Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 124 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Contracteren x
Artikel

De informatieplicht voor de franchisegever naar Nederlands recht

Beschouwingen naar aanleiding van het Albert Heijn-arrest

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden franchising, informatieplicht, omzetprognose, franchise overeenkomst en Wer (Wetboek van economisch recht).
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Albert Heijn-arrest heeft de Hoge Raad opnieuw bevestigd dat naar huidig Nederlands recht geen algemene regel geldt dat een franchisegever een (toekomstige) franchisenemer moet inlichten omtrent de te verwachten omzet of omtrent de winstverwachting. De bijzondere omstandigheden van het geval kunnen echter wel een zodanige verplichting meebrengen. De vraag rijst of in het voorontwerp van de Wet Franchise dat op 12 december 2018 werd gepubliceerd een andere benadering is gekozen. In dit voorontwerp wordt voorgesteld een – vrij ruim geformuleerde – informatieplicht voor de franchisegever te introduceren. In deze bijdrage wordt ingegaan op het Albert Heijn–arrest en wordt de uitkomst van deze procedure afgezet tegen het Nederlandse conceptwetsvoorstel en de Belgische regelgeving voor franchiseovereenkomsten.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mr. dr. S.A. Kruisinga is universitair hoofddocent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en professional support lawyer bij Van Benthem & Keulen.

Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
Mr. M.I. Nijenhof-Wolters is advocaat bij Van Benthem & Keulen.
Over de grens

Uitleg van overeenkomsten naar Engels recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Engels recht, Uitleg van overeenkomsten, Contractsuitleg, Haviltex
Auteurs Prof. mr. F.W. Grosheide
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. F.W. Grosheide
Prof. mr. F.W. Grosheide is emeritus hoogleraar Burgerlijk recht en intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht en juridisch adviseur te Amsterdam.
Impressies

De franchisenemersvereniging en de binding van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchiseovereenkomst, franchisenemer, franchisenemersvereniging, eenzijdige wijziging, collectieve actie
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde komt de vraag of een franchisenemer gebonden is aan afspraken die de franchisenemersvereniging met de franchisegever maakt, op grond van de franchiseovereenkomst.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Actualia contractspraktijk

Het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst anno 2019

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchise, franchiseovereenkomst, non-concurrentiebeding, Wet franchise, jurisprudentie
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt een overzicht gegeven van recente jurisprudentie op het gebied van het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst mede in het licht van de Wet franchise.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.
Artikel

Ontbinding: effectief wapen of zwaard van Damocles?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Ontbinding, Artikel 6:265 BW, Tenzij-bepaling, Tekortkoming, Verzuim
Auteurs Mr. I.W.M. Olthof
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Eigen Haard-arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat de toets voor de ontbinding van overeenkomsten laagdrempelig blijft, in die zin dat in beginsel iedere tekortkoming volstaat en dat een beroep op de tenzij-bepaling niet terughoudend moet worden beoordeeld. Bij de beoordeling van die tenzij-bepaling zijn vervolgens in beginsel alle omstandigheden van het geval – en niet alleen de bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming – in gelijke mate van belang. Concrete handvatten voor de houdbaarheid van een ontbindingsberoep in de praktijk bevat het arrest echter niet. Uitspraken van feitenrechters laten zien dat een breed scala aan omstandigheden wordt meegewogen, maar dat een beroep op ontbinding toch in de meeste gevallen slaagt. Voor meer zekerheid over de ingeroepen ontbinding zullen partijen (nog altijd) heldere contractuele afspraken moeten maken.


Mr. I.W.M. Olthof
Mr. I.W.M. Olthof is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Rotterdam.
Over de grens

Het Engelse Supreme Court over het wijzigingsbeding in commerciële contracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden No oral modification clause, Wijzigingsbeding, Engelse Supreme Court, Commercieel contractenrecht
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    Medio 2018 deed het Engelse Supreme Court een belangrijke uitspraak over de afdwingbaarheid van een no oral modification clause. In dit artikel wordt deze uitspraak besproken en geconfronteerd met het Nederlandse recht op dit punt.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Het Voorontwerp Franchise: strike two voor de wetgever

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Franchise, Precontractuele informatie, Goodwill, Bedenktermijn, Wetsvoorstel
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2018 publiceerde de wetgever een nieuw voorontwerp voor een wettelijke regeling van de franchiseovereenkomst. Een eerder voorontwerp uit 2017 werd kritisch bejegend door de praktijk. In dit artikel wordt het nieuwe voorontwerp besproken. De auteurs gaan in op de ratio legis, de precontractuele informatieverplichting en de goodwillplicht. Deze onderwerpen bespreken zij tegen de achtergrond van de huidige wettelijke regelingen, doctrine en rechtspraak.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Boilerplates etc.

Schadeclausules bij overdracht van aandelen: een andere kijk?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden schadeclausules, overdracht van aandelen, schadevergoeding, kooprecht
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKinzie, advocaten, notarissen en belastingadviseurs en (part-time) hoogleraar Professional Legal Counseling OU.
Over de grens

Het nieuwe Belgisch Burgerlijk Wetboek; een slag bij Waterloo? Over het nieuwe contractenrecht van onze zuiderburen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Verbintenissenrecht in België, Code Napoléon, Hervorming Belgisch Burgerlijk Wetboek, Codificatie, Code Civil
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en J.C. Duyster
SamenvattingAuteursinformatie

    Er komt een Nieuw Belgisch Burgerlijk Wetboek aan. Tot op heden hanteert België nog een minimaal aangepaste versie van de Code Civil Napoléon uit 1804. De bejaarde leeftijd van het wetboek laat zich echter op meerdere fronten gevoelen, waardoor de wetgever de tijd nu rijp acht om het Burgerlijk Wetboek te hervormen. Het Voorontwerp Boek 5 «Verbintenissen» komt in de hervorming van het Belgische burgerlijk recht een centrale plaats toe. Het zal mogelijk worden ingevoerd zonder dat wordt gewacht op de voltooiing van de andere onderdelen van het wetboek. Voor het contractenrecht betekent dit dat een nieuw evenwicht wordt gezocht tussen de autonomie van partijen en de mogelijkheden voor de rechter om op te treden in het algemeen belang of in het belang van de zwakkere partij. Deze bijdrage belicht de achtergrond van het Voorontwerp, alsook de redenen en doelstellingen van de hercodificatie. Daarbij wordt ook ingezoomd op de inhoud van het nieuwe Belgische contractenrecht en worden enkele belangrijke wijzigingen besproken.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

J.C. Duyster
J.C. Duyster is masterstudent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Impressies

Smart contracts?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Smart contracts, Blockchain, Kwalificatie, (schriftelijke) overeenkomst
Auteurs Mr. J.K. Stam
SamenvattingAuteursinformatie

    De termen ‘smart contracts’ en ‘blockchain’ kunnen verwarrend zijn. Zo hoeven smart contracts geen contracten te zijn, maar kunnen ze dat wel zijn. Ze zijn, anders dan de naam wellicht doet vermoeden, nog niet intelligent (althans: niet in combinatie met een blockchain). En hoewel vaak gesproken wordt van de blockchain, is er niet slechts één (soort). Dit artikel beoogt misverstanden met betrekking tot de relatief nieuwe termen smart contracts en blockchain te voorkomen.


Mr. J.K. Stam
Mr. J.K. Stam is wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Artikel

Access_open Tenietgaan van zekerheidsrechten door contractsoverneming

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Contractsoverneming, Zekerheidsrechten, Tenietgaan, Voorkomen, Herstellen
Auteurs Mr. M. Huizingh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het overnemen van contracten komt veel voor in de praktijk, maar lang niet alle rechtsgevolgen van contractsoverneming zijn algemeen bekend. Weinig bekendheid geniet bijvoorbeeld het feit dat zekerheidsrechten teniet kunnen gaan door contractsoverneming. Partijen die zich daar niet van bewust zijn, lopen het risico dat hun verhaalspositie ongemerkt en ongewild verslechtert. Wie de wettelijke regeling over het tenietgaan van zekerheidsrechten bij overgang van contracten daarentegen goed kent en toepast, kan daar zijn voordeel mee doen. In dit artikel wordt beschreven welke zekerheden kunnen vervallen, hoe dit kan worden voorkomen of eventueel juist kan worden benut.


Mr. M. Huizingh
Mr. M. Huizingh is advocaat te Enschede en als fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Impressies

Wat is de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU op internationale franchiseovereenkomsten?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Franchiseovereenkomsten, Nationaal en internationaal contracteren, E-commerce, Bescherming persoonsgegevens
Auteurs Mr. M. de Koning en Mr. dr. H.H. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal per ingang van 25 mei 2018 van toepassing zal zijn in alle EU-lidstaten. Het artikel zet de belangrijkste veranderingen die de AVG met zich meebrengt en de betekenis voor franchiseovereenkomsten uiteen. In het kort verruimt de AVG de rechten van betrokkenen (natuurlijke personen) op basis van hun fundamentele recht op gegevensbescherming en scherpt het de verplichtingen aan van de bij verwerking van persoonsgegevens betrokken ondernemingen. Ook verzwaart de Verordening het sanctieregime.
    Voor de meeste franchisegevers en franchisenemers geldt dat zij persoonsgegevens verwerken en dus te maken krijgen met het regime van de AVG. De meeste franchisenetwerken maken gebruik van loyaltyprogramma’s en digitale marketingmethodes. Ook komt het in de praktijk voor dat franchisegevers en franchisenemers in geschillen terechtkomen over wie de gegevens met betrekking tot de klanten van de franchisenemers mag gebruiken, tijdens of na beëindiging van de franchiserelatie. Wij behandelen de basisbeginselen van de AVG, de vereisten voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, de nieuwe verplichtingen en rechten van betrokkenen. Teneinde aan de AVG te kunnen voldoen, moeten franchisegevers en franchisenemers onder meer de gegevensverwerking van in franchisesystemen in kaart brengen en moeten zij rolduidelijkheid scheppen: wie is de verantwoordelijke en wie is eventuele verwerker jegens de betrokken natuurlijke personen?
    Het artikel concludeert dat de meeste internationaal gebruikte standaard franchiseovereenkomsten vrij veel aanpassingen behoeven om aan de vereisten van de AVG te voldoen. Momenteel zijn de rollen van franchisegevers en franchisenemers en de activiteiten voor bescherming van persoonsgegevens in de franchiseketen niet duidelijk bepaald en vastgelegd. Dan blijft dikwijls in het midden welke partij voor de naleving van de AVG verantwoordelijk is. Niet-naleving kan tot hoge boetes, civielrechtelijek aansprakelijkheid en/of reputatieschade van het gehele franchisenetwerk leiden. De AVG is ook relevant voor buiten de EU gevestigde franchisegevers. Ongeacht of de verwerking van persoonsgegevens in de EU plaatsvindt, is de AVG van toepassing op de verwerking in de context van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in de EU.
    Er is voorts nog een e-Privacy Verordening in de maak. Deze zal op het punt van profilering, e-marketing, behavioral advertising en geo-targeting aanvullende eisen stellen.


Mr. M. de Koning
Mr. M. de Koning is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Commercial.

Mr. dr. H.H. de Vries
Mr. dr. H.H. de Vries is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Privacy.
Casus

Contractonderhandelingen met een letter of intent: het opstellen van bedingen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Afgebroken onderhandelingen, culpa in contrahendo, Aansprakelijkheid, Voorovereenkomst, Intentieverklaring
Auteurs Dr. E. Pannebakker LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens contractonderhandelingen stellen partijen geregeld een ‘letter of intent’ op. De vraag in hoeverre de partijen aan dergelijke documenten zijn gebonden, staat zowel bij het opstellen van een letter of intent als bij de eventuele geschillen centraal. In deze bijdrage worden de meest voorkomende bedingen van een letter of intent onder de loep genomen en wordt een aantal aanbevelingen over het opstellen van de letter of intent geformuleerd.


Dr. E. Pannebakker LLM
Dr. E. Pannebakker LLM is universitair docent aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Privaatrecht.
Artikel

Contractuele informatierechten in overnamecontracten en aandeelhoudersovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Artikel 843a Rv, exhibitieplicht, informatierechten, overnamecontracten, aandeelhoudersovereenkomsten
Auteurs Mr. L.J.E. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse rechtssysteem biedt partijen in het economisch verkeer handvatten om benodigde informatie boven tafel te krijgen, ook als deze zich bij een derde bevindt. Bij overnamecontracten kan worden gedacht aan artikel 843a Rv, dat een partij een grondslag biedt om in en buiten rechte kennis te nemen van een (schriftelijk bewijsmiddel) dat haar in beginsel wel bekend is, maar niet in haar bezit is. In vennootschapsrechtelijke verhoudingen is van belang het recht van de algemene vergadering op inlichtingen op grond van artikel 2:107/217 lid 2 BW.
    De wettelijke instrumenten bieden echter in veel gevallen onvoldoende houvast en rechtszekerheid. Om die reden is het bij een overnamecontract of aandeelhoudersovereenkomst in het belang van partijen om te voorzien in een heldere contractuele regeling die recht doet aan de feitelijke omstandigheden en de belangen van de betrokken partijen. Bij het opstellen van een dergelijke regeling dienen de betrokken juristen een balans te vinden tussen het belang van partijen op informatie, die zij op grond van de wet wellicht niet zouden kunnen verkrijgen, en het belang van de partij die de informatie zou moeten afstaan.


Mr. L.J.E. Timmer
Mr. L.J.E. Timmer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Artikel

Dwalen over franchise

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Franchise, Dwaling, Omzetprognose, Onderzoeksplicht, Mededelingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoekt de auteur hoe de omzetprognoses naar huidig recht worden getoetst en welke rol het dwalingleerstuk speelt. Daarbij wordt gekeken of de regeling over onderzoek en mededeling in de NFC van invloed is op de wijze waarop omzetprognoses worden getoetst.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn. De auteur dankt zijn kantoorgenoot mr. P.B.J. van den Oord voor zijn suggesties en commentaar bij een eerdere versie van dit artikel en mr. D. Diris (advocaat bij Kock & Partners in Brussel) voor het delen van de artikelen met betrekking tot het Belgische recht.
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.
Praktijk

Update jurisprudentie agentuurovereenkomsten 2015-2017

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Agentuur, Klantenvergoeding, beëindiging agentuurrelatie, artikel 7:428 BW, Provisie
Auteurs Mr. drs. H.S. Kleinjan
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de in de periode 1 januari 2015 tot en met 22 mei 2017 gewezen jurisprudentie over agentuurovereenkomsten besproken. Een breed scala aan onderwerpen met betrekking tot agentuurovereenkomsten passeerde de revue de afgelopen twee jaar bij de rechtbanken, de gerechtshoven en het HvJ EU. Gemeenschappelijke noemer was dat vrijwel alle besproken uitspraken verband hielden met de beëindiging van de agentuurovereenkomsten. Een algemeen beeld dat naar voren komt, is dat de agent nog altijd veel bescherming wordt geboden.


Mr. drs. H.S. Kleinjan
Mr. drs. H.S. Kleinjan is advocaat bij Lexence N.V.
Praktijk

Recht doen aan wat partijen bedoelen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Uitleg, Haviltex, Cao, sociaal plan, Redelijkheid en billijkheid, Onvoorziene omstandigheden
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het leerstuk van de uitleg van overeenkomsten blijft in beweging. Waar in 1981 en 1993 de grenspalen werden geslagen door ontwikkeling van de Haviltex-norm en de cao-norm, is sindsdien binnen die norm verfijnd. In 2004 oordeelde de Hoge Raad in DSM/Fox dat tussen beide normen een vloeiende overgang bestaat. Tussen de Haviltex- en cao-norm bleef evenwel een waterscheiding bestaan. Op 25 november 2016 sloeg de Hoge Raad in zijn arrest FNV/Condor een brug tussen cao en Haviltex. Bij uitleg gaat het om wat concreet met een bepaling is bedoeld, niet om wat partijen zouden hebben gewild als ze overal rekening mee hadden gehouden, aldus de Hoge Raad in zijn arrest Flexabram/Iprem van 9 december 2016. Beide arresten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Toont 1 - 20 van 124 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.