Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht x Jaar 2010 x
Discussie

Duurzaam ruimtegebruik in de grensstreek

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden ruimtegebruik, grensoverschrijdend, regionaal, afstemming, rechtsmacht
Auteurs Mr. Y.M. Denissen-Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    De ruimtelijke sturingsfilosofie en het ruimtelijk juridisch instrumentarium maken het mogelijk om duurzaam ruimtegebruik binnen Nederland te realiseren. Voor duurzaam gebruik van ruimte die de Nederlandse grens overschrijdt, geldt dit niet. De betrokken staten c.q. overheden bezitten op dit gebied geen grensoverschrijdende rechtsmacht en de Europese Unie is niet bevoegd om de ruimtelijke ordening in en/of tussen de lidstaten te regelen. Duurzaam ruimtegebruik in de grensstreek vraagt om een grensoverschrijdende ruimtelijke visie en om grensoverschrijdende besluitvorming over de inrichting en het gebruik van de ruimte. Als hiervoor geen geschikte juridische instrumenten kunnen worden gevonden, dan zou de Europese Unie net als bij het Europees milieubeleid meer bevoegdheden moeten krijgen tot het (indirect) beïnvloeden van de ruimtelijke ordening tussen de lidstaten.


Mr. Y.M. Denissen-Visscher
Mr. Y.M. (Yvonne) Denissen-Visscher is docent/senioronderzoeker bij het lectoraat Gebiedsontwikkeling en recht van Saxion Hogeschool en doet een promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit naar grensoverschrijdende gebiedsontwikkeling tussen Nederland en Duitsland.
Discussie

Duurzaamheidseisen in de bestaande bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, bestaande bouw, Bouwbesluit, Woningwet, convenanten
Auteurs Mr. G. Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande bouwsector kent een aanzienlijk besparingspotentieel. Reden genoeg dus om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Anders dan in de nieuwbouwsector, heerst in de bestaande bouw evenwel de opvatting dat het ontbreekt aan kansen en verplichtingen om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Veel gehoorde bezwaren zijn dat duurzaamheidseisen bij bestaande bouw (vaak) niet afdwingbaar zijn en aanwezige (financiële) instrumenten onvoldoende prikkels bieden. Mogelijkheden om bestaande bouw (verder) te verduurzamen zijn niettemin wel degelijk aanwezig. Een voorbeeld hiervan is de aanschrijvingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders op grond van artikel 13 Woningwet. Toch schiet de huidige wet- en regelgeving naar de mening van de auteur op dit moment tekort. Wijziging, c.q. uitbreiding van het huidige juridische instrumentarium verdient daarom aanbeveling. Daarnaast zou (nog) meer de nadruk op het nut en de noodzaak van de toepassing van convenanten kunnen worden gelegd.


Mr. G. Aarts
Mr. G. (Godelieve) Aarts is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Discussie

Duurzaamheidseisen bij aanbestedingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheidseisen, aanbesteding, gebiedsontwikkeling, gunningscriteria, technische specificaties
Auteurs Mr. P. Ürper
SamenvattingAuteursinformatie

    De aanbestedende dienst kan bijzondere voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een overheidsopdracht. Deze voorwaarden kunnen verband houden met milieuoverwegingen (art. 26 Algemene richtlijn, art. 26 Bao). Voor de wijze van beschrijven van milieueisen en het gebruik van milieukeuren geldt de bijzondere regeling van artikel 23 lid 6 Algemene richtlijn. Voor dergelijke bijzondere voorwaarden geldt ook dat deze verenigbaar moeten zijn met de beginselen van gelijke behandeling en transparantie en dat ze in verband moeten staan met de opdracht. Duurzaamheidseisen kunnen dus een onderdeel vormen van de aanbesteding. Ten aanzien van inrichting van de openbare ruimte en bebouwing kunnen duurzaamheidseisen in de vorm van technische en gunningscriteria worden opgesteld. Europees recht gaat voor Nederlands recht. In bepaalde gevallen zou dat dan ook artikel 122 Woningwet moeten overtroeven.


Mr. P. Ürper
Mr. P. (Perihan) Ürper is adviseur bij PurpleBlue te Deventer.
Diversen

VMR-, VBR- en VBR-A-studiemiddag op 22 september 2010

‘Duurzaam ruimtegebruik, bouwen en wonen’

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaam, verslag, ruimtegebruik, bouw, wonen
Auteurs Mr. C. Pasteuning en Mr. R.G.M. van Ekdom
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een verslag van de studiemiddag van de Vereniging voor Milieurecht en de Vereniging voor Bouwrecht/Bouwrecht-Advocaten met als thema ‘Duurzaam ruimtegebruik, bouwen en wonen’. Deze middag vond plaats op 22 september 2010. Drie sprekers bespraken de elf bijdragen, die weer onderverdeeld waren in bestaande bouw/situaties, nieuwbouw en duurzame ruimte. Daarna kwamen twee referenten aan bod, die hierop konden reageren. De middag werd afgesloten met een discussie. Vele bestaande, potentiële en creatieve (juridische) instrumenten zijn aan de orde gekomen.


Mr. C. Pasteuning
Mr. C. (Charlotte) Pasteuning is advocaat bij Boekel De Nerée N.V.

Mr. R.G.M. van Ekdom
Mr. R.G.M. (Renske) van Ekdom is Senior Legal Counsel bij N.V. Nuon Energy en voorzitter van de Werkgroep Duurzame Energie van de Vereniging voor Milieurecht.

    F.R. Vermeer, Gedogen door bestuursorganen, Kluwer 2010


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.

Mr. H.A.J. Gierveld
Henk Gierveld is werkzaam bij de Hoofddirectie Juridische Zaken bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel

Nieuwe Gedragscode Bosbeheer zorgvuldig?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Gedragscode Bosbeheer, Flora- en faunawet, soortenbescherming, handhaving
Auteurs Mr. A.M.C.C. Tubbing
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze zomer is de nieuwe Gedragscode Bosbeheer en het bijbehorende ontwerp-goedkeuringsbesluit van de Minister van LNV bekendgemaakt. Als er in de bossen gewerkt wordt volgens deze gedragscode geldt er een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet, de wet die beschermde dier- en plantensoorten beschermt. Aan deze Gedragscode, die de eerste Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer per 1 januari 2011 moet vervangen, is een evaluatie voorafgegaan. In dit artikel wordt deze evaluatie besproken, alsmede de wijze waarop de resultaten zijn verwerkt in de nieuwe gedragscode. Tevens wordt het goedkeuringsbesluit van de minister besproken en worden de (mogelijke) gevolgen van recente jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State voor deze gedragscode geschetst. Deze jurisprudentie geeft meer duidelijkheid over de vraag in hoeverre de ruimere mogelijkheden die het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten sinds 2005 kent in overeenstemming is met de Europese regelgeving op het gebied van soorten- en gebiedsbescherming (Vogel- en Habitatrichtlijn). De auteur komt tot de conclusie dat de nieuwe Gedragscode niet leidt tot een grotere zorgvuldigheid bij de uitvoering van bosbouwwerkzaamheden en dat het besluit van de minister gebreken vertoont, zowel wat betreft motivering als zorgvuldige totstandkoming.


Mr. A.M.C.C. Tubbing
Mr. A.M.C.C. (Annemiek) Tubbing is zelfstandig juridisch adviseur op het gebied van milieu en handhaving (www.tubbingmilieuadvies.nl). Daarnaast is zij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Arnhem. Daarvoor was zij onder andere 7 jaar officier van justitie milieu.
Diversen

Een impressie van de European Water Governance-conferentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden water governance, interdisciplinair, internationaal, congres
Auteurs Mr. dr. A.M. Keessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van de onzekerheden die de klimaatverandering oproept, volstaat het niet langer om watermanagement op zuiver technische wijze aan te pakken. Voeg een combinatie van recht, bestuurskunde, planologie en economie toe en er ontstaat discussie over nieuwe, effectieve en rechtmatige maatregelen waar ook draagvlak voor is. Het congres over Water Governance bood wetenschappers en praktijkmensen een kans om over de grenzen van land en discipline heen te kijken. In dit artikel wordt een impressie gegeven van dit congres. Uit de internationale verhalen bleek dat veel geleerd kan worden van elkaars ervaringen. Tijdens de workshops bleek dat de meerwaarde van interdisciplinariteit is dat een completer beeld tot stand kan komen en dat beter duidelijk wordt wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van bepaalde keuzes en maatregelen. Desalniettemin blijkt bijvoorbeeld bij de integratie van watermanagement en ruimtelijke ordening dat interdisciplinariteit maar moeizaam van de grond komt. Dit zou kunnen komen omdat het een nieuwe benadering is, waar mensen aan moeten wennen.


Mr. dr. A.M. Keessen
Mr. dr. A.M. (Andrea) Keessen is universitair docent bij het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht en het Centrum voor Omgevingsrecht/NILOS van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Illegaal vuurwerk: biedt Pyrorichtlijn uitzicht op oplossing?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden illegaal vuurwerk, verboden consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk, Europese Pyrorichtlijn (2007/23/EG), Vuurwerkbesluit
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks wordt op grote schaal door particulieren vuurwerk afgestoken dat in Nederland niet is toegestaan als consumentenvuurwerk, maar wel als professioneel vuurwerk Vooral zwaar knalvuurwerk dat in Nederland niet wordt gebruikt bij vuurwerkevenementen, is een belangrijke bron van onveiligheid en leidt tot veel ongelukken en materiële schade. Naar aanleiding van een ingrijpende wijziging van het Vuurwerkbesluit ten gevolge van een Europese richtlijn (‘Pyrorichtlijn’) per 4 juli 2010 wordt in deze bijdrage bekeken of een invoerverbod van ‘oneigenlijk’ professioneel vuurwerk in Nederland dichterbij komt. Geconcludeerd wordt dat de Pyrorichtlijn hiervoor wel ruimte biedt, maar dat die nog niet is benut.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G. (Gustaaf) A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) en redacteur van TO. Tevens is hij coördinerend milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket (Den Haag) en als zodanig betrokken bij de landelijke aanpak van verboden consumentenvuurwerk.
Artikel

Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Natuurbeschermingswet, Crisis- en herstelwet, stikstofdepositie, bestaand gebruik, strijd Europees recht
Auteurs Mr. drs. M.M. Kaajan
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet in werking getreden. In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen van de Natuurbeschermingswet 1998 als gevolg van de Crisis- en herstelwet, mede in het licht van recente jurisprudentie, besproken en van commentaar bezien. De centrale vraag daarbij is in hoeverre deze wijzigingen in strijd (kunnen) zijn met Europees recht en welke consequenties dit voor de praktijk zou kunnen hebben. Geconcludeerd wordt dat zowel wat betreft de regeling van bestaand gebruik en de verplichting om maatregelen te treffen indien de kwaliteit van een Natura 2000-gebied dat verlangt als ook wat betreft de specifieke wettelijke regeling die nu in de Natuurbeschermingswet is opgenomen voor activiteiten die kunnen leiden tot stikstofdepositie, mogelijk sprake zou kunnnen zijn van strijdigheid met de Vogel- en/of Habitatrichtlijn. De hierdoor ontstane onzekerheid en onduidelijkheid kan tot uitvoeringsproblemen in de praktijk leiden, waardoor het streven van de Crisis- en herstelwet om bij te dragen aan versnelling van procedures en projecten juist belemmerd kan worden.


Mr. drs. M.M. Kaajan
Mr. drs. M.M. Kaajan is als advocaat verbonden aan Stibbe te Amsterdam.
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in jurisprudentie en wetgeving

Van onderzoeksverplichtingen tot programmatoetsing

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden NSL, programmatoetsing, toepasbaarheidsbeginsel, luchtkwaliteitseisen, onderzoek
Auteurs Mr. C.A.M. van den Brand en Mr. dr. C.N van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    De jurisprudentie van medio mei 2009 tot medio april 2010 laat zien dat het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) als grondslag voor individuele besluitvorming is geaccepteerd. Programmatoetsing is daarmee een vierde mogelijkheid om bij besluitvorming de luchtkwaliteitseisen voldoende mee te laten wegen. De uitkomsten van de eerste monitoring van het NSL zullen bepalen of de komende tijd enkel en alleen kan worden verwezen naar het NSL. Projecttoetsing is eveneens nog aan de orde met allerlei aanscherping van eerdere lijnen uit de jurisprudentie, daarbij komen ook andere nieuwe aspecten als het toepasbaarheidsbeginsel aan bod.Bovendien is er weer meer verduidelijkt over de mogelijkheden van tegenonderzoek bij het bestrijden van een specifiek plan. Tot slot lijkt de wetgever nog altijd niet klaar met het ‘finetunen’ van de wetgeving inzake luchtkwaliteit.


Mr. C.A.M. van den Brand
Mr. C.A.M. (Kitty) van den Brand is milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket te Amsterdam en is tevens redactielid van TO.

Mr. dr. C.N van der Sluis
Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis is advocaat bij Ploum Lodder Princen advocaten en notarissen te Rotterdam.
Redactioneel

Beleid vóór recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden commissie-Davids, Irak-dossier, rule of law
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de presentatie van het rapport van de commissie-Davids over Irak (12 januari 2010) vroeg een journalist aan de voorzitter wat de belangrijkste les was. Zijn antwoord was kort en bondig: ‘volledig en open zijn’. Dit was natuurlijk ingegeven door wat de commissie had vastgesteld over de wijze waarop de vier kabinetten-Balkenende en de departementen van Buitenlandse Zaken en Defensie waren omgegaan met het parlement. De betrokken bestuurders en ambtenaren waren kennelijk zo gericht geweest op het bereiken van een bepaald beleidsresultaat, dat zij grondwettelijke spelregels als de informatie- en verantwoordingsplicht van de regering ten opzichte van het parlement hieraan ondergeschikt maakten.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. (Gustaaf) Biezeveld is redacteur van dit tijdschrift. Hij is bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket (Den Haag).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.