Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x
Annotatie

Wettelijke maximering van de vertrekvergoeding onder de Wbfo: géén verplichting voor de rechter tot ambtshalve toepassing

HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wbfo, Vertrekvergoeding, ambtshalve toepassing, openbare orde
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:818) heeft de Hoge Raad zich voor het eerst uitgelaten over de procesrechtelijke status van het wettelijk maximum voor de vertrekvergoeding van bestuurders ex artikel 1:125 lid 2 Wft. Volgens de Hoge Raad is deze bepaling geen regel van openbare orde die ex artikel 25 Rv ambtshalve door de rechter zou moeten worden toegepast. In deze annotatie worden de relevante gezichtspunten voor de verplichting tot ambtshalve toepassing ex artikel 25 Rv geanalyseerd. Tevens wordt stilgestaan bij de oorsprong en de doelstellingen van de beloningsnormen van de Wft en de Europese regels. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de bredere gedachtevorming over de duiding van wettelijke beloningsnormen als onderdeel van publiekrechtelijke regulering in het civiel procesrecht en de hiervoor geldende rechterlijke toetsing.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam. Zij behaalde naast haar doctoraal Nederlands recht ook een doctoraal Franse taal en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Thans is zij gespecialiseerd in arbeidsrecht en pensioenrecht. Een bijzonder specialisme binnen haar praktijk richt zich op beloningsgerelateerde onderwerpen op het snijvlak van het arbeidsrecht, de Wft en de WNT. Hierover schrijft en publiceert zij regelmatig.
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Fernandez Martinez, een gehuwde priester die een schandaal moet vermijden

EHRM 15 mei 2012, 56030/07, EHRC 2012/168 (Martinez/Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden arbeidsverhouding, identiteit, tendensinstelling, grondrechten, belangenafweging
Auteurs Mr. dr. S. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reeks procedures heeft de rechtspositie van de identiteitsgebonden werkgever in het arbeidsrecht nader omlijnd. In de zaak van Martinez tegen Spanje oordeelt het EHRM over de vraag of de rooms-katholieke kerk het contract van een gehuwde priester als leraar katholieke godsdienst en zedenleer aan een openbare school al dan niet hoeft te verlengen. Het EHRM acht geen schending van de persoonlijke levenssfeer aanwezig (art. 8 EVRM). De auteur bespreekt vier deelvragen. Het gaat achtereenvolgens over identiteitseisen die op het imago zien, de toetsing van de belangenafweging, de betekenis van de status geestelijke en de collectieve dimensie van godsdienstvrijheid.


Mr. dr. S. de Jong
Mr. dr. S. de Jong is in 2012 aan de Rijksuniversiteit Groningen gepromoveerd op het onderwerp ‘De identiteitsgebonden werkgever in het arbeidsrecht’. De auteur is momenteel wethouder in de gemeente Staphorst.
Artikel

Rechtsbescherming tegen een ondeugdelijke ontslagvergunning bezien in het licht van artikel 6 EVRM

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden ontslagrecht, arbeidsprocesrecht, artikel 6 BBA, artikel 6 EVRM, misbruik van bevoegdheid
Auteurs Mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt aangenomen dat de werknemer die meent dat de voor de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst afgegeven ontslagvergunning ondeugdelijk is, twee vorderingen ten dienste staan: een vordering uit onrechtmatige daad jegens het UWV en een kennelijk onredelijk ontslagprocedure tegen de werkgever. Er zijn echter voor de werknemer ook andere gerechtelijke procedures denkbaar. Allereerst kan met een beroep op het Holtrop/Smith-arrest van de Hoge Raad uit 2001 worden betoogd dat het mogelijk is om de ondeugdelijkheid van de aan de werkgever verleende ontslagvergunning aan te vechten door de nietigheid daarvan in te roepen. Ten tweede lijkt het op grond van het Van Hooff Elektra-arrest onder omstandigheden mogelijk een beroep te doen op de nietigheid van de opzegging wegens misbruik van bevoegdheid wanneer de werkgever gebruikmaakt van een ondeugdelijke ontslagvergunning. Deze twee ‘nieuwe’ procedures zijn in het kader van artikel 6 EVRM zeer gewenst. Zij voldoen, in tegenstelling tot de onrechtmatige daadsactie jegens het UWV en de kennelijk onredelijk ontslagprocedure, zowel qua toetsingsbevoegdheid als gewenste uitkomst aan de vereisten van artikel 6 EVRM, zodat deze procedures in staat zijn het gebrek dat op dit punt kleeft aan artikel 6 BBA te helen.


Mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Discriminatie, directe werking van rechtsbeginselen en doorwerking van richtlijnen

HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07 (Seda Kücükdeveci/Swedex GmbH & Co KG)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden doorwerking van Europees recht, algemene beginselen van Europees recht, leeftijdsdiscriminatie, horizontale werking van richtlijnen, objectieve rechtvaardiging van discriminatie
Auteurs Mr. D.F. Berkhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Swedex-arrest verduidelijkt en versterkt het Hof van Justitie EU het controversiële Mangold-arrest. Indien sprake is van leeftijdsdiscriminatie in strijd met Richtlijn 2000/78/EG en richtlijnconforme interpretatie onmogelijk is, dan wordt door directe werking van algemene beginselen van gemeenschapsrecht alsnog de volle werking van Europees recht bewerkstelligd. Lidstaten worden verplicht de met het gemeenschapsrecht nationale bepaling buiten beschouwing te laten. Verder toont het arrest dat ‘flexibel personeelsbeleid’ een legitieme doelstelling van arbeidsmarktbeleid kan zijn. Zorgvuldige ‘flexibilisering’ van personeelsbeleid kan daarmee ook een objectieve rechtvaardiging zijn voor leeftijdsonderscheid.


Mr. D.F. Berkhout
Mr. D.F. Berkhout is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Jurisprudentie

Communautaire beschermingsbeginselen en de gevolgen voor het nationaal arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsbeleid

HvJ EG 22 november 2005, JAR 2005/289; NJ 2006, 227 (Mangold)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 03 2006
Trefwoorden Europese werknemersbescherming, verslechtering van het nationale beschermingsniveau en non-regressiebepalingen, gelijke behandeling naar leeftijd als zelfstandig beginsel van communautair recht, horizontale effecten van algemene beginselen, strikte toets
Auteurs A.G. Veldman

A.G. Veldman
Artikel

Civielrechterlijke aansprakelijkheid van de CWI: trend of randverschijnsel?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2002
Trefwoorden werknemer, werkgever, ontslag, ontslagbesluit, schade, ontslagvergunning, onrechtmatige daad, beoordelingsvrijheid, Nationale ombudsman, onrechtmatigheid
Auteurs P.S. van Minnen en W.A. Zondag

P.S. van Minnen

W.A. Zondag
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.