Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

Economische ongelijkheid: een verkenning vanuit de grondslagen van het arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Economische ongelijkheid, Ongelijkheidscompensatie, Collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, Gelijke behandeling, Flexibele arbeid
Auteurs Mr. dr. N. Zekić
SamenvattingAuteursinformatie

    De groei van de inkomens- en welvaartsongelijkheid – samen ook wel als economische ongelijkheid aangeduid – wordt gezien als een van de grootste hedendaagse maatschappelijke problemen. Redistributie (herverdeling) van middelen, macht en risico’s kan de groei van economische ongelijkheid tegengaan. Dit artikel verkent de relatie tussen het Nederlandse arbeidsrecht en redistributie. Dit gebeurt door aan te haken bij de (internationale) discussie over de grondslagen van het arbeidsrecht. Op drie onderdelen van het arbeidsrecht wordt in dit kader dieper ingegaan: (1) collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, (2) gelijke behandeling en (3) de regulering van atypische of flexibele arbeid. De auteur betoogt dat redistributie als een van de doelen van het arbeidsrecht gezien kan worden. Redistributie is sterk verbonden met ongelijkheidscompensatie, toch kan het onder omstandigheden nuttig zijn om de focus specifieker op redistributie te leggen.


Mr. dr. N. Zekić
Mr. dr. N. Zekić is universitair hoofddocent Arbeidsrecht aan Tilburg University, Tilburg Law School, Departement Sociaal Recht en Sociale Politiek.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Annotatie

Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie dringt zorgplicht op aan Internationaal Strafhof: werkneemsters van het Strafhof mogen flexibel werken om borstvoeding te kunnen geven

ILOAT 28 juni 2017, nr. 3861 (A.L.G./International Criminal Court)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Flexibele arbeidsomstandigheden, Borstvoeding, Internationaal Strafhof, Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie, Zorgplicht
Auteurs Prof. dr. P. Foubert en Drs. F. De Cock
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie buigt zich over geschillen met werknemers van internationale organisaties. Dit Tribunaal komt twee tot drie keer per jaar samen in Genève om deze geschillen te beslechten. Immers, internationale organisaties genieten verregaande immuniteiten en beschikken over een eigen juridisch kader om de arbeidsrelatie met hun werknemers te regelen. Deze werknemers kunnen niet terecht bij een nationale rechter.
    Het Tribunaal oordeelde dat wanneer een werkneemster tijdelijk flexibele arbeidsomstandigheden vraagt om haar baby borstvoeding te kunnen geven, de internationale organisatie dit niet zonder meer mag weigeren. Doet de internationale organisatie (het Internationaal Strafhof) dat wel, dan wordt het zorgplichtprincipe geschonden. Volgens dit principe moeten internationale organisaties hun werknemers met de nodige zorg en aandacht behandelen teneinde hen onnodig leed te besparen.


Prof. dr. P. Foubert
Prof. dr. P. Foubert studeerde rechten aan de universiteiten van Antwerpen (kandidaat 1991), Leuven (licentiaat 1994, doctor 2001) en Harvard (LL.M. 1999). Zij is hoogleraar aan de Universiteit Hasselt, waar zij ‘Beginselen van het recht’ en ‘Advanced Social Law’ doceert. In haar onderzoek heeft professor Foubert bijzondere aandacht voor de gelijke behandeling in de arbeidsrelatie. Naast haar academische loopbaan is zij eveneens werkzaam als advocaat aan de balie van Leuven.

Drs. F. De Cock
Drs. F. De Cock was de voorbije jaren werkstudent aan de faculteit Rechten van de UHasselt. In 2017 behaalde hij er zijn masterdiploma in de rechten (afstudeerrichting Rechtsbedeling). Sindsdien bereidt hij in de eenheid Sociaal recht een doctoraat voor in het domein van het ‘recht van internationale organisaties’. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de rechtspositie van werknemers die bij internationale organisaties zijn tewerkgesteld, meer bepaald vanuit sociaalrechtelijk perspectief. F. De Cock is vooral geïnteresseerd in de werking van internationale administratieve tribunalen, waaronder het Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Jurisprudentie

Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Leeftijdsdiscriminatie, Jeugdbeleid, Abercrombie & Fitch, Oproepcontract, Jeugdwerkgelegenheid
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoekt de auteur dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese jeugdbeleid. Tegen die achtergrond is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met A-G Bobek, komt de auteur tot de conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P ter Haar is universitair docent Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Vrijheid van religie op de werkplaats en het Hof van Justitie: terug naar cuius regio, illius religio?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Discriminatie, Vrijheid van religie, Hoofddoek, Richtlijn 2000/78/EU, Religie of overtuiging
Auteurs Prof. dr. Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee mijlpaalarresten de dato 14 maart 2017 van het Hof van Justitie die betrekking hebben op discriminatie op basis van religie kritisch geanalyseerd. In beide gevallen gaf het dragen van een hoofddoek aanleiding tot het ontslag van een werkneemster. De auteur stelt dat het ontslag van een werkneemster wegens het dragen van een hoofddoek op basis van een algemene regel die uitingen van religieuze, politieke en filosofische overtuigingen verbiedt wel degelijk een directe vorm van discriminatie betreft. Hij betwist dat een beleid van neutraliteit in de onderneming een afdoende legitieme doelstelling vormt die indirecte discriminatie zou rechtvaardigen. De grondslag voor een dergelijke benadering, de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen vrijheid van ondernemerschap, is niet dienstig om een richtlijn die het burgerschap binnen de Europese Unie beschermt, beperkend te interpreteren. Hij bepleit dat rechtvaardigingsgronden voor discriminatie op basis van religie voorzienbaar en kenbaar moeten zijn. Tot slot wordt het gebruik van de redelijke aanpassingen door het Hof van Justitie beschouwd. De auteur meent dat de analyse van het Hof op gespannen voet staat met de rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens en een risico in zich draagt van ‘harassment’ van werknemers die naar een plek in ‘backoffice’ worden verbannen.


Prof. dr. Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Université Catholique de Louvain en redacteur van dit tijdschrift.
Hoofdartikel

The Challenge of Empirical Method to Labour Law Theory and Practice

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Empirical research, Shaping of labour law, Methodology
Auteurs Simon F. Deakin
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the paper is to consider the significance for labour law theory and practice of empirical research into the operation and effects of this branch of law. It will be argued that empirical research has an important role to play in the methodology of labour law, even if it is ancillary, much of the time, to doctrinal approaches. Secondly, and relatedly, the paper will address the historical role of empirical research in the shaping of labour law as a field distinct from both private law and public law, and, in particular, as transcending the categories of property and contract that were inherited from the individualist private law of the nineteenth century. The third and last theme of the paper is that of the role of empirical research in addressing contemporary issues of labour law doctrine and policy.


Simon F. Deakin
Simon F. Deakin is prof. of law at the University of Cambridge.
Jurisprudentie

Of Crosses and Homophobia

The European Court of Human Rights on which Manifestations of Religion One May Bring to Work

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden freedom of religion, Christian cross, Eweida, equality, same-sex partnerships, European Court of Human Rights
Auteurs J.D. Temperman
SamenvattingAuteursinformatie

    To what extent must employers accommodate manifestations of religion within the workspace and what should be the role of the state in that respect? In the joint case of Eweida and others the European Court of Human Rights discusses this question from four different angles as urged on by four different complaints. Two complaints concern the banning of Christian crosses, either for reasons of protecting the corporate image of a private company, or for reasons of health and safety within a care institution. The remaining complaints concern employers that, through their equal rights policies, notably equality on grounds of sexual orientation, may effectively force employees to act contrary to the religious dictates of their conscience.


J.D. Temperman
Mr. dr. J.D. Temperman is assistant professor of public international law and EUR-Fellow, Erasmus University Rotterdam.
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Jurisprudentie

The Viking Case 1: Court of Appeal London

3 November 2005 (2005 EWCA Civ 1299)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2006
Trefwoorden transfer of flags, freedom to provide services, discrimination, fundamental social rights, freedom of association, change of location
Auteurs T. Blanke

T. Blanke
Jurisprudentie

Associatieve discriminatie, een nieuw begrip van Europees sociaal recht

Hof van Justitie EG 17 juli 2008, C-303/06, JAR 2008/208 NJ 2008, 501 (Coleman/Attridge Law)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Discriminatoir ontslag op grond van handicap;, toepassing Richtlijn 2000/78/EG niet beperkt tot personen die zelf gehandicapt zijn;, ongunstiger behandeling op grond van handicap van derde is directe discriminatie
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Coleman-zaak beslist het HvJ EG dat een werkneemster die niet zelf gehandicapt is, beroep mag doen op gelijkebehandelingsrichtlijn 2000/78/EG wanneer zij gediscrimineerd wordt op grond van de handicap van haar zoon. De annotatie bespreekt hoe ver deze uitspraak in potentie kan strekken, of de richtlijn geacht wordt de werknemer te beschermen of de derde die over een suspect kenmerk beschikt, of het noodzakelijk is dat deze derde zelf onder de werkingssfeer van de richtlijn valt en, ten slotte, wat de aard van de ‘associatieve’ band tussen de werknemer en de derde zou moeten zijn. Naar aanleiding van de ervaringen in de Engelse rechtspraak wordt een aantal uiteenlopen vormen van discriminatie onderscheiden in het geval dat een werknemer niet zelf over het suspecte persoonkenmerk beschikt. De bijdrage concludeert dat het aanbeveling verdient het arrest zodanig te interpreteren dat associatieve discriminatie wordt onderscheiden van de situatie dat de derde zelf gediscrimineerd is, waarvan de eiser vanwege zijn band met deze derde (tevens) nadelige gevolgen ondervindt. Aangegeven wordt welke juridische verschillen hieruit voortvloeien en wat dit voor de uitleg van de Nederlandse WGBH/CZ betekent.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mr. dr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Kanttekeningen bij de toelaatbaarheid van verplichte vervroegde pensionering

HR 8 oktober 2004, JAR 2004/258 (Van Pelt/Martinair)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2005
Trefwoorden leeftijdsontslag vliegers, verplichte pensionering bij 56 jaar, geen verboden onderscheid naar leeftijd, overgangsrecht Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid
Auteurs A.T.J.M. Jacobs

A.T.J.M. Jacobs
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.