‘Estoppel vanuit civil law perspectief’. Hij is als docent verbonden aan de Open Universiteit en werkzaam als jurist bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Dit artikel omvat een bewerking van (met name) hoofdstuk 10 van zijn dissertatie (Zutphen: Uitgeverij Paris 2014).

Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans.

J. Kampman LL.B.
J. Kampman LL.B. is masterstudent privaatrecht en strafrecht aan de UvA; diens masterscriptie heeft als basis gediend voor dit artikel.
Praktijk

Postcontractuele goede trouw en de reden voor ontbinding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden afgebroken onderhandelingen, Plas/Valburg, onvoorziene omstandigheden, redelijkheid en billijkheid, ontbinding
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur twee arresten van de Hoge Raad over het onderscheid tussen de precontractuele en de postcontractuele fase voor het afbreken van onderhandelingen. Tevens bespreekt de auteur een arrest van de Hoge Raad waarin de Hoge Raad een oordeel gaf over de eisen die aan een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring worden gegeven.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Bestaat de ‘tweede fase’ uit Plas/Valburg nog?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Driefasenleer, Plas/Valburg, tweede fase, afgebroken onderhandelingen
Auteurs Mr. dr. M.R. Ruygvoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    Bestaat de ‘tweede fase’ uit Plas/Valburg nog? Deze vraag houdt de gemoederen al geruime tijd bezig, met name na het arrest JPO/CBB. Uit de traditionele interpretatie van de zogenaamde driefasenleer zoals zich die in de literatuur heeft ontwikkeld naar aanleiding van het arrest Plas/Valburg volgde dat er zich tijdens de onderhandelingen een stadium kan voordoen waarin het partijen weliswaar nog vrij staat om de onderhandelingen eenzijdig af te breken, maar alleen wanneer – kort gezegd – de kosten die de onderhandelingspartner heeft gemaakt, worden vergoed. Hoewel de Hoge Raad sedert het arrest Plas/Valburg nimmer meer aan dit ‘stadium’ heeft gerefereerd, lijkt deze ‘tweede fase’ zich in de lagere jurisprudentie inmiddels een vaste plaats verworven te hebben en komt er langzaam maar zeker meer duidelijkheid over belangrijke vragen als: wat is de juridische grondslag voor een vordering die op deze ‘tweede fase’ is gebaseerd? Wanneer treedt die ‘tweede fase’ in? En welke schade kan worden gevorderd? Deze en aanverwante problematiek staat centraal in dit artikel.


Mr. dr. M.R. Ruygvoorn
Mr. dr. M.R. Ruygvoorn is advocaat bij Van Benthem & Keulen N.V. te Utrecht en als universitair docent verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Boekbespreking

Jan Smits, Daniel Haas & Geerte Hesen (eds.), Specific Performance in Contract Law: National and Other Perspectives, Antwerpen/Oxford/Portland: Intersentia 2008, 345 p.

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 03 2008
Trefwoorden nakoming, contract, recht op nakoming, schadevergoeding, schuldenaar, schuldeiser, niet-nakoming, ontbinding, rechterlijke bevoegdheid, reparatie
Auteurs G.T. de Jong

G.T. de Jong
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.