Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 17 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x
Artikel

Access_open Bescherming van derdelandmigranten tegen arbeidsuitbuiting in de EU

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Migratie, Derdelanders, Arbeidsuitbuiting
Auteurs Mr. drs. Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    Arbeidsmigratie is in de EU een belangrijk en actueel onderwerp. Enerzijds, omdat steeds meer landen in de EU te kennen geven dat ze voor het op peil houden van het arbeidspotentieel hun toevlucht moeten nemen tot het aantrekken van arbeidsmigranten van buiten de EU. Anderzijds blijkt dat er regelmatig sprake is van uitbuiting van deze arbeidsmigranten. In EU-wetgeving in het algemeen en de regulering van migratie van onderdanen van derde landen (derdelanders) naar de EU in het bijzonder wordt aandacht besteed aan de kwetsbare positie van derdelanders en een eerlijke behandeling. Het doel van migratiewetgeving is echter met name ook het beheersen van migratie, het bestrijden van illegale migratie en het stimuleren van economische ontwikkeling. Deze verschillende doelen kunnen met elkaar botsen. In dit artikel wordt onderzocht wat de invloed is van de EU-migratiewetgeving op de uitbuiting van arbeidsmigranten.


Mr. drs. Gerrie Lodder
Mr. drs. G.G. Lodder is werkzaam als onderzoeker en docent bij het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Annotatie

Overgang van onderneming in de publieke sector en de positie van de ‘geschorste’ werknemer

HvJ EU 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, AR 2017-0929 (Piscarreta Ricardo/Emarp; Portugal)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Overgang van onderneming, Economische activiteit, Publieke dienst, Identiteit, Geschorste werknemer
Auteurs Mr. L.C.J. Sprengers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU heeft op 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, inzake Piscarreta Ricardo geoordeeld over de vraag of de Richtlijn 2001/23 inzake overgang van onderneming ook van toepassing is op een (eenzijdig) overheidsbesluit om een onderneming waar een gemeente enig aandeelhouder van is te ontbinden en de activiteiten over te hevelen deels naar de gemeente en deels naar een andere onderneming. Ingegaan wordt op de betekenis van deze uitspraak voor de Nederlandse praktijk tegen de achtergrond van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA), die met ingang van 1 januari 2020 van kracht gaat. Een andere vraag die door het HvJ EU is behandeld, is of een persoon die wegens de schorsing van zijn arbeidsovereenkomst niet in actieve dienst is, valt onder het begrip ‘werknemer’ in de zin van artikel 2 lid 1 onderdeel d van de richtlijn. Op de betekenis van dit arrest voor de Nederlandse rechtspraak hierover wordt eveneens ingegaan.


Mr. L.C.J. Sprengers
Mr. L.C.J. Sprengers is advocaat in Utrecht en verbonden aan de sectie arbeidsrecht van de EUR. Hij heeft zich zowel in zijn proefschrift als in zijn universitaire werkzaamheden beziggehouden met de vergelijking van de ontwikkelingen in de ambtelijke arbeidsverhoudingen met de civielrechtelijke arbeidsverhoudingen. Hij is gespecialiseerd in individueel en collectief arbeidsrecht en ambtenarenrecht.
Discussie

Access_open De ILO en het Nederlandse arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Impact van de ILO op het Nederlandse arbeidsrecht
Auteurs Prof. mr. Paul F. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    De ILO bestaat in 2019 honderd jaar. Nederland is vanaf het begin lid geweest van deze tripartite internationale organisatie, die na 1945 onder de paraplu van de Verenigde Naties is komen te vallen.
    Nederland heeft zich doorgaans opgesteld als een actief en betrokken lid; het heeft in vergelijking met andere lidstaten veel ILO-verdragen geratificeerd, te weten 106.
    Met dit grote aantal ratificaties heeft de ILO relatief grote impact gehad op het Nederlands arbeidsrecht.
    Er waren ‘kwesties’ met de ILO over onder meer de loonpolitiek, de sterkte van de Arbeidsinspectie, het ontslagrecht en de vakbondsvrijheid.
    Opvallend is dat Nederland ILO-verdrag 158 over het ontslagrecht niet heeft geratificeerd.
    Op terreinen waar veel overheidsgeld mee gemoeid is, zoals bijvoorbeeld de loonpolitiek, de sterkte van de Arbeidsinspectie of de sociale zekerheid, leeft de Nederlandse overheid pas na veel tijdsverloop en druk van de ILO de aangegane verplichtingen na.


Prof. mr. Paul F. van der Heijden
Prof. mr. P.F. van der Heijden is hoogleraar Internationaal Arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden. Hij was gedurende 22 jaar in verschillende rollen actief binnen de ILO, de laatste 15 jaar als onafhankelijk voorzitter van de Committee on Freedom of Association (CFA).
Jurisprudentie

De uitzendwereld na C4C: bespiegelingen over heden en toekomst

HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Uitzendovereenkomst, Payrolling, leiding en toezicht, Werkingssferen, rol overheid
Auteurs Prof. mr. Leonard G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de in het C4C-arrest gelaten ruimte voor divergentie in de toepassing van artikel 7:690 BW en artikel 7:691 BW in nieuwe driehoeksrelaties als payrolling en de gelijkenis tussen de gezagsverhouding en het vereiste van ‘leiding en toezicht’. Daarna komen het verschil tussen het oordeel over het begrip ‘uitzendovereenkomst’ in de wet en de van uitzending afwijkende regeling van payrolling in de Ontslagregeling en de werkingssfeer van de ABU CAO 2012-2017 en StiPP aan bod. De bijdrage sluit af met enige bespiegelingen over de uitzendwereld en de rol van de overheid. De wetgever is thans aan zet.


Prof. mr. Leonard G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van Arbeidsrechtelijke Annotaties.
Jurisprudentie

Overgang van wettelijke verplichtingen – het Hof van Justitie van de EU treedt wederom buiten contractuele grenzen

HvJ EU 28 januari 2015, C-688/13, ECLI:EU:C:2015:46, JAR 2015/279 (Gimnasio Deportivo San Andrés SL/Tesorería General de la Seguridad Social)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden overgang van onderneming, sociale zekerheid, rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, rechten van derden
Auteurs Prof. mr. Ronald Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2001/23 inzake de overgang van ondernemingen ziet blijkens het in deze bijdrage besproken arrest evenzeer op de overgang van aan de arbeidsovereenkomst gerelateerde, wettelijke socialezekerheidsrechten. Slechts buitenwettelijke rechten inzake sociale zekerheid mogen door de lidstaten worden uitgezonderd van overgang (artikel 3 lid 4 onder a). De reikwijdte van deze uitzondering is beperkt. Het staat lidstaten vrij een ruimere bescherming te bieden. De auteur stelt de vraag of de uitspraak gevolgen heeft voor andere arbeidsgerelateerde rechten en analyseert de in dit arrest impliciet aanvaarde derdenwerking.


Prof. mr. Ronald Beltzer
Prof. mr. R. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Eenzijdige wijzigingsmogelijkheden jegens gepensioneerden onder de PSW en de PW: van onbeschermd naar beschermd?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Onvoorwaardelijke indexatie, Pensioenaanspraken, eenzijdige wijziging, Gepensioneerden, Pensioen
Auteurs Anton Van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vanaf 1 januari 2007 geldende Pensioenwet (PW) is bepaald dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie deel uitmaakt van een pensioenaanspraak. Een pensioenaanspraak is volgens de PW in beginsel niet voor wijziging vatbaar. De Hoge Raad besliste in een tweetal arresten uit 2013 impliciet dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie onder de tot 1 januari 2007 geldende Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) wel gewijzigd kon worden. Verder oordeelde de Hoge Raad dat onder de PSW een eenzijdige wijzigingsmogelijkheid jegens gepensioneerden slechts beperkt wordt door het algemeen verbintenissenrecht. Er geldt dus geen beperking, zoals bepaald in artikel 7:613 BW en artikel 19 PW. De praktijk wijst uit dat dit tot onverwachte resultaten kan leiden (zie Hof Amsterdam 23 september 2014, (ECLI:NL:GHAMS:2014:4007)). De arresten van de Hoge Raad worden in deze bijdrage kritisch besproken.


Anton Van Leeuwen
Anton van Leeuwen is advocaat bij SteensmaEven.
Jurisprudentie

IPR-problemen in de WOR en het enquêterecht

Ondernemingskamer 21 december 2012, JAR 2013/67 (VLM II) en HR 29 maart 2013, JOR 2013/166 (Chinese Workers)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden WOR, enquêterecht, IPR, toepasselijk recht, bevoegde rechter, VLM, Chinese Workers
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer is de enige bevoegde rechter in feitelijke instantie in WOR- en enquêtezaken. In korte tijd moest de Ondernemingskamer in beide rechtsgebieden oordelen over twee zaken die zich afspeelden binnen internationaal concernverband. Bij internationale kwesties komt het internationaal privaatrecht (IPR) om de hoek kijken. Het gaat bij het IPR om twee te onderscheiden aspecten: (1) de internationale bevoegdheid van de rechter (rechtsmacht) en (2) zijn oordeel over het op het internationale rechtsgeschil toepasselijke recht. In deze bijdrage gaat de auteur aan de hand van de VLM II-beschikking en de Chinese Workers-beschikking na hoe de Ondernemingskamer in WOR- en enquêtezaken omgaat met vragen van internationaal-privaatrechtelijke aard.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactiesecretaris van ArA.
Artikel

Promoveren in het arbeidsrecht – een overzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dissertaties, proefschriften, promotor, sociaal recht, proefschriftthema’s
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie wil weten welke dissertaties in Nederland op het terrein van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht zijn verschenen, wacht een lange zoektocht. De verscheidene digitale bibliotheken bieden (nog) geen makkelijk doorzoekbaar, relevant overzicht. In deze bijdrage is gepoogd een dergelijk overzicht te geven. De bijdrage bevat niet alleen een lijst van de door de auteur gevonden dissertaties, maar ook informatie omtrent, onder andere, (trends in) gekozen proefschriftthema’s, aantallen dissertaties per faculteit en per decennium.


R.M. Beltzer
Prof. mr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Hoofdartikel

Grenzen aan de rechtsvormende taak van de rechter in het privaatrecht en het arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden rechtsvormende taak, wetgever-plaatsvervanger, rechtszekerheid, privaatrechtelijke benadering
Auteurs Prof. mr. C.J.H. Jansen en Prof. mr. C.J. Loonstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het lijkt een bijna uitgemaakte zaak dat de rechter een rechtsvormende taak heeft. De Hoge Raad heeft op het gebied van het algemene privaatrecht grenzen aan deze taak gesteld, bijvoorbeeld door te overwegen dat een bepaalde oplossing vanuit het oogpunt van rechtszekerheid onaanvaardbaar is of dat een bepaalde uitspraak de rechtsvormende taak van het college te boven gaat. Naar aanleiding van een drietal recente arbeidsrechtelijke uitspraken van de Hoge Raad onderzoeken de schrijvers de grenzen aan zijn rechtsvormende taak op het terrein van het arbeidsrecht. In het verleden ging het college op dit politiek gevoelige rechtsgebied wel erg ver in zijn optreden als wetgever-plaatsvervanger.


Prof. mr. C.J.H. Jansen
Prof. mr. C.J.H. Jansen is hoogleraar rechtsgeschiedenis en burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en tevens bijzonder hoogleraar Romeins recht aan de UvA.

Prof. mr. C.J. Loonstra
Prof. mr. C.J. Loonstra is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en adviseur bij Boontje Advocaten Arbeidsrecht te Amsterdam.
Jurisprudentie

Het beding van artikel 7:613 BW: toepassingsgebied, de relatieve zwaarte van de ‘613’-maatstaf en het vereiste van schriftelijkheid

HR 18 maart 2011, JAR 2011/108 m.nt. Zondag en JIN 2011/320 m.nt. Van der Voet (Monsieurs c.s./Wegener)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Wijzigingsbeding, artikel 7:613 BW, ‘613’-maatstaf en schriftelijkheid, Monsieurs/Wegener
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad markeert in het Monsieurs/Wegener-arrest het collectieve karakter van het ‘613’-beding en laat ruimte voor een (klankbord)functie van deze wetsbepaling in individuele situaties. De auteur gaat in op het doel en de strekking van artikel 7:613 BW en behandelt de relatieve zwaarte van de maatstaf van het ‘613’-beding ten opzichte van artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 7:611 BW. De auteur slaat in zijn annotatie een brug naar het leerstuk van Stoof/Mammoet. Ten aanzien van het vereiste van schriftelijkheid verdedigt de annotator dat het oordeel van de Hoge Raad in overeenstemming is met de aard van het ‘613’-beding. Gezien de ontwikkelingen in de manier van communiceren en gelet op het uitgangspunt dat aan het Burgerlijk Wetboek ten grondslag ligt dat nietigheden in beginsel niet verder reiken dan de strekking daarvan meebrengt, lijkt de tijd rijp voor vernieuwende gezichtspunten over het vereiste van schriftelijkheid.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het compromis van artikel 16 Tiende Richtlijn

Werknemersmedezeggenschap bij een grensoverschrijdende juridische fusie

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Tiende Richtlijn, (vennootschappelijke) medezeggenschap, grensoverschrijdend, (juridische) fusie en werknemers
Auteurs Mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na meer dan twintig jaar discussiëren is op 26 oktober 2005 de Tiende Richtlijn inzake grensoverschrijdende juridische fusies aangenomen. Belangrijkste knelpunt was de vennootschappelijke medezeggenschap. Uiteindelijk hebben de lidstaten een compromis bereikt dat is neergelegd in artikel 16 Tiende Richtlijn. Dit artikel is zeer complex en bevat veel onduidelijkheden. Bovendien blijkt dat Nederland en Duitsland bepaalde aspecten op eigen wijze in het nationale recht hebben geïmplementeerd en vanuit hun nationale medezeggenschapsperspectief benaderen. Dit vergroot de populariteit van een grensoverschrijdende juridische fusie niet. Deze bijdrage tracht de ingewikkelde materie van artikel 16 Tiende Richtlijn wat inzichtelijker te maken en de toepasbaarheid te bevorderen.


Mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de vaksectie Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en doet onderzoek naar de rechtspositie van de Nederlandse werknemer bij een grensoverschrijdende juridische fusie.
Jurisprudentie

Een uitgelezen uitgever geeft vooral geld uit

OK 27 mei 2010, LJN BM5928, JAR 2010/181

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden enquêterecht, toetsing bij enquêterecht in vergelijking tot toetsing bij medezeggenschapsrecht, strategische aspecten van een zogeheten LBO, ondernemingsraad
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft bij beschikking van 27 mei 2010 beslist dat rond de zogeheten leveraged buy-out (LBO) van PCM Holding door Apax sprake is geweest van wanbeleid. Daarbij kwamen vragen van strategie aan de orde en werd gewezen op de risico’s die een LBO naar zijn aard meebrengt. De OK was van oordeel, kort samengevat, dat PCM Holding een onderneming zonder duidelijke strategie was en dat ook daardoor bij de keuze voor Apax als partner voor een LBO niet voldoende doordacht was gehandeld.In de annotatie wordt bezien hoe de toetsing onder de vigeur van het enquêterecht in een geval als dit zich verhoudt tot de toetsing die de OK zou hebben toegepast wanneer de zaak via een beroep op artikel 26 Wet op de ondernemingsraden aan haar oordeel zou zijn onderworpen. Conclusie is dat die toetsing langs vergelijkbare lijnen zou zijn verlopen, aangenomen dat de betrokken centrale ondernemingsraad op dat moment zou hebben beschikt over de informatie die de OK op grond van het uitgevoerde onderzoek had.


Mr. R.A.A. Duk
Mr. R.A.A. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Den Haag.
Jurisprudentie

Vereenzelviging, bindende partijbeslissing en een eenzijdige wijziging in het arbeidsrecht

HR 14 november 2003, NJ 2004, 138, m.nt. GHvV; JAR 2003/296 (Drie-S Invest B.V. en Stoof/Mammoet International B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2004
Trefwoorden vereenzelviging, wijziging arbeidsovereenkomst, bindend advies, bindende partijbeslissing, arbitrage
Auteurs W.L. Roozendaal

W.L. Roozendaal
Artikel

De werkgever en het kelderluik

Over toepassing van de Kelderluik-criteria bij artikel 7:162 en artikel 7:658 BW

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden gezichtspunten, Kelderluik-factoren, Bayar/Wijnen, werkgeversaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, context
Auteurs Mr. J.P. Quist
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Kelderluik-arrest uit 1965 heeft de Hoge Raad een viertal gezichtspunten geformuleerd die van belang (kunnen) zijn bij de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige gevaarzetting. Veertig jaar later, in het arrest Bayar/Wijnen, heeft de Hoge Raad deze factoren herhaald en daaraan een gezichtspunt toegevoegd in een geval waarin het ging om een werknemer die bij het werken met een gevaarlijke machine letsel had opgelopen. In dit artikel wordt ingegaan op de manier waarop invulling aan de verschillende gezichtspunten (en enkele andere relevante omstandigheden) wordt gegeven. De toepassing van de gezichtspunten bij op artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW gebaseerde vorderingen lijkt veel op elkaar. Een opvallend verschil is echter dat het enkele feit dat het bij artikel 7:658 BW om aansprakelijkheid van de werkgever gaat, van groot belang is voor de strengheid waarmee toepassing aan de Kelderluik-factoren en andere (mogelijk) relevante omstandigheden wordt gegeven. Daar waar de Kelderluik-factoren bij artikel 6:162 BW (in beginsel) een neutraal karakter hebben, wijzen zij bij artikel 7:658 BW veel meer in de richting van een bevestigende beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag. De context waarbinnen een bepaalde schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan, is dan ook van grote invloed op de wijze waarop de verschillende factoren worden ingekleurd. In deze bijdrage komen ook andere overeenkomsten en verschillen tussen toepassing van artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW aan bod.


Mr. J.P. Quist
Mr. J.P. Quist is verbonden aan de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens advocaat bij Adriaanse van der Weel Advocaten te Middelburg (www.avdw.nl).
Jurisprudentie

De OR en het enquêterecht; van SKON tot AHAM

Ondernemingskamer 10 december 2008, JAR 2009/14

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2009
Trefwoorden enquêterecht, ondernemingsraad, misbruik van bevoegdheid, ontslag statutair bestuurder
Auteurs Mr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2008 maakt de PVT van AHAM gebruik van een haar bij overeenkomst toegekend enquêterecht. Deze zaak betreft de vierde keer dat een medezeggenschapsorgaan met succes een enquête entameert. Naar aanleiding van deze jurisprudentie onderzoekt de auteur in hoeverre de OR of PVT gebruik kan maken van het enquêterecht en welke mogelijkheden dit biedt voor medezeggenschapsorgaan, bestuur(der) en vennootschap.


Mr. I. Zaal
Mevrouw mr. I. Zaal is juniordocent-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

De uitleg van artikel 43 van de schoonmaakmaak-cao: geen misbruik, geen overgang van onderneming?

HR 8 juni 2007, JAR 2007/213 (ISS/Lavos)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2008
Trefwoorden heraanbesteding schoonmaakwerkzaamheden, uitleg schoonmaak-cao, vereenzelviging in geval van omzeilingsconstructies, overgang van onderneming
Auteurs Mr. R.M. Beltzer en J.P.H. Zwemmer

Mr. R.M. Beltzer

J.P.H. Zwemmer
Jurisprudentie

Schemerlicht in de duisternis

vennootschapsrechtelijk ontslag/ontslagname impliceert in beginsel beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder HR 15 april 2005, RvdW 2005, 57, JAR 2005/117, C04/044 HR/C04/045 HR; HR 15 april 2005

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2006
Trefwoorden arbeidsrechtelijke aspecten, statutair bestuurder, vennootschapsrecht, arbeidsrechtelijke aspecten, ontslagverboden, ontslagverboden
Auteurs E.S. de Bock

E.S. de Bock
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.