Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Contracteren x Jaar 2011 x
Artikel

Aanpassing van de overeenkomst bij onvoorziene omstandigheden: een kwestie van uitleg?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onvoorziene omstandigheden, aanpassing overeenkomst, uitleg, redelijkheid en billijkheid, goede trouw
Auteurs Prof. mr. J.M. van Dunné
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur tracht in het artikel aan te tonen dat het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden een kwestie van uitleg is, en dat uitleg al jaar en dag een kwestie van normatief uitleggen is, alias redelijke uitleg, uitleg te goeder trouw. Dat alles in het licht van het al omvattende beginsel van de redelijkheid en billijkheid.


Prof. mr. J.M. van Dunné
Prof. mr. J.M. van Dunné is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, handelsrecht en burgerlijk procesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Postcontractuele goede trouw en de reden voor ontbinding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden afgebroken onderhandelingen, Plas/Valburg, onvoorziene omstandigheden, redelijkheid en billijkheid, ontbinding
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur twee arresten van de Hoge Raad over het onderscheid tussen de precontractuele en de postcontractuele fase voor het afbreken van onderhandelingen. Tevens bespreekt de auteur een arrest van de Hoge Raad waarin de Hoge Raad een oordeel gaf over de eisen die aan een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring worden gegeven.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Bestaat de ‘tweede fase’ uit Plas/Valburg nog?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Driefasenleer, Plas/Valburg, tweede fase, afgebroken onderhandelingen
Auteurs Mr. dr. M.R. Ruygvoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    Bestaat de ‘tweede fase’ uit Plas/Valburg nog? Deze vraag houdt de gemoederen al geruime tijd bezig, met name na het arrest JPO/CBB. Uit de traditionele interpretatie van de zogenaamde driefasenleer zoals zich die in de literatuur heeft ontwikkeld naar aanleiding van het arrest Plas/Valburg volgde dat er zich tijdens de onderhandelingen een stadium kan voordoen waarin het partijen weliswaar nog vrij staat om de onderhandelingen eenzijdig af te breken, maar alleen wanneer – kort gezegd – de kosten die de onderhandelingspartner heeft gemaakt, worden vergoed. Hoewel de Hoge Raad sedert het arrest Plas/Valburg nimmer meer aan dit ‘stadium’ heeft gerefereerd, lijkt deze ‘tweede fase’ zich in de lagere jurisprudentie inmiddels een vaste plaats verworven te hebben en komt er langzaam maar zeker meer duidelijkheid over belangrijke vragen als: wat is de juridische grondslag voor een vordering die op deze ‘tweede fase’ is gebaseerd? Wanneer treedt die ‘tweede fase’ in? En welke schade kan worden gevorderd? Deze en aanverwante problematiek staat centraal in dit artikel.


Mr. dr. M.R. Ruygvoorn
Mr. dr. M.R. Ruygvoorn is advocaat bij Van Benthem & Keulen N.V. te Utrecht en als universitair docent verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Algemene voorwaarden, klachtplicht en exoneratie: contractanten, wees duidelijk en volledig!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden algemene voorwaarden, informatieplicht, Dienstenrichtlijn, klachtplicht, bekwame tijd, uitleg, Haviltex
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De schrijver bespreekt twee arresten waarin de Hoge Raad rechtsduidend optreedt. In het Attingo-arrest overwoog de Hoge Raad dat niet aan de informatieplicht van algemene voorwaarden op grond van artikel 6:234 BW is voldaan indien de wederpartij van de gebruiker van de algemene voorwaarden de algemene voorwaarden moet googelen. In het arrest Ploum/Smeets II heeft de Hoge Raad gezichtspunten gegeven aan de hand waarvan kan worden getoetst of binnen bekwame tijd is geklaagd. Daarnaast overwoog de Hoge Raad in dat arrest dat de rechter contractsbepalingen binnen de Haviltex-toets taalkundig mag uitleggen bij gebreke van stellingen van partijen die een andere uitleg rechtvaardigen dan de taalkundige uitleg.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.