Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 150 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Contracteren x
Over de grens

Onredelijk bezwarende algemene voorwaarden in België – gidsfunctie voor Nederland?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2021
Trefwoorden algemene voorwaarden, onredelijk bezwarend beding, Zwarte lijst, Grijze lijst
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Nederlandse rechtspraak worden algemene voorwaarden in B2B relaties zelden onredelijk bezwarend beoordeeld. Dit is deels het gevolg van de omstandigheid dat de zwarte en grijze lijsten uitsluitend B2C werken. In België is per 1 december 2020 een regeling over de inhoud van algemene voorwaarden in B2B relaties tot stand gekomen. In deze bijdrage wordt die regeling verkend en gekeken of Nederland van de Belgische wet kan leren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat in Aalsmeer onder de naam facily LAW advocatuur en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten. De auteur dankt dr. N. Somers, advocate bij Artes in Antwerpen (België) voor haar input in dit artikel.
Actualia contractspraktijk

Aanvang korte verjaringstermijn bij wanprestatie door een (fiscaal) adviseur

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2021
Trefwoorden verjaring, aanvang korte verjaringstermijn, artikel 3:310 BW, aansprakelijkheid, dienstverlener
Auteurs Mr. A.Z. Lankhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 9 oktober 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1603) een nuance aangebracht op de vaste jurisprudentie over de aanvang van de korte verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW. Onder bijzondere omstandigheden gaat de korte verjaringstermijn nog niet lopen indien bij de benadeelde de kennis en het inzicht ontbreken die nodig zijn om de deugdelijkheid van de door de schuldenaar geleverde prestatie te beoordelen. De reikwijdte van deze nuance blijkt niet expliciet uit het arrest.


Mr. A.Z. Lankhaar
Mr. A.Z. Lankhaar is advocaat bij Van Benthem & Keulen B.V. te Utrecht.
Impressies

Controlled auction in het Nederlandse rechtsbestel

De verhouding tussen de contractsvrijheid en de precontractuele fase

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2021
Trefwoorden controlled auction, contractsvrijheid, precontractuele fase
Auteurs W. Hoogeveen en Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de controlled auction en de positie die de controlled auction heeft in het Nederlandse recht. Daarbij wordt de nadruk gelegd op de verhouding tussen de contractsvrijheid en de precontractuele fase. De auteurs stellen dat door middel van de procedurebrief en het multilaterale karakter van de controlled auction het gerechtvaardigd vertrouwen niet snel aan de orde zal zijn. De precontractuele redelijkheid en billijkheid gaan bovendien pas een prominente rol spelen bij de (uiteindelijke) bilaterale onderhandelingen. De koper in een controlled auction is niet onbeschermd. Uit de jurisprudentie volgt dat heldere communicatie over de procedure essentieel is voor de mogelijkheid om af te wijken van de op voorhand gestelde procedure. Vanuit een economisch perspectief blijkt in de praktijk het optimale aantal bieders bij de verkoop van een onderneming sterk casuïstisch te worden bepaald, wil de veiling maximaal waardegenererend zijn. Derhalve zijn de auteurs van mening dat gelijke informatieverschaffing en gestandaardiseerde regelgeving de effectiviteit van de controlled auction niet zullen bevorderen. De controlled auction krijgt daarmee in het huidige rechtsbestel een juiste behandeling.


W. Hoogeveen
W. Hoogeveen is student Ondernemingsrecht en Behavioural Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. H. Koster
H. Koster is verbonden aan de Universiteit Leiden en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Access_open Data, de Wet bescherming bedrijfsgeheimen en het contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2021
Trefwoorden bedrijfsgeheim, data, geheimhouding, non disclosure agreement
Auteurs Mr. drs. M. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Data kunnen een grote commerciële waarde hebben. Omdat data vaak niet worden beschermd door het intellectuele eigendomsrecht en het goederenrecht, is het van belang om waardevolle data contractueel goed te beschermen. In dit artikel staan daarvoor enkele tips.


Mr. drs. M. Kool
Mr. drs. M. Kool is advocaat bij The Data Lawyers B.V.
Actualia contractspraktijk

Het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst anno 2021

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Wet franchise, Non concurrentiebeding, Jurisprudentie
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie op het gebied van het postcontractuele non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst. Ook wordt stilgestaan bij de invloed van de Wet franchise op postcontractuele non-concurrentiebedingen in franchiseovereenkomsten.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.
Artikel

De WHOA en het contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2021
Trefwoorden WHOA, Contracten, Insolventie, aandeelhoudersovereenkomsten, onderhands akkoord
Auteurs Mr. J.G.A. Struycken
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) die per 1 januari 2020 in werking is getreden, kan grote implicaties hebben op gesloten contracten. De WHOA introduceert een uniek fenomeen in het Nederlands vermogensrecht: in een situatie buiten faillissement kunnen contractuele aanspraken worden gewijzigd ook als de wederpartij daar zelf niet mee instemt. Clausules die inroepbaar zijn bij initiatie van een schuldeisersakkoord onder de WHOA worden krachteloos. In dit artikel gaat de auteur per soort contract na wat de betekenis van de WHOA is voor dergelijke contractuele relaties en wat de mogelijkheden en de zin ervan zijn om de initiatie van een schuldeisersakkoord onder de WHOA in contracten op te nemen als grond voor beëindiging of om die aan goedkeuring van aandeelhouders te onderwerpen.


Mr. J.G.A. Struycken
Mr. J.G.A. Struycken is partner bij Certa Advocaten in Amsterdam.
Actualia contractspraktijk

Een nieuwe wet, een nieuw geluid – veranderingen voor de franchiseovereenkomst door de Wet franchise

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden franchise, contractenrecht, kwalificatie, goodwill, zorgplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Waarschijnlijk treedt per 1 januari 2021 de Wet franchise in werking. Deze wet brengt nogal wat wijzigingen mee voor de contractspraktijk. In dit artikel wordt bij enkele wezenlijke wijzigingen in de wet stilgestaan en worden denkrichtingen voor de kwalificatie van de overeenkomst, de informatieplicht, de zorgplicht en goodwill en non-concurrentie gegeven.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat onder de naam facily LAW advocatuur, adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten en honorair universitair docent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Franchise: is artikel 7:922 BW een voorrangsregel waar de praktijk op moet voorsorteren?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Franchisewet, voorrangsregel, internationaal privaatrecht, artikel 9 Rome I Verordening
Auteurs Prof. mr. dr. Edwin van Wechem en Mr. Michiel Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 7:922 BW van de nieuwe Wet franchise bepaalt dat ten aanzien van in Nederland gevestigde franchisenemers niet ten nadele kan worden afgeweken van de Titel franchise en dat een beding in strijd met artikel 920 nietig is, ongeacht het recht dat de franchiseovereenkomst beheerst. In deze bijdrage wordt onderzocht of dit de betekenis en status kan hebben van een voorrangsregel in het internationaal privaatrecht, meer precies in de zin van art. artikel 9 Rome I Verordening.


Prof. mr. dr. Edwin van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit en redacteur van Contracteren.

Mr. Michiel Bijloo
Mr. M. Bijloo is advocaat en counsel bij BakerMcKenzie advocaten en notarissen te Amsterdam.
Actualia contractspraktijk

Ontwikkelingen jurisprudentie agentuurovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Agentuur, Klantenvergoeding, Beëindiging agentuurrelatie, Artikel 7:428 BW, Provisie
Auteurs Mr. drs. H.S. Kleinjan
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de in 2017 tot en met 2020 gewezen jurisprudentie over agentuurovereenkomsten besproken. Een breed scala aan onderwerpen met betrekking tot agentuurovereenkomsten passeerde de afgelopen drie jaar de revue bij de rechtbanken, de gerechtshoven en het Europese Hof van Justitie.


Mr. drs. H.S. Kleinjan
Mr. drs. H.S. Kleinjan is advocaat bij Lexence N.V.
Actualia contractspraktijk

Het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst anno 2020

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden franchise, concurrentiebeding, franchiseovereenkomst, postcontractueel, prognose-torpedo
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze reeks artikelen betreft een overzicht van jurisprudentie ter zake het postcontractuele non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst. In deze aflevering komen onder andere de redelijkheid en billijkheid, de pre-emptive strike en betrokken derden aan de orde.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.
Artikel

Access_open Het Wetsvoorstel franchise: verbeterd, maar nog steeds werk aan de winkel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden franchise, precontractuele informatie, goodwill, bedenktermijn, wetsvoorstel
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Nadat eerdere voorontwerpen uit 2017 en 2018 kritisch werden onthaald tijdens de internetconsultatie, heeft de wetgever toch een wetsvoorstel voorgelegd aan de Tweede Kamer. Het voorontwerp uit 2018 diende als blauwdruk. In dit artikel wordt het wetsvoorstel besproken. De auteurs gaan in op de ratio legis, de precontractuele informatieverplichting en de goodwillplicht. Deze onderwerpen bespreken zij tegen de achtergrond van de huidige wettelijke regelingen, doctrine en rechtspraak.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat in Nieuwkoop en Aalsmeer onder de naam facily LAW advocatuur en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

(Potestatieve) voorwaarden in overnamecontracten: van theorie naar praktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden potestatieve voorwaarde, opschortende voorwaarde, goedkeuringsvoorbehoud, koopovereenkomst, SPA
Auteurs Mr. R.P. Schrooten en Mr. B.C. Elion
SamenvattingAuteursinformatie

    In de (internationale) overnamepraktijk wordt in overnamecontracten veelvuldig gecontracteerd onder één of meer opschortende voorwaarden. Veel van de opschortende voorwaarden die partijen overeenkomen, bevatten een potestatief element: de vervulling van de voorwaarde is (grotendeels) afhankelijk van de wil van een van de contractspartijen. In dit artikel bespreken de auteurs veelgebruikte voorwaarden uit de praktijk. De auteurs gaan in op de vraag of deze voorwaarden potestatief zijn en wat het effect daarvan zou zijn op (verbintenissen uit) het overnamecontract. De auteurs sluiten af met enkele aanbevelingen voor het gebruik van voorwaarden in de praktijk.


Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. B.C. Elion
Mr. B.C. Elion is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Ad Rem

Zijn boilerplates ter zake van de beperking van het rechterlijk ingrijpen bij dwaling acceptabel?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artikel 6:230 BW, dwaling, wijziging, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken de vraag of partijen de rechtsgevolgen van dwaling, voor zover deze betrekking heeft op de wijzigingsbevoegdheid van de rechter op grond van artikel 6:230 lid 2 BW, contractueel regelen; kunnen partijen afstand doen van een rechtsvordering (of verweer) op grond van laatstgenoemd artikel en de rechter op dit punt buitenspel zetten? Alhoewel de Hoge Raad zich nog niet over deze vraag heeft uitgelaten en er goede argumenten voor een ander standpunt zijn, beantwoorden de auteurs de door hen gestelde vraag voorshands ontkennend.


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counselling aan de Open Universiteit en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is schrijfjurist in het Gerechtshof Den Haag. Hij werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel
Artikel

Plas/Valburg na CBB/JPO?

Een netwerkanalyse van rechtspraak over afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden precontractuele fase, aansprakelijkheid, CBB/JPO, Plas/Valburg, netwerkanalyse
Auteurs Prof. mr. dr. G. van Dijck en Mr. J. Cleuters
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt betoogd dat CBB/JPO het leidende arrest is bij afgebroken onderhandelingen, en niet langer Plas/Valburg. Uit een uitgevoerde netwerkanalyse volgt dat Plas/Valburg minder vaak, maar nog altijd geregeld is aangehaald nadat CBB/JPO is gewezen. Een nadere inspectie laat zien dat er een tweedeling in de lagere rechtspraak bestaat: een groep uitspraken stelt onaanvaardbaar afbreken als voorwaarde voor de mogelijkheid om gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking te laten komen, in een andere groep uitspraken geldt die voorwaarde niet. Plas/Valburg wordt met name in de laatstgenoemde groep uitspraken geciteerd. Geconcludeerd wordt dat drie situaties denkbaar zijn: (1) afbreken staat vrij, geen verplichting tot het vergoeden van schade; (2) afbreken staat vrij, maar niet zonder vergoeding; en (3) afbreken is onaanvaardbaar. Plas/Valburg biedt voor geen van de situaties handvatten. CBB/JPO is leidend voor de laatste categorie, maar niet om te beoordelen of sprake is van welke van de twee andere scenario’s.


Prof. mr. dr. G. van Dijck
Prof. mr. dr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan de Maastricht University.

Mr. J. Cleuters
Mr. J. Cleuters was ten tijde van het verrichten van het onderzoek als masterstudent verbonden aan Maastricht University.
Actualia contractspraktijk

Faillissement is niet (altijd) het bankroet van een contract

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Contract, Faillissement, Nebula, Verrekening, Opzegging
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard en Mr. M.P. Van Eeden-van Harskamp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de auteurs stil bij de inwerking van de insolventieprocedure op overeenkomsten. Zij bespreken aan de hand van recente rechtspraak de hoofdregel dat het faillissement bestaande overeenkomsten niet beïnvloedt, het recht van de curator om tekort te schieten, de gevolgen van het faillissement voor verplichtingen uit huur-, pacht-, arbeids- en agentuurovereenkomsten en de mogelijkheden tot verrekening.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat onder de naam facily LAW advocatuur in Nieuwkoop en Aalsmeer en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Mr. M.P. Van Eeden-van Harskamp
Mr. M.P. van Eeden-van Harskamp is wetenschappelijk docent Vermogensrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
Over de grens

Over de Tiffany/Swatch-procedures en het Nederlandse materiële recht bezien vanuit internationale partijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden uitleg en aanvulling, Rechtskeuze, Forumkeuze, internationale handelsgeschillen, NCC
Auteurs Mr. J.M. Luycks en Mr. drs. A.M.M. Hendrikx
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een beschouwing naar aanleiding van de arbitrage en vernietigingsprocedure tussen Tiffany en Swatch. Het Nederlandse materiële recht bezien vanuit internationale partijen staat centraal, waarbij de focus ligt op het onderscheid tussen de uitleg en aanvulling van een overeenkomst en de gevolgen van een door partijen gemaakte rechtskeuze.


Mr. J.M. Luycks
Mr. J.M. Luycks is werkzaam bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Mr. drs. A.M.M. Hendrikx
Mr. drs. A.M.M. Hendrikx is werkzaam bij Clifford Chance LLP te Amsterdam. Zij is tevens als buitenpromovenda verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden en werkt aan een proefschrift op het terrein van de uitleg van overeenkomsten.
Impressies

Nederlandse Wet op de reisovereenkomst: (on)werkbaarheid in de praktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Reisovereenkomst, Gekoppeld reisarrangement, Richtlijn pakketreizen, Reiziger, Handelaar
Auteurs Mr. N.A. de Leeuw en Mr. drs. J.A. Tersteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe wet op de reisovereenkomst (titel 7A van Boek 7 BW) welke wet op 1 juli 2018 in werking is getreden, is eigenlijk een vrijwel letterlijke vertaling van de Richtlijn Pakketreizen en Gekoppelde Reisarrangementen van 25 november 2015. Hoewel de doelstelling van de Richtlijn, te weten meer bescherming voor de reiziger en maximum harmonisatie tussen de lidstaten een mooi streven was, blinkt de Richtlijn niet uit in duidelijkheid en zijn er voorafgaand aan de totstandkoming ervan vele ontwerpen de revue gepasseerd die de eindstreep van het wetgevingsproces niet hebben gehaald. Desondanks heeft de Nederlandse wetgever deze moeilijke wetgeving uit Brussel redelijk leesbaar geïmplementeerd in de Nederlandse wet. Onzes inziens is de Richtlijn, en daarmee dus ook de Nederlandse wet, op een aantal vlakken niet duidelijk en lastig uit te leggen aan zowel de ondernemers in de reisbranche als aan de reiziger. Ook zijn er enkele onvolkomenheden in de wet geslopen, mede veroorzaakt door een slordige vertaling van de Richtlijn in het Nederlands, waar de Nederlandse wetgever overigens geen invloed op had. In dit artikel willen we met name stilstaan bij een aantal van deze onduidelijkheden en moeilijkheden. Zo zijn de definitiebepalingen bijvoorbeeld vrij ingewikkeld en roept de afbakening tussen een pakketreis en het nieuwe fenomeen van het gekoppeld reisarrangement vragen op. Ook zetten wij vraagtekens bij de vergaande informatieverplichtingen, de positie van de zakenreiziger en de wijze waarop de garantieverplichtingen in Nederland zijn geïmplementeerd. Hoe werkzaam de wet zal zijn in de praktijk van alle dag, zal de komende jaren dus nog moeten blijken.


Mr. N.A. de Leeuw
Mr. N.A. de Leeuw is advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten.

Mr. drs. J.A. Tersteeg
Mr. drs. J.A. Tersteeg is avocaat bij EMR Advocaten.
Artikel

Access_open De informatieplicht voor de franchisegever naar Nederlands recht

Beschouwingen naar aanleiding van het Albert Heijn-arrest

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden franchising, informatieplicht, omzetprognose, franchise overeenkomst en Wer (Wetboek van economisch recht).
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Albert Heijn-arrest heeft de Hoge Raad opnieuw bevestigd dat naar huidig Nederlands recht geen algemene regel geldt dat een franchisegever een (toekomstige) franchisenemer moet inlichten omtrent de te verwachten omzet of omtrent de winstverwachting. De bijzondere omstandigheden van het geval kunnen echter wel een zodanige verplichting meebrengen. De vraag rijst of in het voorontwerp van de Wet Franchise dat op 12 december 2018 werd gepubliceerd een andere benadering is gekozen. In dit voorontwerp wordt voorgesteld een – vrij ruim geformuleerde – informatieplicht voor de franchisegever te introduceren. In deze bijdrage wordt ingegaan op het Albert Heijn–arrest en wordt de uitkomst van deze procedure afgezet tegen het Nederlandse conceptwetsvoorstel en de Belgische regelgeving voor franchiseovereenkomsten.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mr. dr. S.A. Kruisinga is universitair hoofddocent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en professional support lawyer bij Van Benthem & Keulen.

Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
Mr. M.I. Nijenhof-Wolters is advocaat bij Van Benthem & Keulen.
Over de grens

Uitleg van overeenkomsten naar Engels recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Engels recht, Uitleg van overeenkomsten, Contractsuitleg, Haviltex
Auteurs Prof. mr. F.W. Grosheide
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. F.W. Grosheide
Prof. mr. F.W. Grosheide is emeritus hoogleraar Burgerlijk recht en intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht en juridisch adviseur te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 150 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.